Cohort: 2016/2017
WERKGROEP: CHIARA MORICONI EN KARLIJN NOORT
Toetscode:
SLB’-er: 2215OOOL1A
Martine Hart
,Inhoud
Literatuurlijst ..................................................................................................................................... 3
Inleiding ............................................................................................................................................. 4
Reflectie en integratie ........................................................................................................................ 5
Reflectie op inhoud .............................................................................................................................. 5
Reflectie op het ontwerpproces .......................................................................................................... 5
Reflectie op eigen handelen ................................................................................................................ 6
Reflectie op samenwerking.................................................................................................................. 6
Bijlagen .............................................................................................................................................. 7
Bijlage 1: stappenplan van het (uitgevoerde) ontwerp ........................................................................ 7
Ontwerpschema (stap 4) .................................................................................................................... 9
Drie evaluatiecriteria + meetinstrumenten ................................................................................... 10
Observatieschema: eigen oplossingen en creativiteit.................................................................... 11
Observatieschema: mogelijkheid tot onderzoeken en experimenteren ........................................ 12
Observatieschema: mogelijkheid tot onderzoeken en experimenteren ........................................ 13
uitvoering............................................................................................ Error! Bookmark not defined.
Evalueren en conclusies trekken.................................................................................................... 33
Stap 5: aanpassen .......................................................................................................................... 36
Bijlage 2: observatieschema aan de hand van de Leuvensebetrokkenheidsschaal voor kleuters en
observaties van de spelontwikkeling drie kleuters ............................................................................ 37
Lesactiviteit 2: gericht construeren met bouwkaarten .................................................................. 37
Lesactiviteit 3: racebaan ................................................................................................................ 42
Lesactiviteit 4: prentenboek naspelen in de bouwhoek ................................................................ 46
,Literatuurlijst
Alkema, E., Kuipers, J., & Tjerkstra, W. (2015). Meer dan onderwijs. Assen: Van Gorcum .
Bosch, W., & Boomsma, C. (2013 ). Onderwijs aan het jonge kind... een vak apart . Amersfoort :
ThiemeMeulenhoff .
Brouwers, H. (2010). Kiezen voor het jonge kind . Bussum: Uitgeverij Coutinho .
Janssen-Vos, F. (1997 ). Basisontwikkeling in de onderbouw. Assen : Van Gorcum .
van Beemen, L. (2015). Ontwikkelingspsychologie . Groningen/Houten: Noordhoff uitgevers .
Winters, P. (2010 ). Een huis bouwen. Clavis .
,Inleiding
Voor u ligt het onderzoeksverslag van de eerstejaars pabostudent: Lisa van Leeuwe, wie de opleiding
leraar basisonderwijs volgen aan de pabo Inholland Haarlem.
Dit onderzoek is geschreven in opdracht van de pabo Haarlem. Binnen het onderzoek staat
ontdekkend en onderzoekend leren binnen een rijke leeromgeving in de onderbouw centraal. Het
onderzoekt is uitgevoerd op de stageschool: OBS de Twiskschool in groep 1/2 A.
Voor het onderzoek is de bouwhoek op de stageschool verrijkt. In dit verslag is te lezen welke
evaluatiecriteria zijn gesteld voor de bouwhoek en welke activiteiten er zijn uitgevoerd om de
omgeving te verrijken. Tot slot is er geëvalueerd op de activiteiten en de evaluatiecriteria.
Aan het eind van het verslag wordt de zin: “Ik heb in de praktijk een rijke leeromgeving ingericht en
onderwijs ontworpen om een nieuwsgierige en onderzoekende houding bij kinderen te stimuleren
doordat ik …….en ik heb ontdekt dat ……… “ beantwoord.
, Reflectie en integratie
Reflectie op inhoud
1. Aan het begin van periode 1.3 stond ik zo tegen de vraag aan: ‘Ik denk dat de kenmerken van
het kleuteronderwijs uit mijn tijd verschillen met de kenmerken van nu. Ik denk dat kleuters
tegenwoordig meer moeten leren dan vroeger. Bijvoorbeeld door meerdere methodes. Ook
denk ik dat kleuters tegenwoordig meer te maken hebben met ICT. Bijvoorbeeld door digitaal
speelgoed.’
Aan het begin van periode 1.3 dacht ik dat kleuters tegenwoordig meer moeten leren dan
vroeger. Nu, aan het eind van periode 1.4 kan ik concluderen dat leren, met name
kerndoelen, niets te maken heeft met een rijke leeromgeving. De rijke leeromgeving is er om
kinderen iets te leren op een ontdekkende en onderzoekende manier. Wanneer ik terugdenk
aan mijn eigen kleutertijd vind ik dat ik vroeger veel mogelijkheden heb gekregen tot
ontdekkend en onderzoekend leren. Bijvoorbeeld in de hoeken, met het kiesbord, met
ontwikkelingsmateriaal of tijdens de lessen in de kring. Ik ben nu daarom van mening dat de
kenmerken van het kleuteronderwijs weinig tot niet verschillen met de kenmerken van nu.
Wat ik wel een groot verschil vind is het aanbod van ICT-mogelijkheden.
2. De inhouden die mij het meest hebben geholpen bij het ontwerpen van het onderwijs voor
het jonge kind zijn: Een professionele leraar van wie je kunt leren, die niet alles zelf uitlegt,
maar gespitst is op het leren van de leerling (Alkema, Kuipers, & Tjerkstra, Meer dan
onderwijs, 2015). Tijdens het ontwerpen van een les probeer ik vragen te bedenken die de
kinderen een stapje verder brengen in hun ontwikkeling. Ik vind het belangrijk dat een
leerkracht niet alles voordoet maar de kinderen laat ontdekken met een duwtje in de rug.
Diverse contexten die nieuwsgierigheid prikkelen (Alkema, Kuipers, & Tjerkstra, Meer dan
onderwijs, 2015). Tijdens mijn stage bij de kleuter heb ik ontdekt hoe belangrijk het is om de
kinderen te blijven prikkelen. Wanneer je iets nieuws toevoegt aan een activiteit, hoek of
spel zijn de kinderen opnieuw geprikkeld waardoor ze willen leren.
Reflectie op het ontwerpproces
1. Tijdens het ontwerpen van mijn lessen heb ik vooral gelet op het feit of de kinderen
ontdekkend en onderzoekend konden leren. Tijdens de lessen moest er ruimte zijn voor eigen
ontdekkingen, initiatieven en oplossingen. Ook heb ik tijdens het ontwerpen van mijn lessen
rekening gehouden met het feit dat er mogelijkheid moet zijn voor samenwerken.
2. Alle drie de ontwerpeisen waren voor het ontwerp van even grote belang. In de bouwhoek
moest de mogelijkheid zijn tot betrokkenheid, samenspel en ontdekkend en onderzoekend
leren. Door een hoge betrokkenheid was de intrinsieke motivatie hoog waardoor de kinderen
wilden leren. Het samenspel zorgden ervoor dat de kinderen van en met elkaar leerden. Tot
slot leren de kinderen ontzettend veel door ontdekkend en onderzoekend te leren in de
bouwhoek (zie evaluatie).
3. Ik heb de kinderen betrokken bij het ontwerpproces door te kijken naar hun beginsituatie in
de bouwhoek. De kinderen bouwden roekeloos en zonder bouwkaarten. Dit wilde ik
veranderen.
Tijdens de startles heb ik de kinderen betrokken gemaakt bij het onderwerp.
Bij de evaluatie heb ik de kinderen betrokken door te kijken naar wat er nu in de bouwhoek
gebeurd nadat ik het verrijkt heb. Dit heb ik gedaan a.d.h.v. de observatieformulieren en het
observatieschema.