,Thema 1 - Islam/Iran
Hoorcollege 1 - jonge wereldgodsdienst en cultuur
‘De’ Islam bestaat niet: er zijn vele vormen gemengd in landen. In Saoedi-Arabië zijn
er andere gebruiken dan in Afrika. Elke cultuur vult de Islam anders in: moslims in
Nederland passen zich enigszins aan qua kleding etc. Je kan uiteraard ook moslim zijn
zonder het te praktiseren.
De beeldvorming van de islam is vrij stereotyperend. Dit werkt twee kanten op: als je
in Saoedi-Arabië ‘Amerika’ googelt zal je ook een stereotyperend beeld krijgen. Na
terroristische aanslagen zijn deze stereotypen extra negatief.
Westerse ideologieën: democratisch - seculier - materialistisch - geloof is individueel
Islamitische ideologie: gemotiveerd door religieuze overtuigingen.
Islamitische wereld vs westerse wereld:
Moslims: in het westen is een botsing tussen hebzucht en geloof dankzij het
kapitalisme en andere westerse zaken.
Westen: moslims zijn een bron van geweld/anarchie, dit is een gevaar voor
democratische normen en waarden, voor een stabiel en welvarend westen.
LET OP: wij moeten ons in het westen realiseren dat er een evenwicht moet zijn tussen
het wereldse (dunya) en het religieuze (din). Er moet dus een bewustwording van
kennis zijn.
Islamitische traditie geworteld in het denken en debatteren, dit gaat helemaal terug
naar de profeet zelf. Moslims streven naar de profeet en dit is het ideaalbeeld.
Voorbeeld: mobiele telefoons in moskee —> eerst kijken ze terug in de Koran en of de
profeet er iets over heeft gezegd. Als dit niet het geval is wordt er in de traditie van de
islam een regel bedacht over mobiele telefoons in de moskee.
De geschiedenis van de Islam is de geschiedenis van ideeën en het vermogen om
daden van de mens te beïnvloeden. Met die ideeën wordt het gedrag van mensen
gestuurd (het wordt in ieder geval geprobeerd). De Koran wordt dus als leidraad
gebruikt om antwoorden te vinden op hedendaagse zaken. Soenna = boek waar
daden en uitspraken van Mohammed instaan, hier staan belangrijke levenslessen in.
Sharia = islamitische wetgeving (Koran en Soenna samen).
Er ontstond een grootse gedachte: geloven in het goddelijke en leven in het hier en nu
—> hierdoor ontstonden kernprincipes: evenwicht en medeleven. De moslims kunnen
zelf in contact treden met allah, daarom reinigen ze zich ook voordat ze gaan bidden.
In het christendom is daar een priester voor nodig. De koran zegt dat elk individu
verantwoordelijk is voor eigen daden. Islam wijst op samenhang tussen alles: de
eenheid van het universum, eenheid van God, eenheid van het bestaan (tauhid).
De Islam is een theologie, maar ook een sociologie. De complete beschaving van de
Islam is namelijk een levensfilosofie. De godsdienst zit verweven in de maatschappij
en het dagelijks leven. De gebruiken zijn onleend aan 5 pijlers: als je je hieraan houdt
ben je een goede moslim—>
1. Shahada = geloofsovertuiging
2. Salat = 5x bidden per dag richting Mekka, het gebed mag ook thuis gebeuren en
het kan ingehaald worden
3. Ramadan = vastenmaand, zodat je ervaart hoe het is om honger te hebben
4. Zakat = aalmoes, mensen die bedelen eten of geld geven, maar ook bijvoorbeeld
geld doneren aan de moskee
5. Hadj = één keer in leven op bedevaart
Koran: vergankelijk: behoedzaam met aarde omgaan. Naar sterren omzien in
verwondering (kennis vergaren). Docenten zijn bijvoorbeeld zeer belangrijk.
,Containerbegrippen:
• Umma = geloofsgemeenschap, alle moslims over de hele wereld
• Jihad = innerlijke reiniging
• Fatwa = regel die een religieuze uitspreekt, gelovigen zijn het hier niet altijd mee
eens
• Mullah = lage geestelijke leider
• Sjeik = iemand die een opleiding over de Koran heeft gedaan
• Ayatollah - Ayatollah al Uzma (soort paus) = geestelijke leider, al Uzma =
allerhoogste geestelijke macht (zwarte of witte tulband hangt af van wie je afstamt)
Wanneer krijgt het westen belangstelling voor het midden-oosten? —> Napoleon ging
naar Egypte in 1798-1801, dit was een herontdekking van de Islam. De beeldvorming
die vanaf 1900 ontstond door kolonialisme was typisch stereotyperend. De
oosterlingen waren anders geaard, lethargie (lui) en fanatisme.
Beeldvorming in Nederland krijgt vorm vanaf Hugo de Groot, hij gebruikte bronnen die
afkomstig waren van Spanjaarden die bronnen gebruikten uit het Midden-oosten. Hij
vergeleek Mohammed met Jezus waarbij Jezus uiteraard goed uit de verf kwam.
Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) was een oriëntalist. Hij sprak Indonesisch en
Arabisch en schreef veel boeken. Hij besefte dat hij naar een islamitisch land toe
moest om over de Islam te schrijven. Hij gaf de regering adviezen over het besturen
van Indonesië, aangezien daar veel moslims woonden. Zijn advies luidde: dwing deze
mensen niet tot christendom. Hij zei dat moslims deugdzaam waren en vergelijkbaar
met christenen. Hij veranderde de negatief beeldvorming richting positief.
Theodor Nöldeke en Ignaz Goldziher waren vergelijkbaar in andere delen van Europa.
Islampolitiek: Nederland voerde koloniale politiek en hierdoor emigreerden veel
moslims.
• Eind 19e eeuw: studenten uit Nederlands-Indië
• 1951: KNIL-militairen
• Jaren 60-70: Turkse, Marokkaanse arbeidsmigranten
• 1975: Surinamers (30.000)
• Vandaag de dag zijn er veel verschillende soorten nationaliteiten
Ontstaan van de Islam:
In 570 wordt Mohammed ‘geboren’, hij komt ter aarde. Zijn oom voedde hem op en al
snel bleek dat het een opmerkelijk persoon was. Hij groeit op in het toen nog
polytheïstische Mekka. Hij werkte voor een oude, wijze vrouw en drijft handel voor
haar. Mohamed trouwt met deze vrouw. In 610 verschijnt de engel Gabriël voor hem
en geeft hem en boodschap. Dit is zijn teken om het woord van Allah te verspreiden.
Zijn vrouw bekeert ook. Hij begint met het verspreiden van het woord dat er maar één
God is. Hij is een bedreiging, maar hij krijgt ook meer volgers. Hij vlucht in 621 naar
Medina en hier bedenken ze regels en bouwen ze een moskee. Hier begint de
Islamitische jaartelling. Het gezicht van Mohammed is vaak wit op beelden, aangezien
het niet afgebeeld mag worden. Aboe Bakr volgt hem op, daarna Omar en Oethman,
dan komt Ali en op dat moment is er een splitsing tussen Soennieten en Sjiieten. De
opvolgers worden kaliefen genoemd.
Er zijn drie stromingen in de wetenschap over islamitisch geloof
• De heilsgeschiedenis (pagina 63) = wat de gelovigen zeggen
• Het nieuwste historische onderzoek = gebaseerd op bronnen (weinig)
• Traditionele oriëntalistische onderzoek (pagina 38) = combi van hierboven, ze
geloven selectief
, Artikel
Considering World History as a Space for Developing Global
Citizenship Competencies
Brian Girard & Lauren McArthur Harris
Dit artikel gaat over hoe we wereldgeschiedenis en wereldburgerschap samen kunnen
vormgeven en hoe dat momenteel gaat in de Verenigde Staten. Dit is hard nodig,
omdat we de wereldgeschiedenis willen onderzoeken zonder belangrijke volken,
regio’s of tijdperiodes uit te sluiten. De wereldgeschiedenis biedt een basis voor het
soort onderzoek dat vereist is voor het wereldwijde burgerschap.
Andere geleerden-pleitbezorgers voor mondiaal onderwijs benadrukten de
kernelementen van mondiaal onderwijs, waaronder "kennis van wereldwijde
onderlinge verbondenheid"; 'onderzoek naar mondiale vraagstukken', en
'vaardigheden in perspectiefbewustzijn'. We hebben ons gericht op drie vaardigheden
die duidelijk illustreren hoe cursussen over wereldgeschiedenis een ideale locatie
kunnen zijn voor de ontwikkeling van wereldburgerschap: (1) onderlinge
verbondenheid, (2) onderzoek en (3) perspectief innemen.
Natuurlijk zouden cursussen wereldgeschiedenis slechts enkele van de competenties
kunnen behandelen die voorstanders van wereldburgerschap suggereren. De
bedoeling van dit artikel is om de aspecten van een robuust curriculum voor
wereldgeschiedenis te benadrukken dat tegelijkertijd enkele van de doelen van
wereldburgerschap zou aanpakken. De doelen en vaardigheden van
wereldgeschiedenis kunnen een aanvulling zijn op de doelen en vaardigheden van
wereldburgerschap. Daarnaast kunnen de doelen en vaardigheden van
wereldburgerschap ervoor zorgen dat het vak (wereld)geschiedenis echt vanuit
mondiaal perspectief gegeven kan worden. Kortom, de doelen en vaardigheden van
beide vakken moeten dus integreren.
Een "wereldburger" is gewoon een nationale burger die weet en geeft om de
geschiedenis en hedendaagse zaken van de hele mensheid.
Zoals eerder vermeld, zijn er momenteel enkele cursussen over wereldgeschiedenis
met een wereldwijd kader die al zijn voorbereid op het opnemen van vaardigheden en
inhoud die zijn opgenomen in doelen voor wereldburgerschap. Gezien de
veelzijdigheid en overlapping van deze vaardigheden, zou het in deze gevallen niet
nodig zijn om het curriculum volledig te herzien, maar in plaats daarvan zou het
leraren en curriculumschrijvers verplichten om doelgerichter te zijn over hoe ze
wereldhistorische inhoud kunnen combineren met wereldburgerschapsvaardigheden.
Voor cursussen wereldgeschiedenis met een regionale benadering zou ook meer focus
moeten komen op het vergelijken van deze regio’s. Leerlingen moeten verbanden
herkennen, op deze manier wordt het onderwijs nog mondialer. Wereldgeschiedenis is
slechts één vak in de grotere sociale studies en het schoolcurriculum. Om echt
wereldburgers te produceren, zullen er aanhoudende inspanningen moeten zijn voor
meerdere cursussen en cijfers (Merryfield, 2008). Met meer expliciete aandacht voor
een mondiaal kader in de wereldgeschiedenis en de integratie van vaardigheden op
het gebied van wereldburgerschap, kan de wereldgeschiedenis echter een belangrijke
ruimte zijn waar dit werk plaatsvindt.