1.1 Inleiding in opvoeding en onderwijs
Leerdoelen van dit vak omgezet in een samenvatting
1. Verschillende fases van opvoedingsonzekerheid – opvoedingsnood uit
Blokland
Opvoedingsproblemen waar formele hulp bij wordt gezocht: (continuüm van ernst
& duur)
1. Opvoedingsonzekerheid: sprake van specifieke praktische problemen
(bieden van het normaliseren van het probleem en informeren hierover)
a. Kinderen vertonen lastig gedrag
b. Ouders voelen zich competent
c. Ouders hebben behoefte aan uitwisseling van informatie
d. Steun van eigen sociaal netwerk is voldoende
e. Pedagoog is in het spel
2. Opvoedingsspanning: sprake van langere tijd opvoedingsproblemen en
ongerustheid (bieden van advies en ondersteuning)
a. Milde & beginnende gedragsproblemen bij kinderen
b. Ouders hebben twijfel aan eigen competentie
c. Behoefte aan vrijblijvend advies en steun
d. Steun eigen sociaal netwerk schiet soms te kort
e. Pedagoog is in het spel
3. Opvoedingscrisis: (bieden van intensieve zorg)
a. Escalatie van problemen van het kind
b. Gevoel van competentie is verdwenen & gevoel van onmacht is
aanwezig
c. Behoefte aan directe steun
d. Steun van eigen sociale netwerk is onvoldoende, maar is er nog wel
4. Opvoedingsnood: langere complexe problemen (kan meervoud) waarbij de
situatie uitzichtloos is en dit de ouders hun laatste redmiddel is
professionele hulp nodig (bieden van complexe zorg)
a. Hardnekkige en meer complexe problemen bij kind en gezin
b. Ouders voelen zich incompetent en machteloos
c. Behoefte of noodzaak tot intensieve hulp
d. Steun van eigen sociale netwerk ontbreekt
2. De studenten kunnen de theoretische modellen uit Blokland, Van der Horst
(Bronfenbrenner) en Bakker (balansmodel) toepassen op een casus.
o Procesmodel van Belsky (1984)
‘Tweerichtingsverkeer’ binnen opvoeding; wat bepaalt hoe
ouders opvoeden? Hoe komt het dat ouders verschillende
manieren van opvoeden hebben?
, Invloed van sociaal netwerk, persoonlijkheid ouders, opvoeding
ouders, huwelijksrelatie, op de ouders beïnvloedt de soort
opvoeding die de ouder geeft aan het kind
o Transactioneel model van Sameroff
‘Tweerichtingsverkeer’ binnen de opvoeding, wisselwerking
tussen ouders en kind
Kind en omgeving voortdurend in transactie met elkaar (geen
statische eenheden)
Gedragingen beïnvloeden elkaar transactioneel proces
Gaat meer over kind karakteristieken
o Ecologische model van Bronfenbrenner
- Microsystem: directe omgeving van het kind (gezin, school, vrienden)
- Mesosysteem: directe omgeving van het kind, die zonder het kind
communiceren maar wel invloed heeft op het kind (ouder-school)
- Exosysteem: indirecte omgeving van het kind wat via directe omgeving
invloed heeft op het kind (werk van ouders)(financiële status van ouders)
- Macrosysteem: maatschappelijke invloeden, wetten, cultuur
- Chronosysteem: alles door de tijd heen (veranderen van wetten,
veranderen van vrienden (microsysteem))
o Balansmodel van Bakker
- Draaglast & draagkracht balanceren elkaar, alles heeft invloed op elkaar
(niet statisch)
- Draaglast = taken van ouders (zorg voor kinderen, gezinsinkomen)
(Risicofactoren taakverzwaring, beïnvloeden de ontwikkeling negatief)
- Draagkracht = vaardigheden die ouders beschikken (steun bij opvoeden,
veerkracht) (Beschermende factoren beïnvloeden de ontwikkeling
positief)
- Beschermende & risicofactoren in te delen in micro-, meso- & macroniveau
3. De studenten kunnen de vicieuze cirkel van dwang van Patterson
invullen aan de hand van een casus. (1982)
Een situatie waarin iets een bepaald ongewenst gevolg heeft, terwijl dat gevolg
op zijn beurt het eerstgenoemde verschijnsel in stand houdt of versterkt
transactioneel, samenspel tussen ouders hoe negatieve interactiepatronen
tussen ouders en kinderen kunnen escaleren
, 4. De studenten kunnen de diagnostische cyclus toepassen op een casus
De diagnostische cyclus
- Meer systematisch model
- Verschillende routes mogelijk, route die je neemt diagnostische scenario
- Klachtenanalyse (KA): ordenen en inventariseren van klachten,
verhelderen hulpvragen (vanuit hier meerdere scenario’s mogelijk)
o Probleemanalyse (PA): groeperen en benoemen van problemen
op basis van gestelde klachten, wat is er precies aan de hand? Hoe
noemen we dit? (onderkennende vraag)
o Verklaringsanalyse (VA): doen van uitspraken over condities die
problemen veroorzaken of in standhouden, komen tot integratief
beeld, hoe kunnen we dit begrijpen? (verklaring vraag)
o Indicatieanalyse (IA): doen van aanbevelingen voor interventies,
wat is er precies nodig? (initiërende vraag)
Zijn dus verschillende routes mogelijk: (KAPAIA) (KAPAVA) (KAVAIA)
- Heteroamnese Voorgeschiedenis van patiënt d.m.v. andere mensen
dan de patiënt zelf
- Begint altijd met anamnese klachtenanalyse
5. De studenten weten wat pedagogisch adviseren inhoudt en weten de
kernbestanden ervan
Pedagogisch advies
- Toegankelijke en kortdurende vorm van individuele begeleiding van ouders
bij (milde) problemen in de opvoeding en ontwikkeling van kinderen
Kenmerken:
- Toegankelijk: vanuit lokale voorzieningen, laagdrempelig, ouders kunnen
snel terecht zonder verwijzing/wachtlijst
- Kortdurend: beperkte aantal contacten met ouders (max. 5x), beperkt
traject met gemiddelde duur van 3 maanden
- Individuele ondersteuning: advies op maat, gericht op specifieke
vraag/probleem van een individuele ouder
- Ouders: niet-professionele relatie met het kind
- Milde opvoedingsproblemen: lokaal preventief jeugdbeleid,
opvoedingsproblemen die hanteerbaar zijn
- Vragen en behoeften van ouders: vraag van ouders uitgangspunt
Leerdoelen van dit vak omgezet in een samenvatting
1. Verschillende fases van opvoedingsonzekerheid – opvoedingsnood uit
Blokland
Opvoedingsproblemen waar formele hulp bij wordt gezocht: (continuüm van ernst
& duur)
1. Opvoedingsonzekerheid: sprake van specifieke praktische problemen
(bieden van het normaliseren van het probleem en informeren hierover)
a. Kinderen vertonen lastig gedrag
b. Ouders voelen zich competent
c. Ouders hebben behoefte aan uitwisseling van informatie
d. Steun van eigen sociaal netwerk is voldoende
e. Pedagoog is in het spel
2. Opvoedingsspanning: sprake van langere tijd opvoedingsproblemen en
ongerustheid (bieden van advies en ondersteuning)
a. Milde & beginnende gedragsproblemen bij kinderen
b. Ouders hebben twijfel aan eigen competentie
c. Behoefte aan vrijblijvend advies en steun
d. Steun eigen sociaal netwerk schiet soms te kort
e. Pedagoog is in het spel
3. Opvoedingscrisis: (bieden van intensieve zorg)
a. Escalatie van problemen van het kind
b. Gevoel van competentie is verdwenen & gevoel van onmacht is
aanwezig
c. Behoefte aan directe steun
d. Steun van eigen sociale netwerk is onvoldoende, maar is er nog wel
4. Opvoedingsnood: langere complexe problemen (kan meervoud) waarbij de
situatie uitzichtloos is en dit de ouders hun laatste redmiddel is
professionele hulp nodig (bieden van complexe zorg)
a. Hardnekkige en meer complexe problemen bij kind en gezin
b. Ouders voelen zich incompetent en machteloos
c. Behoefte of noodzaak tot intensieve hulp
d. Steun van eigen sociale netwerk ontbreekt
2. De studenten kunnen de theoretische modellen uit Blokland, Van der Horst
(Bronfenbrenner) en Bakker (balansmodel) toepassen op een casus.
o Procesmodel van Belsky (1984)
‘Tweerichtingsverkeer’ binnen opvoeding; wat bepaalt hoe
ouders opvoeden? Hoe komt het dat ouders verschillende
manieren van opvoeden hebben?
, Invloed van sociaal netwerk, persoonlijkheid ouders, opvoeding
ouders, huwelijksrelatie, op de ouders beïnvloedt de soort
opvoeding die de ouder geeft aan het kind
o Transactioneel model van Sameroff
‘Tweerichtingsverkeer’ binnen de opvoeding, wisselwerking
tussen ouders en kind
Kind en omgeving voortdurend in transactie met elkaar (geen
statische eenheden)
Gedragingen beïnvloeden elkaar transactioneel proces
Gaat meer over kind karakteristieken
o Ecologische model van Bronfenbrenner
- Microsystem: directe omgeving van het kind (gezin, school, vrienden)
- Mesosysteem: directe omgeving van het kind, die zonder het kind
communiceren maar wel invloed heeft op het kind (ouder-school)
- Exosysteem: indirecte omgeving van het kind wat via directe omgeving
invloed heeft op het kind (werk van ouders)(financiële status van ouders)
- Macrosysteem: maatschappelijke invloeden, wetten, cultuur
- Chronosysteem: alles door de tijd heen (veranderen van wetten,
veranderen van vrienden (microsysteem))
o Balansmodel van Bakker
- Draaglast & draagkracht balanceren elkaar, alles heeft invloed op elkaar
(niet statisch)
- Draaglast = taken van ouders (zorg voor kinderen, gezinsinkomen)
(Risicofactoren taakverzwaring, beïnvloeden de ontwikkeling negatief)
- Draagkracht = vaardigheden die ouders beschikken (steun bij opvoeden,
veerkracht) (Beschermende factoren beïnvloeden de ontwikkeling
positief)
- Beschermende & risicofactoren in te delen in micro-, meso- & macroniveau
3. De studenten kunnen de vicieuze cirkel van dwang van Patterson
invullen aan de hand van een casus. (1982)
Een situatie waarin iets een bepaald ongewenst gevolg heeft, terwijl dat gevolg
op zijn beurt het eerstgenoemde verschijnsel in stand houdt of versterkt
transactioneel, samenspel tussen ouders hoe negatieve interactiepatronen
tussen ouders en kinderen kunnen escaleren
, 4. De studenten kunnen de diagnostische cyclus toepassen op een casus
De diagnostische cyclus
- Meer systematisch model
- Verschillende routes mogelijk, route die je neemt diagnostische scenario
- Klachtenanalyse (KA): ordenen en inventariseren van klachten,
verhelderen hulpvragen (vanuit hier meerdere scenario’s mogelijk)
o Probleemanalyse (PA): groeperen en benoemen van problemen
op basis van gestelde klachten, wat is er precies aan de hand? Hoe
noemen we dit? (onderkennende vraag)
o Verklaringsanalyse (VA): doen van uitspraken over condities die
problemen veroorzaken of in standhouden, komen tot integratief
beeld, hoe kunnen we dit begrijpen? (verklaring vraag)
o Indicatieanalyse (IA): doen van aanbevelingen voor interventies,
wat is er precies nodig? (initiërende vraag)
Zijn dus verschillende routes mogelijk: (KAPAIA) (KAPAVA) (KAVAIA)
- Heteroamnese Voorgeschiedenis van patiënt d.m.v. andere mensen
dan de patiënt zelf
- Begint altijd met anamnese klachtenanalyse
5. De studenten weten wat pedagogisch adviseren inhoudt en weten de
kernbestanden ervan
Pedagogisch advies
- Toegankelijke en kortdurende vorm van individuele begeleiding van ouders
bij (milde) problemen in de opvoeding en ontwikkeling van kinderen
Kenmerken:
- Toegankelijk: vanuit lokale voorzieningen, laagdrempelig, ouders kunnen
snel terecht zonder verwijzing/wachtlijst
- Kortdurend: beperkte aantal contacten met ouders (max. 5x), beperkt
traject met gemiddelde duur van 3 maanden
- Individuele ondersteuning: advies op maat, gericht op specifieke
vraag/probleem van een individuele ouder
- Ouders: niet-professionele relatie met het kind
- Milde opvoedingsproblemen: lokaal preventief jeugdbeleid,
opvoedingsproblemen die hanteerbaar zijn
- Vragen en behoeften van ouders: vraag van ouders uitgangspunt