Zelfredzaamheid bevorderen binnen
de wijkverpleging
ONDERZOEKSVOORSTEL LINDA KREMERS PAGINA 20
, INHOUDSOPGAVE
1. Inleiding ............................................................................................................................................... 2
1.1 Aanleiding en context .................................................................................................................... 2
1.2 Probleemstelling ............................................................................................................................ 3
1.3 Doelstelling en vraagstelling .......................................................................................................... 4
2. Methode .............................................................................................................................................. 5
2.1 Onderzoeksopzet en -populatie ..................................................................................................... 5
2.2 Dataverzameling ............................................................................................................................ 5
2.3 Data-analyse .................................................................................................................................. 6
2.4 Etische aspecten ............................................................................................................................ 6
3. Algemeen ............................................................................................................................................. 7
3.1 Projectplanning .............................................................................................................................. 7
3.2 Specificaties eindproduct............................................................................................................... 7
3.3 Reflectie en samenwerking ............................................................................................................ 7
4. Literatuurlijst ....................................................................................................................................... 8
5. Bijlagen .............................................................................................................................................. 10
5.1 Bijlage A: Begrippenkader ............................................................................................................ 10
5.2 Bijlage B: Literatuuronderzoek..................................................................................................... 11
5.3 Bijlage C: Zoekplan ....................................................................................................................... 13
5.4 Bijlage D: Projectplanning ............................................................................................................ 18
5.5 Bijlage E: Samenwerkingsovereenkomst ..................................................................................... 19
ONDERZOEKSVOORSTEL PAGINA 1
, 1. INLEIDING
1.1 AANLEIDING EN CONTEXT
Het inwonersaantal van 65+ in Nederland is in de afgelopen jaren fors toegenomen. Er is hierbij sprake
van een zogeheten dubbele vergrijzing (Volksgezondheidenzorg, 2020). De beschikbaarheid in
verpleeghuizen is in de afgelopen jaren sterk gedaald (De Klerk, Verbeek-Oudijk, Plaisier & Den Draak,
2017) en daarbij zal het personeelstekort in de toekomst alsmaar blijven stijgen (Vilans, 2018). Dit zorgt
voor hogere verwachtingen bij de wijkverpleging, die als eerste oplossing wordt gezien voor
maatschappelijke vraagstukken, zoals de vergrijzing en de toename van thuiswonende ouderen en
chronisch zieken (De Putter, Francke, De Veer & Rademakers, 2014).
In 2015 heeft er een hervorming plaatsgevonden van de wetten voor langdurige zorg. Hierbij is de
regie verschoven van de zorgmedewerker naar de zorgvrager (Wilken, 2015). Dit houdt in dat er een
verschuiving zal zijn binnen de manier van denken bij de zorgmedewerkers. Bijvoorbeeld meer “zorgen
dat” in plaats van “zorgen voor” (Oelen, 2015). Ter voorbereiding op de wettelijke hervorming heeft
de V&VN (2014) het Normenkader Wijkverpleging opgesteld. Hierin staat vermeld dat gezondheid niet
langer wordt opgevat als een toestand van compleet fysiek, psychisch en sociaal welbevinden, maar
als “het vermogen tot aanpassing en zelfmanagement in relatie tot sociale, fysieke en emotionele
uitdagingen” (Huber et al., 2014). Deze nieuwe definitie van gezondheid heeft als gevolg dat er, binnen
de wijkverpleging, anders zal worden gekeken naar de zorgverlening. De nadruk ligt niet meer op de
beperkingen die de zorgvrager heeft, maar er wordt gekeken naar de mogelijkheden die er zijn. Daarbij
is de voorwaarde dat er aandacht is voor het versterken van de eigen regie en de zelfredzaamheid
(V&VN, 2014). In 2019 is het nieuwe Kwaliteitskader Wijkverpleging geschreven dat richting geeft aan
de ontwikkeling van de wijkverpleging in Nederland. Daarin staat ook beschreven dat de zorg zich meer
zal moeten gaan richten op de termen kwaliteit van leven en zelfredzaamheid (Stuurgroep
Kwaliteitskader Wijkverpleging, 2018). Volgens Blerck-Woerdman et al. (2010) moet “een zo groot
mogelijke mate van zelfredzaamheid een leidend principe worden in de zorg”.
Onder zelfredzaamheid wordt het volgende verstaan: “Het vermogen van mensen om zichzelf te
redden op alle levensterreinen met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg” (Jansen,
2019). Het kan worden gezien als een combinatie van eigen regie en zelfmanagement. De eigen regie
is de mate waarin de zorgvrager zelf keuzes kan maken over aspecten waaraan waarde wordt gehecht.
Met zelfmanagement wordt bedoeld: “Het in staat zijn om zelf uit te voeren wat de zorgvrager wil”
(Van Dijk, 2017).
Het verbeteren en bevorderen van de zelfredzaamheid bij een zorgvrager brengt een aantal positieve
aspecten met zich mee. Volgens Rademakers (in Van Dijk, 2017) gaat bij het verhogen van de
zelfredzaamheid de kwaliteit van leven omhoog. Het inzetten van hulpmiddelen kunnen hierbij een rol
spelen. Bijvoorbeeld bij het aan- en uitrekken van steunkousen. Als een zorgvrager een activiteit zelf
kan uitvoeren door het gebruik van een hulpmiddel, dan wordt het gevoel van eigenwaarde vergroot
(Zorg van Nu, z.d.). De inzet van hulpmiddelen kan er voor zorgen dat een zorgvrager minder of zelfs
geen hulp nodig heeft en dit resulteert ook in minder fysieke belasting van de zorgmedewerkers. Uit
onderzoek is gebleken dat het inzetten van hulpmiddelen niet alleen de tevredenheid van de
zorgvrager laat stijgen, maar ook tijd- en kostenbesparend werkt voor het systeem binnen de zorg
(Stapersma, 2015).
ONDERZOEKSVOORSTEL PAGINA 2