politie
Leerdoelen
Na afloop van het vak kunnen studenten...
1. taken en bevoegdheden van de politie toelichten en deze aan de hand van concrete
voorbeelden illustreren;
2. de belangrijkste politiestrategieën met elkaar vergelijken en toepassen op een criminologisch
probleem;
3. de (geschiedenis van de) organisatie en aansturing van het Nederlandse politiebestel
beschrijven en evalueren;
4. de concepten politielegitimiteit en geweldsmonopolie hanteren en het handelen van de
politie in het licht van deze concepten beoordelen;
5. uitleggen hoe agenten beslissingen nemen (o.a. in het kader van proactief optreden) en
kritisch reflecteren op de manier waarop de politiecultuur hierin doorwerk
Rechtshandhaving en politie: cursusinformatie
- 5 werkgroepen en 5 hoorcolleges
Weekoverzicht
- Week 1: politietaken
- Week 2: politiestrategieën
- Week 3: politieorganisatie
- Week 4: politielegitimiteit en geweldsmonopolie
- Week 5: politiecultuur (gastcollege)
Toetsing
1. Pitch, pitchen in groepjes
2. Tentamen (22 oktober 13:00 USC in ANS)
1
, Week 1 – politietaken
Hoorcollege 1
Rechtshandhaving en politie
Rechtshandhaving: het handhaven van de wetten/regels
Law enforcement: the activity of making certain that the laws of an area are obeyed
Twee paradigma’s: straffen vs. doen naleven
Politie: een recht handhavende overheidsinstantie met geweldsmonopolie
Maar, de politie is niet de enige rechtshandhaver
En, de politie doet meer dan alleen rechtshandhaving
Politie
- Taken
- Complex
- Centrale positie
- Werkwijze
- Organisatie
Rechtshandhaving en politie
Week 1: politietaken
Politieaken, -functies en -bevoegdheden
- Wat, wie en hoe?
o Opsporing, ordehandhaving en hulpverlening
- Verhouding tussen taken
Beslissingen
- Hoe komen deze tot stand?
- Welke beslissingen zijn er?
- Hoeveel ruimte is er?
Art 3 Politiewet
‘’de politie heeft tot taak, in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag, en in overeenstemming met
de geldende rechtsregels, te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het
verlenen van hulp aan hen die deze behoeven” Terpstra et al. (2016):
Vier functies basisteams:
1. Noodhulp
2. Wijkwerk
3. Opsporing
2
, 4. Intake
Inspectie Justitie en Veiligheid
- Inspectie J&V houdt toezicht op politie
- Onderzocht van 2018-2021 de 3 hoofdtaken
- In 2018 opsporing, 2019 handhaving, 2020 noodhulp
- Belangrijke conclusies komen terug per taak
Taak 1: opsporing
Opsporing – wat
- ‘Het onderzoek in verband met strafbare feiten onder gezag van de officier van justitie met
als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen’ – art. 132a WvSv
- Wettig en overtuigend bewijs
- Strafvorderlijke bewijsrecht
- 3 criminaliteitssoorten
o HIC: high impact crimes, grote reikwijdte, veel media-aandacht (Peter R. de Vries)
o VVC: veelvoorkomende criminaliteit (woninginbraak etc.)
o Ondermijning
Opsporing – wie
- Officier van Justitie
- Politie
o Verschillende gebieden en teams, denk aan: DR, DRR, DLR, Intake en Service, VVC-
teams
- Burgers
o Onderzoek Schreurs (2020) – waarom melden burgers?
Response efficacy
Altruïstische waarden
o Inzicht psychologische drijfveren en motivatie meldgedrag
o Communicatiestrategieën
o Burgerparticipatie
(co-creatie)
o Burgeropsporing
Opsporing – hoe?
- Incidentgericht
o (één incident)
- Probleemgericht
o (reeks terugkerende incidenten, systematisch)
- Programma-/themagericht
o (grootschalige problematiek, integraal, dus ook vanuit de politiek)
Opsporing – welke middelen? opsporingsbevoegdheden
Bevoegdheden t.a.v. personen
- Staande houding, aanhouding, voorlopige hechtenis, DNA
- Zichtbaar
3
, Bevoegdheden t.a.v. voorwerpen
- Inbeslagneming
- Zichtbaar
Steunbevoegdheden
- Betreding of doorzoeking van plaatsen, fouilleren
- Zichtbaar
Bijzondere opsporingsbevoegdheden
- Infiltratie, pseudokoop/-dienstverlening, stelselmatige observatie,
- Heimelijk (controle? WOD, niet zichtbare bevoegdheden)
Opsporing – inspectief J&V (2019)
Hoofdconclusies:
- Onderdelen opsporing losse eilandjes
- Onvoldoende geïnvesteerd in politieonderwijs (met name intelligence)
- Hoge inzet incidentgericht, weinig capaciteit probleem/programmagericht
Taak 2: handhaving van de openbare orde
Handhaving – wat?
Orde versus wanorde
- Normale menselijke interactie die rust, vrede en voorspelbaarheid uitstraalt
Klein versus grootschalig
- Peace-keeping en reproduceren van orde
Handhaving (klein) – hoe?
Probleemsituaties waar nu iets aan moet worden gedaan, beheersbaar maken (Bittner)
Twee opvattingen:
1. Nauw (reactief)
2. Maar ook breed (ook preventief)
Wijkwerk en noodhulpfunctie
Kennen en gekend worden
Handhaving (groot) – hoe?
- Van public management naar riot control
- Inzet van de Mobiele Eenheid en FlexME
Handhaving – wie?
- Burgemeester: bevoegd gezag
4