Artikelen Orthopedagogiek: Onderwijsfactoren
College 1: Hoe gaat het op school?
Simply Academic? Why children with special educational needs don’t like school
Onderzoek:
o Basisscholen in Ierland
o 9-jarigen met en zonder Speciale Onderwijsbehoeften (SEN)
o 8578 respondenten
o 7% van dit totaal heeft ‘geen zin in school’
o 12% van de 9-jarigen met SEN heeft ‘geen zin in school’
§ Vooral als zij meerdere SEN hebben à Leerproblemen &
Emotionele/gedragsproblemen
o Voorspellers van ‘geen zin in school’:
o Jongens à significant minder zin in school
o Gezinnen met onbekend SES à significant minder zin in school
o Meer SEN à risico hoger om te zeggen: ‘geen zin in school’
o Externe factoren: Familie & Thuis, School & Klas
• Ongeacht of er sprake is van SEN en boeken thuis, hebben
leerlingen die
1) nooit wiskunde leuk vinden,
2) nooit lezen leuk vinden,
3) vaak geen huiswerk doen,
4) nooit de leerkracht leuk vinden,
5) minder vrienden hebben
een verhoogd risico op ‘geen zin in school’
,Factoren uit het Biopsychosociale Model
Biologische factoren:
• Geslacht: Jongens zijn oververtegenwoordigd in de SEN-groep.
Psychologische factoren:
• Schoolbetrokkenheid: Kinderen met SEN houden minder van school.
Sociale factoren:
• Sociaaleconomische achtergrond: Kinderen uit kansarme milieus zijn
oververtegenwoordigd in de SEN-groep.
• Schoolcontext: De sociale samenstelling van de school beïnvloedt de
identificatie van SEN.
Uitkomstmaten
Schoolbetrokkenheid:
• Kinderen met SEN hebben een lagere schoolbetrokkenheid.
Domeinfunctioneren:
• Academisch functioneren: Kinderen met SEN ervaren meer barrières voor
volledige inclusie.
• Sociaal functioneren: De sociale relaties van kinderen met SEN beïnvloeden hun
schoolbetrokkenheid.
Belangrijke bevindingen
1. Identificatie: De studie onderzoekt hoe sociale achtergrondkenmerken en
schoolcontext de identificatie van SEN beïnvloeden.
2. Inclusie: Het onderzoek belicht de praktische implicaties van het plaatsen van
kinderen met SEN in reguliere scholen.
3. Barrières: De analyse identificeert obstakels voor volledige inclusie van kinderen
met speciale behoeften.
4. Beleidsimplicaties: Het onderzoek benadrukt de noodzaak om de
identificatiemethoden voor SEN, vooral voor kinderen met emotionele en
gedragsproblemen, te herzien.
, College 2: Soepele overgangen
At risk students and teacher-student relationships: student characteristics,
attitudes to school and classroom climate – Walker & Graham (2021)
Hoofdpunten
• Het artikel onderzoekt de relaties tussen leerlingkenmerken, attitudes tegenover
school, leerkracht-leerling relaties en klasklimaat bij risicoleerlingen in het eerste
jaar van de basisschool.
• De studie maakt deel uit van een Australisch longitudinaal project dat 240
kinderen volgt in scholen met hoge schorsingspercentages in
achterstandswijken.
Factoren uit het Biopsychosociale Model
Biologische factoren:
• Geslacht: Meisjes hebben over het algemeen hechtere en minder conflictueuze
relaties met leerkrachten dan jongens.
Psychologische factoren:
• Zelfregulatie: Speelt een cruciale rol bij de overgang naar school.
• Attitudes tegenover school: Beïnvloeden de kwaliteit van leerkracht-leerling
relaties.
Sociale factoren:
• Klasklimaat: Inclusieve en emotioneel ondersteunende klasomgevingen zijn
belangrijk voor positieve leerkracht-leerling relaties.
Uitkomstmaten
Schoolbetrokkenheid:
• Positieve leerkracht-leerling relaties zijn geassocieerd met een positievere
schoolaanpassing.
Domeinfunctioneren:
• Academisch functioneren: Vroege leerkracht-leerling relaties houden verband
met academische resultaten gedurende de basisschool.
• Sociaal functioneren: Goede leerkracht-leerling relaties dienen als
beschermende factor voor risicoleerlingen.
College 1: Hoe gaat het op school?
Simply Academic? Why children with special educational needs don’t like school
Onderzoek:
o Basisscholen in Ierland
o 9-jarigen met en zonder Speciale Onderwijsbehoeften (SEN)
o 8578 respondenten
o 7% van dit totaal heeft ‘geen zin in school’
o 12% van de 9-jarigen met SEN heeft ‘geen zin in school’
§ Vooral als zij meerdere SEN hebben à Leerproblemen &
Emotionele/gedragsproblemen
o Voorspellers van ‘geen zin in school’:
o Jongens à significant minder zin in school
o Gezinnen met onbekend SES à significant minder zin in school
o Meer SEN à risico hoger om te zeggen: ‘geen zin in school’
o Externe factoren: Familie & Thuis, School & Klas
• Ongeacht of er sprake is van SEN en boeken thuis, hebben
leerlingen die
1) nooit wiskunde leuk vinden,
2) nooit lezen leuk vinden,
3) vaak geen huiswerk doen,
4) nooit de leerkracht leuk vinden,
5) minder vrienden hebben
een verhoogd risico op ‘geen zin in school’
,Factoren uit het Biopsychosociale Model
Biologische factoren:
• Geslacht: Jongens zijn oververtegenwoordigd in de SEN-groep.
Psychologische factoren:
• Schoolbetrokkenheid: Kinderen met SEN houden minder van school.
Sociale factoren:
• Sociaaleconomische achtergrond: Kinderen uit kansarme milieus zijn
oververtegenwoordigd in de SEN-groep.
• Schoolcontext: De sociale samenstelling van de school beïnvloedt de
identificatie van SEN.
Uitkomstmaten
Schoolbetrokkenheid:
• Kinderen met SEN hebben een lagere schoolbetrokkenheid.
Domeinfunctioneren:
• Academisch functioneren: Kinderen met SEN ervaren meer barrières voor
volledige inclusie.
• Sociaal functioneren: De sociale relaties van kinderen met SEN beïnvloeden hun
schoolbetrokkenheid.
Belangrijke bevindingen
1. Identificatie: De studie onderzoekt hoe sociale achtergrondkenmerken en
schoolcontext de identificatie van SEN beïnvloeden.
2. Inclusie: Het onderzoek belicht de praktische implicaties van het plaatsen van
kinderen met SEN in reguliere scholen.
3. Barrières: De analyse identificeert obstakels voor volledige inclusie van kinderen
met speciale behoeften.
4. Beleidsimplicaties: Het onderzoek benadrukt de noodzaak om de
identificatiemethoden voor SEN, vooral voor kinderen met emotionele en
gedragsproblemen, te herzien.
, College 2: Soepele overgangen
At risk students and teacher-student relationships: student characteristics,
attitudes to school and classroom climate – Walker & Graham (2021)
Hoofdpunten
• Het artikel onderzoekt de relaties tussen leerlingkenmerken, attitudes tegenover
school, leerkracht-leerling relaties en klasklimaat bij risicoleerlingen in het eerste
jaar van de basisschool.
• De studie maakt deel uit van een Australisch longitudinaal project dat 240
kinderen volgt in scholen met hoge schorsingspercentages in
achterstandswijken.
Factoren uit het Biopsychosociale Model
Biologische factoren:
• Geslacht: Meisjes hebben over het algemeen hechtere en minder conflictueuze
relaties met leerkrachten dan jongens.
Psychologische factoren:
• Zelfregulatie: Speelt een cruciale rol bij de overgang naar school.
• Attitudes tegenover school: Beïnvloeden de kwaliteit van leerkracht-leerling
relaties.
Sociale factoren:
• Klasklimaat: Inclusieve en emotioneel ondersteunende klasomgevingen zijn
belangrijk voor positieve leerkracht-leerling relaties.
Uitkomstmaten
Schoolbetrokkenheid:
• Positieve leerkracht-leerling relaties zijn geassocieerd met een positievere
schoolaanpassing.
Domeinfunctioneren:
• Academisch functioneren: Vroege leerkracht-leerling relaties houden verband
met academische resultaten gedurende de basisschool.
• Sociaal functioneren: Goede leerkracht-leerling relaties dienen als
beschermende factor voor risicoleerlingen.