Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Wetenschapsfilosofie (UL, Criminologie)

Beoordeling
-
Verkocht
5
Pagina's
90
Geüpload op
18-05-2025
Geschreven in
2024/2025

Dit document bestaat uit alle college-aantekeningen, samenvattingen van voorgeschreven literatuur en werkgroepmateriaal.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Wetenschapsfilosofie
Tentamen: 19 maart 2025, 13:00-16:00 USC


Week 1 – wat is wetenschappelijke kennis en waarom is deze betrouwbaar?


Literatuur

- Hoofdstuk 1 en 4
- Kraaijeveld (2016). We zijn de waarheid uit het oog verloren. Online beschikbaar
- Wijnberg (2014). Hoe waarheid een product werd. Online beschikbaar

Een demarcatiecriterium is een maatstaf of regel die gebruikt wordt om te bepalen wat wel en niet
als wetenschap wordt beschouwd. Het helpt bij het onderscheiden van wetenschappelijke kennis van
niet-wetenschappelijke of pseudowetenschappelijke beweringen. Bekende voorbeelden van
demarcatiecriteria zijn het verificatiecriterium (dat een bewering empirisch toetsbaar moet zijn) en
het falsificeerbaarheidcriterium, dat stelt dat een theorie weerlegd moet kunnen worden door
observaties.

Hoofdstuk 1 – wetenschap als uit de ervaringsfeiten afgeleide kennis

In dit hoofdstuk wordt de leuze ‘wetenschap is afgeleid uit de feiten’ onderworpen aan kritisch
onderzoek.

Wanneer men stelt dat wetenschap bijzonder is omdat ze is gebaseerd op feiten, wordt aangenomen
dat feiten beweringen over de wereld zijn die direct kunnen worden vastgesteld door zorgvuldig en
onbevooroordeeld gebruik te maken van de zintuigen. Wetenschap moet gebaseerd zijn op wat we
kunnen zien, horen en aanraken, en niet op persoonlijke meningen of speculatieve denkbeelden.
Wanneer de wereld nauwkeurig en onbevooroordeeld waargenomen, dan zullen de aldus
vastgestelde feiten een betrouwbare, objectieve basis voor wetenschap vormen. Als de redeneringen
kloppen die ons van deze uit feiten bestaande basis naar de wetten en theorieën voeren waaruit
wetenschappelijke kennis bestaat, dan kunnen we deze kennis als betrouwbaar en objectief
beschouwen.

De moderne wetenschap zag het licht in het begin van de 17 e eeuw. Hier zag men waarnemingsfeiten
serieus als betrouwbare basis van de wetenschap. Hiervoor was kennis vooral gebaseerd op autoriteit
(zoals die van filosoof Aristoteles en de Bijbel). Moderne wetenschap werd pas mogelijk toen deze
bronnen van kennis in twijfel werden getrokken, doordat pioniers van de nieuwe wetenschap, zoals
Galilei, een beroep deden op experimenten.

De empiristen en de positivisten vormen twee scholen die hebben geprobeerd te formaliseren wat
men de kijk van het gezonde verstand op wetenschap noemde. Zij meende dat wetenschappelijke
kennis is afgeleid uit de feiten. Bekende empiristen die van mening waren dat alle kennis moeten
worden afgeleid uit ideeën die door middel van zintuiglijke waarneming in de geest hebben
postgevat: John Locke, George Berkeley en David Hume.

De positivisten deelde deze mening, maar hadden een wat ruimere opvatting, minder psychologisch
over wat feiten zijn. Maar kennis moest worden afgeleid uit ervaringsfeiten.

In 1920 ontstond de filosofische school van de logisch positivisten. Zij hernamen het positivisme dat
Auguste Comte in de 19e eeuw had geïntroduceerd en trachtten het te formaliseren door nauw

1

,aandacht te besteden aan de logische vorm van de relatie tussen wetenschappelijke kennis en de
feiten.

Twee problemen van de uitspraak dat wetenschap wordt afgeleid uit de feiten:

- De aard van deze feiten en de manier waarop wetenschappers daar toegang tot horen te
hebben.
- Hoe de wetten en theorieën die onze kennis vormen, worden afgeleid uit deze feiten, als we
deze eenmaal kennen.

Men kan drie aannamen onderscheiden aan het standpunt dat feiten de basis van de wetenschap
zouden vormen: deze brengen echter wel problemen met zich mee…

1. Feiten zijn via de zintuigen direct toegankelijk voor nauwkeurige en onbevooroordeelde
waarnemers
2. Feiten gaan aan de theorie vooraf en zijn daar onafhankelijk van
3. Feiten vormen een stevig en betrouwbaar fundament van wetenschappelijke kennis.

De visuele ervaring wordt niet alleen door het waargenomen object bepaald

De meest uitgesproken versie van de wijdverbreide opvatting luidt dat wij de feiten over de
buitenwereld direct leren kennen via het gezichtszintuig. Een dergelijke opvatting worden bevestigd
door een verhaal over de werking van de ogen.

Echter, wanneer twee normale waarnemers die vanaf dezelfde plaats onder dezelfde
omstandigheden naar hetzelfde object kijken, hebben niet noodzakelijk identieke visuele ervaringen,
hoewel de beelden op hun respectieve netvliezen in feite identiek kunnen zijn.  bij het zien gaat het
om meer dan alleen om wat het oog bereikt. Het lijkt alsof wat een waarnemers ziet, wordt bepaald
door zijn ervaringen in het verleden.

 Bestreden visie: Wat waarnemers zien, de subjectieve ervaringen die ze hebben als ze naar
een voorwerp of tafereel kijken, wordt niet alleen bepaald door de beelden op hun netvlies,
maar is ook afhankelijk van hun ervaring, kennis en verwachtingen.
o Voorbeeld bekwame en beginnende waarnemer; deze zien beide iets anders
 Echter, dit is in strijd met de letterlijke interpretatie van de uitspaak dat een
waarneming direct via de zintuigen tot stand komt.
 De algemene reactie hierop is dat waarnemers die naar hetzelfde kijken,
hetzelfde zien, maar verschillend interpreteren.

Waarneembare feiten verwoord als uitspraken

Het woord feit heeft verschillende betekenissen. Enerzijds kan het verwijzen naar een uitspraak die
een feit onder woorden brengt. Anderzijds naar een stand van zaken waarnaar een uitspraak verwijst.
Het is noodzakelijk om onderscheid te maken tussen feiten, opgevat als uitspraken, en de standen
van zaken die deze uitspraken beschrijven.

Voordat een waarnemer een waarnemingsuitspraak kan formuleren en daarmee kan instemmen,
moet hij beschikken over een geschikt conceptueel kader en weten hoe je dat op de juiste manier
toepast. Bijvoorbeeld, kennis van bijvoorbeeld de plantkunde is een eerste vereiste om
waarnemingsuitspraken te kunnen formuleren die de uit feiten bestaande basis daarvan zouden
kunnen vormen.

 Uitspraken over feiten worden niet direct bepaald door zintuiglijke prikkels en
waarnemingsuitspraken veronderstellen kennis. (aanname 1 en 2) het kan dus niet zo zijn dat
we eerst de feiten vaststellen en vervolgens onze kennis daaruit afleiden.

2

,Waarom zouden feiten vooraf gaan aan de theorie?

Het idee dat wetenschappelijke kennis moet zijn gefundeerd op feiten die door waarnemingen zijn
vastgesteld, hoeft dus niet te worden ondergraven, als men inziet dat de speurtocht naar en de
formulering van die feiten van kennis afhankelijk is. als de waarheid of onwaarheid van
waarnemingsuitspraken direct door middel van waarnemingen kan worden vastgesteld, lijkt het,
ongeacht de manier waarop deze uitspraken tot stand kwamen, alsof deze waarnemingsuitspraken
een significante basis van wetenschappelijke kennis vormen uit die feiten bestaat.

De feilbaarheid van waarnemingsuitspraken

Het oordeel van over de waarheid of onwaarheid van een waarnemingsuitspraak is afhankelijk van de
kennis die de achtergrond vormt waartegen dat oordeel tot stand komt.

Met de leuze ‘wetenschap is afgeleid uit de feiten’ wil de auteur de intuïtie verwoorden dat
wetenschappelijke kennis een bijzondere status geniet. Deze status dankt ze onder andere aan het
feit dat wetenschap is gefundeerd op een hechte basis, bestaande uit betrouwbare feiten die op
overtuigende wijze zijn vastgesteld door middel van waarnemingen. Enkele beschouwingen die
hierboven zijn beschreven dreigen deze aanname te weerleggen. Een probleem betreft de mate
waarin waarnemingsbeelden worden beïnvloed door de achtergrond en verwachtingen van de
waarnemer. De tweede bron van problemen is de mate waarin oordelen over de waarheid van
waarnemingsuitspraken afhankelijk zijn van al bestaande kennis of van aannamen.

Beide problemen wekken de suggestie dat waarnemingen niet zo’n directe en hechte basis van
wetenschap vormen als men algemeen en van oudsher aanneemt.

AI-versie

Alan Chalmers begint zijn boek met de vraag: wat is wetenschap? Een veelvoorkomende opvatting is
dat wetenschap gebaseerd is op feiten die we via observatie en experiment verzamelen. Deze feiten
zouden objectief en onafhankelijk van theorieën moeten zijn en vormen de bouwstenen van
wetenschappelijke kennis. Dit idee sluit aan bij het empirisme, een filosofische stroming die stelt dat
alle kennis voortkomt uit zintuiglijke waarneming. Ook het positivisme, een stroming die benadrukt
dat kennis alleen geldig is als deze gebaseerd is op waarneembare en verifieerbare feiten,
onderschrijft deze visie.

Empirisme en positivisme zijn beide filosofische stromingen die de rol van ervaring en waarneming in
kennisverwerving benadrukken, maar ze verschillen in focus. Empirisme stelt dat alle kennis
voortkomt uit zintuiglijke ervaring en dat ons begrip van de wereld gebaseerd is op waarneming en
inductie. Positivisme, vooral geassocieerd met Auguste Comte, gaat verder en stelt dat alleen op
empirische waarneming en logische analyse gebaseerde kennis geldig is. Positivisten verwerpen
metafysische en speculatieve verklaringen, terwijl empirisme minder streng is in zijn methodologie.




3

, Hoofdstuk 4: Theorieën afleiden uit de feiten: inductie

In het voorgaande is men uitgegaan van het idee dat wetenschappelijke kennis is afgeleid uit de
feiten. Waarnemingsfeiten en experimentele feiten kunnen beschouwd worden als de basis waaruit
wetenschappelijke kennis kan worden afgeleid. Maar we hebben ook gezien dat deze feiten niet zo
direct en betrouwbaar kunnen worden vastgesteld als men over het algemeen verondersteld.

Maar hoe kan wetenschappelijke kennis uit deze feiten worden afgeleid?

‘wetenschap is afgeleid uit de feiten’  wetenschappelijke kennis komt tot stand door eerst de feiten
vast te stellen en vervolgens de bijpassende theorie op te stellen  deze interpretatie werd in H1
verworpen.

Waar het in essentie om draait: in hoeverre bekrachtigen de feiten de theorie?

De meest uitgesproken bewering zou zijn dat de theorie op logische wijze kan worden afgeleid uit de
feiten. Dat wil zeggen dat men kan bewijzen dat de theorie voortvloeit uit de feiten die gegeven zijn.

Inductie is het afleiden van algemene conclusies uit specifieke waarnemingen, terwijl deductie begint
met algemene regels of principes en daaruit specifieke conclusies trekt. Inductie is probabilistisch,
deductie logisch noodzakelijk.

Basiskenmerken van logisch redeneren:

- Kinderlogica: logica gaat over deductie van uitspraken uit andere gegeven uitspraken. Als de
premissen waar zijn, dan moet de conclusie waar zijn (een logisch geldige redenering). Echter
een verandering in de premissen kan ertoe leiden dat de conclusie onwaar is. Logische
deductie alleen leidt niet tot de waarheid van de feitelijke uitspraken. Het enige wat logica
kan bieden is dat als de premissen waar zijn, kan niet worden beantwoord door een beroep
te doen op de logica.
o Een redenering kan logisch zijn, maar hij kan alsnog onwaar zijn.
o Logica alleen vormt dus geen bron van nieuwe waarheden.

Kunnen wetenschappelijke wetten worden afgeleid uit de feiten?

Na deze uiteenzetting over de aard van de logica is het eenvoudig te laten zien dat wetenschappelijke
kennis niet uit de feiten kan worden afgeleid als afleiden wordt opgevat als logisch deduceren.

 Universele uitspraken: verwijzen naar bepaalde gebeurtenissen, waar wetenschappelijke
kennis betrekking op heeft. (metaal zet uit bij verhitting)
 Enkelvoudige/singuliere uitspraken: waarnemingsuitspraken die de feiten vormen die het
bewijs leveren van algemene wetenschappelijke wetten. Deze waarnemingsfeiten of
experimentele bevindingen vormen specifieke uitspraken over de stand van zaken op een
bepaald tijdstip, als ‘de lengte van de koperstaaf nam toe door verhitting’

Stel we beschikken over een groot aantal van zulke feiten die basis zullen vormen waaruit we
wetenschappelijke kennis hopen af te leiden. Het is niet zo dat als de uitspraken die de premissen
vormen waar zijn, dan de conclusie waar moet zijn. Over hoeveel waarnemingen we ook beschikken
(grootte van een n) er bestaat geen logische waarborg dat er bijv. een keer een stukje metaal krimpt
bij verhitting.

Aan de hand van dit voorbeeld zijn het soort redeneringen toegelicht dat uitgaat van een eindig
aantal feiten en die uitmonden in een algemene conclusie. Dit soort redeneringen zijn inductieve
redeneringen.  van specifiek naar algemeen!

Wat maakt inductief bewijs goed?

4

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
18 mei 2025
Aantal pagina's
90
Geschreven in
2024/2025
Type
College aantekeningen
Docent(en)
E.g. van \\\'t zand
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$12.48
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
maritvankreuningen Universiteit Leiden
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
11
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
12
Laatst verkocht
3 maanden geleden
Marits books

Ik verkoop mijn studieboeken die ik heb gebruikt voor de bachelor opleiding \'Criminologie\'.

3.0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen