Het vakgebied pedagogiek bestudeert de rol van opvoeding door ouders/verzorgers en
opvoeders(PM'ers) op de ontwikkeling van kinderen van 0-23 jaar.
Het vakgebied orthopedagogiek begeleidt kinderen met ontwikkelingsproblemen,
gedragsproblemen of problemen op school.
Het vakgebied ontwikkelingspsychologie is de wetenschap die de psychologische
veranderingen van de mens per levensfase bestudeert.
Ontwikkelingsfasen 0-23 jaar
Prenataal -9-0 maanden
Baby 0-18 maanden | 0-1,5 jr
Dreumes 18-30 maanden | 1,5-2,5 jr
Peuter 30-48 maanden | 2,5-4 jr
Kleuter 4-6 jaar
Schoolkind 6-12 jaar
Puber 12-15 jaar
Adolescent
15-18 jaar
Jong volwassene 18-23 jaar
Aspect Voorbeelden
Biologisch Aanleg, erfelijkheid, aangeboren talenten,
lichamelijke ziekten, voeding, algehele conditie,
stress bij de moeder tijdens de zwangerschap.
Psychisch Persoonlijkheid, gedachten, overtuigingen,
gevoelens, perfectionisme, onzekerheid,
behoefte aan bevestiging van buitenaf.
Sociaal Vaardigheden, samenwerken,
inlevingsvermogen, functioneren, emotionele
verwaarlozing, eenzaamheid.
,Leg uit wat het begrip hechting inhoudt.
Onder hechting verstaan we de emotionele, affectieve en duurzame band tussen ouder
en kind.
Welke grondleggers van de ontwikkelingspsychologie zijn bekend geworden met hun
theorieën over hechting?
John Bowlby & Student van Bowlby, Mary Ainsworth.
,Interactieve vaardigheden
Interactieve vaardigheden zijn vaardigheden die een pedagogisch medewerker inzet om de
ontwikkeling van een kind optimaal te stimuleren. De zes interactievaardigheden zet een PM’er in
tijden de interactie/communicatie met een kind. De interactie met een kind gebeurt zowel verbaal
als non-verbaal.
De basale vaardigheden worden zo genoemd omdat ze de basis zijn voor de ontwikkeling. Als deze
basis niet goed is kan een kind zich niet optimaal ontwikkelen. De drie basale vaardigheden zijn:
- Sensitieve responsiviteit
- Respect voor autonomie
- Structureren en leidinggeven
Sensitieve responsiviteit
^^ Staat voor het bieden van emotionele veiligheid.
Door sensitief te reageren kan een PM’er emotionele veiligheid bieden. Een PM’er moet de signalen
die een kind uitzendt herkennen, zowel verbaal als non-verbaal (lichaamstaal, gezichtsuitdrukking
etc.) Als een PM’er hierop reageert en aansluit bij de behoeften van een kind dan is er sprake van
sensitieve responsiviteit.
Sensitieve responsiviteit kan je inzetten door het toepassen van de volgende pedagogische
vaardigheden:
- Een band opbouwen met een kind
- Lichaamstaal van een kind signaleren en herkennen
- Reageren op de contactinitiatieven van een kind
- Luister naar wat een kind vertelt of probeert te vertellen
- Stress bij een kind verminderen
- Positief contact hebben met een kind
- Een kind stimuleren en aanmoedigen
- Aandacht hebben voor ieder kind
- Respect hebben voor het temperament van het kind
- Ingaan op de behoeften van een kind
- Zichtbaar of hoorbaar aanwezig zijn voor kinderen
- Bereik een kind voor op wat er gaat gebeuren
- Neem de tijd voor een kind en geef gerichte aandacht.
Respect voor autonomie
Als een PM’er respect heeft voor autonomie van het kind, dan respecteert hij de eigenheid,
zelfstandigheid en eigen wil van een kind. Hij accepteert een kind zoals hij is, en een PM’er probeert
een kind niet in een bepaald hokje te stoppen. De PM’er stimuleert de zelfstandigheid van een kind.
Hierdoor kan een kind autonoom worden en zelfstandig keuzes maken.
De interactievaardigheid ‘respect voor autonomie’ kan je inzetten door het toepassen van de
volgende pedagogische vaardigheden:
- Het kind vertrouwen meegeven
- Een kind respectvol verzorgen
- De eigenheid van een kind accepteren
- Het kind stimuleren om dingen zelf te doen
- Het kind stimuleren om mee te helpen
- Kinderen dingen op hun eigen manier laten doen/ontdekken
- Kinderen eigen keuzes laten maken
- Uitgaan van de initiatieven van een kind
, - Kinderparticipatie in de groep bevorderen
- Kinderen vrij laten spelen
Structureren en leidinggeven
Een PM’er moet de omgeving voor een kind structureren en leidinggeven aan een groep kinderen.
Doordat de wereld voor een kind heel onoverzichtelijk is, moet een PM’er hierin ondersteunen door
leiding te nemen en structuur te bieden. Dit doen ze in de vorm van een dagritme, bepaalde rituelen,
een overzichtelijke omgeving en afgebakende grenzen.
De interactievaardigheid ‘structureren en leidinggeven’ kan je inzetten door het toepassen van de
volgende pedagogische vaardigheden:
Structureren
- Breng structuur in het dagritme
- Maak gebruik van rituelen
- Volg de seizoenen
- Vier samen jaarlijkse feesten
- Bied vrijheid om binnen de structuur zelf te spelen, ontdekken en leren
- Zorg voor een overzichtelijke groep
Leidinggeven
- Een positief groepsklimaat creëren
- Grenzen stellen
- Groepsregels opstellen
- Consequent zijn
- Gedrag van kinderen sturen
- Kinderen de mogelijkheid geven om zelf hun gedrag bij te sturen
- Geef zelf het goede voorbeeld in gedrag
Educatieve vaardigheden zijn de vaardigheden die een PM’er inzet om de ontwikkeling van kinderen
te stimuleren. De PM’er daagt hen uit om zelf na te denken, te ontdekken en te leren. Er zijn drie
educatieve vaardigheden:
- Praten en uitleggen
- Ontwikkeling stimuleren
- Begeleiden van onderlinge interacties
Praten en uitleggen
Taal is een belangrijk middel waarmee een PM’er een kind iets kan uitleggen of aanleren. Hierbij
komen alle ontwikkelingsgebieden aan bod. Denk bijvoorbeeld aan een kind dat door middel van taal
leert praten, nieuwe kennis aanleert, inzicht krijgt in zijn eigen emotie en gevoel (doordat een PM’er
dat voor hem verwoordt) en verbaal wordt uitgedaagd om mee te praten en mee te beslissen.
Praten en uitleggen kan je inzetten door het toepassen van de volgende pedagogische vaardigheden:
- Gesprekken voeren met kinderen
- Kinderen de ruimte geven om te reageren
- Een kind vertellen en voorbereiden wat er gaat gebeuren
- Gebruik taal in verschillende situaties
o Speelpraten: gebruik taal tijden een spelletje
o Doenpraten: Vertel een kind wat er gebeurt of gaat gebeuren
o Denkpraten: Verwoord wat er in het hoofd van een kind omgaat
o Steunpraten: Het ondersteunen van taal voor kinderen die Nederlands als tweede
taal leren of moeite hebben met het uitbreiden van de woordenschat.
- Verwoorden wat een kind denkt en voelt