Week 1 - Wat is pedagogiek?
Extra college info
● Zelfverantwoordelijke zelfbepaling
○ Je bepaalt zelf je pad en keuzes die je maakt
○ Je neemt zelf verantwoordelijkheid voor je keuzes
Onderwijsbijeenkomst
● In het onderzoek van Harlow met pasgeboren apen bleken warmte en contact van
doorslaggevend belang te zijn voor de band tussen kind en ‘verzorger’
● Bowlby’s gehechtheidstheorie: de manier waarop een ouder zijn kind behandelt is van
grote invloed op de band tussen ouder en kind en de latere sociale vaardigheden van het kind
● De psychopathologische symptomen verdwenen na hereniging met de moeder
● Jonge aapjes werden ingezet als therapeut voor iets oudere depressieve aapjes
● Verticale kamer/pit of despair: poging om permanente depressieve reactie op te wekken
○ Depressieve gedrag was blijvend
Week 2 - Geschiedenis van het gezin
Extra college info
● Waarom de geschiedenis bestuderen?
○ Inzicht krijgen in gebeurtenissen uit het verleden
○ Leren van fouten uit het verleden
○ Begrip van traditie of cultuur
○ Verleden, heden en toekomst zijn met elkaar verbonden
○ Algemene ontwikkeling
● Bestaansverheldering: om te begrijpen wie je bent en waar je naartoe wilt, moet je weten
waar je vandaan komt
● Actuele motieven
○ Romantisering: vroeger was ‘het’ beter of slechter dan…
○ Nationalisme/regionalisme: ‘wij’ waren en zijn beter dan…
○ Politieke doelen: de school als middel tot beschaving, kweekplaats van brave
burgers
- Verborgen curriculum
○ Debunking van vooroordelen en verborgen belangen: onderwijs biedt gelijke
kansen; scholing er niet/veel toe (nature/nurture) → verhoging/verlaging
onderwijsbudget
○ Relativering en nuancering: de school wordt teveel opvoedingsinstituut ipv
onderwijsinstituut
○ Nieuwsgierigheid: hoe ging dat op school toen in zijn werk; wat vonden docenten,
ouders en leerlingen daarvan?
● Oorzaken daling sterftecijfer tweede helft 19e eeuw
○ Economische groei
○ Betere voeding/leefomstandigheden
○ Toenemende persoonlijke en publieke hygiëne
○ Bedwingen van epidemieën
● Malthus’ theorie over bevolkingsgroei
○ Geboorte gaat exponentieel
○ Middelen om bevolking te voeden stijgt lineair
→ Point of crisis
1
, ● Nieuw-Malthusiaansche Bond (NMB): armoede in arbeidersgezinnen terugdringen door
propaganda geboorteregeling
Literatuur 1 - Opgroeien in het hedendaagse gezin
● Pedagogen richten zich op het bieden van advies en behandeling of begeleiding bij
problematische opvoedings- en onderwijssituaties, waarbij nadruk ligt op het kind of de
volwassene in een afhankelijkheidsrelatie in interactie met verschillende milieus →
opvoeders, leeftijdsgenoten, leerkrachten, hulpverleners en sociale media
● Pedagogiek is zowel empirisch-analytisch als normatief
● Deelgebieden binnen de hedendaagse pedagogiek
○ Gezinspedagogiek: ‘normale’ ontwikkeling van kinderen
○ Orthopedagogiek: opvoeding in problematische situaties
● Theoretisch kader
1) Model van Bronfenbrenner (sociaal ecologisch ontwikkelingsmodel)
○ Ontwikkeling van kinderen vindt plaats als gevolg van een toenemend
complexe interactie tussen het individu en zijn/haar omgeving
○ Microsysteem: directe interactie met omgeving (familie, leeftijdsgenoten,
school)
○ Mesosysteem: interactie tussen verschillende opvoedingssituaties
(afstemming tussen ouders, leerkrachten, huisarts, buurt)
○ Exosysteem: omgeving waarin het kind niet direct participeert, maar die wel
de directe omgeving beïnvloeden (werk van ouders, schoolklas van
broer/zus, televisie, internet)
○ Macrosysteem: grote structuren op afstand van het kind (wetgeving, cultuur,
religie)
○ Chronosysteem: historische ontwikkelingen die de omgeving van het kind
kunnen veranderen (overlijden, scheiding, SES, eisen van digitale tijdperk)
2) Model van Belsky (sociaal-contextueel procesmodel van ontwikkeling)
○ Opvoeding als tweerichtingsverkeer → wederzijdse beïnvloeding tussen
opvoeder en kind
○ Factoren die van invloed zijn op het opvoedgedrag van ouders: ervaringen uit
eigen kindertijd, ontwikkeling van persoonlijkheid, mate van sociale steun,
kwaliteit van partnerrelatie, werk
3) Model van Sameroff (transactioneel model)
○ Eigenschappen en het gedrag van het kind kunnen bepaald opvoedgedrag
uitlokken
○ Zowel aanleg als omgeving veranderen over tijd
○ Veranderingen zijn onderling afhankelijk van elkaar en beïnvloeden elkaar
Literatuur 2 - Het gezin in historisch perspectief
● Gezinshistorische benaderingen
1) Demografisch:kwantitatieve, demografische gegevens verzamelen om te proberen
een beeld te vormen van de leef- en opvoedingsomstandigheden
2) Affectief: nadruk op menselijk gedrag en persoonlijke beleving en motieven door
gebruik te maken van kwalitatieve bronnen (dagboek, brieven, etc.)
3) Historische maatschappijwetenschappen: invloed van sociaaleconomische,
cultureel-maatschappelijke en technologische ontwikkelingen op veranderingen in het
gezin
● Humanisme: vrijheid van menselijke wil, individualistische benadering waarbij werd ingewerkt
op eergevoel en competitie, lichamelijke straffen waren overbodig, veel nadruk op leren, goed
en precies denken was belangrijk
2
, ○ Erasmus: belang van onderwijs voor jonge kinderen, taak van opvoeding bij de
vader, taak van onderwijzer heel belangrijk (tegen straffen, voor nieuwsgierigheid en
intrinsieke motivatie), kind was belast met erfzonde en neigde naar het kwaad maar
kind kan gevormd/gekneed worden, kinderen leren vooral door imitatie
● Verlichting: kennis en rede zijn belangrijk, deïsme (God als afzijdige schepper), vertrouwen
in geestelijke zelfstandigheid, propageerden tolerantie
○ Locke: nadruk op lichamelijke ontwikkeling en hygiënische verzorging, kind komt ter
wereld als tabula rasa, verkrijgen van kennis door ervaring, doel van opvoeding was
verwerven van vrijheid en zelfbestuur
- Kinderlijkheid is prima, zolang niemand er last van heeft, lichamelijke straffen
waren niet nodig
- Sterke nadruk op intellectuele ontwikkeling
● Romantiek: nadruk op gevoel en intuïtie, zagen volk als organische eenheid, mens is
geworteld in zijn verleden, aandacht en waardering voor het kind zelf
○ Rousseau: door de mens viel weinig te sturen in de opvoeding (die kwam van
binnenuit), kind moet leren door natuurlijke opvoeding, mens is van nature goed
maar maatschappij is sterk negatief, morele ontwikkeling is belangrijk
○ Aandacht voor emotionele ontwikkeling, moeders kregen weer grotere rol
● Zwarte legende: kindertijd bestond simpelweg niet voor de zeventiende eeuw
○ Kerngezin is pas na vroegmoderne tijd ontstaan
○ Heeft duidelijke omslag plaatsgevonden (discontinuïteit)
○ Emotionaliseringsproces: echtelijke liefde, moederliefde, gezinsgevoel en
geborgenheid zijn moderne sentimenten die pas in de afgelopen eeuwen zijn ontstan
○ Gebaseerd op normstellende bronnen
- Schaarse blijken van rouw bij overlijden van kinderen
- Laten zorgen van pasgeborenen door een min/voedster
- Zeer hoog sterftecijfer onder uitbestede kinderen
○ Verklaringen
- Economisch: armoede en hoge sterftecijfer hebben affectieve relaties in de
weg gestaan, ontbreken van affectie → hoog kindersterfte, ongunstige
levensomstandigheden
- Sociaal-maatschappelijk: veranderende gezinssamenstelling heeft opkomst
van ‘affectief individualisme’ bevorderd
- Religieus: calvinistische en puriteins ideeën over het huwelijk en de vader als
hoofd van het gezin zouden emotioneel geladen gezinsrelaties in de weg
hebben gestaan
● Witte legende: benadrukt continuïteit van sociale relaties
○ Kerngezin al vanaf middeleeuwen zichtbaar, toen waren er ook al affectieve banden
en was er sprake van emotionele betrokkenheid bij kinderen
○ Gebaseerd op gedragsbeschrijvende bronnen → egodocumenten: dagboeken,
autobiografieën en briefwisselingen
○ Verklaringen
- Emoties zijn sterk cultureel gebonden
- Binnen samenlevingen kunnen er grote verschillen zijn
- Genre van dagboeken en autobiografieën zijn sterk veranderd → van zakelijk
naar meer persoonlijke emoties
- Gebrek aan rouw/verdriet is geen bewijs voor gevoelloosheid, maar voor
berusting en ingetogenheid
● Mythe van het Europese gezin: mensen leven samen in grote familieverbanden, waar veel
kinderen werden geboren (en velen weer stierven) en waar ouders dmv gearrangeerde
huwelijken bepaalden wie de toekomstige partner zou worden
○ Is een mythe → overdreven en ongedifferentieerd beeld
3
, - Was al veel vroeger sprake van ‘kerngezin’
- Wat wel klopt: hoge sterfte in de gezinnen
- Grote regionale verschillen in gezinssamenstellingen
● Demografische transitie: verschuiving van een samenleving met hoge geboorte- en
sterftecijfers naar een samenleving met geboortebeperking en fors verminderde sterfte
○ 4 fasen
1) Hoog geboortecijfer + hoog sterftecijfer
2) Hoog geboortecijfer + dalend sterftecijfer
3) Dalend geboortecijfer + laag sterftecijfer
4) Laag geboortecijfer + laag sterftecijfer
○ Oorzaken van dalende sterftecijfer
- Modernisering en economische groei door industrialisatie
- Betere voeding
- Verbeterde leefomstandigheden
- Toenemende private en publieke hygiëne
Literatuur 3 - Vijf eeuwen opvoeden in Nederland
● Humanisme: hoge waardering van mens en zijn mogelijkheden, ontwikkeling en opvoeding
staan centraal, de mens is mondig en kan dus kritiek leveren
● Erasmus: hoge opvatting van onderwijzers beroep (liefde hebben voor het vak, kinderen
stimuleren), mens van nature goed, kinderen kunnen op jonge leeftijd al wennen aan studie
○ Kritiek: ging vooral over intellectuelen, uitsluitend over jongens, eenvoudige burgers
speelden nauwelijks een rol, niet erg praktisch
● Locke: menselijke geest is tabula rasa dat door waarneming wordt gevuld, mens werd vooral
door ervaring en opvoeding gevormd, kinderen moeten veel lichamelijke activiteiten doen,
eerlijkheid en betrouwbaarheid boven kennis, opvoeding volgens natuurlijke methode
(ongedwongen stijl, veel tijd buiten, eenvoudige voeding)
● Rede en natuur (Verlichting): menselijke rede is het uiteindelijke criterium bij zoeken naar
waarheid, iedereen is toegankelijk voor menselijk verstand, alles moet op natuurlijke wijze
verklaard kunnen worden, natuur was heilig
Week 3 - “Het” gezin?
Extra college info
● Moederkloekhypothese: moeder van de moeder investeert het meest → vader van de
moeder → moeder van de vader → vader van de vader
● Wanneer grootouders voor een neefje/nichtje zorgen wordt de kans niet vergroot dat een
kinderloos paar een gezin gaat stichten
● Betrokkenheid van grootouders vergroot wel de kans op opvolgende geboortes
● Kleinkinderen van hoger opgeleide grootouders hebben betere taal- en rekenvaardigheden,
onafhankelijk van de SES van de ouders
● Angststoornissen van grootouders voorspellen gedragsproblemen van het kleinkind,
onafhankelijk van psychopathologie van de ouders
Literatuur 1 - Gezinsvorming en gezinsontwikkeling
● Het gezin anno 2020 voldoet vaak niet meer aan het beeld van het traditionele kerngezin
● Timing van het ouderschap: de ontwikkeling van kinderen van jonge of oudere moeders is
niet zozeer afhankelijk van de leeftijd van de moeder, maar vooral de kenmerken van de
opvoeding en de omgeving bepalen of een kind zich optimaal kan ontwikkelen of niet
● Adoptie: kan worden gezien als zowel risicofactor als beschermende factor
○ Beschermende factor: geadopteerde en niet-geadopteerde kinderen zijn vergelijkbaar
op het gebied van gehechtheidsrelaties, intelligentie en zelfvertrouwen
4
Extra college info
● Zelfverantwoordelijke zelfbepaling
○ Je bepaalt zelf je pad en keuzes die je maakt
○ Je neemt zelf verantwoordelijkheid voor je keuzes
Onderwijsbijeenkomst
● In het onderzoek van Harlow met pasgeboren apen bleken warmte en contact van
doorslaggevend belang te zijn voor de band tussen kind en ‘verzorger’
● Bowlby’s gehechtheidstheorie: de manier waarop een ouder zijn kind behandelt is van
grote invloed op de band tussen ouder en kind en de latere sociale vaardigheden van het kind
● De psychopathologische symptomen verdwenen na hereniging met de moeder
● Jonge aapjes werden ingezet als therapeut voor iets oudere depressieve aapjes
● Verticale kamer/pit of despair: poging om permanente depressieve reactie op te wekken
○ Depressieve gedrag was blijvend
Week 2 - Geschiedenis van het gezin
Extra college info
● Waarom de geschiedenis bestuderen?
○ Inzicht krijgen in gebeurtenissen uit het verleden
○ Leren van fouten uit het verleden
○ Begrip van traditie of cultuur
○ Verleden, heden en toekomst zijn met elkaar verbonden
○ Algemene ontwikkeling
● Bestaansverheldering: om te begrijpen wie je bent en waar je naartoe wilt, moet je weten
waar je vandaan komt
● Actuele motieven
○ Romantisering: vroeger was ‘het’ beter of slechter dan…
○ Nationalisme/regionalisme: ‘wij’ waren en zijn beter dan…
○ Politieke doelen: de school als middel tot beschaving, kweekplaats van brave
burgers
- Verborgen curriculum
○ Debunking van vooroordelen en verborgen belangen: onderwijs biedt gelijke
kansen; scholing er niet/veel toe (nature/nurture) → verhoging/verlaging
onderwijsbudget
○ Relativering en nuancering: de school wordt teveel opvoedingsinstituut ipv
onderwijsinstituut
○ Nieuwsgierigheid: hoe ging dat op school toen in zijn werk; wat vonden docenten,
ouders en leerlingen daarvan?
● Oorzaken daling sterftecijfer tweede helft 19e eeuw
○ Economische groei
○ Betere voeding/leefomstandigheden
○ Toenemende persoonlijke en publieke hygiëne
○ Bedwingen van epidemieën
● Malthus’ theorie over bevolkingsgroei
○ Geboorte gaat exponentieel
○ Middelen om bevolking te voeden stijgt lineair
→ Point of crisis
1
, ● Nieuw-Malthusiaansche Bond (NMB): armoede in arbeidersgezinnen terugdringen door
propaganda geboorteregeling
Literatuur 1 - Opgroeien in het hedendaagse gezin
● Pedagogen richten zich op het bieden van advies en behandeling of begeleiding bij
problematische opvoedings- en onderwijssituaties, waarbij nadruk ligt op het kind of de
volwassene in een afhankelijkheidsrelatie in interactie met verschillende milieus →
opvoeders, leeftijdsgenoten, leerkrachten, hulpverleners en sociale media
● Pedagogiek is zowel empirisch-analytisch als normatief
● Deelgebieden binnen de hedendaagse pedagogiek
○ Gezinspedagogiek: ‘normale’ ontwikkeling van kinderen
○ Orthopedagogiek: opvoeding in problematische situaties
● Theoretisch kader
1) Model van Bronfenbrenner (sociaal ecologisch ontwikkelingsmodel)
○ Ontwikkeling van kinderen vindt plaats als gevolg van een toenemend
complexe interactie tussen het individu en zijn/haar omgeving
○ Microsysteem: directe interactie met omgeving (familie, leeftijdsgenoten,
school)
○ Mesosysteem: interactie tussen verschillende opvoedingssituaties
(afstemming tussen ouders, leerkrachten, huisarts, buurt)
○ Exosysteem: omgeving waarin het kind niet direct participeert, maar die wel
de directe omgeving beïnvloeden (werk van ouders, schoolklas van
broer/zus, televisie, internet)
○ Macrosysteem: grote structuren op afstand van het kind (wetgeving, cultuur,
religie)
○ Chronosysteem: historische ontwikkelingen die de omgeving van het kind
kunnen veranderen (overlijden, scheiding, SES, eisen van digitale tijdperk)
2) Model van Belsky (sociaal-contextueel procesmodel van ontwikkeling)
○ Opvoeding als tweerichtingsverkeer → wederzijdse beïnvloeding tussen
opvoeder en kind
○ Factoren die van invloed zijn op het opvoedgedrag van ouders: ervaringen uit
eigen kindertijd, ontwikkeling van persoonlijkheid, mate van sociale steun,
kwaliteit van partnerrelatie, werk
3) Model van Sameroff (transactioneel model)
○ Eigenschappen en het gedrag van het kind kunnen bepaald opvoedgedrag
uitlokken
○ Zowel aanleg als omgeving veranderen over tijd
○ Veranderingen zijn onderling afhankelijk van elkaar en beïnvloeden elkaar
Literatuur 2 - Het gezin in historisch perspectief
● Gezinshistorische benaderingen
1) Demografisch:kwantitatieve, demografische gegevens verzamelen om te proberen
een beeld te vormen van de leef- en opvoedingsomstandigheden
2) Affectief: nadruk op menselijk gedrag en persoonlijke beleving en motieven door
gebruik te maken van kwalitatieve bronnen (dagboek, brieven, etc.)
3) Historische maatschappijwetenschappen: invloed van sociaaleconomische,
cultureel-maatschappelijke en technologische ontwikkelingen op veranderingen in het
gezin
● Humanisme: vrijheid van menselijke wil, individualistische benadering waarbij werd ingewerkt
op eergevoel en competitie, lichamelijke straffen waren overbodig, veel nadruk op leren, goed
en precies denken was belangrijk
2
, ○ Erasmus: belang van onderwijs voor jonge kinderen, taak van opvoeding bij de
vader, taak van onderwijzer heel belangrijk (tegen straffen, voor nieuwsgierigheid en
intrinsieke motivatie), kind was belast met erfzonde en neigde naar het kwaad maar
kind kan gevormd/gekneed worden, kinderen leren vooral door imitatie
● Verlichting: kennis en rede zijn belangrijk, deïsme (God als afzijdige schepper), vertrouwen
in geestelijke zelfstandigheid, propageerden tolerantie
○ Locke: nadruk op lichamelijke ontwikkeling en hygiënische verzorging, kind komt ter
wereld als tabula rasa, verkrijgen van kennis door ervaring, doel van opvoeding was
verwerven van vrijheid en zelfbestuur
- Kinderlijkheid is prima, zolang niemand er last van heeft, lichamelijke straffen
waren niet nodig
- Sterke nadruk op intellectuele ontwikkeling
● Romantiek: nadruk op gevoel en intuïtie, zagen volk als organische eenheid, mens is
geworteld in zijn verleden, aandacht en waardering voor het kind zelf
○ Rousseau: door de mens viel weinig te sturen in de opvoeding (die kwam van
binnenuit), kind moet leren door natuurlijke opvoeding, mens is van nature goed
maar maatschappij is sterk negatief, morele ontwikkeling is belangrijk
○ Aandacht voor emotionele ontwikkeling, moeders kregen weer grotere rol
● Zwarte legende: kindertijd bestond simpelweg niet voor de zeventiende eeuw
○ Kerngezin is pas na vroegmoderne tijd ontstaan
○ Heeft duidelijke omslag plaatsgevonden (discontinuïteit)
○ Emotionaliseringsproces: echtelijke liefde, moederliefde, gezinsgevoel en
geborgenheid zijn moderne sentimenten die pas in de afgelopen eeuwen zijn ontstan
○ Gebaseerd op normstellende bronnen
- Schaarse blijken van rouw bij overlijden van kinderen
- Laten zorgen van pasgeborenen door een min/voedster
- Zeer hoog sterftecijfer onder uitbestede kinderen
○ Verklaringen
- Economisch: armoede en hoge sterftecijfer hebben affectieve relaties in de
weg gestaan, ontbreken van affectie → hoog kindersterfte, ongunstige
levensomstandigheden
- Sociaal-maatschappelijk: veranderende gezinssamenstelling heeft opkomst
van ‘affectief individualisme’ bevorderd
- Religieus: calvinistische en puriteins ideeën over het huwelijk en de vader als
hoofd van het gezin zouden emotioneel geladen gezinsrelaties in de weg
hebben gestaan
● Witte legende: benadrukt continuïteit van sociale relaties
○ Kerngezin al vanaf middeleeuwen zichtbaar, toen waren er ook al affectieve banden
en was er sprake van emotionele betrokkenheid bij kinderen
○ Gebaseerd op gedragsbeschrijvende bronnen → egodocumenten: dagboeken,
autobiografieën en briefwisselingen
○ Verklaringen
- Emoties zijn sterk cultureel gebonden
- Binnen samenlevingen kunnen er grote verschillen zijn
- Genre van dagboeken en autobiografieën zijn sterk veranderd → van zakelijk
naar meer persoonlijke emoties
- Gebrek aan rouw/verdriet is geen bewijs voor gevoelloosheid, maar voor
berusting en ingetogenheid
● Mythe van het Europese gezin: mensen leven samen in grote familieverbanden, waar veel
kinderen werden geboren (en velen weer stierven) en waar ouders dmv gearrangeerde
huwelijken bepaalden wie de toekomstige partner zou worden
○ Is een mythe → overdreven en ongedifferentieerd beeld
3
, - Was al veel vroeger sprake van ‘kerngezin’
- Wat wel klopt: hoge sterfte in de gezinnen
- Grote regionale verschillen in gezinssamenstellingen
● Demografische transitie: verschuiving van een samenleving met hoge geboorte- en
sterftecijfers naar een samenleving met geboortebeperking en fors verminderde sterfte
○ 4 fasen
1) Hoog geboortecijfer + hoog sterftecijfer
2) Hoog geboortecijfer + dalend sterftecijfer
3) Dalend geboortecijfer + laag sterftecijfer
4) Laag geboortecijfer + laag sterftecijfer
○ Oorzaken van dalende sterftecijfer
- Modernisering en economische groei door industrialisatie
- Betere voeding
- Verbeterde leefomstandigheden
- Toenemende private en publieke hygiëne
Literatuur 3 - Vijf eeuwen opvoeden in Nederland
● Humanisme: hoge waardering van mens en zijn mogelijkheden, ontwikkeling en opvoeding
staan centraal, de mens is mondig en kan dus kritiek leveren
● Erasmus: hoge opvatting van onderwijzers beroep (liefde hebben voor het vak, kinderen
stimuleren), mens van nature goed, kinderen kunnen op jonge leeftijd al wennen aan studie
○ Kritiek: ging vooral over intellectuelen, uitsluitend over jongens, eenvoudige burgers
speelden nauwelijks een rol, niet erg praktisch
● Locke: menselijke geest is tabula rasa dat door waarneming wordt gevuld, mens werd vooral
door ervaring en opvoeding gevormd, kinderen moeten veel lichamelijke activiteiten doen,
eerlijkheid en betrouwbaarheid boven kennis, opvoeding volgens natuurlijke methode
(ongedwongen stijl, veel tijd buiten, eenvoudige voeding)
● Rede en natuur (Verlichting): menselijke rede is het uiteindelijke criterium bij zoeken naar
waarheid, iedereen is toegankelijk voor menselijk verstand, alles moet op natuurlijke wijze
verklaard kunnen worden, natuur was heilig
Week 3 - “Het” gezin?
Extra college info
● Moederkloekhypothese: moeder van de moeder investeert het meest → vader van de
moeder → moeder van de vader → vader van de vader
● Wanneer grootouders voor een neefje/nichtje zorgen wordt de kans niet vergroot dat een
kinderloos paar een gezin gaat stichten
● Betrokkenheid van grootouders vergroot wel de kans op opvolgende geboortes
● Kleinkinderen van hoger opgeleide grootouders hebben betere taal- en rekenvaardigheden,
onafhankelijk van de SES van de ouders
● Angststoornissen van grootouders voorspellen gedragsproblemen van het kleinkind,
onafhankelijk van psychopathologie van de ouders
Literatuur 1 - Gezinsvorming en gezinsontwikkeling
● Het gezin anno 2020 voldoet vaak niet meer aan het beeld van het traditionele kerngezin
● Timing van het ouderschap: de ontwikkeling van kinderen van jonge of oudere moeders is
niet zozeer afhankelijk van de leeftijd van de moeder, maar vooral de kenmerken van de
opvoeding en de omgeving bepalen of een kind zich optimaal kan ontwikkelen of niet
● Adoptie: kan worden gezien als zowel risicofactor als beschermende factor
○ Beschermende factor: geadopteerde en niet-geadopteerde kinderen zijn vergelijkbaar
op het gebied van gehechtheidsrelaties, intelligentie en zelfvertrouwen
4