beoordelingsmethoden
Leren: Psychiatrie een inleiding, H1, H2, H3. (Het accent ligt op H 2.6 t/m 2.9 en H 3.4)
De PowerPoint
Het boek wat gebruikt wordt is de 9de editie van psychiatrie, een inleiding. Het vak omvat
een uitgebreide bespreking van psychiatrische stoornissen o.a. op grond van dsm-5 met
daarin aandacht voor verklaringen en behandeling vanuit vier perspectieven:
- Biologisch
- Psychologisch
- Sociaal-cultureel
- Biopsychosociaal
Wat gaan we deze periode behandelen?
Algemeen
1. Inleiding
Onderscheiden van ‘’normaal’’ en ‘’afwijkend’’ gedrag. (Visies op afwijkend gedrag en
behandelmethoden.
Onderscheiden en toepassen biologisch, psychologisch, sociaal-cultureel en
biopsychosociaal perspectief.
Kijken naar behandelmodellen.
Specifiek
Symptomen, oorzaken en behandelmethoden herkennen en benoemen bij:
2. Angst- en obsessief compulsieve stoornissen.
3. Ontwikkelingsstoornissen (ADHD en ASS)
4. Gedragsproblemen
5. Persoonlijkheids- en impulsbeheersingsstoornissen
6. Schizofreniespectrum stoornissen
7. Eetstoornissen
Visies op afwijkend gedrag en behandelmethoden
(Terugblik op M5, zie H 2 t/m 2.5)
Hoe wordt een stoornis verklaard: wat is de oorzaak? Welke factoren spelen een rol? VUB
, Voorbeschikkende factoren: kwetsbaarheid van de cliënt om een stoornis te
ontwikkelen (erfelijkheid). Kan verder te maken hebben met lichamelijke aard,
psychische structuur, sociale context.
Uitlokkende factoren: welke omstandigheden hebben de stoornis uitgelokt?
Bestendigende factoren: wat houdt de stoornis in stand?
We gaan uit van vier centrale perspectieven om afwijkend gedrag te verklaren, en die dienen
als uitgangspunten voor behandeling…
Het biologische perspectief
Het psychologische perspectief
Het sociaal-culturele perspectief
Het biopsychosociale perspectief
Biologisch perspectief
Biologische verklaringen en voorbeelden van behandeling:
Hersenen en gedrag, erfelijkheid, neurotransmitters.
Voorbeelden behandeling: medicatie, EMDR, neurofeedback, elektroshock.
Psychologisch perspectief
Psychologische verklaring en voorbeelden van behandeling:
Leertheorie/ behaviorisme: aangeleerd gedrag -> gedragstherapie
Cognitieve theorie (irrationeel denken) -> cognitieve therapie
Psychodynamica -> psychotherapie
Humanisme (blokkades bij zelfontplooiing) -> cliëntgerichte therapie
Sociaal-cultureel perspectief
Rekening houden met de rol die maatschappelijke ‘’ziektes’’ als armoede, racisme en gebrek
aan kansen een rol spelen bij het ontstaan van afwijkende gedragspatronen.
Biopsychosociaal perspectief
Uitgangspunt is het samenspel van biologische, psychologische en sociaal culturele aspecten
bij het ontstaan van een stoornis.
Diathese stressmodel: iemand heeft een aanleg (diathese) voor een bepaalde stoornis
(=biologisch). Ontwikkelen van die aanleg tot een stoornis hangt af van de interactie
(psychologie) tussen aanleg en stressvolle ervaringen in relatie tot de omgeving (cultuur).
Hoe sterker de diathese (aanleg), hoe minder stress er nodig is om de stoornis te
ontketenen.
Voorbeelden van behandeling:
, Aanleg in relatie tot de directe (gezins)omgeving systeemtherapie, groepstherapie
Milieutheorie maatschappelijke posities versus psychische stoornis. Onderzoek: komt
elke stoornis in iedere cultuur voor? En hebben ze dezelfde symptomen?
‘’Behandelaars’’
Niet per se therapeuten. Deze beroepsgroepen hebben te maken- en werken, vaak in
multidisciplinair verband, met mensen met psychische problematiek/ stoornissen:
Psychologen, orthopedagogen, psychiaters, gedragstherapeuten, psychotherapeuten,
maatschappelijk werkers, creatief therapeuten, sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen,
toegepast psychologen.
Behandelmethoden
Psychotherapie = gestructureerde vorm van psychologische behandeling op basis van een
psychologisch denkmodel (bijv. psychodynamische of gedragstherapie). De behandeling
bestaat uit een of meer gesprekken of behandelsessies tussen de patiënt en de therapeut.
Psychotherapie heeft de volgende kenmerken:
1. Systematische interactie: systematisch betekent dat de therapeut zijn interacties met
de patiënt vormgeeft op een manier die overeenstemt met zijn theoretische visie.
2. Psychologische principes: de behandeling is gebaseerd op psychologische principes,
onderzoeksresultaten en theorieën.
3. Gedrag, gedachten en gevoelens: psychotherapie kan gericht zijn op het
gedragsmatige, het cognitieve of het emotionele niveau.
4. Afwijkend gedrag, problemen oplossen en persoonlijke groei: drie groepen die baat
hebben bij psychotherapie.
Niet-specifieke behandelfactoren= factoren die niet specifiek zijn voor een bepaalde vorm
van psychotherapie, zoals de aandacht, empathie en de steun van de therapeut, maar die
wel positieve verwachtingen oproepen over mogelijke veranderingen.
Psychoanalyse en psychodynamische therapie
Psychodynamische methode. Grondlegger Freud. Intensieve, meestal langdurige
behandeling. Centraal staan:
- Inzicht krijgen in en oplossingen vinden voor onverwerkte, onbewuste, verdrongen
conflicten uit de jeugd.
- Psychoanalyse wil ons bewust maken van de vraag waarom we de dingen doen die
we doen.
,De belangrijkste methoden en technieken die worden gebruikt om deze doelen te bereiken
zijn:
1. Vrije associatie: (methode waarbij gedachten onder woorden worden gebracht zodra
ze in de patiënt opkomen, zonder bewuste pogingen om ze te bewerken en
censureren.)
2. Droomanalyse: (volgens Freud zijn dromen de weg naar het onbewuste.
Droominterpretatie was een van zijn belangrijkste technieken om onbewust
materiaal aan de oppervlakte te brengen.)
3. Analyse van de overdrachtsrelatie (cliënt projecteert gevoelens t.o.v. voor hem
belangrijke mensen op de therapeut)
Tegenoverdracht = (therapeut is zich bewust dat zij eigen gevoelens over de cliënt mede
gevormd zijn door de eigen opvoeding en cultuur waarin de therapeut is gevormd)
Humanistische therapie
De belangrijkste vorm van humanistische is de persoonsgerichte therapie (ookwel
cliëntgerichte therapie van Carl Rogers) genoemd. Persoonsgerichte therapie= het
opbouwen van een warme, accepterende therapeutische relatie die de cliënt de ruimte
geeft om zichzelf te exploreren en te accepteren. Persoonsgerichte therapie is non-directief.
Non-directief= de cliënt, en niet de therapeut, heeft de leiding. De techniek die gebruikt
wordt is reflectie.
Sleutelbegrippen in de therapie en relatie met de patiënt zijn: onvoorwaardelijke positieve
waardering, empathie, oprechtheid, congruentie.
- Ieder mens wil zich ontwikkelen = groeigerichtheid van de mens
- Ieder mens wil al zijn talenten benutten= zelfactualisatie
- Belemmering in deze behoefte leidt tot verlies van zichzelf
- Zij volgen de mening van anderen en komen in moeilijkheden
- De cliënt weet uiteindelijk wat goed voor hem is, als je maar open luistert.
De therapeut is Counselend: actief luisteren verbaal en non-verbaal en accepteert de cliënt
als ervaringsdeskundige.
Gedragstherapie
Gedragstherapie= therapeutische toepassing van op leren gebaseerde technieken.
Je hebt bijv. de volgende technieken:
- Systematische desensitisatie: programma om fobieën mee te behandelen. De patiënt
wordt blootgesteld aan steeds angstwekkendere stimuli terwijl hij ervoor zorgt dat hij
ontspannen blijft.
- Geleidelijke blootstelling
- Modeling: nieuw gewenst gedrag aanleren
, - Token economy: bekrachtiging programma
Klassieke conditionering (S-O-R, Pavlov) & operante conditionering (straffen/belonen, token-
economy, Skinner)
Cognitieve (gedrags) therapie
Cognitieve therapie = een therapievorm waarbij de therapeut, de patiënt helpt bij het
identificeren en corrigeren van inefficiënte cognities (gedachten, opvattingen, attitudes).
RET (rationeel emotieve therapie): omzetten irreële gedachten en opvattingen in
reële gedachten en opvattingen
5 G-model (situatie, gedachten, gevoel, gedrag, gevolg)
Rationele therapie
EMDR
Eclectische therapie= psychotherapeutische benadering die gebruik maakt van principes of
technieken van verschillende systemen of theorieën.
Groepstherapie, relatietherapie, gezins(systeem)therapie
- Relatietherapie
- Strategische stroming (Watzlawick)
- Structurele gezinstherapie
- Intergenerationele therapie
Biologisch georiënteerde therapieën
Medicatie (psychofarmaca):
Belangrijkste psychotrope medicijnen:
Antidepressiva
Antipsychotica
Angstremmers
Antimanische medicijnen
Stimulerende medicijnen
Andere biologische interventies:
Lichttherapie
Elektroshock
ECT = electroconvulsietherapie
DBS (deep brain stimulation)