College 1
Micro = het leren zelf (leerlingen, docenten)
Meso = organisatie onderwijs (rector)
Macro = onderwijsbeleid in de samenleving (bestuurder, vo scholen)
Leren & instructie staan centraal in onderwijs
Actoren = concrete personen, organisaties, groepen (ligt aan niveau)
Processen = bv. leer- of instructieprocessen, lesgeven
Variabelen = kenmerken van actoren, vb. ervaren leerkrachten
Actoren: instructieverantwoordelijke, lerende
Probeer wat je in de praktijk tegenkomt (probleemsituaties) te plaatsen in
referentiekader
Micro = interactie tussen instructieverantwoordelijke (bv. docent) en
leerling/lerende → op een systematische manier (bv. smartphone)
Meso = welke afspraken maakt de school over smartphones en hoe wordt dit
uitgewerkt?
Macro = beleid, wetgeving → "is het nodig om smartphoneverbod te regelen?"
Effect size → onderzoekers proberen de relevantie (kracht) van d te meten
Loopt van -∞ tot +∞ (hoe groter, hoe beter)
Effect size ≥ 0.40 wordt als betekenisvol gezien
Vuistregel → dan is er écht impact in de klas
Micro / Meso / Macro → kenmerken → begeleiding
Didactisch handelen / instructieactiviteiten
→ beslissingen hierover: toetsing, media, leerdoelen, leerstof
heeft impact op de leeractiviteiten
Leeractiviteiten =
Cognitief (hoe efficiënt leer je)
Affectief (gevoelens, bv. “dit is een interessant boek”)
Metacognitief (ik moet vandaag leren voor die toets)
Mesoniveau: hoger organisatieniveau
Actoren: klassen, schoolteams
Kenmerken: samenstelling klas
Instructieactiviteiten: toetsing, vb. minder gaan toetsen
Macroniveau: hoogste organisatieniveau
Actoren: studenten, vakbond, minister