1.2 procenten en indexcijfers
Procentueel aandeel berekenen: (deel/geheel) x 100%
Procentuele verandering berekenen: ((nieuw-oud)/oud) x 100%
Wat is het verschil tussen procent, procentpunt en promille?
- Procent is een honderdste deel (per 100)
- Procentpunt is het absolute verschil tussen 2 percentages
- Promille is 1%=0.1% (per 1000)
Indexcijfers:
- verhoudingsgetal
- zegt iets over de procentuele verandering van een grootheid in een bepaald jaar t.o.v
het basisjaar
Indexcijfer: (waarde/basiswaarde) x 100%
Basisjaar: het jaar dat als startpunt wordt gebruikt voor de berekening van procentuele
veranderingen en indexcijfers. Het basisjaar wordt gelijkgesteld aan 100.
CPI: consumentenprijsindexcijfer
1.3 Inkomen
5 primaire inkomens: loon, rente, huur, pacht en winst.
Modaal Inkomen: Het inkomen wat het meest voorkomt.
2 soorten inkomen:
1. Primaire inkomens (met een tegenprestatie)
- Uit arbeid; loon
- Uit vermogen; huis,spaargeld
( bezittingen - schulden )
2. Overdrachtsinkomen (zonder tegenprestatie)
- Uitkeringen; AOW
- Toeslagen; huur-,zorg-,kinderopvangtoeslag
Primair - belastingen + sociale uitkeringen = Secundair inkomen
inkomen en premies en toeslagen ( besteedbaar inkomen)
Premie: prijs van een verzekering.
Sociale premies: prijs van een sociale verzekering. (verplicht)
Inflatie: De gemiddelde prijsstijging van goederen en diensten die consumenten kopen.
- kosteninflatie; loon, belastingverhoging, media
, - bestedingsinflatie; vraag groter dan aanbod
gevolg: je kunt met hetzelfde geld minder kopen.
2 oorzaken:
1. stijging van de lonen die vervolgens door bedrijven wordt doorberekend in de
verkoopprijzen.
2. stijging van de btw die wordt doorberekend in de verkoopprijzen.
Hyperinflatie: Extreme prijsstijging
- ontstaat doordat de centrale bank van een land grote hoeveelheden geld creëert die
niet in verhouding staan tot de economische groei.
Gevolg: verlies van koopkracht en verlies van vertrouwen in geld.
Deflatie: Een gemiddelde prijsdaling van goederen en diensten die consumenten kopen.
gevolg: besteding bedrijven nemen af, minder te produceren, minder mensen nodig om te
produceren, werkloosheid neemt toe.
2 oorzaken:
1. Door dalende productiekosten wordt de verkoopprijs verlaagd door bedrijven.
2. Door te lage bestedingen verlagen bedrijven hun prijzen.
Formule CPI: (indexcijfer + weging )
( indexcijfer + weging )
totale weging
CBI = Centraal Bureau voor de statistiek, alle data van de nederlandse economie etc.
Reëel inkomen: De hoeveelheid goederen en diensten die je met je inkomen kunt kopen.
Nominaal inkomen: Het inkomen in euro’s.
Geldontwaarding: Voor hetzelfde geld, minder kunnen kopen.
Prijscompensatie is een loonsverhoging om de gestegen prijzen te compenseren. Er is
sprake van prijscompensatie als de lonen in procenten evenveel stijgen als de prijzen.
Indexcijfer koopkracht: indexcijfer nominaal inkomen / prijsindexcijfer (CPI) x 100
reële verandering = nominale verandering - inflatie
van inkomen van inkomen
reële inkomen per hoofd van de bevolking: reële inkomen gecorrigeerd voor de groei van
de bevolking.
Procentueel aandeel berekenen: (deel/geheel) x 100%
Procentuele verandering berekenen: ((nieuw-oud)/oud) x 100%
Wat is het verschil tussen procent, procentpunt en promille?
- Procent is een honderdste deel (per 100)
- Procentpunt is het absolute verschil tussen 2 percentages
- Promille is 1%=0.1% (per 1000)
Indexcijfers:
- verhoudingsgetal
- zegt iets over de procentuele verandering van een grootheid in een bepaald jaar t.o.v
het basisjaar
Indexcijfer: (waarde/basiswaarde) x 100%
Basisjaar: het jaar dat als startpunt wordt gebruikt voor de berekening van procentuele
veranderingen en indexcijfers. Het basisjaar wordt gelijkgesteld aan 100.
CPI: consumentenprijsindexcijfer
1.3 Inkomen
5 primaire inkomens: loon, rente, huur, pacht en winst.
Modaal Inkomen: Het inkomen wat het meest voorkomt.
2 soorten inkomen:
1. Primaire inkomens (met een tegenprestatie)
- Uit arbeid; loon
- Uit vermogen; huis,spaargeld
( bezittingen - schulden )
2. Overdrachtsinkomen (zonder tegenprestatie)
- Uitkeringen; AOW
- Toeslagen; huur-,zorg-,kinderopvangtoeslag
Primair - belastingen + sociale uitkeringen = Secundair inkomen
inkomen en premies en toeslagen ( besteedbaar inkomen)
Premie: prijs van een verzekering.
Sociale premies: prijs van een sociale verzekering. (verplicht)
Inflatie: De gemiddelde prijsstijging van goederen en diensten die consumenten kopen.
- kosteninflatie; loon, belastingverhoging, media
, - bestedingsinflatie; vraag groter dan aanbod
gevolg: je kunt met hetzelfde geld minder kopen.
2 oorzaken:
1. stijging van de lonen die vervolgens door bedrijven wordt doorberekend in de
verkoopprijzen.
2. stijging van de btw die wordt doorberekend in de verkoopprijzen.
Hyperinflatie: Extreme prijsstijging
- ontstaat doordat de centrale bank van een land grote hoeveelheden geld creëert die
niet in verhouding staan tot de economische groei.
Gevolg: verlies van koopkracht en verlies van vertrouwen in geld.
Deflatie: Een gemiddelde prijsdaling van goederen en diensten die consumenten kopen.
gevolg: besteding bedrijven nemen af, minder te produceren, minder mensen nodig om te
produceren, werkloosheid neemt toe.
2 oorzaken:
1. Door dalende productiekosten wordt de verkoopprijs verlaagd door bedrijven.
2. Door te lage bestedingen verlagen bedrijven hun prijzen.
Formule CPI: (indexcijfer + weging )
( indexcijfer + weging )
totale weging
CBI = Centraal Bureau voor de statistiek, alle data van de nederlandse economie etc.
Reëel inkomen: De hoeveelheid goederen en diensten die je met je inkomen kunt kopen.
Nominaal inkomen: Het inkomen in euro’s.
Geldontwaarding: Voor hetzelfde geld, minder kunnen kopen.
Prijscompensatie is een loonsverhoging om de gestegen prijzen te compenseren. Er is
sprake van prijscompensatie als de lonen in procenten evenveel stijgen als de prijzen.
Indexcijfer koopkracht: indexcijfer nominaal inkomen / prijsindexcijfer (CPI) x 100
reële verandering = nominale verandering - inflatie
van inkomen van inkomen
reële inkomen per hoofd van de bevolking: reële inkomen gecorrigeerd voor de groei van
de bevolking.