Samenvatting Anke Reitsma Myelencephalon -> medulla oblongata
Ruggenmerg (myelum)
BA3B1 Geneeskunde EUR Spinale zenuwen
WEEK 1 Hersenstam =
- Middenhersenen +
Organisatie zenuwstelsel - Pons +
- Medulla oblongata
7 Functies hersenen en zintuigen
1. Zintuiglijke waarneming
Oriëntatie in CNS
2. Somatosensibiliteit
3. Motoriek en bewegingssturing - Rostraal (anterior)
- Dorsaal (superior)
4. Bewustzijn, aandacht, oriëntatie en
- Ventraal (anterior)
geheugen
- Dorsaal (posterior)
5. Oordeelsvermogen, denken en taal
- Caudaal (inferior)
6. Emoties en motivatie
7. Persoonlijkheid en gedrag
Sulci
- Sulcus centralis
- Autonoom / somatisch
- Sulcus lateralis
- Sensibel/ motorisch
Lobben (4)
- Frontalis, Parietalis, Temporalis,
Centraal (CNS)
Occipitalis
- Hersenen (incl. n. opticus en retina)
Corpus callosum: scheiding van hemisferen
- Ruggenmerg
Cerebrale nuclei
Perifeer (PNS)
- Basale ganglia
- Hersenzenuwen
- Amygdala
- Zenuwen van/naar dermatoom/
- Hippocampus
myotoom
Fusiforme gyrus (lobus temporalis) -> herkenning
Ziektebeloop
gezichten
- Paroxysmaal (incidenteel zonder
blijvende schade): migraine, epilepsie
Broca’s area: spreken van taal
- Exacerbaties (terugkomend met herstel):
Wernicke’s area: begrijpen van taal
recidiverende infarcten, MS
- Chronisch (progressief): degeneratief,
COPD, Chronische MS
Hersenen
Telencephalon -> cerebrum + subcorticale kernen
(o.a. amygdala, basale ganglia)
Diencephalon -> (hypo-)thalamus
Mesencephalon -> middenhersenen (o.a. sup. en 1. Zenuwcellen (neuronen)
inf. colliculus) - Centraal:
Metencephalon -> pons (=brug), cerebellum (= o Grijze stof (cellichamen, dentrieten)
Kleine hersenen) o Witte stof (axonen = uitlopers)
, o Spinale zenuwen - Zenuwstelsel over-actief
- Perifeer -> zenuwen naar dermatoom/
myotoom Gliacellen
2. Steuncellen (glia) - Controle intern milieu, diverse types/
Neuron functies
- Dendrieten - 2-10x zo talrijk als neuronen
- Soma - Geen axon, geen AP’s
- Axonheuvel
- Axon Centraal
o Myelineschede - Oligodendrocyten (myelineschede)
o Knoop van Ranvier - Astrocyten (bloedhersenbarrière)
- Pre-synaptisch einde (transmitter in - Microglia (fagocytose, littekenvorming)
vesiculi) - Ependymcellen (liquorproductie)
- Synaps Perifeer
Elektrisch geladen (membraanpotentiaal) - Satellietcellen (onderhoud cellen)
- Schwanncellen (myelineschede)
Classificatie obv
• Projectie Somatisch:
o Lokaal - sensibele input, motorische output
o Lange afstand - lokale circuits (reflex)
• Dendritische structuur - cortico-spinale banen
o Pyramide-vorm Autonoom:
o Ster-vorm - sympatische grensstreng
• Aantal uitsteeksels
o 1 (unipolair) of 2 (bipolair) Wortel (radix) Ramus (tak) = gemengd
-> specialisatie Ventraal: Ventraal: voorzijde nek, buik,
o Veel (multipolair) motorisch gehele armen en benen
Dorsaal: Dorsaal: achterzijde nek, rug,
-> intgratie
sensorisch achterzijde bekken
• Verbinding - Plexus: herschikking spinale zenuwen
→ zenuwen naar ledemaat
Chemische overdracht - Dermatoom: innervatie door segment
- Pre-synaptische cel (dus spinale zenuw)
- Neurotransmitter
- Receptor Oorzaak uitval dermatoom
- Post-synaptische cel - 1 Dermatoom → 1 spinale zenuw
-> Fusie synapsblaasjes in pre-synaptische - Delen van meerdere dermatomen → 1
perifere zenuw
Combinatie transmitter + receptor → -> Innervatie-gebied van perifere zenuw is
inhiberende/ exciterende werking onafhankelijk van dermatoom
Drugs/geneesmiddelen:
-> Cholinesterase-remmers
- Binding enzymen zoals
acetylcholinesterase
- Geen afbraak van (acetyl-)choline
, - Vitaal-> 1e synaps dorsale hoorn -X ->
Anterolaterale baan.
(kruisting in ruggenmerg segment)
- Gnostische-> dorsale kolom -> 1e synaps
hersenstam -X
(kruisting in hersenstam)
Naam Sensorisch/ Primaire fucntie
3 Synapsen:
Motorisch - Hersenstam/ Ruggenmerg
I Olfactorius S Reuk
II Opticus S Zicht
- Thalamus
III Oculomotorius M Oogspieren/ pupil - Somato-sensibele schors
IV Trochlearis M Oogspier
V Trigeminus S+M Kauwspieren, gevoel
aangezicht/ tong
VI Abducens M Oogspier Motoriek
VII Facialis S+M Mimische spieren/
speekselklieren/ smaak Somato-motorisch systeem: motoneuronen
VIII Vestibulocochlearis S Gehoor en evenwicht
IX Glossopharyngeus S+M Motoriek en gevoel farynx/
- In ventrale hoorn en hersenstam
tong/ bloeddruk/ speeksel - Grote cellichamen, axon via perifere
X Vagus S+M Tracti/ farynx
XI Accessorius M Spieren nek zenuw naar (dwarsgestreepte spier)
XII Hypoglossus M Spieren tong Motor unit = motoneuron + spiervezels
Sensibiliteit Simpel circuit: de reflex
- Sensibele input (primaire afferenten van
Somatotopie: locatie vd
motoneuron)
receptieve velden is
- Centrale verwerking
bekend (labeled line code)
- Motorische output
-> Visueel systeem
(retinotopie), gehoor
(tonotopie)
Adaptatie van vuurfrequentie
Langzaam -> bepalen intensiteit vd prikkel
Snel -> bepalen verandering in intensiteit
Motoneuronen afferenten:
Somatie-sensibiliteit (2 systemen): 1. Primaire afferenten uit spinaal ganglion
- Vitaal (Pijn en temperatuur): -> monosynaptische reflex
o Free nerve endings 2. Interneuronen (schakelcellen)
- Gnostisch (Aanraking, vibratie, positie): -> polysynaptische reflex
o Meissner corpuscle 3. Cortico-spinale banen (pyramidebaan)
o Pacian corpuscle 4. Extrapyramidale systemen
o Ruffini’s corpuscles
o Merkel’s disks Pyramidebaan
- Contralaterale sturing
Route richting somatosensorische cortex - Kruising in medulla
(homunculus) Extra-pyramidale systemen
- Cerebellum
- Basale ganglia
, -> Effecten verlopen via pyramidebaan! o Trombectomie <6.5u (katheter met
stent via lies naar obstructie -> vat
open en trombus verwijderen)
- Beide behandelingen SNEL om kans op
herstel te vergroten
Focale vs globale symptomen
Focaal Globaal
Hemiparese Duizeligheid
Afasie Zwart voor ogen
Hemianopsie Verwardheid
Dysartrie + diplopie Bewusteloosheid
Ataxie
Bewegingsstoornissen (simplistisch!) Linker hemisfeer Rechter hemisfeer
Rekenen Creativiteit/kunstbeleving
Plaats laesie Kracht Reflexen Tonus Coordinatie
Gesproken/geschreven taal Inzicht/ruimtelijk inzicht
Perifeer Paralyse/ Afwezig Afwezig Wetensch. vaardigheden Muziek
(motorunits) parese Redeneren Artistieke vaardigheden
Centraal Paralyse/ Verhoogd Verhoogd Rechter hand Linker hand
(pyramidaal) parese (spastisch)
Basale Rigiditeit Hyper- of
ganglia hypokinesie Uitval plaats
Cerebellum Ataxie
A. CEREBRI MEDIA
Parkinson: problemen met starten, tremor
- Eenzijdige zwakte gelaat, arm >
Huntington: problemen met stoppen (chorea)
been
Ataxie: cerebellaire stoornis
- Eenzijdige gevoelsstoornis
- Afasie
Lokalisatieprincipes - Andere hogere cerebrale
Centraal Perifeer stoornis (b.v. rekenen)
Atrofie Nee Ja - Hemianopsie
Tonus Verhoogd Verlaagd
- Dysartrie
Reflexen Verhoogd Verlaagd
Voetzool Extensie grote teen Flexie grote teen A. CEREBRI ANTERIOR
reflex (Babinski) (normaal) - Eenzijdige zwakte been >> arm, Gelaat
- Eenzijdige gevoelsstoornis
De patiënt met een CVA - Gedragsstoornis
- Desoriëntatie, apathie
CVA/ beroerte =
- Dysartrie
1. Afsluiting bloedvat → infarct (80%)
A. CEREBRI POSTERIOR
2. Openbarsten bloedvat → bloeding (20%)
- Hemianopsie of kwadrantanopsie
- (Eenzijdige zwakte)
- Symptomen CVA: acuut, onverwachts
- (Eenzijdige gevoelsstoornis)
- Lokalisatie aangedane stroomgebied
A. VERTEBRALIS – A. BASILARIS
o.b.v. klachtenpatroon
Cerebellum
- Focale functiestoornissen in hersenen/
- Coördinatiestoornis
hersenstam
- Dysartrie
- Acute behandeling
- Draaiduizeligheid
o Trombolyse <4,5u (rtPA)
Hersenstam
- Dubbelzien
- Slikstoornis
, - Ataxie WEEK 2
- Dysartrie, draaiduizeligheid, bilaterale
zwakte
Epilepsie
Oorzaken van hersenischemie Epileptische aanval: tijdelijk optreden van
- Intracraniële atherosclerose symptomen door abnormale excessieve/
o Afsluiting groot bloedvat (corticaal synchrone neurale activiteit in hersenen
infarct) (15%)
o Afsluiting kleine lenticulostriaire, TIA: kortdurende, voorbijgaande aanvallen van
perforerende arterie (lacunair neurologische uitvalsverschijnselen.
infarct) (25%) Oorzaak: tijdelijke, focale stoornis in de
- Extracraniële atherosclerose bloedvoorziening, bv: hemiparese, afasie,
o Embolie vanuit a. carotis of a. dysartrie
vertebralis (30%)
- Cardiale embolie (15%) Epilepsie:
o Atriumfibrillatie, klepaandoening, 1. 2(+) ongeprovoceerde (of reflexmatige)
recent myocardinfarct, persisterend aanvallen met interval >/=24u
foramen ovale 2. 1 ongeprovoceerd (of reflexmatige)
- Overige (15%) aanval + herhalingskans van 60% in 10jr
3. Sprake van epilepsiesyndroom
Overige oorzaken herseninfarct
- Hematologisch Beschrijving verschijnselen
o Polycythemie 1. Bewustzijn/ gewaarwording: ogen
o Trombocytemie open/dicht, oogcontact, interactie
o Maligniteit → diffuse intravasale 2. Motorische:
stolling a. Enkelvoudig: trekkingen,
o Stollingsafwijking schokken, verstijven, knipperen,
(anticardiolipine antistoffen, smakken, nystagmus
lupus) b. Complex: automatische
- Vasculitis handelingen, hypermotoor
- Hemodynamische oorzaak, b.v. gedrag
hartstilstand 3. Autonome: verkleuren, hartslag, AH,
- Dissectie zweten,
4. Postictale: vermoeidheid,
Trombolyse (Plasminogeen activator; rtPA) uitvalsverschijnselen
Endovasculaire trombectomie (stent via 5. Sensorische: geluiden, beelden, smaak,
katheter) geur, tintelingen
6. Emotionele: angst, woede, verdriet
‘Wake up strokes’: geen begintijd bekend 7. Cognitieve: déjà vu, geheugenverlies,
afasie
Vertraagde perfusie: herstel gedeeltelijk mogelijk
Verminderde perfusie: blijvende schade Aanvalsclassificatie:
- Focaal: epileptische activiteit in gedeelte
hersenen.
, -> Door hypersynchrone neuronale z = lading
activiteit in deel vd hersenschors: grote F = Faraday constante
groep cellen gaat synchroon salvo’s
actiepotentialen afvuren Ek = evenwichtspotentiaal = Nernstpotentiaal
- Gegeneraliseerd: in meerdere gedeeltes voor K -> Potentiaal waarbij netto K+ stroom 0 is.
- Beiden
- Onbekend Na+/K+ ATPase
- Efflux van 3 Na+
- Influx van 2K+
Het epileptische neuron
- Hydrolyse van 1 ATP
EEG: elektro-encefalogram Dus door werking Na/K pomp is:
Zenuwcellen zijn prikkelbaar (‘excitable’): - [K+] intracellulair veel hoger dan extra
Ze zijn elektrisch actief en kunnen AP’s genereren - [Na+] extracellulair veel hoger dan intra
-> Excitability omhoog = neiging tot productie Evenwichtspotentiaal voor K=negatief en voor
AP’s omhoog Na=positief
-> Bij epilepsie is prikkelbaarheid van sommige
zenuwcellen abnormaal hoog; oorzaken:
1. Epileptische neuronen
2. Epileptische neuronale netwerken
(balans excitatie-inhibitie verstoord)
Wat bepaalt prikkelbaarheid van 1 neuron:
- Ion-concentraties (Na+,K+,Cl-
,Ca2+,Mg2+)
- Ionkanalen (type, eigenschappen,
Goldman (GHK) vergelijking
dichtheid, verdeling)
(bij vergelijking meerdere ionen)
- Synaptische inputs
Potentiaalverschil = concentratieverschil +
selectief doorlaatbaar membraan
AP ontstaat door:
- Kortdurende toename geleidbaarheid vd
membraan voor Na
Nernst-vergelijking - Membraanpotentiaal gaat in richting voor
(berekenen potentiaalverschil) evenwichtspotentiaal voor Na
𝑅𝑇 [𝑋]
𝐸𝑥 = 𝑧𝐹
𝑙𝑛 [𝑋]𝑜 - Gevolgd door toename geleidbaarheid
𝑖
R= gasconstante van membraan voor K
T = temperatuur - Membraanpotentiaal gaat terug in
richting evenwichtspotentiaal voor K
Ruggenmerg (myelum)
BA3B1 Geneeskunde EUR Spinale zenuwen
WEEK 1 Hersenstam =
- Middenhersenen +
Organisatie zenuwstelsel - Pons +
- Medulla oblongata
7 Functies hersenen en zintuigen
1. Zintuiglijke waarneming
Oriëntatie in CNS
2. Somatosensibiliteit
3. Motoriek en bewegingssturing - Rostraal (anterior)
- Dorsaal (superior)
4. Bewustzijn, aandacht, oriëntatie en
- Ventraal (anterior)
geheugen
- Dorsaal (posterior)
5. Oordeelsvermogen, denken en taal
- Caudaal (inferior)
6. Emoties en motivatie
7. Persoonlijkheid en gedrag
Sulci
- Sulcus centralis
- Autonoom / somatisch
- Sulcus lateralis
- Sensibel/ motorisch
Lobben (4)
- Frontalis, Parietalis, Temporalis,
Centraal (CNS)
Occipitalis
- Hersenen (incl. n. opticus en retina)
Corpus callosum: scheiding van hemisferen
- Ruggenmerg
Cerebrale nuclei
Perifeer (PNS)
- Basale ganglia
- Hersenzenuwen
- Amygdala
- Zenuwen van/naar dermatoom/
- Hippocampus
myotoom
Fusiforme gyrus (lobus temporalis) -> herkenning
Ziektebeloop
gezichten
- Paroxysmaal (incidenteel zonder
blijvende schade): migraine, epilepsie
Broca’s area: spreken van taal
- Exacerbaties (terugkomend met herstel):
Wernicke’s area: begrijpen van taal
recidiverende infarcten, MS
- Chronisch (progressief): degeneratief,
COPD, Chronische MS
Hersenen
Telencephalon -> cerebrum + subcorticale kernen
(o.a. amygdala, basale ganglia)
Diencephalon -> (hypo-)thalamus
Mesencephalon -> middenhersenen (o.a. sup. en 1. Zenuwcellen (neuronen)
inf. colliculus) - Centraal:
Metencephalon -> pons (=brug), cerebellum (= o Grijze stof (cellichamen, dentrieten)
Kleine hersenen) o Witte stof (axonen = uitlopers)
, o Spinale zenuwen - Zenuwstelsel over-actief
- Perifeer -> zenuwen naar dermatoom/
myotoom Gliacellen
2. Steuncellen (glia) - Controle intern milieu, diverse types/
Neuron functies
- Dendrieten - 2-10x zo talrijk als neuronen
- Soma - Geen axon, geen AP’s
- Axonheuvel
- Axon Centraal
o Myelineschede - Oligodendrocyten (myelineschede)
o Knoop van Ranvier - Astrocyten (bloedhersenbarrière)
- Pre-synaptisch einde (transmitter in - Microglia (fagocytose, littekenvorming)
vesiculi) - Ependymcellen (liquorproductie)
- Synaps Perifeer
Elektrisch geladen (membraanpotentiaal) - Satellietcellen (onderhoud cellen)
- Schwanncellen (myelineschede)
Classificatie obv
• Projectie Somatisch:
o Lokaal - sensibele input, motorische output
o Lange afstand - lokale circuits (reflex)
• Dendritische structuur - cortico-spinale banen
o Pyramide-vorm Autonoom:
o Ster-vorm - sympatische grensstreng
• Aantal uitsteeksels
o 1 (unipolair) of 2 (bipolair) Wortel (radix) Ramus (tak) = gemengd
-> specialisatie Ventraal: Ventraal: voorzijde nek, buik,
o Veel (multipolair) motorisch gehele armen en benen
Dorsaal: Dorsaal: achterzijde nek, rug,
-> intgratie
sensorisch achterzijde bekken
• Verbinding - Plexus: herschikking spinale zenuwen
→ zenuwen naar ledemaat
Chemische overdracht - Dermatoom: innervatie door segment
- Pre-synaptische cel (dus spinale zenuw)
- Neurotransmitter
- Receptor Oorzaak uitval dermatoom
- Post-synaptische cel - 1 Dermatoom → 1 spinale zenuw
-> Fusie synapsblaasjes in pre-synaptische - Delen van meerdere dermatomen → 1
perifere zenuw
Combinatie transmitter + receptor → -> Innervatie-gebied van perifere zenuw is
inhiberende/ exciterende werking onafhankelijk van dermatoom
Drugs/geneesmiddelen:
-> Cholinesterase-remmers
- Binding enzymen zoals
acetylcholinesterase
- Geen afbraak van (acetyl-)choline
, - Vitaal-> 1e synaps dorsale hoorn -X ->
Anterolaterale baan.
(kruisting in ruggenmerg segment)
- Gnostische-> dorsale kolom -> 1e synaps
hersenstam -X
(kruisting in hersenstam)
Naam Sensorisch/ Primaire fucntie
3 Synapsen:
Motorisch - Hersenstam/ Ruggenmerg
I Olfactorius S Reuk
II Opticus S Zicht
- Thalamus
III Oculomotorius M Oogspieren/ pupil - Somato-sensibele schors
IV Trochlearis M Oogspier
V Trigeminus S+M Kauwspieren, gevoel
aangezicht/ tong
VI Abducens M Oogspier Motoriek
VII Facialis S+M Mimische spieren/
speekselklieren/ smaak Somato-motorisch systeem: motoneuronen
VIII Vestibulocochlearis S Gehoor en evenwicht
IX Glossopharyngeus S+M Motoriek en gevoel farynx/
- In ventrale hoorn en hersenstam
tong/ bloeddruk/ speeksel - Grote cellichamen, axon via perifere
X Vagus S+M Tracti/ farynx
XI Accessorius M Spieren nek zenuw naar (dwarsgestreepte spier)
XII Hypoglossus M Spieren tong Motor unit = motoneuron + spiervezels
Sensibiliteit Simpel circuit: de reflex
- Sensibele input (primaire afferenten van
Somatotopie: locatie vd
motoneuron)
receptieve velden is
- Centrale verwerking
bekend (labeled line code)
- Motorische output
-> Visueel systeem
(retinotopie), gehoor
(tonotopie)
Adaptatie van vuurfrequentie
Langzaam -> bepalen intensiteit vd prikkel
Snel -> bepalen verandering in intensiteit
Motoneuronen afferenten:
Somatie-sensibiliteit (2 systemen): 1. Primaire afferenten uit spinaal ganglion
- Vitaal (Pijn en temperatuur): -> monosynaptische reflex
o Free nerve endings 2. Interneuronen (schakelcellen)
- Gnostisch (Aanraking, vibratie, positie): -> polysynaptische reflex
o Meissner corpuscle 3. Cortico-spinale banen (pyramidebaan)
o Pacian corpuscle 4. Extrapyramidale systemen
o Ruffini’s corpuscles
o Merkel’s disks Pyramidebaan
- Contralaterale sturing
Route richting somatosensorische cortex - Kruising in medulla
(homunculus) Extra-pyramidale systemen
- Cerebellum
- Basale ganglia
, -> Effecten verlopen via pyramidebaan! o Trombectomie <6.5u (katheter met
stent via lies naar obstructie -> vat
open en trombus verwijderen)
- Beide behandelingen SNEL om kans op
herstel te vergroten
Focale vs globale symptomen
Focaal Globaal
Hemiparese Duizeligheid
Afasie Zwart voor ogen
Hemianopsie Verwardheid
Dysartrie + diplopie Bewusteloosheid
Ataxie
Bewegingsstoornissen (simplistisch!) Linker hemisfeer Rechter hemisfeer
Rekenen Creativiteit/kunstbeleving
Plaats laesie Kracht Reflexen Tonus Coordinatie
Gesproken/geschreven taal Inzicht/ruimtelijk inzicht
Perifeer Paralyse/ Afwezig Afwezig Wetensch. vaardigheden Muziek
(motorunits) parese Redeneren Artistieke vaardigheden
Centraal Paralyse/ Verhoogd Verhoogd Rechter hand Linker hand
(pyramidaal) parese (spastisch)
Basale Rigiditeit Hyper- of
ganglia hypokinesie Uitval plaats
Cerebellum Ataxie
A. CEREBRI MEDIA
Parkinson: problemen met starten, tremor
- Eenzijdige zwakte gelaat, arm >
Huntington: problemen met stoppen (chorea)
been
Ataxie: cerebellaire stoornis
- Eenzijdige gevoelsstoornis
- Afasie
Lokalisatieprincipes - Andere hogere cerebrale
Centraal Perifeer stoornis (b.v. rekenen)
Atrofie Nee Ja - Hemianopsie
Tonus Verhoogd Verlaagd
- Dysartrie
Reflexen Verhoogd Verlaagd
Voetzool Extensie grote teen Flexie grote teen A. CEREBRI ANTERIOR
reflex (Babinski) (normaal) - Eenzijdige zwakte been >> arm, Gelaat
- Eenzijdige gevoelsstoornis
De patiënt met een CVA - Gedragsstoornis
- Desoriëntatie, apathie
CVA/ beroerte =
- Dysartrie
1. Afsluiting bloedvat → infarct (80%)
A. CEREBRI POSTERIOR
2. Openbarsten bloedvat → bloeding (20%)
- Hemianopsie of kwadrantanopsie
- (Eenzijdige zwakte)
- Symptomen CVA: acuut, onverwachts
- (Eenzijdige gevoelsstoornis)
- Lokalisatie aangedane stroomgebied
A. VERTEBRALIS – A. BASILARIS
o.b.v. klachtenpatroon
Cerebellum
- Focale functiestoornissen in hersenen/
- Coördinatiestoornis
hersenstam
- Dysartrie
- Acute behandeling
- Draaiduizeligheid
o Trombolyse <4,5u (rtPA)
Hersenstam
- Dubbelzien
- Slikstoornis
, - Ataxie WEEK 2
- Dysartrie, draaiduizeligheid, bilaterale
zwakte
Epilepsie
Oorzaken van hersenischemie Epileptische aanval: tijdelijk optreden van
- Intracraniële atherosclerose symptomen door abnormale excessieve/
o Afsluiting groot bloedvat (corticaal synchrone neurale activiteit in hersenen
infarct) (15%)
o Afsluiting kleine lenticulostriaire, TIA: kortdurende, voorbijgaande aanvallen van
perforerende arterie (lacunair neurologische uitvalsverschijnselen.
infarct) (25%) Oorzaak: tijdelijke, focale stoornis in de
- Extracraniële atherosclerose bloedvoorziening, bv: hemiparese, afasie,
o Embolie vanuit a. carotis of a. dysartrie
vertebralis (30%)
- Cardiale embolie (15%) Epilepsie:
o Atriumfibrillatie, klepaandoening, 1. 2(+) ongeprovoceerde (of reflexmatige)
recent myocardinfarct, persisterend aanvallen met interval >/=24u
foramen ovale 2. 1 ongeprovoceerd (of reflexmatige)
- Overige (15%) aanval + herhalingskans van 60% in 10jr
3. Sprake van epilepsiesyndroom
Overige oorzaken herseninfarct
- Hematologisch Beschrijving verschijnselen
o Polycythemie 1. Bewustzijn/ gewaarwording: ogen
o Trombocytemie open/dicht, oogcontact, interactie
o Maligniteit → diffuse intravasale 2. Motorische:
stolling a. Enkelvoudig: trekkingen,
o Stollingsafwijking schokken, verstijven, knipperen,
(anticardiolipine antistoffen, smakken, nystagmus
lupus) b. Complex: automatische
- Vasculitis handelingen, hypermotoor
- Hemodynamische oorzaak, b.v. gedrag
hartstilstand 3. Autonome: verkleuren, hartslag, AH,
- Dissectie zweten,
4. Postictale: vermoeidheid,
Trombolyse (Plasminogeen activator; rtPA) uitvalsverschijnselen
Endovasculaire trombectomie (stent via 5. Sensorische: geluiden, beelden, smaak,
katheter) geur, tintelingen
6. Emotionele: angst, woede, verdriet
‘Wake up strokes’: geen begintijd bekend 7. Cognitieve: déjà vu, geheugenverlies,
afasie
Vertraagde perfusie: herstel gedeeltelijk mogelijk
Verminderde perfusie: blijvende schade Aanvalsclassificatie:
- Focaal: epileptische activiteit in gedeelte
hersenen.
, -> Door hypersynchrone neuronale z = lading
activiteit in deel vd hersenschors: grote F = Faraday constante
groep cellen gaat synchroon salvo’s
actiepotentialen afvuren Ek = evenwichtspotentiaal = Nernstpotentiaal
- Gegeneraliseerd: in meerdere gedeeltes voor K -> Potentiaal waarbij netto K+ stroom 0 is.
- Beiden
- Onbekend Na+/K+ ATPase
- Efflux van 3 Na+
- Influx van 2K+
Het epileptische neuron
- Hydrolyse van 1 ATP
EEG: elektro-encefalogram Dus door werking Na/K pomp is:
Zenuwcellen zijn prikkelbaar (‘excitable’): - [K+] intracellulair veel hoger dan extra
Ze zijn elektrisch actief en kunnen AP’s genereren - [Na+] extracellulair veel hoger dan intra
-> Excitability omhoog = neiging tot productie Evenwichtspotentiaal voor K=negatief en voor
AP’s omhoog Na=positief
-> Bij epilepsie is prikkelbaarheid van sommige
zenuwcellen abnormaal hoog; oorzaken:
1. Epileptische neuronen
2. Epileptische neuronale netwerken
(balans excitatie-inhibitie verstoord)
Wat bepaalt prikkelbaarheid van 1 neuron:
- Ion-concentraties (Na+,K+,Cl-
,Ca2+,Mg2+)
- Ionkanalen (type, eigenschappen,
Goldman (GHK) vergelijking
dichtheid, verdeling)
(bij vergelijking meerdere ionen)
- Synaptische inputs
Potentiaalverschil = concentratieverschil +
selectief doorlaatbaar membraan
AP ontstaat door:
- Kortdurende toename geleidbaarheid vd
membraan voor Na
Nernst-vergelijking - Membraanpotentiaal gaat in richting voor
(berekenen potentiaalverschil) evenwichtspotentiaal voor Na
𝑅𝑇 [𝑋]
𝐸𝑥 = 𝑧𝐹
𝑙𝑛 [𝑋]𝑜 - Gevolgd door toename geleidbaarheid
𝑖
R= gasconstante van membraan voor K
T = temperatuur - Membraanpotentiaal gaat terug in
richting evenwichtspotentiaal voor K