Bedrijfseconomie voor de manager
Hoofdstuk 1 Bedrijfseconomie
Welke instrumenten worden er gebruikt
Wat is de betekenis daarvan
Welke concepten en instrumenten ondersteunen het management
Welke functionarissen zijn erbij betrokken
Doel en bestaansrecht organisatie: ·Van winstmaximalisatie naar maximalisatie van welvaart of zelfs geluk
MVO: 3 P’s: people planet en profit
Om organisatiedoel te bereiken moet organisatie waarde toevoegen voor de klant
Als dat lukt zijn processen en producten en dus organisatie effectief en efficiënt.
Inrichting en uitvoering van de waardeketen moet efficiënt = doelmatig blijven
Bedrijfsfuncties die waarde toevoegen:
1. Onderzoek en ontwikkeling
2. Design productie
3. Marketing
4. Distributie
5. Klantenservice
Ondersteunende functies voegen geen waarde toe maar zorgen ervoor dat de activiteiten in de waardeketen
goed verlopen.
Besluitvormingsproces 5 stappen:
1. Identificeer het probleem en de onzekerheden
2. Verzamel informatie
3. Beslis en implementeer
4. Evalueer en leer
Bedrijfseconomische concepten:
Demingcirkel
Risicomangement
Goede hulpmiddelen om gevolgen van beslissingen te beheersen
Management:
Verantwoording afleggen =bedrijfseconomie
Beslissingen nemen
Drie vakgebieden bedrijfseconomie:
1. Financial accounting
2. Management accounting
3. Finance
Functies:
Registreren
Informeren
Adviseren
Functionarissen:
Administrateur
Registeraccountant
Controller
Chief finance officer
1.2
Bestaansrecht is hoogste doel van en organisatie
Van winst maximalisatie naar maximalisatie van welvaart of zelfs geluk
MVO: ·
People: ·medewerkertevredenheid: ··arbeidsomstandigheden
Geen kinderarbeid
klanten en hun tevredenheid
, imagoverlies
planet: duurzaamheid/milieu
profit: maximaliseren van het rendement
1.2.1 Efficiënt en effectief
Efficiënt= doelmatig niet onnodig mensen/middelen gebruiken
Effectief= doel dat je nastreeft bereiken
Inefficiëntie= kostprijs is te hoog in relatie tot de verkoopprijs
Ineffectief= afmeer vindt product niet lekker of ongezond
Middelen -------------product-----------------doelstelling
Efficiency effectiviteit
1.2.2. Value chain
Effectiviteit heeft grotere invloed op het voortbestaan dan efficiency
Effectief= weten wat de klant wil
Producten ontwikkelen en produceren en verkopen waar behoefte aan is.
Primaire proces: voegt waarde toe aan het eindproduct
Afdelingen die betrokken zijn bij het primaire proces vormen de waardeketen =>value chain=> bedrijfsfuncties
1. Onderzoek en ontwikkeling:research development:ontwikkelen van nieuwe
goederen/diensten/processen
2. Design: andere vorm geven aan een product of de gedetailleerde uitwerking daarvan
3. Productie: inkoop grondstoffen/werven personeel/produceren/assembleren
4. Marketing: voeren van promotieactiviteiten en verkopen van producten
5. Distributie: leveren van producten aan afnemers
6. Klantenservice: after sales/helpdesk/garantie
Waarde toevoegende functie bepaalt het succes van de organisatie
Primaire functies moeten over goede voorzieningen beschikken:
Goed/veilig gebouw
Goede/veilige inrichting
Goede ICT faciliteiten
Ondersteunende afdelingen:
Facilitaire dienstverlening
Personeelszaken
Juridische zaken
Administratie
Controller
Voegen geen waarde toe=smeerolie
1.2.3 Rol van de manager:
Functies voor bedrijfskundigen:
1. Management functies, leidinggevenden, resultaatverantwoordelijke functie
2. Management ondersteunende functies: auditor/planner/adviseur
3. Adviserende functies: consultant bij overnames/reorganisaties of betreden nwe markten
Integrale benadering:
Rekening houden met verschillende facetten: ·Juridisch kader, financiële consequenties, organisatiestructuur en
cultuur begrijpen, goed met mensen om kunnen gaan, weten hoe bedrijfsprocessen in elkaar steken.
1.3 Besluitvormingsproces 5 stappen:
1. Identificeer het probleem en de onzekerheden
2. Verzamel informatie
3. Maak toekomstscenario’s
4. Beslis
5. Implementeer, leer en evalueer
1.3.1
Plan: doelen voor het proces definieren
Resultaten
Beschikbaarheid van middelen
Belangen van stakeholders
Do: proces uitvoeren/resultaten meten
Check: gemeten resultaten vergelijken met de doelen
,Act: indien nodig acties uitzetten om de resultaten te verbeteren
1.3.2 Risk management
Gevolgen van beslissingen beheersen
Verzekerbare risico’s
Fraudebestrijding
Grote afhankelijkheid van beperkt aantal klanten of leveranciers
Kans op reputatieschade
Instrumenten ontwikkelen die bijdragen aan het beperken of vermijden van risico’s
4 stappen:
Risico inventarisatie juridisch
Technisch
Risico analyse wat is de kans, gevolg impact
Kwantitatieve beoordeling van risico’s: waarde?
Optieanalyse beheersingsstrategieen:vermijden/verminderen/overdragen/accepteren
1.4 Betekenis van de bedrijfseconomie:
Organisatie blijft een bron van inkomsten voor de stakeholders
Stakeholders zijn belanghebbenden zoals klanten, werknemers, aandeelhouders of eigenaren, banken,
leveranciers.
Doel bedrijfseconomie:
Bijdragen aan de financiële gezondheid van de betrokkenen bij een organisatie door:
Bedrijfsadministratie registeren financiële gegevens
Financial accounting externe betrokkenen informeren
Management accounting management adviseren; interne verslaglegging
Finance aantrekken en beheersen van het vermogen van een organisatie om de
gewenste activiteiten financieel te kunnen uitvoeren
Zorgen dat een organisatie op het juiste moment over voldoende financiële middelen beschikt
Zorgen dat de risico’s in kaart worden gebracht zodat het management maatregelen kan nemen om dit risico
te vermijden, beperken of verzekeren.
1.4.1 Functie bedrijfsadministratie
Voorheen registreren van allerlei financiële gebeurtenissen= boekhouden
Nu vakgebied is uitgebreid met niet financiële gebeurtenissen: ziekteverzuim/verkoopaantallen
Administrateur is verantwoordelijk
1.4.2 Financial accounting
Verslaglegging extern, financiële informatie voor bv aandeelhouders → willen weten of een bedrijf winstgevend is.
Registeraccountant=externe deskundige controleert de informatie vanuit de organisatie
Bezittingen
Kosten
Omzet
Schulden
=getrouw beeld van de werkelijkheid, niet op de euro nauwkeurig
Naast aandeelhouders ook anderen die willen weten hoe de organisatie ervoor staat bv overheid tav bedrijven
die zij subsidieert
banken ivm verstrekken leningen
klanten en leveranciers
jaarverslag → deponeren bij de KvK
Normen om informatie te beoordelen en controleren, wettelijke richtlijnen waaraan de informatie moet voldoen:
IFRS/BW
Informatie vanuit het verleden : in het voorjaar het jaarverslag over het afgelopen jaar
1.4.3 Management accounting
Interne verslaglegging
Ondersteuning bij financieel economische beslissingen → signalen en analyses FE ontwikkeling
Instrumenten om kansen en bedreigingen te signaleren, verschillende bedrijfsopties te analyseren en managers
,van advies te dienen
kostprijsberekeningen
budgetten
door controller en assistent controller = intern financieel adviseur
corporate policeman: controleert of de beslissingen die managers nemen in het belang van de organisatie zijn.
1.4.4 Finance
Financiering van de organisatie
Hoeveel geld is er nodig voor groei = vermogensbehoefte
Vaststellen van de bronnen van het vermogen
Credit management: korte leningen, benodigd geld bij een bank lenen → rente
Cash management: failliet: niet doordat er geen winst gemaakt wordt, maar doordat de organisatie niet aan
zijn betalingsverplichtingen kan voldoen
Investeringsselectie: doorrekenen van de financiële aspecten van een mogelijke nieuwe investering
Uitgaven en ontvangsten met elkaar vergelijken
Ook niet financiële zaken spelen een rol
Credit management
Cash management treasury
Investeringsmanagement
1.4.5
Administrateur registreert wat er nu gebeurd
Registeraccountant controleert het verleden
Controller adviseert over toekomstige beslissingen
3 financiële functionarissen
Hoofdstuk 2 Werking van drie financiële overzichten
Balans: inzicht in de samenstelling en het aanwenden van vermogen
Resultatenrekening: opbrengsten en kosten over een bepaalde periode → inzicht in de
verandering in omvang eigen vermogen
Kasstroomoverzicht: geldontvangsten en gelduitgaven over een bepaalde periode
Inzicht in de verandering in de omvang van de liquide middelen=voorraad geld
Basale output van de administratie die tot taak heeft alle financiële gevolgen van gebeurtenissen in een
organisatie te registreren= instrument om grip te krijgen op de financiële risico’s van een organisatie.
Doel van de informatie bepaalt de inhoud
2.2 Indeling van organisaties
Organisatie(onderdeel) is een informatieobject: omvang en aard van de organisatie spelen een rol.
2.2.1 Typologiemodel van Starreveld
Voor de markt producerende organisaties indelen in 5 categorieën/typologieën
1.Handelsorganisaties: sprake van een goederenbeweging waarin omzettingsproces ontbreekt
2.Productieorganisaties: technisch omzettingsproces
4.Dienstverleningsorganisaties: driedeling: zekere mate van goederenbeweging: restaurant/veiling
Beschikbaar stellen van ruimte: hotel/zwembad
Verkopen van uren: advocaat/adviesbureau
Deze indeling gaat uit van primaire processen irt de waardekringloop.
Doel was te komen tot een standaard controleaanpak in de accountantswereld
2.2.2 Profit vs non –profit organisaties
Profit: doel = behalen en uitkeren van winst + MVO 3 P’s
Winst uitkeren mag niet ten koste van continuïteit gaan
Non Profit: evt winstwaarde wordt niet uitgekeerd aan eigenaren of aandeelhouders maar geïnvesteerd in haar
maatschappelijke doel te bereiken
Specifieke wet- en regelgeving van toepassing
Verschil tussen prof en non profit organisatie wordt steeds kleiner door marktdenken non profit.
2.2.3 Rechtsvormen
, Met wie doen de Stakeholders zaken?
Wie is er verantwoordelijk voor de betaling van de geleverde goederen? = afhankelijk van de rechtsvorm van de
organisatie: bepaalt de aansprakelijkheid
soort en hoogte te betalen belastingen
zeggenschap binnen de organisatie
kapitaalinbreng
Eenmanszaak BV NV
Oprichting Geen eisen Notariële akte Notariële akte
Kapitaalinbreng Geen eisen € 18.000 € 45.000
Bestuur Eigenaar Directie Directie
Andere organen Geen Aandeelhouders soms Aandeelhouders en
RvC RvC
Aansprakelijkheid Zakelijk en privé 100% In principe alleen BV In principe alleen NV
aansprakelijk aansprakelijk
Belastingen Inkomstenbelasting Vennootschapsbelasti Vennootschapsbelasti
ng plus ng plus
inkomstenbelasting inkomstenbelasting
over salaris en over salaris en
dividend dividend
Vrijstellingen/aftrekpo MKB winstvrijstelling, n.v.t n.v.t
sten ondernemersaftrek
Sociale zekerheid Geen recht op DGA heeft geen recht DGA heeft geen recht
werknemersverzekerin op op
gen werknemersverzekerin werknemersverzekerin
gen gen
BV mag uitsluiten aandelen op naam uitgeven, aandelenbezit wrdt geregistreerd door de notaris
NV mag groot deel ban de aandelen uitgeven aan toonder, er wordt niet bijgehouden wie de aandelen bezit→
hierdoor zijn aandelen sneller en goedkoper verhandelbaar.
Rechtsvormen non-profit organisaties:
Vereniging met Vereniging met Stichting
Beperkte rechtsbevoegdheid volledige rechtsbevoegdheid
Oprichting Mondeling of onderhandse akte Notariële akte Notariële
akte
Kapitaalinbreng Geen minimum kapitaaleis Geen minimum kapitaaleis Geen
minimum
kapitaaleis
Dagelijks bestuur Ja, verplicht Ja, verplicht Ja, verplicht
Leden Ja, hebben inspraak via de algemene Ja, hebben inspraak via de Nee,
ledenvergadering algemene ledenvergadering verboden
Aansprakelijkheid Hoofdelijke aansprakelijkheid Geen hoofdelijke aansprakelijkheid Geen
bestuurders. Bij inschrijven in het bestuurders hoofdelijke
handelsregister is aansprakelijkheid aansprakelij
beperkt kheid
bestuurders
Financiering Contributie en evt. andere inkomsten Contributie en evt. andere inkomsten Subsidie,
zoals subsidie zoals subsidie giften soms
verkoopopbr
engsten
Mogelijkheid tot aanschaf Nee Ja Ja
registergoederen
Belastingen Valt meestal niet onder een Kan verplicht zijn tot het betalen van Kan
belastingregime, zoals omzetbelasting, verplicht zijn
vennootschapsbelasting of vennootschapsbelasting of sociale tot het
omzetbelasting premies betalen van
omzetbelasti
ng,
vennootscha
psbelasting
of sociale
premies
2.3 Externe en interne Stakeholders
Degene aan wie de informatie wordt verstrekt, bepaald het doel van de informatieverschaffing
Tweedeling:
Externe Stakeholders: Interne Stakeholders:
Aandeelhouders/eigenaren management, heeft informatie nodig voor besluitvorming
2.3.1 Externe Stakeholders
Hoofdstuk 1 Bedrijfseconomie
Welke instrumenten worden er gebruikt
Wat is de betekenis daarvan
Welke concepten en instrumenten ondersteunen het management
Welke functionarissen zijn erbij betrokken
Doel en bestaansrecht organisatie: ·Van winstmaximalisatie naar maximalisatie van welvaart of zelfs geluk
MVO: 3 P’s: people planet en profit
Om organisatiedoel te bereiken moet organisatie waarde toevoegen voor de klant
Als dat lukt zijn processen en producten en dus organisatie effectief en efficiënt.
Inrichting en uitvoering van de waardeketen moet efficiënt = doelmatig blijven
Bedrijfsfuncties die waarde toevoegen:
1. Onderzoek en ontwikkeling
2. Design productie
3. Marketing
4. Distributie
5. Klantenservice
Ondersteunende functies voegen geen waarde toe maar zorgen ervoor dat de activiteiten in de waardeketen
goed verlopen.
Besluitvormingsproces 5 stappen:
1. Identificeer het probleem en de onzekerheden
2. Verzamel informatie
3. Beslis en implementeer
4. Evalueer en leer
Bedrijfseconomische concepten:
Demingcirkel
Risicomangement
Goede hulpmiddelen om gevolgen van beslissingen te beheersen
Management:
Verantwoording afleggen =bedrijfseconomie
Beslissingen nemen
Drie vakgebieden bedrijfseconomie:
1. Financial accounting
2. Management accounting
3. Finance
Functies:
Registreren
Informeren
Adviseren
Functionarissen:
Administrateur
Registeraccountant
Controller
Chief finance officer
1.2
Bestaansrecht is hoogste doel van en organisatie
Van winst maximalisatie naar maximalisatie van welvaart of zelfs geluk
MVO: ·
People: ·medewerkertevredenheid: ··arbeidsomstandigheden
Geen kinderarbeid
klanten en hun tevredenheid
, imagoverlies
planet: duurzaamheid/milieu
profit: maximaliseren van het rendement
1.2.1 Efficiënt en effectief
Efficiënt= doelmatig niet onnodig mensen/middelen gebruiken
Effectief= doel dat je nastreeft bereiken
Inefficiëntie= kostprijs is te hoog in relatie tot de verkoopprijs
Ineffectief= afmeer vindt product niet lekker of ongezond
Middelen -------------product-----------------doelstelling
Efficiency effectiviteit
1.2.2. Value chain
Effectiviteit heeft grotere invloed op het voortbestaan dan efficiency
Effectief= weten wat de klant wil
Producten ontwikkelen en produceren en verkopen waar behoefte aan is.
Primaire proces: voegt waarde toe aan het eindproduct
Afdelingen die betrokken zijn bij het primaire proces vormen de waardeketen =>value chain=> bedrijfsfuncties
1. Onderzoek en ontwikkeling:research development:ontwikkelen van nieuwe
goederen/diensten/processen
2. Design: andere vorm geven aan een product of de gedetailleerde uitwerking daarvan
3. Productie: inkoop grondstoffen/werven personeel/produceren/assembleren
4. Marketing: voeren van promotieactiviteiten en verkopen van producten
5. Distributie: leveren van producten aan afnemers
6. Klantenservice: after sales/helpdesk/garantie
Waarde toevoegende functie bepaalt het succes van de organisatie
Primaire functies moeten over goede voorzieningen beschikken:
Goed/veilig gebouw
Goede/veilige inrichting
Goede ICT faciliteiten
Ondersteunende afdelingen:
Facilitaire dienstverlening
Personeelszaken
Juridische zaken
Administratie
Controller
Voegen geen waarde toe=smeerolie
1.2.3 Rol van de manager:
Functies voor bedrijfskundigen:
1. Management functies, leidinggevenden, resultaatverantwoordelijke functie
2. Management ondersteunende functies: auditor/planner/adviseur
3. Adviserende functies: consultant bij overnames/reorganisaties of betreden nwe markten
Integrale benadering:
Rekening houden met verschillende facetten: ·Juridisch kader, financiële consequenties, organisatiestructuur en
cultuur begrijpen, goed met mensen om kunnen gaan, weten hoe bedrijfsprocessen in elkaar steken.
1.3 Besluitvormingsproces 5 stappen:
1. Identificeer het probleem en de onzekerheden
2. Verzamel informatie
3. Maak toekomstscenario’s
4. Beslis
5. Implementeer, leer en evalueer
1.3.1
Plan: doelen voor het proces definieren
Resultaten
Beschikbaarheid van middelen
Belangen van stakeholders
Do: proces uitvoeren/resultaten meten
Check: gemeten resultaten vergelijken met de doelen
,Act: indien nodig acties uitzetten om de resultaten te verbeteren
1.3.2 Risk management
Gevolgen van beslissingen beheersen
Verzekerbare risico’s
Fraudebestrijding
Grote afhankelijkheid van beperkt aantal klanten of leveranciers
Kans op reputatieschade
Instrumenten ontwikkelen die bijdragen aan het beperken of vermijden van risico’s
4 stappen:
Risico inventarisatie juridisch
Technisch
Risico analyse wat is de kans, gevolg impact
Kwantitatieve beoordeling van risico’s: waarde?
Optieanalyse beheersingsstrategieen:vermijden/verminderen/overdragen/accepteren
1.4 Betekenis van de bedrijfseconomie:
Organisatie blijft een bron van inkomsten voor de stakeholders
Stakeholders zijn belanghebbenden zoals klanten, werknemers, aandeelhouders of eigenaren, banken,
leveranciers.
Doel bedrijfseconomie:
Bijdragen aan de financiële gezondheid van de betrokkenen bij een organisatie door:
Bedrijfsadministratie registeren financiële gegevens
Financial accounting externe betrokkenen informeren
Management accounting management adviseren; interne verslaglegging
Finance aantrekken en beheersen van het vermogen van een organisatie om de
gewenste activiteiten financieel te kunnen uitvoeren
Zorgen dat een organisatie op het juiste moment over voldoende financiële middelen beschikt
Zorgen dat de risico’s in kaart worden gebracht zodat het management maatregelen kan nemen om dit risico
te vermijden, beperken of verzekeren.
1.4.1 Functie bedrijfsadministratie
Voorheen registreren van allerlei financiële gebeurtenissen= boekhouden
Nu vakgebied is uitgebreid met niet financiële gebeurtenissen: ziekteverzuim/verkoopaantallen
Administrateur is verantwoordelijk
1.4.2 Financial accounting
Verslaglegging extern, financiële informatie voor bv aandeelhouders → willen weten of een bedrijf winstgevend is.
Registeraccountant=externe deskundige controleert de informatie vanuit de organisatie
Bezittingen
Kosten
Omzet
Schulden
=getrouw beeld van de werkelijkheid, niet op de euro nauwkeurig
Naast aandeelhouders ook anderen die willen weten hoe de organisatie ervoor staat bv overheid tav bedrijven
die zij subsidieert
banken ivm verstrekken leningen
klanten en leveranciers
jaarverslag → deponeren bij de KvK
Normen om informatie te beoordelen en controleren, wettelijke richtlijnen waaraan de informatie moet voldoen:
IFRS/BW
Informatie vanuit het verleden : in het voorjaar het jaarverslag over het afgelopen jaar
1.4.3 Management accounting
Interne verslaglegging
Ondersteuning bij financieel economische beslissingen → signalen en analyses FE ontwikkeling
Instrumenten om kansen en bedreigingen te signaleren, verschillende bedrijfsopties te analyseren en managers
,van advies te dienen
kostprijsberekeningen
budgetten
door controller en assistent controller = intern financieel adviseur
corporate policeman: controleert of de beslissingen die managers nemen in het belang van de organisatie zijn.
1.4.4 Finance
Financiering van de organisatie
Hoeveel geld is er nodig voor groei = vermogensbehoefte
Vaststellen van de bronnen van het vermogen
Credit management: korte leningen, benodigd geld bij een bank lenen → rente
Cash management: failliet: niet doordat er geen winst gemaakt wordt, maar doordat de organisatie niet aan
zijn betalingsverplichtingen kan voldoen
Investeringsselectie: doorrekenen van de financiële aspecten van een mogelijke nieuwe investering
Uitgaven en ontvangsten met elkaar vergelijken
Ook niet financiële zaken spelen een rol
Credit management
Cash management treasury
Investeringsmanagement
1.4.5
Administrateur registreert wat er nu gebeurd
Registeraccountant controleert het verleden
Controller adviseert over toekomstige beslissingen
3 financiële functionarissen
Hoofdstuk 2 Werking van drie financiële overzichten
Balans: inzicht in de samenstelling en het aanwenden van vermogen
Resultatenrekening: opbrengsten en kosten over een bepaalde periode → inzicht in de
verandering in omvang eigen vermogen
Kasstroomoverzicht: geldontvangsten en gelduitgaven over een bepaalde periode
Inzicht in de verandering in de omvang van de liquide middelen=voorraad geld
Basale output van de administratie die tot taak heeft alle financiële gevolgen van gebeurtenissen in een
organisatie te registreren= instrument om grip te krijgen op de financiële risico’s van een organisatie.
Doel van de informatie bepaalt de inhoud
2.2 Indeling van organisaties
Organisatie(onderdeel) is een informatieobject: omvang en aard van de organisatie spelen een rol.
2.2.1 Typologiemodel van Starreveld
Voor de markt producerende organisaties indelen in 5 categorieën/typologieën
1.Handelsorganisaties: sprake van een goederenbeweging waarin omzettingsproces ontbreekt
2.Productieorganisaties: technisch omzettingsproces
4.Dienstverleningsorganisaties: driedeling: zekere mate van goederenbeweging: restaurant/veiling
Beschikbaar stellen van ruimte: hotel/zwembad
Verkopen van uren: advocaat/adviesbureau
Deze indeling gaat uit van primaire processen irt de waardekringloop.
Doel was te komen tot een standaard controleaanpak in de accountantswereld
2.2.2 Profit vs non –profit organisaties
Profit: doel = behalen en uitkeren van winst + MVO 3 P’s
Winst uitkeren mag niet ten koste van continuïteit gaan
Non Profit: evt winstwaarde wordt niet uitgekeerd aan eigenaren of aandeelhouders maar geïnvesteerd in haar
maatschappelijke doel te bereiken
Specifieke wet- en regelgeving van toepassing
Verschil tussen prof en non profit organisatie wordt steeds kleiner door marktdenken non profit.
2.2.3 Rechtsvormen
, Met wie doen de Stakeholders zaken?
Wie is er verantwoordelijk voor de betaling van de geleverde goederen? = afhankelijk van de rechtsvorm van de
organisatie: bepaalt de aansprakelijkheid
soort en hoogte te betalen belastingen
zeggenschap binnen de organisatie
kapitaalinbreng
Eenmanszaak BV NV
Oprichting Geen eisen Notariële akte Notariële akte
Kapitaalinbreng Geen eisen € 18.000 € 45.000
Bestuur Eigenaar Directie Directie
Andere organen Geen Aandeelhouders soms Aandeelhouders en
RvC RvC
Aansprakelijkheid Zakelijk en privé 100% In principe alleen BV In principe alleen NV
aansprakelijk aansprakelijk
Belastingen Inkomstenbelasting Vennootschapsbelasti Vennootschapsbelasti
ng plus ng plus
inkomstenbelasting inkomstenbelasting
over salaris en over salaris en
dividend dividend
Vrijstellingen/aftrekpo MKB winstvrijstelling, n.v.t n.v.t
sten ondernemersaftrek
Sociale zekerheid Geen recht op DGA heeft geen recht DGA heeft geen recht
werknemersverzekerin op op
gen werknemersverzekerin werknemersverzekerin
gen gen
BV mag uitsluiten aandelen op naam uitgeven, aandelenbezit wrdt geregistreerd door de notaris
NV mag groot deel ban de aandelen uitgeven aan toonder, er wordt niet bijgehouden wie de aandelen bezit→
hierdoor zijn aandelen sneller en goedkoper verhandelbaar.
Rechtsvormen non-profit organisaties:
Vereniging met Vereniging met Stichting
Beperkte rechtsbevoegdheid volledige rechtsbevoegdheid
Oprichting Mondeling of onderhandse akte Notariële akte Notariële
akte
Kapitaalinbreng Geen minimum kapitaaleis Geen minimum kapitaaleis Geen
minimum
kapitaaleis
Dagelijks bestuur Ja, verplicht Ja, verplicht Ja, verplicht
Leden Ja, hebben inspraak via de algemene Ja, hebben inspraak via de Nee,
ledenvergadering algemene ledenvergadering verboden
Aansprakelijkheid Hoofdelijke aansprakelijkheid Geen hoofdelijke aansprakelijkheid Geen
bestuurders. Bij inschrijven in het bestuurders hoofdelijke
handelsregister is aansprakelijkheid aansprakelij
beperkt kheid
bestuurders
Financiering Contributie en evt. andere inkomsten Contributie en evt. andere inkomsten Subsidie,
zoals subsidie zoals subsidie giften soms
verkoopopbr
engsten
Mogelijkheid tot aanschaf Nee Ja Ja
registergoederen
Belastingen Valt meestal niet onder een Kan verplicht zijn tot het betalen van Kan
belastingregime, zoals omzetbelasting, verplicht zijn
vennootschapsbelasting of vennootschapsbelasting of sociale tot het
omzetbelasting premies betalen van
omzetbelasti
ng,
vennootscha
psbelasting
of sociale
premies
2.3 Externe en interne Stakeholders
Degene aan wie de informatie wordt verstrekt, bepaald het doel van de informatieverschaffing
Tweedeling:
Externe Stakeholders: Interne Stakeholders:
Aandeelhouders/eigenaren management, heeft informatie nodig voor besluitvorming
2.3.1 Externe Stakeholders