Lean en creatief
Lean:
Strategie en filosofie die kan helpen om veranderingen bij te houden, waarbij de klant het
belangrijkste uitgangspunt is.
Richt zich op het creëren van waarde en het voorkomen van verspillingen op de lange
termijn maar wel in kleine stapjes. Dit vraagt om betrokkenheid en creativiteit van – letterlijk
– alle medewerkers binnen de organisatie.
Lean is in het leven gebracht door Henry Ford, hij bracht de processtappen in lijn met het
fabricageproces door gebruik te maken van gestandaardiseerde en verwisselbare
onderdelen beter bekend als de Flow-productie. Het systeem van Ford zorgde alleen niet
voor variatie waardoor Toyota later de goede concepten van Ford heeft overgenomen en
uitgebreid met vernieuwende concepten om zo een lage voorraad te houden maar wel een
grote verscheidenheid aan producten aan te kunnen bieden, dit staat ook wel bekend onder
het TPS =het toyota productiesysteem en gaan uit van de Toyota way:
Continue verbeteringen:
- Uitdagingen: een langetermijnvisie, waarbij uitdagingen aangepakt worden met
creativiteit en moed.
- Kaizen: constant de uitvoering in de organisatie verbeteren.
- Genchi genbutsu: pak problemen bij de bron aan en vind feiten om de juiste beslissing te
nemen.
Respect voor mensen:
- Respect: behandel anderen met respect, span u in om anderen te begrijpen en neem uw
eigen verantwoordelijkheid.
- Team work: Stimuleer persoonlijke en professionele groei, deel kansen en haal het
maximale uit het individu en het team.
Verspillingen.
Verspillingen die in een organisatie voorkomen (=Seven deadly wastes), onder de methode waste
management.
1. Fouten die hersteld moeten worden
2. Het produceren van producten die niet worden verkocht
3. Daardoor in het magazijn belanden als voorraad
4. Processtappen die niet echt nodig zijn, maar wel uitgevoerd worden
5. De beweging van mensen en goederen van de ene naar de andere locatie zonder dat dit echt
nodig is
6. Wachten op de vorige processtap om verder te gaan
7. Goederen en diensten die niet aan de wensen van de klant voldoen.
De drie M’s uit het TPS
, Muda = Verspilling: Verspillingen zijn de bedrijfsprocessen die geen waarde toevoegen of die
verbeterd zouden kunnen worden. Er zijn acht soorten verspilling (nummer 4 is later toegevoegd)
die u kunt onthouden aan het ezelsbruggetje ‘downtime’:
1. Defecten: Dit slaat op het herstellen van gemaakte fouten (van productie- of
fabricagefouten tot fouten veroorzaakt door mensen).
2. Overproductie: Deze vorm van verspilling heeft betrekking op het te veel of te vroeg
produceren, waardoor er bijvoorbeeld onnodig veel voorraad is.
3. Wachten: Dit kan zowel slaan op klanten die moeten wachten op een product of dienst, als
op medewerkers die op elkaar moeten wachten voor zij met hun eigen werk verder kunnen.
4. Niet gebruikt talent: Deze vorm van verspilling gaat over het niet benutten van de talenten
en capaciteiten van de medewerkers.
5. Transport: Bij deze vorm van verspilling gaat het om het onnodig verplaatsen van producten
en/of mensen. Door te zorgen voor zo min mogelijk verplaatsingen, worden niet alleen
kosten verlaagd maar ook wachttijden voorkomen.
6. Inventory: Inventory betekent ‘inventaris’ en staat voor het aanhouden van voorraden. Dit
kost niet alleen ruimte, maar ook geld. Bovendien bestaat het risico dat producten
verouderen (bijvoorbeeld over datum of uit de mode raken) en daardoor niet meer verkocht
kunnen worden.
7. Motion: Motion betekent ‘beweging’. Deze vorm van verspilling heeft betrekking op
onnodige bewegingen (door zowel mensen als machines).
8. Excess processing: Dit heeft betrekking op overbewerking en gaat over alle vormen van
overbodige stappen die genomen worden in het (productie)proces.
Mura = Variatie: Gaat over verschillen en afwijkingen in het proces. Door een grillig schema dat
wordt veroorzaakt door het productiesysteem is er een onregelmatig werktempo in de uiitvoering
waardoor werknemers hollen of stilstaan. Door zorgvuldig te plannen en aandacht te besteden aan
het werktempo kan dit geëlimineerd worden.
Muri = Overbelasting: Een werknemer of machine wordt overbelast doordat er te veel van ze
gevraagd wordt.
2 belangrijke technieken uit het TPS:
1. Just in time (=JIT): Gaat over de voorraadbeheersing. Richt zich op het leveren van dienst en
producten precies op het juiste moment en precies wat er nodig is, hierdoor heb je dus
weinig of geen voorraad meer waardoor de voorraadkosten afnemen of verdwijnen.
Nadeel: Kwetsbaar, een kleine storing kan het hele productiesysteem stilleggen, daarom
wordt er gewerkt met kleine buffervoorraden en goede intensieve controles.
2. Jidoka: Is het automatisch inbouwen van kwaliteit. De machine doet zelf de controle in
plaats van een medewerker, stopt als het niet goed is en gaat pas verder als het opgelost is.
Lean:
Strategie en filosofie die kan helpen om veranderingen bij te houden, waarbij de klant het
belangrijkste uitgangspunt is.
Richt zich op het creëren van waarde en het voorkomen van verspillingen op de lange
termijn maar wel in kleine stapjes. Dit vraagt om betrokkenheid en creativiteit van – letterlijk
– alle medewerkers binnen de organisatie.
Lean is in het leven gebracht door Henry Ford, hij bracht de processtappen in lijn met het
fabricageproces door gebruik te maken van gestandaardiseerde en verwisselbare
onderdelen beter bekend als de Flow-productie. Het systeem van Ford zorgde alleen niet
voor variatie waardoor Toyota later de goede concepten van Ford heeft overgenomen en
uitgebreid met vernieuwende concepten om zo een lage voorraad te houden maar wel een
grote verscheidenheid aan producten aan te kunnen bieden, dit staat ook wel bekend onder
het TPS =het toyota productiesysteem en gaan uit van de Toyota way:
Continue verbeteringen:
- Uitdagingen: een langetermijnvisie, waarbij uitdagingen aangepakt worden met
creativiteit en moed.
- Kaizen: constant de uitvoering in de organisatie verbeteren.
- Genchi genbutsu: pak problemen bij de bron aan en vind feiten om de juiste beslissing te
nemen.
Respect voor mensen:
- Respect: behandel anderen met respect, span u in om anderen te begrijpen en neem uw
eigen verantwoordelijkheid.
- Team work: Stimuleer persoonlijke en professionele groei, deel kansen en haal het
maximale uit het individu en het team.
Verspillingen.
Verspillingen die in een organisatie voorkomen (=Seven deadly wastes), onder de methode waste
management.
1. Fouten die hersteld moeten worden
2. Het produceren van producten die niet worden verkocht
3. Daardoor in het magazijn belanden als voorraad
4. Processtappen die niet echt nodig zijn, maar wel uitgevoerd worden
5. De beweging van mensen en goederen van de ene naar de andere locatie zonder dat dit echt
nodig is
6. Wachten op de vorige processtap om verder te gaan
7. Goederen en diensten die niet aan de wensen van de klant voldoen.
De drie M’s uit het TPS
, Muda = Verspilling: Verspillingen zijn de bedrijfsprocessen die geen waarde toevoegen of die
verbeterd zouden kunnen worden. Er zijn acht soorten verspilling (nummer 4 is later toegevoegd)
die u kunt onthouden aan het ezelsbruggetje ‘downtime’:
1. Defecten: Dit slaat op het herstellen van gemaakte fouten (van productie- of
fabricagefouten tot fouten veroorzaakt door mensen).
2. Overproductie: Deze vorm van verspilling heeft betrekking op het te veel of te vroeg
produceren, waardoor er bijvoorbeeld onnodig veel voorraad is.
3. Wachten: Dit kan zowel slaan op klanten die moeten wachten op een product of dienst, als
op medewerkers die op elkaar moeten wachten voor zij met hun eigen werk verder kunnen.
4. Niet gebruikt talent: Deze vorm van verspilling gaat over het niet benutten van de talenten
en capaciteiten van de medewerkers.
5. Transport: Bij deze vorm van verspilling gaat het om het onnodig verplaatsen van producten
en/of mensen. Door te zorgen voor zo min mogelijk verplaatsingen, worden niet alleen
kosten verlaagd maar ook wachttijden voorkomen.
6. Inventory: Inventory betekent ‘inventaris’ en staat voor het aanhouden van voorraden. Dit
kost niet alleen ruimte, maar ook geld. Bovendien bestaat het risico dat producten
verouderen (bijvoorbeeld over datum of uit de mode raken) en daardoor niet meer verkocht
kunnen worden.
7. Motion: Motion betekent ‘beweging’. Deze vorm van verspilling heeft betrekking op
onnodige bewegingen (door zowel mensen als machines).
8. Excess processing: Dit heeft betrekking op overbewerking en gaat over alle vormen van
overbodige stappen die genomen worden in het (productie)proces.
Mura = Variatie: Gaat over verschillen en afwijkingen in het proces. Door een grillig schema dat
wordt veroorzaakt door het productiesysteem is er een onregelmatig werktempo in de uiitvoering
waardoor werknemers hollen of stilstaan. Door zorgvuldig te plannen en aandacht te besteden aan
het werktempo kan dit geëlimineerd worden.
Muri = Overbelasting: Een werknemer of machine wordt overbelast doordat er te veel van ze
gevraagd wordt.
2 belangrijke technieken uit het TPS:
1. Just in time (=JIT): Gaat over de voorraadbeheersing. Richt zich op het leveren van dienst en
producten precies op het juiste moment en precies wat er nodig is, hierdoor heb je dus
weinig of geen voorraad meer waardoor de voorraadkosten afnemen of verdwijnen.
Nadeel: Kwetsbaar, een kleine storing kan het hele productiesysteem stilleggen, daarom
wordt er gewerkt met kleine buffervoorraden en goede intensieve controles.
2. Jidoka: Is het automatisch inbouwen van kwaliteit. De machine doet zelf de controle in
plaats van een medewerker, stopt als het niet goed is en gaat pas verder als het opgelost is.