1. Kasstromen, investeringsselectie en bedrijfswaardering
1.1 Contante waarde berekenen:
Present & Future value
Future value enkelvoudig (100.000, 91 dagen en 5% rente)
- 100.000*(1+(0,05*91/360))
Present value enkelvoudig (100.000, 91 dagen en 5% rente)
- 100.000/(1+(0,05*91/360))
Future value samengesteld (100.000, 2 jaar en 5% rente)
- 100.000 *1,05^2
Present value samengesteld (100.000, 2 jaar en 5% rente)
- 100.000/ 1,05^2
Eindige reeks bedragen
CW = Periodiek bedrag * (1-(1+p)^-n)/p
P = rentevoet
N = aantal betalingen
Formule als volgt met 10 jaar lang een bedrag van 100.000 tegen 5% rentevoet:
100.000*(1-(1+0,05)^-10)/0,05
Oneindige reeks gelijke bedragen
CW = periodiek bedrag / p
P = rentevoet
Formule als volgt met 500.000 per jaar oneindig lang tegen 6% rentevoet
500.000/0,06
1.2 Kasstroomoverzicht
1.2.1 Operationele kasstroom:
Indirecte methode
Op basis van Bedrijfsresultaat (EBIT) Op basis van winst na belasting (Netto
resultaat
Bedrijfsresultaat Winst na belasting
+ afdracht winstbelasting + afschrijvingen vaste activa
+ afschrijving vaste activa + afschrijving immateriële activa
+ afschrijving immateriële activa + mutatie voorziening
(amortisatie
+ mutatie voorziening + resultaat deelneming
+ resultaat deelneming = Bruto operationele kasstroom (BOK)
= Bruto operationele kasstroom (BOK)
Bruto operationele kasstroom (BOK)
+/- mutatie voorraden (stijging is -/-)
+/- mutatie debiteuren (stijging is -/-)
+/- mutatie nog te betalen belasting (stijging is +/+)
+/- mutatie crediteuren (stijging is +/+)
Netto operationele kasstroom (NOK)
1.2.2 Investeringskasstroom:
Beginbalans 1/1 vaste activa
-/- afschrijvingen
-/- of +/+ afwaardering/opwaardering
Eindbalans zonder investering
(Werkelijke eindbalans -/- Eindbalans zonder investering) = investeringskasstroom
, 1.2.3 Financieringskasstroom:
1. Mutatie aandelenkapitaal + agioreserve
2. Mutatie langlopende schuld
3. Dividendkasstroom (=negatief)
-/- Betaald dividend vorig boekjaar
-/- gedeclareerd dividend huidig boekjaar
+/+ te betalen dividend volgend boekjaar
4. Betaalde rente huidig boekjaar (=negatief)
Financieringskasstroom = (1+2+3+4)
1.3 Beoordeling van Investering
Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit
- (Gemiddelde winst project / Gemiddeld geïnvesteerd vermogen)
- Gemiddeld geïnvesteerd vermogen = (Investering + restwaarde / 2)
Terugverdientijd
- (Investering / Jaarlijkse inkomsten )
Netto contante waarde
- (Netto Kasstroom / 1+ factor), voor elk jaar tot de macht verder
Interne rentabiliteit
Waardebepaling bedrijf
- Zichtbare intrinsieke waarde (Waarde van eigen vermogen balans)
- Intrinsieke waarde (Werkelijke waarde bezittingen -/- schulden)
- Liquidatiewaarde
- Beurswaarde van de onderneming
- Rentabiliteitswaarde (Winst onderneming / rentabiliteitseis %)
- Contante waarde cashflow (cashflow / rentabiliteitseis %)
2. Financieren met eigen vermogen
2.1 Eigen vermogen
Er zijn verschillende soorten eigen vermogen:
- Gestort eigen kapitaal (Eigen vermogen)
- Aandelen Kapitaal (Gestort en in portefeuille)
- Reserves
Soorten aandelen:
- Gewone aandelen: stemrecht tijdens AVA
- Winstpreferente aandelen: voorrang op dividend betalingen.
- Beheerspreferente aandelen: privileges op het gebied van zeggenschap.
- Liquidatiepreferente aandelen: privileges in geval van faillissement.
Reserves:
- Agioreserve (Er wordt meer dan de nominale waarde van het aandeel betaald)
- Herwaarderingsreserve (Herwaardering vaste activa, er moet met actuele
waardes gewerkt worden)
- Andere wettelijke reserves
- Statutaire reserves
- Winstreserve
1.1 Contante waarde berekenen:
Present & Future value
Future value enkelvoudig (100.000, 91 dagen en 5% rente)
- 100.000*(1+(0,05*91/360))
Present value enkelvoudig (100.000, 91 dagen en 5% rente)
- 100.000/(1+(0,05*91/360))
Future value samengesteld (100.000, 2 jaar en 5% rente)
- 100.000 *1,05^2
Present value samengesteld (100.000, 2 jaar en 5% rente)
- 100.000/ 1,05^2
Eindige reeks bedragen
CW = Periodiek bedrag * (1-(1+p)^-n)/p
P = rentevoet
N = aantal betalingen
Formule als volgt met 10 jaar lang een bedrag van 100.000 tegen 5% rentevoet:
100.000*(1-(1+0,05)^-10)/0,05
Oneindige reeks gelijke bedragen
CW = periodiek bedrag / p
P = rentevoet
Formule als volgt met 500.000 per jaar oneindig lang tegen 6% rentevoet
500.000/0,06
1.2 Kasstroomoverzicht
1.2.1 Operationele kasstroom:
Indirecte methode
Op basis van Bedrijfsresultaat (EBIT) Op basis van winst na belasting (Netto
resultaat
Bedrijfsresultaat Winst na belasting
+ afdracht winstbelasting + afschrijvingen vaste activa
+ afschrijving vaste activa + afschrijving immateriële activa
+ afschrijving immateriële activa + mutatie voorziening
(amortisatie
+ mutatie voorziening + resultaat deelneming
+ resultaat deelneming = Bruto operationele kasstroom (BOK)
= Bruto operationele kasstroom (BOK)
Bruto operationele kasstroom (BOK)
+/- mutatie voorraden (stijging is -/-)
+/- mutatie debiteuren (stijging is -/-)
+/- mutatie nog te betalen belasting (stijging is +/+)
+/- mutatie crediteuren (stijging is +/+)
Netto operationele kasstroom (NOK)
1.2.2 Investeringskasstroom:
Beginbalans 1/1 vaste activa
-/- afschrijvingen
-/- of +/+ afwaardering/opwaardering
Eindbalans zonder investering
(Werkelijke eindbalans -/- Eindbalans zonder investering) = investeringskasstroom
, 1.2.3 Financieringskasstroom:
1. Mutatie aandelenkapitaal + agioreserve
2. Mutatie langlopende schuld
3. Dividendkasstroom (=negatief)
-/- Betaald dividend vorig boekjaar
-/- gedeclareerd dividend huidig boekjaar
+/+ te betalen dividend volgend boekjaar
4. Betaalde rente huidig boekjaar (=negatief)
Financieringskasstroom = (1+2+3+4)
1.3 Beoordeling van Investering
Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit
- (Gemiddelde winst project / Gemiddeld geïnvesteerd vermogen)
- Gemiddeld geïnvesteerd vermogen = (Investering + restwaarde / 2)
Terugverdientijd
- (Investering / Jaarlijkse inkomsten )
Netto contante waarde
- (Netto Kasstroom / 1+ factor), voor elk jaar tot de macht verder
Interne rentabiliteit
Waardebepaling bedrijf
- Zichtbare intrinsieke waarde (Waarde van eigen vermogen balans)
- Intrinsieke waarde (Werkelijke waarde bezittingen -/- schulden)
- Liquidatiewaarde
- Beurswaarde van de onderneming
- Rentabiliteitswaarde (Winst onderneming / rentabiliteitseis %)
- Contante waarde cashflow (cashflow / rentabiliteitseis %)
2. Financieren met eigen vermogen
2.1 Eigen vermogen
Er zijn verschillende soorten eigen vermogen:
- Gestort eigen kapitaal (Eigen vermogen)
- Aandelen Kapitaal (Gestort en in portefeuille)
- Reserves
Soorten aandelen:
- Gewone aandelen: stemrecht tijdens AVA
- Winstpreferente aandelen: voorrang op dividend betalingen.
- Beheerspreferente aandelen: privileges op het gebied van zeggenschap.
- Liquidatiepreferente aandelen: privileges in geval van faillissement.
Reserves:
- Agioreserve (Er wordt meer dan de nominale waarde van het aandeel betaald)
- Herwaarderingsreserve (Herwaardering vaste activa, er moet met actuele
waardes gewerkt worden)
- Andere wettelijke reserves
- Statutaire reserves
- Winstreserve