Haapabovt2B
DOCENT: NIELS SOETEMAN
,Inhoud
Hoofdstuk 1 - Handleiding......................................................................................................................3
Hoofdstuk 2 – individuele uitvoering......................................................................................................0
Lesvoorbereiding................................................................................................................................0
Formulier met toelichting...................................................................................................................0
Lesvoorbereidingsformulier en evaluatie Fase 1, 2 (en 3) In fase 3 wordt vooral het logboek
gebruikt..............................................................................................................................................0
LWT 17................................................................................................................................................0
Hoofdstuk 3 – presentatie en reflectie...................................................................................................2
Hoofdstuk 4 – POP en PAP......................................................................................................................3
POP (persoonlijk ontwikkelingsplan):.................................................................................................4
Hoofdstuk 5 – LOVS verslag en LWT 20..................................................................................................5
Leerwerktaak 20.................................................................................................................................5
Bibliografie.............................................................................................................................................9
Bewijsmaterialen..................................................................................................................................10
Foto’s van de kinderen.....................................................................................................................10
,Hoofdstuk 1 - Handleiding
Menselijk lichaam
Rekenactiviteiten voor in het basisonderwijs
,Handleiding rekenen – menselijk lichaam
Aan de verschillende activiteiten is één thema gekoppeld, dit is het menselijk lichaam. Er is
voor dit thema gekozen omdat dit onderwerp aansluit bij de belevingswereld van het kind.
Daarbij biedt dit thema veel mogelijkheden om verschillende soorten meethandelingen en
rekenactiviteiten te verrichten.
De activiteiten die uitgevoerd zullen worden in de praktijk zijn gekoppeld aan het domein
‘verbanden’. Daarbij zullen de volgende kerndoelen aan bod komen:
Kerndoel 23: De leerlingen leren wiskundetaal gebruiken.
Kerndoel 28: De leerlingen leren schattend tellen en rekenen.
Kerndoel 32: De leerlingen leren eenvoudige meetkundige problemen op te lossen.
Kerndoel 33: De leerlingen leren meten en leren te rekenen met eenheden en maten,
zoals bij tijd, geld, lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, gewicht, snelheid en
temperatuur.
In deze handleiding zullen vier verschillende activiteiten omtrent het thema ‘menselijk
lichaam’ worden toegelicht.
, Bij de oogarts
De lesdoelen:
De kinderen zijn tijdens deze activiteit bezig met kerndoel 33. Verder werken de kinderen
ook aan een specifiek lesdoel. Dit lesdoel luidt:
-De kinderen kunnen verschillende afstanden opmeten aan de hand van een meetlint.
De activiteit:
Tijdens deze activiteit werken de kinderen in tweetallen. Zij gaan aan de slag met een
werkblad waarbij zij hun eigen ogen op meten.
Het werkblad wordt ondersteund door twee kaarten (meetkaarten). Op de ene kaart staat
een groot figuur en op de andere kaart een klein figuur. De figuren zijn hetzelfde en hebben
de vorm van de letter ‘C’. De oogmeting bestaat uit twee rondes, de eerste ronde wordt er
gekeken naar de kaart met het grote figuur. De laatste ronde kijken de kinderen naar de
kaart met het kleine figuur. Tijdens iedere ronde wordt er met beide ogen, het linker- en het
rechteroog gekeken naar de kaarten.
Kind nummer 1 staat op één vaste plek en kind nummer 2 houdt de kaart vast en loopt
steeds verder naar achter. Het is de bedoeling dat kind nummer 1 steeds aangeeft waar de
opening van het figuur zich bevindt (boven, onder, linker-, rechterzijkant).
Wanneer kind nummer 1 de opening van het figuur niet meer kan zien, stopt de oogmeting
en meet kind nummer 2 de afstand tussen zijn eigen plek en de plek van kind nummer 1.
De kinderen vullen op het werkblad de afstand in meters in. Vervolgens worden de metingen
met elkaar vergeleken. De kinderen concluderen aan de hand van het tabel wat hun sterkste
oog is.
Materialen:
Werkblad
Meetlint
Meetkaarten
Werkblad:
Zie bladzijde 4.