Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Brein en Omgeving (deel A)

Rating
4.0
(3)
Sold
34
Pages
58
Uploaded on
09-05-2025
Written in
2024/2025

In deze samenvatting vind je de aantekeningen van de hoorcolleges + een samenvatting van de artikelen, die verplicht zijn voor studiejaar : Cantor, Johnson, Blair, Fiske, Fisher, Hendry, Bonini, Schurz, Pinkham, Alrousan, Bathory, Herzberg, IJzendoorn en Tarullo.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Hoorcollege 1: introductie
Aantekeningen hoorcollege
Wat is ontwikkeling?
Nature vs nurture debat:
 Nature: aangeboren, rijping, biologisch/genetisch bepaald
 Nurture: omgeving doet ertoe, je kan iedereen alles leren, je wordt geboren met een
schone lei, opvoeding, ervaren, belonen & straffen

Eerste 1001 dagen maakt ons tot wie we zijn > cruciale periode voor de ontwikkeling: grote
plasticiteit, grote kansen en grote kwetsbaarheid.

Definitie Baltes:
‘De beschrijving, verklaring en beïnvloeding van intra-individuele verandering in gedrag
gedurende de levensloop en met interindividuele verschillen en overeenkomsten in intra-
individuele verandering’ > Hoe verandert een persoon over de levensloop? In hoeverre zijn
deze veranderingen vergelijkbaar of verschillend tussen personen?

Vijf kenmerken van ontwikkeling:
1. Organisatie van de processen gaat van eenvoudig naar complex
2. Volgorde & sequentie: latere vormen komen voort uit eerdere vormen, die ingebouwd
zijn in het proces (stadia)
3. Richting: ontwikkeling in meerdere richtingen (niet alleen lineair) > vaak meer, maar
kan ook minder
4. Epigenese en emergentie:
a. Epigenese: verschillende processen die interacteren om tot ontwikkeling te
komen, continu samenspel tussen organisme en omgeving
b. Emergentie: interactie met omgeving zorgt voor nieuwe
systeemeigenschappen, je kan niet terugdraaien naar de oorspronkelijke
situatie (kwalitatieve verandering)

Gottlieb > probabilistische epigenese: de ontwikkeling is een continue interactie, alles
beïnvloedt elkaar, maar is een wisselend/dynamisch proces.




5. Relatieve permanentie en onomkeerbaarheid: je gaat niet terug, leidt tot een min of
meer blijvende toestand, terugkeer naar oorspronkelijke toestand gebeurt niet (kunnen
wel kortdurende regressies zijn)

Artikel van Cantor is het raamwerk voor deze cursus. 5 key findings:
1. Ontwikkeling is afhankelijk van wederkerige relaties tussen individu en omgeving
2. Elke ontwikkeling is een dynamische progressie over tijd

, 3. Relaties met anderen zijn heel belangrijk > geen sociale omgeving = suboptimaal
4. Kinderen zijn kwetsbaar > op elk niveau kansen én risico’s, sociale omgeving is
beschermend
5. Kinderen zijn active agents over hun eigen leerervaringen, en zijn niet alleen maar
passieve ontvangers. Er is een uniek leerproces voor elk kind > ontwikkeling en leren
is altijd aan elkaar verbonden, in de context (holistisch + dynamisch)

Belangrijke theorieën
 Evolutiepsychologie: gedrag ouder en kind zijn het product van een evolutionair
proces > best passende gedrag in deze omgeving
o Doel opvoeden: kind naar volwassenheid brengen + zo goed mogelijk laten
ontwikkelen, zodat jouw genetisch materiaal wordt doorgegeven aan de
volgende generatie
o Verklaring opvoedgedrag: verhogen van de overlevingskans
 Hechtingstheorie: aangeboren neiging tot hechting (=stabiele emotionele relatie tussen
kind & ouder), kwaliteit van de relatie hangt af van de sensitiviteit van de ouder
 Leertheorie/behaviorisme: gedrag is aangeleerd en kan veranderd worden door
conditionering (belonen & straffen)
 Sociale leertheorie: ontwikkeling gaat via interacties met de omgeving
(imiteren/modelling), waardoor een gevoel van controle en zelfvertrouwen ontstaat
 Sociale cognitieve theorie: kinderen leren in de zone van de naaste ontwikkeling
(scaffolding), in sociaal-culturele context met anderen die meer ontwikkeld zijn
 Gedragsgenetica: genetica doet ertoe, ontwikkeling is het resultaat van genetica &
omgeving > klassieke kwantitatieve methode: hoeveel variantie wordt verklaard door
genetica & hoeveel door omgevingsfactoren?
o Later kwam er een nuancering van deze benadering > gen x omgeving
interacties, DNA-methylering
o Deze benadering heeft veel kritiek op pedagogen

Kritiek op deze theorieën:
 Evolutiepsychologie: onderschat de invloed van cultuur
 Hechtingtheorie: biedt geen verklaring hoe kinderen leren
 Sociale leertheorie: houdt geen rekening met individuele kenmerken en negeert de
actieve rol van individuen
 Gedragsgenetica: overschatting van de invloed van genetische factoren

Moderne theoretische modellen en begrippen
Developmental systems theory (DST): biedt een nuttig, flexibel kader om te zien hoe
meerdere factoren - zowel binnen een individu als zijn/haar micro- en macro-omgevingen -
samenwerken om vorm te geven aan hoe kinderen leren, veranderen en systematisch groeien
gedurende het hele ontwikkelingscontinuüm. Twee basisprincipes:
1. Meerdere kenmerken van individu & context werken samen om alle aspecten van
gedrag te produceren
2. Variabiliteit en stabiliteit helpen om de ontwikkeling te begrijpen
a. Variabiliteit: normen, inzicht in wat ontwikkeling is en in oorzaken van
variaties (drivers)
b. Stabiliteit: identificeren van patronen die ontstaan en blijven over de tijd

Er zijn relaties tussen alle systemen en deze relaties zijn complex. Twee kerneigenschappen:

, 1. Relationeel: alle verklaringen zijn complementair, 1 is niet belangrijker dan 2, alles is
informatief
2. Holistisch: geheel is meer dan de delen, elk deel wordt bepaald door andere delen en
de onderlinge relaties

Dynamische systeem theorie: gedrag zit in de interactie tussen brein-lichaam-taak-omgeving.
- Er is geen enkele factor of element in het kind-omgeving systeem dat
gedrag/ontwikkeling stuurt, gedrag zit niet in het brein.
- Ontwikkeling is een dynamisch, niet-lineair proces. Fasen van stabiliteit worden
afgewisseld door plotselinge sprongen en tijdelijke regressies.
- Spontaan gedrag komt voort uit de samenwerking met individu, omgeving en de taak

Embodiment: er is een dynamische wisselwerking tussen zenuwstelsel-lichaam-omgeving,
waarbij het ene element niet belangrijker is dan het andere.
- We kunnen het brein niet begrijpen zonder het lichaam, dat kan je niet los van elkaar
zien.
- Cognitie ontstaat in real-time interactie tussen persoon & omgeving, het is niet intern
en niet in de omgeving, maar in de interactie tussen persoon en omgeving
- Er is geen onderscheid tussen gedrag en cognitie > wat ik doe, is wat ik weet. Emoties
zijn ontstaan in een moment en zijn een resultaat van eerdere ervaringen, lichamelijke
sensaties en context. Alles draagt bij tot het ontstaan van emoties.

Ecologische psychologie: informatie zit niet in een persoon, maar in de omgeving. Ze leren
door perceptie-actiekoppelingen. Kinderen leren affordances van de omgeving kennen
(actiemogelijkheden)

Constraints: beperkingen/begrenzingen
- Developmental constraints: begrenzing van de groeipotentie/variatie van de fenotype
- Bv. genetische eigenschappen en omgeving hebben bepaald dat wij niet sneller
kunnen rennen dan een jachtluipaard of scherper kunnen zien dan een roofvogel

Neuroplasticiteit: vermogen om functie/organisatie te veranderen onder invloed van
ervaringen > meest plastisch in de vroege kinderjaren! (benutten van leerervaringen, betere
adaptatie en leervermogen)
- Ook sprake van hogere kwetsbaarheid tijdens sensitieve perioden

Emergentie: cognitie ontstaat uit de combinatie van kleinere delen, maar is zelf niet te
herleiden tot die kleinere delen. Het geheel is meer dan de delen.
- Neuro-emergentie: verschillende hersengebieden betrokken bij simpele functies
komen samen tot meer complexe cognitieve functies

Cantor
Dynamic systems theory (DST)
De dynamische systeemtheorie (DST) biedt een nuttig en flexibel kader om te begrijpen hoe
meerdere factoren—zowel binnen een individu als in zijn/haar micro- en macro-omgevingen
—samenwerken om vorm te geven aan hoe kinderen leren, veranderen en zich systematisch
ontwikkelen over het hele ontwikkelingscontinuüm.

,De DST is een epigenetische visie op ontwikkeling als ‘een voortdurend, constructief proces
tussen het individu en meerdere biologische, psychologische en socioculturele systemen en
agents over tijd.’ > het gaat om de interactie tussen brein-lichaam-taak-omgeving.

De DST heeft 2 basisprincipes:
1. Meerdere kenmerken van individuen en context werken samen om alle aspecten van
gedrag tot stand te brengen
2. Zowel variabiliteit als stabiliteit in prestaties bieden belangrijke informatie voor het
begrijpen van de menselijke ontwikkeling
a. Variabiliteit: norm van menselijke ontwikkelingsprocessen, inzichten over de
aard van ontwikkeling en inzicht in de oorzaken van variaties in
ontwikkelingsbereik, volgorde en tempo van vaardigheidsverwerving
b. Stabiliteit: identificeren van patronen die ontstaan en blijven over de tijd

Uiteindelijk biedt DST een middel om te ordenen en uit te leggen hoe complexe relaties
tussen onze biologische en fysiologische systemen, sociale omgevingen, en onze beoordeling,
interpretatie en internalisering van ervaringen ontwikkelingspaden vormgeven en
mogelijkheden creëren om ontwikkeling te optimaliseren.

Kernbevindingen uit dit artikel
I. Menselijke ontwikkeling hangt af van de voortdurende, wederkerige relaties tussen
iemands genetica, biologie, relaties en culturele en contextuele invloeden.
 Menselijke ontwikkeling vindt plaats binnen geneste, onderling verbonden micro- en
macro-ecologische systemen die zowel risico’s als kansen voor ontwikkeling bieden
en de ontwikkeling zowel direct als indirect beïnvloeden.
 Epigenetische adaptatie is het biologische proces waarbij deze wederkerige individu-
contextrelaties kwalitatieve veranderingen in de expressie van ons genetisch materiaal
veroorzaken, zowel binnen als over generaties heen.
 Genen zijn chemische “volgers”, niet de drijvende krachten, in
ontwikkelingsprocessen; hun expressie op biologisch niveau wordt bepaald door
contextuele invloeden.
 De ontwikkeling van de hersenen begint prenataal en verloopt in één
ontwikkelingscontinuüm tot ver in de jongvolwassenheid. Kansen voor verandering,
interventie en groei bestaan over het gehele ontwikkelingscontinuüm, met bijzonder
gevoelige perioden in zowel de vroege kindertijd als de adolescentie.
 De ontwikkelingssysteemtheorie en bijbehorende wiskundige modellen van
dynamische systemen bieden een holistisch, gecontextualiseerd raamwerk waarbinnen
diverse, vakspecifieke wetenschappelijke kennis geïntegreerd kan worden, wat een
dieper begrip van het zich ontwikkelende brein en het gehele kind in context mogelijk
maakt.
 Intergenerationele overdracht is geworteld in biologische en sociale processen die
beginnen vóór de geboorte van een kind. Het voorkomen van negatieve gevolgen van
tegenslag kan de overdracht van risico’s naar toekomstige generaties voorkomen.
Omgekeerd kan het opbouwen van individuele en omgevingsgerichte hulpbronnen de
intergenerationele overdracht van adaptieve systemen en kansen bevorderen.
II. De ontwikkeling van ieder individu is een dynamisch proces over tijd.
 Het menselijk brein is een complex, zelforganiserend systeem.
 Neurale plasticiteit en veranderlijkheid stellen het brein in staat zich voortdurend aan
te passen aan ervaringen, die als een “stressfactor” voor hersengroei functioneren
gedurende de ontwikkeling.

,  Ieders ontwikkeling verloopt niet-lineair; heeft een uniek tempo en bereik; kent
meerdere diverse ontwikkelingspaden; beweegt van eenvoud naar complexiteit in de
tijd; en omvat patronen van functioneren die zowel variabel als stabiel zijn.
 De ontwikkeling van het hele kind vereist de integratie en onderlinge verbondenheid
—zowel anatomisch als functioneel—van affectieve, cognitieve, sociale en emotionele
processen. Hoewel deze processen—met name cognitie en emotie—historisch als
tegengesteld zijn gezien, zijn ze onlosmakelijk verbonden en organiseren en voeden ze
gezamenlijk al het menselijk denken en gedrag.
 De ontwikkeling van complexe dynamische vaardigheden vindt niet in isolatie plaats;
deze vereist het stapelen en integreren van vereiste vaardigheden en domeinspecifieke
kennis, evenals de invloed van contextuele factoren.
 Inter- en intra-individuele variabiliteit in de opbouw van vaardigheden en prestaties—
die beide zeer gevoelig zijn voor contextuele invloeden en ondersteuning—is de norm.
Het optimaliseren van ontwikkeling vereist inzicht in zowel stabiliteit als variabiliteit
in groei en functioneren.
III. De menselijke relatie is een primair proces waardoor biologische en contextuele
factoren elkaar wederzijds versterken.
 De menselijke relatie is een geïntegreerd netwerk van duurzame emotionele banden,
mentale representaties en gedragingen die mensen over tijd en ruimte met elkaar
verbinden.
 Hechtingspatronen worden gevormd door gedeelde ervaringen van co-regulatie,
afstemming, mis-afstemming en her-afstemming. Hoewel belangrijk voor het
vormgeven van toekomstige relatiepatronen, blijven vroege patronen open voor
verandering naarmate kinderen eerdere ervaringen herinterpreteren en opnieuw
beoordelen in het licht van nieuwe ervaringen.
 Ontwikkelingspositieve relaties zijn fundamenteel voor een gezonde ontwikkeling; ze
veroorzaken kwalitatieve veranderingen in het genetisch profiel van een kind en
leggen individuele ontwikkelingspaden vast die de basis vormen voor levenslang leren
en aanpassing.
 Ontwikkelingspositieve relaties worden gekenmerkt door afstemming, co-regulatie,
consistentie en het vermogen van de verzorger om de innerlijke toestand van een kind
nauwkeurig waar te nemen en daarop te reageren. Dergelijke relaties sluiten aan bij de
sociaal-historische leefwereld van een kind en bieden bescherming, emotionele
veiligheid, kennis en ondersteuning bij het ontwikkelen van leeftijdsadequate
vaardigheden.
 De opbouw van ontwikkelingspositieve relaties kan opzettelijk worden geïntegreerd in
het ontwerp van vroege zorg- en onderwijsomgevingen, praktijken en interventies.
IV. Alle kinderen zijn kwetsbaar. Naast risico’s en tegenslagen bieden micro- en macro-
ecologieën hulpbronnen die veerkracht bevorderen en gezonde ontwikkeling en leren
versnellen.
o De ontwikkeling van kinderen vindt plaats binnen micro-ecologische contexten (bijv.
gezinnen, leeftijdsgenoten, scholen, gemeenschappen, buurten) evenals macro-
ecologische contexten (bijv. economische en culturele systemen). Deze contexten
omvatten relaties, omgevingen en maatschappelijke structuren.
o Tegenslag oefent via het biologische proces van stress een diepgaande invloed uit op
ontwikkeling, gedrag, leren en gezondheid.
o Veerkracht is een algemeen fenomeen waarbij bevorderende interne en externe
systemen samenwerken om positieve uitkomsten mogelijk te maken, zelfs bij
aanzienlijke tegenspoed. Aangezien geen twee kinderen uit dezelfde combinatie van
ervaringen en ondersteunende hulpbronnen putten, zijn veerkrachtpaden divers, maar

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 9, 2025
File latest updated on
May 19, 2025
Number of pages
58
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$11.45
Get access to the full document:
Purchased by 34 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all 3 reviews
11 months ago

10 months ago

11 months ago

4.0

3 reviews

5
1
4
1
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
elishavanbraak Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
506
Member since
3 year
Number of followers
190
Documents
23
Last sold
6 days ago

3.7

71 reviews

5
22
4
24
3
14
2
5
1
6

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions