Alle kennisclips zijn uitgewerkt in zwarte tekst. Per probleem staat aangegeven welke bron welke kleur heeft.
Probleem 1: Stoorn-is?(temperament en persoonlijkheid)
Probleem 2: Jong, snel en wild (ADHD)
Probleem 3: Het interesseert mij allemaal helemaal niets! (ODD/CD)
Probleem 4: Een aap uit de mouw? waar dan? (Autisme)
Probleem 5: Dicsussie (leerstoornissen)
Probleem 6: Hello darkness (depressie/bipolair)
Probleem 7: In de aard van het beestje (angststoonissen)
Opdrachten werkgroepen
MINISAMENVATTING
,PROBLEEM 1: STOORN-IS?
LEERDOEL 1: IS ER VERSCHIL TUSSEN TEMPERAMENT EN PERSOONLIJKHEID EN WAT IS HET
VERSCHIL?
De Pauw & Mervielde Shiner & Caspi Prins & Braet Verhulst, Verheij & Danckaerts
Verschillen tussen kinderen zijn vroeg in de ontwikkeling merkbaar. De individuele kenmerken van
kinderen en adolescenten worden traditioneel beschreven als temperament.
- Persoonlijkheid: term die wordt gebruikt om individuele verschillen bij volwassen te
kwalificeren
o Kan ook worden gebruikt om gedragsindividualiteit bij jongeren te beschrijven
- Temperament: individuele verschillen bij kinderen
o Temperament verwijst naar eigenschappen die vroeg in de ontwikkeling zichtbaar
zijn en genetische basis hebben
o Persoonlijkheid heeft een minder sterke genetische basis en komt pas later in de
ontwikkeling tot uiting
o Precieze definitie is onderwerp van discussie
o Belangrijke componenten:
Manifestatie vanaf kindertijd
Sterke genetische of neurobiologische basis
Relatieve consistentie in situaties en tijd
o Heeft een multidimensionaal karakter
o Heeft verschillende gedragsbeïnvloedende eigenschappen die een basis vormen voor
de latere ontwikkeling van persoonlijkheid
- Persoonlijkheidsontwikkeling: Volgens Thomas en Chess is dit het resultaat van de interactie
tussen temperamentfactoren en de omgeving
Five factor model:
- Leidende model in de
persoonlijkheidspsychologie
- Brede scala aan persoonskenmerken bij
volwassen kan worden vastgelegd door vijf
belangrijke factoren (opgevat als bipolaire
dimensies):
o Extraversie (vs. Introversie)
o Vriendelijkheid (vs. Antagonisme)
o Neuroticisme (vs. Emotionele stabiliteit)
o Consciëntieusheid (vs. Nalatigheid)
o Openheid (vs. Geslotenheid)
Hipic:
Drie theoretische en meettradities voor temperament:
Thomas en Chess (gedragsstijl benadering)
- Temperament wordt opgevat als het ‘hoe van het gedrag’
o Hoe intens huilt een kind (niet wat doet het tijdens het huilen of waarom)
- Benadrukken de stijlaspecten van het gedrag
- Hadden negen gedragscategorieën:
o Activiteit: fysieke activiteit
o Regelmaat: voorspelbaarheid van gedrag
o Aanpassingsvermogen: reactie op veranderingen uit omgeving
, o Aanpak-intrekking: reacties op nieuwheid
o Drempel van responsiviteit: hoeveel stimulatie om de reactie op te wekken
o Intensiteit van de reactie: energieniveau van de reactie
o Kwaliteit van de stemming: hoeveelheid positieve en negatieve gevoelens
o Mate van afleiding: effectiviteit externe stimuli bij veranderen van gedrag
o Taakpersistentie: tijdsduur en behoud van activiteit van het kind
- Theorie benadrukt dat wederzijdse interacties tussen kind en omgeving grote invloed hebben
op aanpassing van een kind: goodness of fit.
o Opvoeding moet worden afgestemd op unieke temperament voor gezonde
psychologische ontwikkeling
- Moeilijk temperament: cluster van gedragsstijlen die uitdagend zijn voor verzorger
o Kinderen kwetsbaar voor probleemgedrag (afgezien van invloed omgeving)
Weinig bewijs voor 9-dimensionale structuur: er zijn er slechts 4:
o Prikkelbare stress
o Sociale remming
o Activiteit
o Aandacht
Buss en Plomin (criteriumbenadering)
- Pasten model Thomas en Chess aan door temperament in te kaderen als een voorloper van
de ontwikkeling van de volwassen persoonlijkheid
- Toevoeging op Thomas en andere doelgroep (deze ook voor volwassenen)
- Een eigenschap kan als temperament worden gezien als het aan de volgende criteria voldoet:
o Moeten overgeërfd zijn
o Relatief stabiel zijn tijdens kindertijd
o Blijven in volwassenheid
o Evolutionair adaptief zijn
o Aanwezig zijn in onze fylogenetische verwanten
- Op basis van die criteria stelden ze vier brede temperamentdimensies voor:
o Emotionaliteit: intensiteit ervan
o Activiteit: hoeveelheid
o Sociabiliteit: nabijheid tot anderen
o Impulsiviteit: snelheid vs. remming
Werd later weggelaten omdat er tegenstrijdige resultaten zijn over
erfelijkheid hiervan
Rothbart (psychobiologische benadering)
- Temperament wordt omschreven op basis van verschillen in reactiviteit en zelfregulering
- Reactiviteit:
o Emotionaliteit: neiging om emoties te ervaren en uit te drukken, verschil in positief
en negatief
o Activiteit: aanwezigheid van motorische activiteit (tempo, hoeveelheid, praten enz.)
- Zelfregulering:
o Aandachtsregulerende processen: vermogen omo te focussen en aandacht te
verschuiven indien nodig)
- Structuur van temperament kan in elke leeftijdsgroep gedekt worden door drie dimensies:
o Negatieve activiteit: algemene neiging om negatieve emoties te ervaren
Kenmerken: ongemak, angst voor nieuwheid, woede, frustratie
o Urgentie: sociale oriëntatie
Kenmerken: plezier met hoge intensiteit, lachen, impulsiviteit