Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Volledige samenvatting Psychologie en voeding

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
51
Geüpload op
14-05-2025
Geschreven in
2024/2025

Volledige samenvatting van het boek Inleiding in de psychologie. En beknopte samenvatting van de benodigde artikelen en documenten: handboek eetstoornissen, The psychologie of eating, Menselijke beslisser

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Inleiding in psychologie
Hoofdstuk 1
Common sense: (gezond verstand) verklaringen die mensen geven voor gedrag van anderen,
gebaseerd op beperkt aantal waarnemingen, leidt tot 1 toevallige verklaring.
Psychologie: baseert zich op systematisch onderzoek waarbij meer waarnemingen worden gedaan
en meer oorzaken worden betrokken.
Klinische psychologie: diagnosticeren en behandelen van mensen met mentale- en
gedragsproblemen, mild van aard: relatieproblemen; ernstigere: depressie, angststoornis, psychose.
Zelfstandige therapeuten, verbonden aan onderzoeks- en behandelinstituten.
Gedragstherapie: op systemische manier gebruikgemaakt van leerprincipes die tot angst hebben
geleid, leerprincipes toegepast om aangeleerde angst te doen verdwijnen
Ontwikkelings- en levenslooppsychologie: bestudering van lichamelijke en geestelijke ontwikkeling
van mensen vanaf geboorte t/m ouderdom. Welke ontwikkelingspatronen op verschillende gebieden
voordoen: motorisch, taal, ontwikkeling in denken, intellectuele en morele ontwikkeling. ‘normaal
patroon’ vastgelegd, waardoor afwijkingen in ontwikkeling opgespoord en behandeld worden.
Ontwikkelingsprobleem: kind langdurig achterblijven bij leeftijdsgenoten.
Afname vermogen dingen te onthouden tegengaan door aanleren geheugensteuntjes of
geheugentrainingen.
Sociale psychologie: richten op manier waarop sociale omgeving invloed heeft op denken, voelen,
handelen van mensen. Sociale omgeving: mensen waarmee iemand intensief te maken heeft: ouders,
vrienden, klasgenoten. Bestuderen mensen in groepen om nagaan hoe groepsleden elkaar
beïnvloeden en welke gedragspatronen ontstaan.
Diffusie van verantwoordelijkheid: groep omstanders voelen zich minder verantwoordelijk voor wat
er gebeurt (iemand in eentje verleent eerder hulp dan wanneer ze in groep deel uitmaken)
Arbeids- en organisatiepsychologie: bezig met gedrag van mensen in organisaties en hoe dit
gedrag wordt beïnvloed door kenmerken van werk en werksituatie, thema’s onderzoek: leiderschap,
personeelsselectie, arbeidstevredenheid, inzet en motivatie, kwaliteit van werk, arbeidsprestatie.
Zorgen voor optimale afstemming tussen mogelijkheden en wensen van medewerkers en manier
waarop organisatie is ingericht.
Functieleerpsychologie: onderzoeken van kenmerken en vermogens van mensen op gebied van
denken, voelen, bewegen, waarnemen, leren, geheugen, aandacht. Vaststellen precieze werking en
aard van deze functies en om omstandigheden die op deze werking van invloed zijn. Vaststellen van
iemand intelligentie, persoonskenmerken, voorkeuren, mogelijkheden.
Gezondheidspsychologie: onderzoeken relatie tussen geestelijke en lichamelijke gezondheid van
mensen en omstandigheden en gedragingen die daarop van invloed zijn. Op zoek naar ziekmakende
en gezondhoudende factoren. Gezondheidsprogramma’s en adviezen ontwikkelen en aanbieden.
Doelen onderzoek:
Beschrijvend onderzoek: aard van gedragingen (soort, hoeveelheid, intensiteit), opvattingen,
houdingen, voorkeuren en mogelijkheden van persoon, beschrijven van karakter of stoornis van
persoon: plaatsen van persoon in categorie: classificatie.
AVL-vragenlijst: vragenlijst aandachtstekort of hyperactiviteit meten, 18 vragen over gedrag leerling,
levert beschrijving van gedragingen leerling, vergelijken met normscore van leeftijdsgenoten om te
zien welke classificatie.
Verklaren: achterhalen van oorzaken van gedrag, waardoor.
Voorspellen: oorzaken vastgesteld dan mogelijk gedrag te voorspellen, vorm van hypothese:
veronderstelling over samenhang tussen bepaalde verschijnselen.
Experimenteel onderzoek: mensen in verschillende situaties plaatsen, waarbij gekeken wordt of
deze verschillende situaties leiden tot verschillend gedrag.
Effecten van ingrepen: nagaan of vele vormen voorlichting beoogde effect geven, effectmetingen
verricht, wat is het resultaat?
Meetmethoden:
Triangulatie: Psychologen maken gebruik verschillende methoden om gedragingen, eigenschappen
of opvattingen van mensen te meten. Verschillende metingen moeten gegevens opleveren die elkaar
aanvullen, ondersteunen of tegenspreken. Compleet en betrouwbaar beeld krijgen van onderzochte
persoon.
Observatie: beeld krijgen van gedragingen die mensen vertonen in situaties
Systematische observatie: observatieschema, vastgesteld naar welke verschijnselen gekeken wordt
en hoe die worden gescoord.
Bij observatie onthouden dat mensen zich geobserveerd kunnen voelen, daardoor niet natuurlijk
gedrag vertonen. Om invloed observator op situatie te vermijden one-way screen: gedeelte van wand

,van ruimte die slechts van buitenaf doorzichtig is, observator kan daardoor kijken naar wat er in die
ruimte gebeurt zonder zelf gezien te worden
Betrouwbaarheid: verschillende beoordelaars kijken naar dezelfde situatie en komen tot dezelfde
scores: interbeoordelaarsbetrouwbaarheid, interbeoordelaarsbetrouwbaarheid observatie-
instrument vergroten:
- Omschrijf de te scoren gedragingen zo concreet mogelijk
- Train observatoren voorafgaande aan onderzoek in gebruik van scoreformulier om verschillen
in scores te kunnen bespreken en om overeenstemming te bereiken over welk gedrag in
welke categorie gescoord moet worden.
Interview: mensen ondervragen, achterhalen van wensen, opvattingen, voorkeuren, houdingen,
gevoelens persoon.
Open vraag: ondervraagde bepaalt soort antwoord, doorvragen is mogelijk, mogelijkheid om
genuanceerd en complex beeld te krijgen van ondervraagde persoon.
Gesloten vraag: ondervraagde kan niet zelf antwoord bepalen, aantal antwoordcategorieën door
interviewer opgesteld.
Selectieve waarneming en beoordeling: bij open vragen zal interviewer moeten vaststellen wat
ondervraagde beweert of bedoelt, dit is lastiger naarmate ondervraagde breedsprakeriger of warriger
is. Interviewer dit voorkomen door samen te vatten wat hij denkt dat essentie van antwoord is en door
te vragen of die samenvatting juiste weergave is van wat bedoelt wordt.
Vragenlijsten: gesloten vragen, makkelijk in te vullen.
Opiniepeilingen: nagaan hoe gedacht wordt over veiligheid in buurt, bezuinigingen in zorg.
Onderzoeksbureaus meestal vaste groep mensen die ze ondervragen, gesloten vragen.
Steekproef: mensen ondervraagd, hoe meer steekproef representatief voor gemiddelde NL bevolking
hoe betrouwbaarder beeld geven van gemeten opvattingen van gehele NL bevolking
Foutmarge:
Betrouwbaarheid: metingen interviewen, vragenlijsten, opiniepeilingen staat of valt met mate waarin
personen die vragen invullen goed beeld van zichzelf verschaffen. Betrouwbaarheid ondermijnen:
- Gebrek aan zelfkennis of zelfoverschatting
- Neiging van mensen om zich beter voor te doen dan ze zijn
- Neiging om sociaal wenselijke antwoorden te geven
Zelfoverschatting: denken meer te kunnen dan werkelijkheid geval is
Zelfpresentatie: zichzelf beter voor doen dan in werkelijkheid geval is
Sociaal wenselijke antwoorden: door aanwezigheid interviewer niet altijd achterste van tong laten zien,
geen eerlijke antwoorden geven
Zelfrapportage: beeld geven van eigenschappen die ondervraagde bezig, vertekend beeld van zichzelf
geven door gebrekkige zelfkennis of zichzelf beter willen voordoen.
Combinatie van verschillende metingen zal kunnen leiden tot betrouwbaar beeld van persoon.
Tests: eigenschappen van mensen vaststellen door vaardigheidstest, IQ-test, precisietest, Cito-toets,
snelheidstest, sporttest, beroepentest. Om toekomstig succes te kunnen voorspellen.
Normaalverdeling: bij veel tests in loop van jaren beeld ontstaan hoe scores bij NL bevolking verdeeld
zijn.
Normering: hierdoor goed te bepalen hoe laag/hoog persoon scoort ten opzichte van anderen
Fysiologische metingen: hersengolven, activiteiten diverse delen hersenen, reactie van huid op
emoties, overdracht signalen tussen zenuwen, productie hormonen
Documentenstudie: gebruikgemaakt van geschreven bronnen over persoon/situatie, dossier over
persoon als aanvullende bron van informatie gebruikt worden
Vormen onderzoek
Gevalsstudie: diepgaande bestudering van persoon, groep, organisatie; meerdere methoden van
gegevens verzamelen worden gebruikt: observatie, interviewen, vragenlijsten, documentstudie
Triangulatie: gebruik van meerdere methoden van dataverzameling. Voordeel is dat gegevens uit
verschillende metingen elkaar kunnen aanvullen en tot beter beeld kunnen leiden van wat er aan hand
is of heeft plaatsgevonden.
Survey-onderzoek: grote aantallen personen worden ondervraagd met vragenlijsten, nagegaan of
sprake is van samenhang tussen bepaalde factoren.
Correlatie (r): sterkte van samenhang tussen 2 verschijnselen, r=+1.00 tot r=-1.00 midden r=0.00, als
positieve correlatie gevonden: als ene factor toeneemt, neemt andere factor ook toe. Negatieve r-
waarde: als ene factor toeneemt, neemt andere factor af.
Hoe hoger correlatie in positieve of negatieve zin, hoe sterker 2 factoren met elkaar samenhangen. Bij
correlatie van r=1.00 perfecte en positieve samenhang tussen 2 factoren.

,Correlatie r=0.00: geen samenhang tussen factoren. Gebrek aan samenhang te zien dat metingen niet
meer op 1 lijn liggen, willekeurig verspreid in tabel
Significant: berust gevonden samenhang in onderzoek niet op toeval. Hele kleine samenhang kan
significant zijn als onderzoekspopulatie maar groot genoeg is.
Relevantie samenhang: is verschil groot genoeg om relevant te zijn
Causale relatie: oorzakelijk verband, dit oorzakelijk verband kan niet worden vastgesteld door
correlatieonderzoek
Experiment: mensen/groepen in verschillende situaties geplaatst om te kunnen kijken of die situaties
van invloed zijn op gedragingen/opvattingen. Mogelijk om causale relatie tussen verschijnselen vast te
stellen.
Hypothese: onderzoeken en toetsen met experimenteel onderzoek.
In experiment situaties zodanig opgesteld dat ze van elkaar verschillen zodat kan worden nagegaan of
die verschillen van invloed zijn op gedrag van personen in die situaties. Personen aan verschillende
situaties blootgesteld en gedrag gemeten. In ene situatie ander gedrag vertoon dan in andere situatie
geconcludeerd dat situatie van invloed geweest op gedrag van persoon.
Experiment zodanig uitgevoerd dat kans klein is dat gevonden verschil niet aan andere zaken kan
worden toegeschreven. Kenmerken goed experiment:
- Voormeting en nameting: verschil tussen voor- en nameting vooruitgang in prestaties
- Zodanige toewijzing qua leeftijd, prestaties en sekse in elke conditie gelijk verdeeld zijn
- Zodanige toewijzing ervaren personen eerlijk verdeeld
Randomisering: eerlijke toewijzing in groepen verdelen, van belang op kenmerken waarvan mag
worden verondersteld dat ze evt van invloed kunnen zijn op resultaten en andere verklaring mogelijk
maken
Ontwikkeling begintijd psychologie
Descartes (1569-1650): Franse filosoof, 1e mens bezig aard van menselijke geest. Lichaam en geest
gescheiden identiteiten: dualisme. Geest is immateriële substantie. Lichaam en geest gescheiden wel
uitwisseling tussen beide: interactief dualisme:
- Lichamelijke gewaarwordingen voegen inhoud aan geest toe
- Geest zorgt voor rationele overweging die ons gedrag bepalen en wil aansturen om iets te
doen
Geest bevat aangeboren kwaliteiten als gevoel van eenheid, oneindigheid, perfectie
Locke (1632-1704): geest bevat geen aangeboren kwaliteiten, ieder mens begint als tabula rasa:
onbeschreven blad, door gewaarwordingen van gebeurtenissen in buitenwereld langzaam en passief
ingevuld, in begin eenvoudige ideeën, later door samenvoegingen van ervaringen steeds complexere
ideeën.
Wetenschappelijke bestudering menselijke geest en begin psychologie als wetenschap vanaf 1880
Structuralisme: gerichtheid op structuur, Wundt (1832-1920), op systematische manier onderzocht
hoe prikkels uit buitenwereld door geest ontvangen en verwerkt worden. Experimentele psychologie:
proefpersonen externe prikkels toedienen en kijken hoe deze proefpersonen daarop reageren,
opletten op verkennen van structuur van bewuste ervaringen.
- Sensaties: visuele beelden, geluiden, geuren, smaken, tastgevoelens
- Beelden: ervaringen als herinneringen zijn opgeslagen in geheugen
- Gevoelens: emotionele ervaringen als liefde, woede, angst, jaloezie.
Geïnteresseerd hoe bewuste ervaringen in hersenen gevormd worden.
Introspectie: onderzoeksmethode waarin mensen gevraagd wordt om hardop te denken over eigen
gedachten, gevoelens, herinneringen. Beter beeld krijgen wat er in hersenen plaatsvindt.
Gestaltbenadering: Wertheimer (1880-1943)onderzoek waarin reacties op afzonderlijke
gewaarwordingen worden bestudeerd doet geen recht aan manier waarop mensen omgaan met
prikkels uit buitenwereld. Mensen neiging prikkels te verwerken tot samenhangend geheel.
Gestalt: samenhangend geheel heeft andere betekenis dan elke prikkel afzonderlijk.
Neiging van mensen om losse prikkels waar te nemen en op te slaan in betekenisvolle gehelen is in
veel andere experimenten aangetoond.
Functionalisme: welke functies hebben mentale processen voor het gedrag van mensen en voor
vermogen van mensen om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. Functionalisten
beïnvloed door evolutietheorie Darwin: welke mentale processen stellen mensen in staat zich aan te
passen aan nieuwe omgevingen, welke mentale capaciteiten zijn hiervoor nodig en in welke mate
verschillen mensen in capaciteiten. Hoe komen emoties tot stand, hoe zetten die emoties mensen aan
tot gedrag. James (1842-1910) vertegenwoordiger functionalisme, mentale processen stroom van
gewaarwordingen die voortduren in beweging is. Menselijke gedrag bepaald door:

, - Gewoonten: aangeleerde gedragingen die automatisch worden vertoond
- Emoties: ervaren gevoelens
- De wil: ervaren gerichte mentale activiteit die aanzet tot gedrag
James vroeg zich af of vrije wil bestaat, is gerichte mentale activiteit (de wil) gevolg van
denkprocessen die automatisch optreden, zonder dat mensen die processen kan aansturen, of heeft
mens vermogen om denkprocessen bewust te sturen en beschikt hij/zij over vrije wil?
Gedragsbenadering: Watson (1878-1958), psychologie moet introspectieve methode om mentale
processen te beschrijven en verklaren niet meer toepassen, subjectieve en tegenstrijdige resultaten.
Bewustzijn is black box waartoe geen toegang hebben, gedrag wel goed te bestuderen. Watson
richten op directe observaties van menselijk gedrag die door anderen herhaald en geverifieerd
worden. Gedragsbenadering: behaviorisme, doel te komen tot beschrijving, verklaring, voorspelling
van menselijk gedrag. Geïnteresseerd in manier waarop mensen leren door ervaringen. Thorndike
(1874-1947) nieuwsgierig naar manier waarop nieuwe gedrag door dieren wordt aangeleerd:
toevallige handelingen die niets opleveren verdwenen langzaam uit gedragsrepertoire en toevallige
handelingen die wel wat opleverden werden steeds meer vertoond: de wet van effect.
Psychoanalyse: Freud (1874-1947) patiënten met psychische stoornissen, conclusie dat stoornissen
gevolg waren van traumatische ervaringen in vroege kindertijd die patiënten uit bewustzijn hadden
verdrongen. Oproepen en verwerken van die ervaringen noodzakelijk om patiënten te genezen. Door
onbewuste verdringing niet meer toegankelijk. Methode ontwikkeld verdrongen traumatische
ervaringen te achterhalen, vrije associatie: patiënt aangemoedigd gedachten en gevoelens vrij te uiten
en alles op te noemen wat hem op dat moment voor geest kwam. Droominterpretatie: patiënten
conflict tussen bewuste deel geest, traumatische ervaringen onder ogen wil zien en onbewuste deel
van geest dat pijn traumatische ervaring wil vermijden.
Niet alle psychische stoornissen zijn gevolg van traumatische ervaringen in vroege kindertijd.
Hedendaagse benaderingen psychologie: alle mogelijke aspecten van menselijk gedrag en op alle
mogelijke oorzaken van dat gedrag.
Verklaringen agressief gedrag: biologische verklaringen, omgevingsverklaringen, biosociale verklaring
Biologische verklaringen: alle gedragingen en gevoelens beïnvloed/gestuurd door centrale
zenuwstelsel: hersenen, ruggenmerg. Storingen in functioneren dit stelsel gevolg voor psychologisch
functioneren. Storingen door beschadigingen, afwijkingen in hersenen. Beschadigingen frontale
hersenen agressief gedrag oproepen. Depressieve mensen afwijkingen in frontale hersenen.
Rechterhelft hersenen vertoont meer activiteit en linkerhelft minder dan bij normale personen. Door
ongeval, bloeding of ouderdom verminderd functioneren van hersenen ontstaan, leidt tot gebreken in
spraak, geheugen, aandacht. Mensen ouder worden vermindering intellectuele vermogens.
Hormoonproductie: agressie door verhoogd testosteronniveau. Gedrag beïnvloed door werking
informatieoverdracht tussen zenuwcellen: neuronen, overdracht door neurotransmitters. Agressieve
mensen trage terugvoer van neurotransmitter serotonine van ontvangende naar zendende zenuwcel.
Bij depressieve en schizofrene mensen deze verstoringen.
Erfelijkheid: van ene op andere generatie eigenschappen overgedragen. Agressieve kinderen vaak
agressieve ouders.
Omgevings(sociale)verklaringen: gezinssituatie, opvoeding, buurt van opgroeien, invloed van
vrienden. Opvoeding met veel geweld, later zelf ook geweld gebruiken om zin te krijgen.
Erfelijkheidsfactor niet opvoedingsfactor? Sociale omgeving bestaat in loop van tijd uit steeds meer
personen en groepen.
Socialisatie: pogingen van sociale omgeving om persoon zover te krijgen dat hij geldende oordelen,
opvattingen en gedragingen overneemt. Plaatselijke cultuur: ontstaan van oordelen, opvattingen en
gedragingen die in groepen gelden.
Nature-nurture debat: discussie over vraag in welke mate biologische of omgevingsfactoren van
invloed zijn op menselijke gedrag.
Nature-standpunt: ontwikkeling van mensen is grotendeels afhankelijk van erfelijk/biologisch factoren,
bepalen mogelijkheden en onmogelijkheden in gedrag van persoon.
Nurture-standpunt: ontwikkeling van mensen grotendeels bepaald door omgeving waarin ze leven en
opvoeding die ze krijgen. Mensen als onbeschreven blad ter wereld, omgeving bepaalt hoe het wordt
ingevuld.
Meeste eigenschappen en kenmerken van mensen kunnen pas gemeten worden als nurture al
geruime tijd heeft plaatsgevonden, waardoor beide invloeden niet meer onafhankelijk van elkaar
kunnen worden vastgesteld.
Biosociale verklaringen: menselijke geest is geen tabula rasa die passief wordt ingevuld door
prikkels uit omgeving. Mensen in staat om selectief om te gaan met wat ze ervaren en wat ze daarvan
leren. Zijn in staat hun omgeving te beïnvloeden of zelf omgeving te kiezen. Waarom ene persoon

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
14 mei 2025
Aantal pagina's
51
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$8.11
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
reneesjerp Hogeschool NTI
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
34
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
8
Laatst verkocht
6 dagen geleden

4.7

3 beoordelingen

5
2
4
1
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen