MINOR
Opvoedvraagstukken
Week 1 - Wat is pedagogiek?
Leerdoel: Studenten maken kennis met elkaar, met het vakgebied van de pedagogiek, en een eerste verkenning
van (on)ethisch onderzoek.
Onderwijsbijeenkomst
Nederlandse Ethiekcode
De Code of Ethics for the Social and Behavioural Sciences biedt algemene ethische richtlijnen die als
standaard moeten worden beschouwd, maar die een kritische beoordeling en afweging vereisen om in concrete
situaties te kunnen worden toegepast → in specifieke situaties is het nodig dat onderzoekers van de code
afwijken
Principes
● Onderzoekers respecteren de waardigheid van mensen en hun omgeving door uitbuiting te
vermijden, deelnemers en hun gemeenschappen met respect en zorg te behandelen en mensen met
verminderde autonomie te beschermen
● Onderzoekers streven naar een minimalisatie van schade en een rechtvaardige verdeling van
voordelen en lasten, met respect voor de mogelijk conflicterende belangen van diverse (groepen)
deelnemers, gemeenschappen en de samenleving
● Onderzoekers nemen een ethische houding aan waarin ze zich bewust zijn van de betekenis,
implicaties en gevolgen van het onderzoek voor iedereen die erdoor wordt beïnvloed
● Onderzoekers tonen de ethische houding door
○ Actief na te denken over de ethische kwesties die zich kunnen voordoen tijdens, of als gevolg
van hun onderzoek
○ Het initiëren van een goede beoordeling van de mogelijke nadelen van het onderzoek voor
individuen, gemeenschappen en de samenleving
○ Het volgen van ontwikkelingen die gevolgen kunnen hebben op ethische aspecten van het
onderzoek
● Onderzoekers zijn in staat om verantwoording af te leggen over en te communiceren over hun
ethische reflectie ten opzichte van verschillende belanghebbenden, zoals de deelnemers en hun
gemeenschappen, de eigen organisatie, wetenschappelijke collega’s, studenten,
financieringsinstellingen en de maatschappij
● Onderzoekers voeren onderzoek uit dat wetenschappelijk valide is en dat aannemelijk zal leiden tot
relevante inzichten op het gebied van de sociale en gedragswetenschappen
De manier waarop deze principes worden nageleefd kan variëren afhankelijk van het onderzoeksgebied
Wetenschappelijke relevantie, noodzaak en validiteit
● Het onderzoek moet relevante inzichten bieden in de sociale en gedragswetenschappen, uitgevoerd
worden met een degelijke methode en door deskundigen op geschikte locaties
● Alternatieve, minder belastende methoden mogen niet dezelfde resultaten opleveren
● Onderzoek kan ook voor trainingsdoeleinden dienen, mits deelnemers geïnformeerd zijn
● De verwachte inzichten moeten in verhouding staan tot de risico's en belasting voor deelnemers
1
,Informed consent
● Deelnemers moeten voldoende informatie krijgen om geïnformeerde toestemming te geven → de
vrijwilligheid, aard, doel, risico's, vertrouwelijkheid, rechten, en contactinformatie
● Voor kinderen jonger dan 12 jaar is toestemming van ouders/verzorgers nodig
● Voor kinderen tussen 12 en 16 jaar is toestemming van zowel het kind als ouders/verzorgers vereist
● Vanaf 16 jaar is alleen toestemming van de deelnemer nodig; ouders/verzorgers worden soms
geïnformeerd
● Informatie moet tijdig en begrijpelijk worden verstrekt, rekening houdend met de impact van het
onderzoek
● Bij onderzoek waarbij gegevens van niet-deelnemers worden verzameld, moeten hun belangen
worden beschermd
Uitzonderingen: wanneer is het achterhouden van informatie, misleiding, passieve toestemming of geen
toestemming toegelaten?
● Informatie mag alleen worden achtergehouden als dit nodig is voor de integriteit van het onderzoek of
het publieke belang
● Misleiding mag alleen worden gebruikt als dit essentieel is voor de wetenschappelijke waarde en er
geen alternatieven zijn
● Informatie mag niet worden achtergehouden, en misleiding mag niet leiden tot lichamelijke of
geestelijke schade
● Observatie in openbare ruimtes zonder toestemming is toegestaan mits anoniem en respectvol, en
wanneer observatie verwacht kan worden
Compensatie
● Vergoeding of voordelen moeten eerlijk zijn
● Vergoedingen mogen de beslissing om deel te nemen niet onevenredig beïnvloeden
Pit of despair: depressie in leven en werk van Harry Harlow
In het onderzoek van Harlow moesten pasgeboren resusapen kiezen tussen een voedende
ijzerdraad moeder een een niet-voedende badstof moeder
● Resultaat: warmte en contact bleek van doorslaggevend belang te zijn voor de band
tussen kind en ‘verzorger’
Highlights van onderzoek van Harry Harlow
● Apen die voor een leer- en geheugentest hadden gegeten presteerden beter dan apen
die hongerig aan de test begonnen → drive reduction theorie werd verworpen
○ Drive reduction theorie: gedrag is een manier om driften of behoeften te bevredigen
○ Motivatie is niet per definitie het gevolg van primaire driften zoals honger, maar van
natuurlijke nieuwsgierigheid van de apen
● Learning set: proces waarmee apen leren om te leren
● Baby aapjes die werden gescheiden van de moeder vertoonden bizar en pathologisch gedrag
● Baby aapjes brachten veruit de meeste tijd door op de zachte moeder en gingen alleen naar de ijzeren
moeder voor voeding → drive reduction theorie werd opnieuw verworpen
● Wanneer zowel contact tussen moeder en kind als contact met leeftijdsgenoten ontbrak, had dit
ernstige gevolgen voor de persoonlijke, sociale en seksuele ontwikkeling van de apen
Bowlby’s gehechtheidstheorie: de manier waarop een ouder zijn kind behandelt is van grote invloed op de
band tussen ouder en kind en de latere sociale vaardigheden van het kind
2
,Spitz’s hospitalisatie-effect: langdurige scheiding van moeder en kind (bv bij ziekenhuisopname) is erg nadelig
voor de fysieke en mentale gezondheid van het kind
Depressie onderzoek
● Door het isoleren van de apen werd psychopathologie geproduceerd → onaangepast sociaal gedrag
zoals agressiviteit en abnormaal voortplantingsgedrag
● Onderscheid tussen verschillende soorten isolatie
○ Gedeeltelijke isolatie: de apen konden elkaar wel zien en horen, maar niet aanraken
○ Totale isolatie: de apen konden elkaar niet zien en aanraken en in enkele gevallen ook niet
horen
- <6 maanden in totale isolatie → vertoonden na plaatsing bij andere apen herstel in
gedrag
- >6 maanden → volledig herstel was niet meer mogelijk
● Wanneer baby aapjes van hun moeder werden gescheiden doorliepen ze de eerste twee fasen van een
‘anaclitische depressie’ → depressie bij zuigelingen en jonge kinderen
● Bowlby beschreef twee fasen
1) Protestfase: aapjes probeerden aandacht te krijgen van hun moeder door specifieke geluiden
te maken
2) Wanhoopfase: aapjes staakten het zoeken naar contact en geborgenheid van de moeder en
gingen in elkaar gedoken zitten
● Scheiding van moeder en kind leverde depressieve gedragingen op, maar de symptomen verdwenen
na hereniging met de moeder
● Verticale kamer/pit of despair: poging om permanente depressieve reactie op te wekken
○ Na 30 dagen opsluiting in de verticale kamer lieten alle apen depressieve gedragingen zien →
beweeglijkheid nam af, reageerden passief in sociale situaties
○ Gedrag van apen na plaatsing in verticale kamer was overeenkomstig met gedrag na
scheiding van moeder en kind
- Verschil: depressieve gedrag na verticale kamer was blijvend
Peer-therapie
● Gericht op sociale benadering
● Moederapen die als kind in totale isolatie waren grootgebracht, vertoonden vaak inadequaat gedrag
richting hun kind → totaal negeren of gewelddadig/mishandelend
● Jonge aapjes werden ingezet als therapeut voor iets oudere depressieve aapjes
○ Werden gekenmerkt door empathische, accepterende en niet-oordelende houding
- Wordt tegenwoordig ook gebruikt bij behandeling van depressieve kinderen
○ De ‘onvoorwaardelijke liefde’ van de baby aapjes zorgen ervoor dat de moeders herstelden en
bij hun volgende kinderen normaal moedergedrag lieten zien
● Het plaatsen van therapeut aapjes bij de geïsoleerde aapjes zorgde voor verbetering van gedrag →
ontwikkelden hun sociale vaardigheden parallel aan die van de jongere therapeut aapjes
● Verticale kamer aapjes volgden een stapsgewijze procedure vanwege langere isolatieperiode →
leverde dezelfde resultaten op als aapjes die zes maanden geïsoleerd hadden gezeten
● Zowel contact met anderen als een niet-oordelende houding zijn belangrijke elementen
3
, Week 2 - Geschiedenis van het gezin
Leerdoelen
1. De studenten hebben kennis van verschillende pedagogische stromingen
2. De studenten hebben kennis van bronnengebruik binnen het gezinshistorisch onderzoek en de
onderwijsgeschiedenis
3. De studenten hebben kennis van het gedachtegoed van Erasmus, Locke en Rousseau
4. De studenten hebben kennis van de affectieve benadering binnen het gezinshistorisch onderzoek en de
uitwerking ervan in het debat tussen aanhangers van de zwarte en van de witte legende
Literatuur 1 - Opgroeien in het hedendaagse gezin (Van der Horst, 2020)
Inleiding hoofdstuk 1 (wat is gezinspedagogiek?)
Kinderen gaan door verschillende fasen om tot volwassenheid te komen
● Babyfase: ouders kunnen nauwelijks terugvallen op empirisch onderbouwde kennis over hoe om te
gaan met huilen, slapen en voeden
● Stabiele basisschoolperiode: kinderen doorlopen relatief weinig ontwikkelingsstadia
● Adolescentie: fase van ‘storm en stress’
Het traditionele gezinsleven is als norm en ideaal aan het verdwijnen → gezinsgeschiedenis
● Het is inmiddels niet langer gebruikelijk dat een gezin bestaat uit een vader, moeder en enkele
kinderen (traditionele gezin)
● Moderne gezin: relatief minder stabiliteit. 2 oorzaken
○ In stand blijven van partnerrelaties is niet meer vanzelfsprekend
○ Toenemende individualiteit
Nature vs nurture debat
● Gedragsgenetici en antipedagogen betogen dat de invloed van de omgeving maar zeer beperkt is of
beperkt blijft tot invloed van leeftijdsgenoten in de adolescentie en ontwikkeling van kinderen niet
wordt bepaald door de ouders
● Er is consensus over de invloed van zowel genetische aanleg als omgeving (en interactie tussen beide)
en over de (relatieve) invloed van ouders
● De invloed van opvoeding wordt toch in ieder geval enigszins gerelativeerd
Pedagogiek als aparte discipline
● Pedagogiek ontstond als aparte discipline in Nederland pas honderd jaar geleden
● Het ontstaan van de pedagogiek als aparte discipline is indirect een gevolg van de ‘ontdekking van het
kind’ door het werk van Rousseau (benadrukte als eerste de eigenheid van het kind)
● Het ontstaan van de pedagogiek als academische discipline kan worden gezien als een behoefte om de
ontwikkeling van kinderen te begrijpen en hen te begeleiden tot goed functionerende volwassenen
Pedagogen richten zich op het bieden van advies en behandeling of begeleiding bij problematische opvoedings-
en onderwijssituaties, waarbij nadruk ligt op het kind of de volwassene in een afhankelijkheidsrelatie in
interactie met verschillende milieus → opvoeders, leeftijdsgenoten, leerkrachten, hulpverleners en sociale media
● Pedagogen bestuderen de opvoeding, het onderwijs en de hulpverlening aan kinderen en jeugdigen,
met het oog op verbetering van de praktijk
Omdat de invloed van de omgeving van cruciaal belang werd gevonden voor een gezonde ontwikkeling, werd
de nadruk gelegd op preventie van problemen
4
Opvoedvraagstukken
Week 1 - Wat is pedagogiek?
Leerdoel: Studenten maken kennis met elkaar, met het vakgebied van de pedagogiek, en een eerste verkenning
van (on)ethisch onderzoek.
Onderwijsbijeenkomst
Nederlandse Ethiekcode
De Code of Ethics for the Social and Behavioural Sciences biedt algemene ethische richtlijnen die als
standaard moeten worden beschouwd, maar die een kritische beoordeling en afweging vereisen om in concrete
situaties te kunnen worden toegepast → in specifieke situaties is het nodig dat onderzoekers van de code
afwijken
Principes
● Onderzoekers respecteren de waardigheid van mensen en hun omgeving door uitbuiting te
vermijden, deelnemers en hun gemeenschappen met respect en zorg te behandelen en mensen met
verminderde autonomie te beschermen
● Onderzoekers streven naar een minimalisatie van schade en een rechtvaardige verdeling van
voordelen en lasten, met respect voor de mogelijk conflicterende belangen van diverse (groepen)
deelnemers, gemeenschappen en de samenleving
● Onderzoekers nemen een ethische houding aan waarin ze zich bewust zijn van de betekenis,
implicaties en gevolgen van het onderzoek voor iedereen die erdoor wordt beïnvloed
● Onderzoekers tonen de ethische houding door
○ Actief na te denken over de ethische kwesties die zich kunnen voordoen tijdens, of als gevolg
van hun onderzoek
○ Het initiëren van een goede beoordeling van de mogelijke nadelen van het onderzoek voor
individuen, gemeenschappen en de samenleving
○ Het volgen van ontwikkelingen die gevolgen kunnen hebben op ethische aspecten van het
onderzoek
● Onderzoekers zijn in staat om verantwoording af te leggen over en te communiceren over hun
ethische reflectie ten opzichte van verschillende belanghebbenden, zoals de deelnemers en hun
gemeenschappen, de eigen organisatie, wetenschappelijke collega’s, studenten,
financieringsinstellingen en de maatschappij
● Onderzoekers voeren onderzoek uit dat wetenschappelijk valide is en dat aannemelijk zal leiden tot
relevante inzichten op het gebied van de sociale en gedragswetenschappen
De manier waarop deze principes worden nageleefd kan variëren afhankelijk van het onderzoeksgebied
Wetenschappelijke relevantie, noodzaak en validiteit
● Het onderzoek moet relevante inzichten bieden in de sociale en gedragswetenschappen, uitgevoerd
worden met een degelijke methode en door deskundigen op geschikte locaties
● Alternatieve, minder belastende methoden mogen niet dezelfde resultaten opleveren
● Onderzoek kan ook voor trainingsdoeleinden dienen, mits deelnemers geïnformeerd zijn
● De verwachte inzichten moeten in verhouding staan tot de risico's en belasting voor deelnemers
1
,Informed consent
● Deelnemers moeten voldoende informatie krijgen om geïnformeerde toestemming te geven → de
vrijwilligheid, aard, doel, risico's, vertrouwelijkheid, rechten, en contactinformatie
● Voor kinderen jonger dan 12 jaar is toestemming van ouders/verzorgers nodig
● Voor kinderen tussen 12 en 16 jaar is toestemming van zowel het kind als ouders/verzorgers vereist
● Vanaf 16 jaar is alleen toestemming van de deelnemer nodig; ouders/verzorgers worden soms
geïnformeerd
● Informatie moet tijdig en begrijpelijk worden verstrekt, rekening houdend met de impact van het
onderzoek
● Bij onderzoek waarbij gegevens van niet-deelnemers worden verzameld, moeten hun belangen
worden beschermd
Uitzonderingen: wanneer is het achterhouden van informatie, misleiding, passieve toestemming of geen
toestemming toegelaten?
● Informatie mag alleen worden achtergehouden als dit nodig is voor de integriteit van het onderzoek of
het publieke belang
● Misleiding mag alleen worden gebruikt als dit essentieel is voor de wetenschappelijke waarde en er
geen alternatieven zijn
● Informatie mag niet worden achtergehouden, en misleiding mag niet leiden tot lichamelijke of
geestelijke schade
● Observatie in openbare ruimtes zonder toestemming is toegestaan mits anoniem en respectvol, en
wanneer observatie verwacht kan worden
Compensatie
● Vergoeding of voordelen moeten eerlijk zijn
● Vergoedingen mogen de beslissing om deel te nemen niet onevenredig beïnvloeden
Pit of despair: depressie in leven en werk van Harry Harlow
In het onderzoek van Harlow moesten pasgeboren resusapen kiezen tussen een voedende
ijzerdraad moeder een een niet-voedende badstof moeder
● Resultaat: warmte en contact bleek van doorslaggevend belang te zijn voor de band
tussen kind en ‘verzorger’
Highlights van onderzoek van Harry Harlow
● Apen die voor een leer- en geheugentest hadden gegeten presteerden beter dan apen
die hongerig aan de test begonnen → drive reduction theorie werd verworpen
○ Drive reduction theorie: gedrag is een manier om driften of behoeften te bevredigen
○ Motivatie is niet per definitie het gevolg van primaire driften zoals honger, maar van
natuurlijke nieuwsgierigheid van de apen
● Learning set: proces waarmee apen leren om te leren
● Baby aapjes die werden gescheiden van de moeder vertoonden bizar en pathologisch gedrag
● Baby aapjes brachten veruit de meeste tijd door op de zachte moeder en gingen alleen naar de ijzeren
moeder voor voeding → drive reduction theorie werd opnieuw verworpen
● Wanneer zowel contact tussen moeder en kind als contact met leeftijdsgenoten ontbrak, had dit
ernstige gevolgen voor de persoonlijke, sociale en seksuele ontwikkeling van de apen
Bowlby’s gehechtheidstheorie: de manier waarop een ouder zijn kind behandelt is van grote invloed op de
band tussen ouder en kind en de latere sociale vaardigheden van het kind
2
,Spitz’s hospitalisatie-effect: langdurige scheiding van moeder en kind (bv bij ziekenhuisopname) is erg nadelig
voor de fysieke en mentale gezondheid van het kind
Depressie onderzoek
● Door het isoleren van de apen werd psychopathologie geproduceerd → onaangepast sociaal gedrag
zoals agressiviteit en abnormaal voortplantingsgedrag
● Onderscheid tussen verschillende soorten isolatie
○ Gedeeltelijke isolatie: de apen konden elkaar wel zien en horen, maar niet aanraken
○ Totale isolatie: de apen konden elkaar niet zien en aanraken en in enkele gevallen ook niet
horen
- <6 maanden in totale isolatie → vertoonden na plaatsing bij andere apen herstel in
gedrag
- >6 maanden → volledig herstel was niet meer mogelijk
● Wanneer baby aapjes van hun moeder werden gescheiden doorliepen ze de eerste twee fasen van een
‘anaclitische depressie’ → depressie bij zuigelingen en jonge kinderen
● Bowlby beschreef twee fasen
1) Protestfase: aapjes probeerden aandacht te krijgen van hun moeder door specifieke geluiden
te maken
2) Wanhoopfase: aapjes staakten het zoeken naar contact en geborgenheid van de moeder en
gingen in elkaar gedoken zitten
● Scheiding van moeder en kind leverde depressieve gedragingen op, maar de symptomen verdwenen
na hereniging met de moeder
● Verticale kamer/pit of despair: poging om permanente depressieve reactie op te wekken
○ Na 30 dagen opsluiting in de verticale kamer lieten alle apen depressieve gedragingen zien →
beweeglijkheid nam af, reageerden passief in sociale situaties
○ Gedrag van apen na plaatsing in verticale kamer was overeenkomstig met gedrag na
scheiding van moeder en kind
- Verschil: depressieve gedrag na verticale kamer was blijvend
Peer-therapie
● Gericht op sociale benadering
● Moederapen die als kind in totale isolatie waren grootgebracht, vertoonden vaak inadequaat gedrag
richting hun kind → totaal negeren of gewelddadig/mishandelend
● Jonge aapjes werden ingezet als therapeut voor iets oudere depressieve aapjes
○ Werden gekenmerkt door empathische, accepterende en niet-oordelende houding
- Wordt tegenwoordig ook gebruikt bij behandeling van depressieve kinderen
○ De ‘onvoorwaardelijke liefde’ van de baby aapjes zorgen ervoor dat de moeders herstelden en
bij hun volgende kinderen normaal moedergedrag lieten zien
● Het plaatsen van therapeut aapjes bij de geïsoleerde aapjes zorgde voor verbetering van gedrag →
ontwikkelden hun sociale vaardigheden parallel aan die van de jongere therapeut aapjes
● Verticale kamer aapjes volgden een stapsgewijze procedure vanwege langere isolatieperiode →
leverde dezelfde resultaten op als aapjes die zes maanden geïsoleerd hadden gezeten
● Zowel contact met anderen als een niet-oordelende houding zijn belangrijke elementen
3
, Week 2 - Geschiedenis van het gezin
Leerdoelen
1. De studenten hebben kennis van verschillende pedagogische stromingen
2. De studenten hebben kennis van bronnengebruik binnen het gezinshistorisch onderzoek en de
onderwijsgeschiedenis
3. De studenten hebben kennis van het gedachtegoed van Erasmus, Locke en Rousseau
4. De studenten hebben kennis van de affectieve benadering binnen het gezinshistorisch onderzoek en de
uitwerking ervan in het debat tussen aanhangers van de zwarte en van de witte legende
Literatuur 1 - Opgroeien in het hedendaagse gezin (Van der Horst, 2020)
Inleiding hoofdstuk 1 (wat is gezinspedagogiek?)
Kinderen gaan door verschillende fasen om tot volwassenheid te komen
● Babyfase: ouders kunnen nauwelijks terugvallen op empirisch onderbouwde kennis over hoe om te
gaan met huilen, slapen en voeden
● Stabiele basisschoolperiode: kinderen doorlopen relatief weinig ontwikkelingsstadia
● Adolescentie: fase van ‘storm en stress’
Het traditionele gezinsleven is als norm en ideaal aan het verdwijnen → gezinsgeschiedenis
● Het is inmiddels niet langer gebruikelijk dat een gezin bestaat uit een vader, moeder en enkele
kinderen (traditionele gezin)
● Moderne gezin: relatief minder stabiliteit. 2 oorzaken
○ In stand blijven van partnerrelaties is niet meer vanzelfsprekend
○ Toenemende individualiteit
Nature vs nurture debat
● Gedragsgenetici en antipedagogen betogen dat de invloed van de omgeving maar zeer beperkt is of
beperkt blijft tot invloed van leeftijdsgenoten in de adolescentie en ontwikkeling van kinderen niet
wordt bepaald door de ouders
● Er is consensus over de invloed van zowel genetische aanleg als omgeving (en interactie tussen beide)
en over de (relatieve) invloed van ouders
● De invloed van opvoeding wordt toch in ieder geval enigszins gerelativeerd
Pedagogiek als aparte discipline
● Pedagogiek ontstond als aparte discipline in Nederland pas honderd jaar geleden
● Het ontstaan van de pedagogiek als aparte discipline is indirect een gevolg van de ‘ontdekking van het
kind’ door het werk van Rousseau (benadrukte als eerste de eigenheid van het kind)
● Het ontstaan van de pedagogiek als academische discipline kan worden gezien als een behoefte om de
ontwikkeling van kinderen te begrijpen en hen te begeleiden tot goed functionerende volwassenen
Pedagogen richten zich op het bieden van advies en behandeling of begeleiding bij problematische opvoedings-
en onderwijssituaties, waarbij nadruk ligt op het kind of de volwassene in een afhankelijkheidsrelatie in
interactie met verschillende milieus → opvoeders, leeftijdsgenoten, leerkrachten, hulpverleners en sociale media
● Pedagogen bestuderen de opvoeding, het onderwijs en de hulpverlening aan kinderen en jeugdigen,
met het oog op verbetering van de praktijk
Omdat de invloed van de omgeving van cruciaal belang werd gevonden voor een gezonde ontwikkeling, werd
de nadruk gelegd op preventie van problemen
4