Wat is behaviorisme?
leren is het gevolg van een prikkel (stimulus) die
een reactie voortbrengt in de vorm van bepaald
gedrag (respons). De invloed van de
omgevingsfactoren is veel groter dan invloed van
aangeboren persoonlijkheidsfactoren. Voor behaviorisme gaat het niet om wat
er zich in het hoofd afspeelt.
Klassiek conditioneren (Pavlov)
Bepaald bestaand gedrag kan veranderen door invloed uit de omgeving. Dit
gaat onbewust en automatisch. Wanneer een neutrale stimulus gelijkmatig
optreedt met een stimulus die bij mensen een automatische (reflex) reactie
oplevert zal de respons op de neutrale stimulus veranderen. Dit wordt ook wel
emotioneel leren genoemd. Er wordt namelijk een bepaalde emotie
opgeroepen die aangeleerd is door een prikkel.
Voorbeeld = een kind ziet een kat (neutrale stimulus) en aait de kat (respons).
Wanneer een kind de kat ziet en tegelijkertijd een man hoort schreeuwen om
de kat te verjagen zal het kind schrikken. Als dit vaker gebeurt zal het kind al
schrikken bij het zien van de kat zonder geluid.
Ongeconditioneerde stimulus = geschreeuw
Ongeconditioneerde respons = schrikken
Geconditioneerde stimulus = kat
Geconditioneerde respons = schrikken
Operant conditioneren (Skinner)
Het leerproces waarbij spontaan gedrag gekoppeld wordt aan een beloning of
straf. Verschil klassiek conditioneren: spontaan gedrag is niet gekoppeld aan
bepaalde stimulus. Voorbeeld: bij een computer spelletje ga je gewoon klikken
op de muisknop en ontdek je zo hoe je beloond wordt met extra punten.
Modelleren
Het voordoen van bepaald gedrag. Dit gedrag wordt afgekeken, nagedaan of
geïmiteerd en vervolgens wordt de leerling hierin bevestigd door de docent.
Stimulus is gedrag voordoen en response is gedrag nadoen.
Wat is cognitivisme?
Aandacht voor het leerprocessen in de hersenen. De leerling is hier niet een
passief individu dat reageert op stimuli zoals bij behaviorisme, maar een
actieve leerling die zelf orde schept in alle aangeboden stimuli. Leerlingen
construeren (opbouwen/samenstellen) dus eigen kennis, de kennis wordt niet
kant-en-klaar in hoofd van leerlingen ‘gegoten’.
Zelfontdekkend leren (Bruner): de student zoekt, selecteert en bewerkt kennis
zelf zodat het in de cognitieve structuur past. De leraar stuurt weinig aan bij
het leerproces van de leerling. De enige eis is dat bepaalde kernbegrippen
steeds terugkomen in een andere context, en zo langzaam meer kennis
toegevoegd wordt aan de al bekende begrippen.
Betekenisvol, docent-gestuurd onderwijs (Ausubel). Volgens deze theorie hangt
het leren van mensen af van hun eerdere cognitieve structuur, die gekoppeld is
aan de nieuwe informatie. Er moet een koppeling zitten tussen de voorkennis