Gezondheidsvoorlichting = combinatie van leerervaringen ontwikkeld
en ontworpen om mensen te helpen hun gezondheid te bevorderen.
-> Dit is onderdeel van gezondheidsbevordering = combinatie van
voorlichting en omgevingsveranderingen die gezond gedrag en gezonde
omstandigheden stimuleert (fysieke, sociaal-culturele, politieke en
economische condities).
Stappen gezondheidsbevordering
1. Probleem identificeren
2. Verklaren en voorspellen
3. Gedrag beïnvloeden
4. Evalueren
Soorten preventie (niveau)
1. Primair: ziekte voorkomen
2. Secundair: voorstadium identificeren
3. Tertiaire: schade beperken bij bestaande aandoening
Soorten benaderingen
1. Hoogrisicobenadering: risico identificeren en specifieke interventie
inzetten. Als beperkt aantal mensen een hoog risico heeft.
2. Populatiebenadering: hele bevolking benaderen. Als veel mensen beperkt
verhoogd risico hebben.
Preventie en doelgroepen (type)
1. Universele preventie: totale bevolking
2. Selectieve preventie: bevolkingsgroep met verhoogd risico
3. Geïndiceerde preventie: individuen die geen diagnose hebben maar
beginnende klachten/symptomen
4. Zorg gerelateerde preventie: individuen met een ziekte
Middelen
1. Voorlichting: motiveren door middel van kennis
2. Voorzieningen: gezond gedrag makkelijk maken
3. Regelgeving, controle en sancties: gezond gedrag afdwingen
Doelgroepniveaus
1. Individu: gaat om hun gezondheid
2. Groepsniveau: ouders, vrienden, leerkrachten etc
3. Organisatieniveau: directeuren, managers
4. Lokaal niveau: opinieleiders, beleidsmakers
5. Samenlevingsniveau: politici, ambtenaren, vakbonden
Model voor Planmatige Gezondheidsvoorlichting en Gedragsverandering
,Valkuilen
1. Inzetten op verkeerde gedrag
2. Verkeerde interventie inzetten
3. Onvoldoende aandacht hebben voor implementatie
4. Verkeerde determinanten identificeren
5. Onjuiste evaluatieniveau kiezen
Ethiek en autonomie
Voorlichter moet ethische keuzes verantwoorden
Eenzijdige informatie geven mag niet. Niet doelbewust autonomie
aantasten.
Beperking autonomie acceptabel als: gebrek inzicht eigen risico, mensen
niet autonoom functioneren (verslaving), gedrag beïnvloedt andermans
gezondheid
Erkenningsniveaus NJI
Geldigheid
Effectief – 5 jaar geldig
Goed onderbouwd – 5 jaar geldig
Goed beschreven – 3 jaar geldig
RGOI = Resultaat Gerichte Ontwikkeling van
Interventies
Evidence based practice = literatuur naar praktijk
Practice based evidence = bouwt voort op bestaande
praktijken
-> Deze twee kunnen elkaar versterken
Meenemen bij evidence based werken:
-> individueel niveau: wat is de houding van de professional
t.o.v. evidence based werken
,-> organisatieniveau: wordt de professional gesteund en zijn er de
tijd/middelen/autonomie?
-> communicatie: hoe worden professionals meegenomen in het proces?
, Hoorcollege 2
Vormen van preventie
1. Health promotion: gezondheidsbevordering en verhogen kwaliteit van
leven door middel van aanleren van gezond/gewenst gedrag. Zowel
voorlichting als omgevingsveranderingen.
2. Health protection: gezondheidsbescherming met nadruk op wet- en
regelgeving. Ongewenst gedrag staat cenraal.
3. Disease/disorder prevention: gevolgen van ziekte/aandoening
beperken/elimineren.
Soorten voorlichting
1. Faciliterende voorlichting: informatieverstrekking
2. Intentionele voorlichting: verandering bij mensen aanbrengen in cognities,
attitudes en gedrag. Meer sturend/dwingend karakter.
Leertheorieën
Klassieke conditioneringstheorie: gedrag aangeleerd door
ongeconditioneerde stimulus te koppelen aan geconditioneerde stimulus.
Operante conditioneringstheorie: gedrag kan ontstaan door belonen van
gewenste responsen
Sociaal-cognitieve theorie: gedrag niet alleen door directe
beloningsmechanismen maar ook indirecte. (Voorbeeld: waarnemen
andermans gedrag en imiteren van gedrag dat bij anderen beloond wordt.)
Redenen voor ongezond gedrag
Automatisch gedrag = reactie op externe stimuli zonder daar bewust over
na te denken.
Gewoonten = automatisch geactiveerde gedragingen.
Gedrag naast gewoonten ook beïnvloed oor bio-psychologische
determinanten (eetlust, smaakvoorkeuren etc), geslacht en
persoonlijkheid.
Evolutionaire factoren: ‘natuurlijke’ luiheid. Mensen willen niet meer
bewegen dan nodig en ruim eten als het kan.
Soorten determinanten
Proximale determinanten: heel dicht verbonden met het onderzochte
gedrag
Distale determinanten: indirecte invloed op onderzochte gedrag
Ultieme determinanten: verder van individu af, maar indirect toch via
allerlei tussenliggende processen gedrag beïnvloeden
Persoonlijke determinanten Omgevingsdeterminanten
Gedragsintentie/motivatie Fysieke omgeving
Self-determination theory: Beschikbaarheid van middelen
motivatie gaat niet over sterkte of mogelijkheden om gezond of
maar de aard (kwaliteit) ervan. ongezond gedrag te vertonen.
Voorwaarde voor
gedragsverandering
Attitude, uitkomstverwachtingen Sociaal-culturele omgeving
Gevormd op basis van eerdere Context waarin gedrag wordt
leerervaringen uitgevoerd. Verschillende