BMEZ2021 – COLLEGE 1: KWALITEIT VAN
LEVEN: METEN IS WETEN
DONDERDAG 5 SEPTEMBER 2019
WAT IS KWALITEIT?
- Kwaliteit oorspronkelijk gereserveerd voor consumptie-/kapitaalgoederen
- Kwaliteit = overeenstemming van doel en resultaat (in productieproces)
- Bij kwaliteit van leven: geen ‘’echt’’ productieproces of misschien ‘’maatschappelijke
productie van welzijn’’
- Wel koppeling aan professionele zorg/medische en psychosociale interventies (te zien als
productieproces)
o Kwaliteit van leven is dan een van de output parameters
KWALITEIT VAN LEVEN
- Introductie van term Kwaliteit van Leven: in 1964 door Lyndon B Johnson (Amerikaanse
president) en in 1966 in Annals of Internal Medicine (editorial)
- Bestaat kwaliteit van leven eigenlijk wel? En is het wel meetbaar?
o Het is niet heel objectief
- Er lijkt wel enige consensus te bestaan, maar er bestaat geen gouden standaard
DEFINITIE VAN KWALITEIT VAN LEVEN
- Er zijn heel veel definities van Kwaliteit van Leven
- Vaak 2 elementen:
o Mate van tevredenheid met leven in het algemeen of domeinen ervan
▪ Meer cognitieve component
o Mate van welzijn
▪ Hoe voel je je? Meer affectieve component
- Objectief versus subjectief
- Dimensies:
o Fysiek
o Psychisch
o Sociaal
ENKELE ACHTERGRONDEN/AANDACHTSPUNTEN
,- Kwaliteit van leven ter onderscheid van kwantiteit van leven (mede als gevolg
levensverlengende technieken): ‘’add life to years’’ ipv ‘’add years to life’’.
- Onderscheid Quality of Life versus Health-Related Quality of Life: quality of life wordt door
meer factoren dan gezondheid alleen beïnvloed: materiële mogelijkheden/sociaal
economische positie, werkomstandigheden, sociaal netwerk, gezondheidsgedrag,
psychosociale vaardigheden, coping, geluk, etc.
FACTOREN VAN INVLOED OP AANDACHT VOOR KWALITEIT VAN
LEVEN
1. Medisch-technologische ontwikkelingen (gezondheidsparadox)
o Hightech behandelingen, medicatie, patiëntvriendelijke behandelingen etc koppelt
vraag van levenskwantiteit meer aan levenskwaliteit
o Biomedisch onderzoek/behandeling vooral gericht op mortaliteit, maar dalende
mortaliteit leidt tot meer morbiditeit
o → Gezondheidsparadox: meer gezondheidszorg, meer ziekte
o Half-way technologies: behandeling van symptomen
o Toenemende specialisatie/evaluatie van (complexe) zorg
2. Vergrijzing
o Sociaal-culturele veranderingen
o Vergrijzing en dubbele vergrijzing (het percentage 85+ stijgt nog harder)
o Ontgroening
→ Reallocatie van middelen (Kwaliteit van Leven kan helpen te beslissen waar je de
middelen moet gaat inzetten)
3. (Medische technologie + vegrijzing leidde tot) → Toename chronische aandoeningen
(infectieziekten → chronische ziekten)
o Infectieziekten voor een belangrijk deel verdrongen
o Ontstaan van een heterogene groep van niet-besmettelijke chronische aandoeningen
o Preventie veelal niet haalbaar, hoogstens behandeling met ‘’halfway technology’’ –
genezen niet centraal
o Toenemende internationale mobiliteit
4. Kostenbeheersing
o Optimaal gebruik van financiële middelen bij toenemende druk op de
gezondheidszorg, o.a. door vergrijzing (MTA/HTA):
▪ Substitutie, met behoud van kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven
• Dure en complexe zorg vervangen door goedkope en minder
complexe zorg
▪ ‘Efficiency’ door competitief gerichte gezondheidszorg
▪ Private financiering/eigen bijdragen
5. ‘’Consumentisme’’
o Humanist criticism op biomedisch model
▪ Veel chronische aandoeningen kunnen niet behandeld worden → kritiek van
patiënten
o Protoprofessionalisering: overname door leken van medische grondhoudingen en
basisbegrippen
, o Emancipatie
o Medicalisering: geneigdheid om klachten steeds meer als
ziekte/gezondheidsproblemen te definiëren
→ gezondheid, ziekte, kwaliteit van leven is meer doordrongen in het leven in het
algemeen
WAAROM KWALITEIT VAN LEVEN METING?
- Geschikt als evaluatie van (effectiviteit) van interventies/behandelingen (evaluerend):
o Behandelingen om ziektelast te verlichten
o Inzicht in bijwerkingen van curatieve ingrepen
o Psychosociale interventies, voorlichting
o Inzicht in kosten, relevant voor besluitvorming
- Vergelijken van groepen in de samenleving, niet om individuen (vergelijkend)
- Indicatie van ziektelast (beschrijvend):
o M.n. bij chronische gezondheidsproblemen
o Maar meting ziektelast hangt deels af van medische situatie, maar niet alleen (andere
factoren – zie eerder)
VASTSTELLING KWALITEIT VAN LEVEN
- Kan niet direct worden vastgesteld
- Mogelijke bronnen:
o Patiënt/cliënt/persoon zelf
o Arts/verpleegkundigen (proxy)
o Significante anderen (proxy)
▪ Ouder, partner of kind bijvoorbeeld
VERGELIJKING PATIËNT EN ‘PROXY’
- Hulpverleners/significante anderen onderschatten van KvL van patiënt
- Voor beide groepen vergelijkbare mate van onnauwkeurigheid
- Proxy oordelen nauwkeuriger naarmate informatie concreter en meer waarneembaar is
- Oordeel significante anderen nauwkeuriger indien men ‘’dichter’’ bij patiënt leeft; bias door
caregiving
NIVEAUS VAN KWALITEIT VAN LEVEN
, (Spilker B 1990)
- ‘Overall assessment of well-being’
o Hierbij gaat het om de ‘’tevredenheid met het leven in het algemeen van het individu
en om diens algemene gevoel van persoonlijk welzijn.’’
o Dus twee elementen:
▪ Tevredenheid: cognitieve overwegingen; het gaat om evaluatie
▪ Gevoel welzijn: affectieve belevingen (gevoelens) met betrekking tot een
bepaalde ervaring
→ Algemene vraag: ‘’Hoe is uw kwaliteit van leven?’’
o ‘Visual analogue scale’ (VAS)
▪ ‘’How do you rate your quality of life at the moment. Would you say that it is
very poor, that it is excellent, or that it is somewhere in between?’’
o ‘Ladder scale’
▪ ‘’Here is a picture of a ladder. At the bottom is the worst situation you might
reasonably expect to have. At the top is the best situation you might expect
to have. Other rungs are in between.’’
▪ Hier wordt kwaliteit van leven niet benoemd maar omschreven
o ‘Face scales’
▪ ‘’Here are some faces expressing various feelings. Which face comes closest
to expressing how you feel about your quality of life?’’
- Broad domains (e.g. physical, mental social)
o Associaties met kwaliteit van leven
▪ Grootste categorie omvat antwoorden die verwijzen naar gezin, thuis en
huwelijk (‘sociaal’)
▪ Grote groep kon niet specifiek antwoorden en zei: gelukkig, tevreden (van
binnen) (‘mentaal’)
▪ Gezondheid scoorde tamelijk hoog (bv hoe langer geleden bij de dokter, hoe
tevredener) (‘fysiek’)
▪ Zaken met minste belang: gelijkheid, consumptiegoederen, rechtvaardigheid
o Globale domeinen van Kwaliteit van Leven
▪ Lichamelijk functioneren (‘objectief’ maar ook ‘beleving’, ‘somatic sensation’)
▪ Psychisch of mentaal functioneren (‘affectief’, maar ook ‘cognitief’)
▪ Sociaal functioneren (‘objectief’ maar ook ‘beleving’)
LEVEN: METEN IS WETEN
DONDERDAG 5 SEPTEMBER 2019
WAT IS KWALITEIT?
- Kwaliteit oorspronkelijk gereserveerd voor consumptie-/kapitaalgoederen
- Kwaliteit = overeenstemming van doel en resultaat (in productieproces)
- Bij kwaliteit van leven: geen ‘’echt’’ productieproces of misschien ‘’maatschappelijke
productie van welzijn’’
- Wel koppeling aan professionele zorg/medische en psychosociale interventies (te zien als
productieproces)
o Kwaliteit van leven is dan een van de output parameters
KWALITEIT VAN LEVEN
- Introductie van term Kwaliteit van Leven: in 1964 door Lyndon B Johnson (Amerikaanse
president) en in 1966 in Annals of Internal Medicine (editorial)
- Bestaat kwaliteit van leven eigenlijk wel? En is het wel meetbaar?
o Het is niet heel objectief
- Er lijkt wel enige consensus te bestaan, maar er bestaat geen gouden standaard
DEFINITIE VAN KWALITEIT VAN LEVEN
- Er zijn heel veel definities van Kwaliteit van Leven
- Vaak 2 elementen:
o Mate van tevredenheid met leven in het algemeen of domeinen ervan
▪ Meer cognitieve component
o Mate van welzijn
▪ Hoe voel je je? Meer affectieve component
- Objectief versus subjectief
- Dimensies:
o Fysiek
o Psychisch
o Sociaal
ENKELE ACHTERGRONDEN/AANDACHTSPUNTEN
,- Kwaliteit van leven ter onderscheid van kwantiteit van leven (mede als gevolg
levensverlengende technieken): ‘’add life to years’’ ipv ‘’add years to life’’.
- Onderscheid Quality of Life versus Health-Related Quality of Life: quality of life wordt door
meer factoren dan gezondheid alleen beïnvloed: materiële mogelijkheden/sociaal
economische positie, werkomstandigheden, sociaal netwerk, gezondheidsgedrag,
psychosociale vaardigheden, coping, geluk, etc.
FACTOREN VAN INVLOED OP AANDACHT VOOR KWALITEIT VAN
LEVEN
1. Medisch-technologische ontwikkelingen (gezondheidsparadox)
o Hightech behandelingen, medicatie, patiëntvriendelijke behandelingen etc koppelt
vraag van levenskwantiteit meer aan levenskwaliteit
o Biomedisch onderzoek/behandeling vooral gericht op mortaliteit, maar dalende
mortaliteit leidt tot meer morbiditeit
o → Gezondheidsparadox: meer gezondheidszorg, meer ziekte
o Half-way technologies: behandeling van symptomen
o Toenemende specialisatie/evaluatie van (complexe) zorg
2. Vergrijzing
o Sociaal-culturele veranderingen
o Vergrijzing en dubbele vergrijzing (het percentage 85+ stijgt nog harder)
o Ontgroening
→ Reallocatie van middelen (Kwaliteit van Leven kan helpen te beslissen waar je de
middelen moet gaat inzetten)
3. (Medische technologie + vegrijzing leidde tot) → Toename chronische aandoeningen
(infectieziekten → chronische ziekten)
o Infectieziekten voor een belangrijk deel verdrongen
o Ontstaan van een heterogene groep van niet-besmettelijke chronische aandoeningen
o Preventie veelal niet haalbaar, hoogstens behandeling met ‘’halfway technology’’ –
genezen niet centraal
o Toenemende internationale mobiliteit
4. Kostenbeheersing
o Optimaal gebruik van financiële middelen bij toenemende druk op de
gezondheidszorg, o.a. door vergrijzing (MTA/HTA):
▪ Substitutie, met behoud van kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven
• Dure en complexe zorg vervangen door goedkope en minder
complexe zorg
▪ ‘Efficiency’ door competitief gerichte gezondheidszorg
▪ Private financiering/eigen bijdragen
5. ‘’Consumentisme’’
o Humanist criticism op biomedisch model
▪ Veel chronische aandoeningen kunnen niet behandeld worden → kritiek van
patiënten
o Protoprofessionalisering: overname door leken van medische grondhoudingen en
basisbegrippen
, o Emancipatie
o Medicalisering: geneigdheid om klachten steeds meer als
ziekte/gezondheidsproblemen te definiëren
→ gezondheid, ziekte, kwaliteit van leven is meer doordrongen in het leven in het
algemeen
WAAROM KWALITEIT VAN LEVEN METING?
- Geschikt als evaluatie van (effectiviteit) van interventies/behandelingen (evaluerend):
o Behandelingen om ziektelast te verlichten
o Inzicht in bijwerkingen van curatieve ingrepen
o Psychosociale interventies, voorlichting
o Inzicht in kosten, relevant voor besluitvorming
- Vergelijken van groepen in de samenleving, niet om individuen (vergelijkend)
- Indicatie van ziektelast (beschrijvend):
o M.n. bij chronische gezondheidsproblemen
o Maar meting ziektelast hangt deels af van medische situatie, maar niet alleen (andere
factoren – zie eerder)
VASTSTELLING KWALITEIT VAN LEVEN
- Kan niet direct worden vastgesteld
- Mogelijke bronnen:
o Patiënt/cliënt/persoon zelf
o Arts/verpleegkundigen (proxy)
o Significante anderen (proxy)
▪ Ouder, partner of kind bijvoorbeeld
VERGELIJKING PATIËNT EN ‘PROXY’
- Hulpverleners/significante anderen onderschatten van KvL van patiënt
- Voor beide groepen vergelijkbare mate van onnauwkeurigheid
- Proxy oordelen nauwkeuriger naarmate informatie concreter en meer waarneembaar is
- Oordeel significante anderen nauwkeuriger indien men ‘’dichter’’ bij patiënt leeft; bias door
caregiving
NIVEAUS VAN KWALITEIT VAN LEVEN
, (Spilker B 1990)
- ‘Overall assessment of well-being’
o Hierbij gaat het om de ‘’tevredenheid met het leven in het algemeen van het individu
en om diens algemene gevoel van persoonlijk welzijn.’’
o Dus twee elementen:
▪ Tevredenheid: cognitieve overwegingen; het gaat om evaluatie
▪ Gevoel welzijn: affectieve belevingen (gevoelens) met betrekking tot een
bepaalde ervaring
→ Algemene vraag: ‘’Hoe is uw kwaliteit van leven?’’
o ‘Visual analogue scale’ (VAS)
▪ ‘’How do you rate your quality of life at the moment. Would you say that it is
very poor, that it is excellent, or that it is somewhere in between?’’
o ‘Ladder scale’
▪ ‘’Here is a picture of a ladder. At the bottom is the worst situation you might
reasonably expect to have. At the top is the best situation you might expect
to have. Other rungs are in between.’’
▪ Hier wordt kwaliteit van leven niet benoemd maar omschreven
o ‘Face scales’
▪ ‘’Here are some faces expressing various feelings. Which face comes closest
to expressing how you feel about your quality of life?’’
- Broad domains (e.g. physical, mental social)
o Associaties met kwaliteit van leven
▪ Grootste categorie omvat antwoorden die verwijzen naar gezin, thuis en
huwelijk (‘sociaal’)
▪ Grote groep kon niet specifiek antwoorden en zei: gelukkig, tevreden (van
binnen) (‘mentaal’)
▪ Gezondheid scoorde tamelijk hoog (bv hoe langer geleden bij de dokter, hoe
tevredener) (‘fysiek’)
▪ Zaken met minste belang: gelijkheid, consumptiegoederen, rechtvaardigheid
o Globale domeinen van Kwaliteit van Leven
▪ Lichamelijk functioneren (‘objectief’ maar ook ‘beleving’, ‘somatic sensation’)
▪ Psychisch of mentaal functioneren (‘affectief’, maar ook ‘cognitief’)
▪ Sociaal functioneren (‘objectief’ maar ook ‘beleving’)