Belastingen en verzekering
1.1 – h1
1.2 - h2
1.3 – h2
1.4 – h4
1.5 - h2
1.6 – h2 en h3
1.7 – h3
1.8 – h3
1.9 – h2
1.10 – h1
1.11 – h1 en h11
1.12 – h8
1.13 – h2
2.1 – h6
2.2 – h6
2.3 – h6
2.4 – h6
3.1 - ?
3.2 – h10
3.3 – h10 en h11
3.4 – h10
3.5 – h12 en h13
3.6 – h11
4.1 - ?
4.2 – h13
5.1 – h13
5.2 - ?
1.1 (h1) De kandidaat benoemt welk overheidsorgaan of welke
overheidsinstantie een gegeven belasting of heffing kan
opleggen.
Rijk: Regering, ministerraad, ministers en staatssecretarissen.
Zij gaan over de rijksbelastingen belastingen Door de
belastingdienst geïnd:
o Omzetbelasting,
o Loonbelasting,
o Inkomstenbelasting
o Vennootschapsbelasting.
o BTW
o Verder noemen we: kansspelbelasting, dividendbelasting,
motorrijtuigenbelasting en bpm.
, Provincies: Provinciale staten, Gedeputeerde staten en Commissaris
van de Koning. (2% samen met het waterschap)
Provinciale belastingen:
o Zij gaan over opcenten (=Provinciale belasting die door de
houder van een motorrijtuig moet worden betaald samen met
de motorrijtuigenbelasting), samen met de
motorrijtuigenbelasting.
Waterschappen: Algemeen bestuur en Dagelijks bestuur en
voorzitter.(2% samen met provincie)
Waterschapsbelastingen:
o Waterschapsheffing
o Zuiveringsheffing
-
Gemeentes: Gemeenteraad, College van B&W en Burgemeester.
(5% van alle belastinggelden)
Gemeentelijke belastingen:
o Zij gaan over meerde belastingen De grootste hiervan is
OZB. OZB onroerendezaakbelasting. Eigenaren van
onroerende zaken moeten over de waarde van hun
onroerende zaak aan de gemeente belasting betalen.
o Rioolheffing
o Toeristenbelasting
o Hondenbelasting.
1.2 (h2) De kandidaat motiveert in een situatie of iemand
inkomstenbelasting is verschuldigd.
Natuurlijke personen die in Nederland wonen.
Natuurlijke personen die niet in Nederland wonen maar wel werken
in Nederland.
Gehuwden en ongehuwden/meer- en minderjarige
Ingezetenen en niet- ingezetenen
Ingezetenen woont permanent in Nederland en belast voor
wereldinkomen.
Niet-ingezetenen woont niet in Nederland, maar heeft wel
inkomen in Nederland.
Inkomstenbelasting Bij inkomstenbelasting wordt belasting geheven
over het genoten inkomen van natuurlijke personen.
1.1 – h1
1.2 - h2
1.3 – h2
1.4 – h4
1.5 - h2
1.6 – h2 en h3
1.7 – h3
1.8 – h3
1.9 – h2
1.10 – h1
1.11 – h1 en h11
1.12 – h8
1.13 – h2
2.1 – h6
2.2 – h6
2.3 – h6
2.4 – h6
3.1 - ?
3.2 – h10
3.3 – h10 en h11
3.4 – h10
3.5 – h12 en h13
3.6 – h11
4.1 - ?
4.2 – h13
5.1 – h13
5.2 - ?
1.1 (h1) De kandidaat benoemt welk overheidsorgaan of welke
overheidsinstantie een gegeven belasting of heffing kan
opleggen.
Rijk: Regering, ministerraad, ministers en staatssecretarissen.
Zij gaan over de rijksbelastingen belastingen Door de
belastingdienst geïnd:
o Omzetbelasting,
o Loonbelasting,
o Inkomstenbelasting
o Vennootschapsbelasting.
o BTW
o Verder noemen we: kansspelbelasting, dividendbelasting,
motorrijtuigenbelasting en bpm.
, Provincies: Provinciale staten, Gedeputeerde staten en Commissaris
van de Koning. (2% samen met het waterschap)
Provinciale belastingen:
o Zij gaan over opcenten (=Provinciale belasting die door de
houder van een motorrijtuig moet worden betaald samen met
de motorrijtuigenbelasting), samen met de
motorrijtuigenbelasting.
Waterschappen: Algemeen bestuur en Dagelijks bestuur en
voorzitter.(2% samen met provincie)
Waterschapsbelastingen:
o Waterschapsheffing
o Zuiveringsheffing
-
Gemeentes: Gemeenteraad, College van B&W en Burgemeester.
(5% van alle belastinggelden)
Gemeentelijke belastingen:
o Zij gaan over meerde belastingen De grootste hiervan is
OZB. OZB onroerendezaakbelasting. Eigenaren van
onroerende zaken moeten over de waarde van hun
onroerende zaak aan de gemeente belasting betalen.
o Rioolheffing
o Toeristenbelasting
o Hondenbelasting.
1.2 (h2) De kandidaat motiveert in een situatie of iemand
inkomstenbelasting is verschuldigd.
Natuurlijke personen die in Nederland wonen.
Natuurlijke personen die niet in Nederland wonen maar wel werken
in Nederland.
Gehuwden en ongehuwden/meer- en minderjarige
Ingezetenen en niet- ingezetenen
Ingezetenen woont permanent in Nederland en belast voor
wereldinkomen.
Niet-ingezetenen woont niet in Nederland, maar heeft wel
inkomen in Nederland.
Inkomstenbelasting Bij inkomstenbelasting wordt belasting geheven
over het genoten inkomen van natuurlijke personen.