Opgezette buik/buikpijn
Endometriumcarcinoom
Epidemiologie
In Nederland wordt jaarlijks bij ongeveer 1900 vrouwen een endometriumcarcinoom
gediagnosticeerd. Per jaar overlijden ongeveer 400 vrouwen aan de gevolgen van een
endometriumcarcinoom.
Incidentie 22:100.000 per jaar. 75% van de vrouwen is postmenopauzaal. De piekleeftijd is 55 tot 60
jaar.
Klinisch beeld
In het begin kan het asymptomatisch zijn. Na verloop van tijd ontstaat er onregelmatig
(menometrorragie) of postmenopauzaal bloedverlies met overvloedige leukorroe (witte
afscheiding).
Anatomie
De wand van de uterus bestaat uit drie
lagen:
- Perimetrium – de incomplete
buitenste sereuze laag
- Myometrium – de middelste dikke
laag, bestaande uit verstrengelde
bundels glad spierweefsel.
- Endometrium – de mucosale
bekleding van de uterine caviteit.
Het is simpel kolomvormig epitheel met daaronder een dikke lamina propria.
Pathofysiologie
De endometriumcarcinoom kan onderverdeeld worden in de volgende typen:
Type I (endometroïdcarcinoom) – dit type carcinoom is het meest voorkomend type (80%).
De meeste zijn goed gedifferentieerd en lijken op proliferatieve endometriale klieren. Ze
ontstaan meestal vanuit hyperplasie. Ze zijn geassocieerd met obesitas, diabetes,
hypertensie, infertiliteit en oestrogeen stimulatie.
Type II – dit type carcinoom komt meestal voor bij oudere vrouwen en in tegenstelling tot
type I ontstaat het vaak vanuit endometriale atrofie. Type II tumoren zijn vaak slecht
gedifferentieerd en veroorzaken ongeveer 15% van de endometriumcarcinomen. Het meest
voorkomend type II tumor is het sereuze carcinoom. Een andere type II carcinoom is het
clear cell carcinoom.
,Diagnostiek
Gynaecologisch onderzoek
- Macroscopische inspectie van de cervix
- Cervicale cytologie (in 50% van de gevallen is dit positief)
- Bimanuele palpatie - er ka een vergrote en/of gefixeerde uterus gevoeld worden.
Verder kunnen de inguinale en supraclaviculaire lymfeklieren gezwollen zijn.
Er wordt een transvaginale echo gemaakt om de grootte van de uterus en de dikte van het
endometrium te meten. Indien endometrium >4 mm is het verdacht.
Om de stadiëring en het histologisch beeld te bepalen wordt een pipelle of hysteroscopie
uitgevoerd. Bij een pipelle wordt met een dun buisje (pipelle) via de baarmoedermond wat
baarmoederslijmvlies weggenomen.
Om metastase uit te sluiten wordt er een X-/CT-/MRI-thorax gemaakt.
,Behandeling
Curatief chirurgisch
Primaire bestaat de behandeling uit chirurgie.
Uterus- en adnexextirpatie/hysterectomie – verwijdering van de uterus en de adnexen
Lymfadenectomie – lymfeklieren in de buikholte worden verwijderd
Debulking van alle tumorlokalisaties – de tumorlokalisaties (bv. Uterus, adnexen) worden
verwijderd. Indien niet mogelijk worden ze teruggebracht tot 1 cm of minder.
Curatief
Adjuvante radiotherapie (brachytherapie (=inwendige bestraling)) – De radiotherapie wordt
aanvullend gegeven op de curatieve behandeling (vaak chirurgie). De bestraling zorgt ervoor
dat de kans kleiner is dat het gezwel terugkomt.
Chemotherapie
Palliatief
Radiotherapie
Chemotherapie
Hormoontherapie – Het weten van de hormoonreceptorstatus kan belangrijk zijn in de keuze
voor de behandeling. Indien de kanker een of meer van de hormoonreceptoren bevat, kan er
hormoontherapie medicatie gebruikt worden om de oestrogeen niveaus te verlagen of het
voorkomen dat het oestrogeen kan inwerken op de kankercel.
o ER-positief – kanker heeft oestrogeen receptoren
, o PR-positief – kanker heeft progesteron receptoren
o Hormoon receptor-positief – indien de kankercel een of beide bovenstaande
receptoren bevat is het een hormoon-receptieve positieve kanker
o Hormoon receptor-negatief – indien de kankercel een of beide bovenstaande
receptoren bevat is het een hormoon-receptieve negatieve kanker
Risicofactoren
Type I endometriumcarcinoom:
Langdurige oestrogeenstimulatie door bijv. hoge leeftijd, obesitas (meer vetcellen meer
oestrogenen), nullipariteit, late menopauze, oestrogeensuppletie, anovulaire cyclus (cyclus
waarbij geen eicel vrijkomt).
Genetisch: Lynch syndroom
Type II endometriumcarcinoom: onbekend
Prognose
Stadium I: 1 jaar na de diagnose zijn bijna alle patiënten nog in leven, na 5 jaar is dit 93%
Stadium II: 1 jaar na de diagnose is 95% van de patiënten nog in leven, na 5 jaar is dit 75%
Stadium III: 1 jaar na de diagnose is 80% van de patiënten nog in leven, na 5 jaar is dit 48%
Stadium IV: 1 jaar na de diagnose is 48% van de patiënten nog in leven, na 5 jaar is dit 15%
Bronnen
- https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/endometriumcarcinoom/
epidemiologie_en_etiologie.html
- Robbins Pathology
- Compendium Geneeskunde
- https://www.cgoa.nl/wp-content/uploads/2019/11/Endometriumcarcinoom-protocol-15-10-
2019.pdf