Hoorcollege 1
Leesvragen (facultatief)
1. Leg in eigen woorden uit wat een ‘Evidence-Based-Practice’ interventie is. In
hoeverre komt jouw omschrijving overeen met die van de cursusliteratuur (Van
Yperen et al., 2017; Van der Zwet et al., 2011)?
Evidence-based practice is een top-down benadering. Het is een pak die wetenschappeijk
bewijs (research-based), prakatijkervaring van professionals (practice-based), voorkeuren en
ervaringen van clienten (client-based) en ethische waarden (value-based) combineert. Het doel
is om een interventie te gebruiken die effectief is en aalsuit bij de context van de client.
Evidence-based practive staat door praktijk die gebaseerd is op wetenschappelijk bewijs.
In vergelijking tot de practice-based evidence interventie (bottom-up) waar een werkende
interventie vanuit de praktijk onderbouwt wordt en verbeterd op basis van praktijkervaring,
monitoring en praktijkgericht onderzoek: bewijs dat voortkomt uit de praktijk zelf.
Pratice-based evidence: bewijs dat voortkomt Evidence-based practice: praktijk die gebaseerd
uit de praktijkzelf is op wetenschappelijk bewijs
• Voordelen: • Voordelen:
• Sluit direct aan bij wat er al • Sterke bewijskracht
gebeurt in de praktijk. (bijvoorbeeld via RCT’s).
• Kan snel worden ingezet. • Meer zekerheid over
• Betrekt praktijkwerkers, effectiviteit.
cliënten en instellingen actief.
• Nadelen: • Nadelen:
• Minder ‘harde’ bewijskracht. • Implementatie in de praktijk
• Effecten zijn moeilijker toe te verloopt vaak moeizaam.
schrijven aan de interventie zelf. • Sluit niet altijd goed aan bij de
dagelijkse praktijk of bij
complexe situaties.
• Kan leiden tot een disbalans
waarbij praktijkkennis en
cliëntvoorkeuren onderbelicht
blijven.
2. Noem drie voordelen en drie nadelen om deze werkwijze in de (jeugdhulp)praktijk
toe te passen. Licht deze voor- en nadelen verder toe. Betrek hierbij de inzichten van
het artikel van Van der Zwet (2011) en hoofdstuk 1 van Van Yperen et al. (2017).
Voordelen:
1. Betere resultaten voor cliënten – Door gebruik van bewezen effectieve interventies stijgt
de kans op positieve uitkomsten.
2. Professionalisering van het vak – Praktijkwerkers reflecteren meer op hun handelen en
leren van data.
3. Verantwoording en transparantie – Beleidsmakers en financiers krijgen inzicht in wat
werkt.
Lin Verhoeve
, Nadelen:
1. Beperkte toepasbaarheid – Veel interventies zijn ontwikkeld voor enkelvoudige
problemen, terwijl de praktijk vaak complexer is.
2. Traagheid van wetenschappelijk bewijs – Het duurt lang voordat interventies
wetenschappelijk zijn gevalideerd.
3. Risico op eenzijdigheid – Te veel nadruk op research-based kennis kan leiden tot het
negeren van praktijkervaring en cliëntvoorkeuren.
Toelichting met literatuur:
• Van der Zwet (2011) wijst op het belang van praktijkkennis en het risico van een te
technocratische benadering.
• Van Yperen et al. (2017) benadrukken dat veel interventies nog niet voldoende zijn
uitgewerkt om wetenschappelijk te toetsen, en pleiten daarom voor een combinatie van
top-down en bottom-up benaderingen.
3. Wat is volgens Van Yperen et al. (2017) ‘Resultaatgerichte Ontwikkeling van
Interventies’ (RGOi) en wat is volgens hen het belang van een dergelijke
praktijkgestuurde manier van werken? Plaats hierbij ook enkele kanttekeningen.
RGOi is een manier om interventies en preventies te verbeteren, met als doel: betere uitkomsten
voor jeugidgen en opvoeders. RGOi heeft 4 leidende principes waar ze naar kijken:
- Aansluiting: aanpak moet passen bij het ontwikkelingsniveau van de interventie en
onderzoeksbereidheid van de organisatie
- Inbedding: resultaatgericht werken is een vast onderdeel in de interventie
- Benutting: verzamelde gegeven worden actief gebruikt
- Samenwerking: samen zorgen voor een lerende praktijk
Het belang van prkatijkgestuurde manier werken is om de kloof tussen wetenschap en praktijk te
overbruggen, effectiviteit zichbaar en bespreekbaar maken en stimuleren van continue
verbetering.
Kanttekeningen hierbij zijn dat niet elke praktijk bereid is om mee te doen, verzamelen van data
kan als lastig worden ervaren en er is risico op overbelasting van professionals al RGOi niet goed
wordt toegepast.
Lin Verhoeve
Leesvragen (facultatief)
1. Leg in eigen woorden uit wat een ‘Evidence-Based-Practice’ interventie is. In
hoeverre komt jouw omschrijving overeen met die van de cursusliteratuur (Van
Yperen et al., 2017; Van der Zwet et al., 2011)?
Evidence-based practice is een top-down benadering. Het is een pak die wetenschappeijk
bewijs (research-based), prakatijkervaring van professionals (practice-based), voorkeuren en
ervaringen van clienten (client-based) en ethische waarden (value-based) combineert. Het doel
is om een interventie te gebruiken die effectief is en aalsuit bij de context van de client.
Evidence-based practive staat door praktijk die gebaseerd is op wetenschappelijk bewijs.
In vergelijking tot de practice-based evidence interventie (bottom-up) waar een werkende
interventie vanuit de praktijk onderbouwt wordt en verbeterd op basis van praktijkervaring,
monitoring en praktijkgericht onderzoek: bewijs dat voortkomt uit de praktijk zelf.
Pratice-based evidence: bewijs dat voortkomt Evidence-based practice: praktijk die gebaseerd
uit de praktijkzelf is op wetenschappelijk bewijs
• Voordelen: • Voordelen:
• Sluit direct aan bij wat er al • Sterke bewijskracht
gebeurt in de praktijk. (bijvoorbeeld via RCT’s).
• Kan snel worden ingezet. • Meer zekerheid over
• Betrekt praktijkwerkers, effectiviteit.
cliënten en instellingen actief.
• Nadelen: • Nadelen:
• Minder ‘harde’ bewijskracht. • Implementatie in de praktijk
• Effecten zijn moeilijker toe te verloopt vaak moeizaam.
schrijven aan de interventie zelf. • Sluit niet altijd goed aan bij de
dagelijkse praktijk of bij
complexe situaties.
• Kan leiden tot een disbalans
waarbij praktijkkennis en
cliëntvoorkeuren onderbelicht
blijven.
2. Noem drie voordelen en drie nadelen om deze werkwijze in de (jeugdhulp)praktijk
toe te passen. Licht deze voor- en nadelen verder toe. Betrek hierbij de inzichten van
het artikel van Van der Zwet (2011) en hoofdstuk 1 van Van Yperen et al. (2017).
Voordelen:
1. Betere resultaten voor cliënten – Door gebruik van bewezen effectieve interventies stijgt
de kans op positieve uitkomsten.
2. Professionalisering van het vak – Praktijkwerkers reflecteren meer op hun handelen en
leren van data.
3. Verantwoording en transparantie – Beleidsmakers en financiers krijgen inzicht in wat
werkt.
Lin Verhoeve
, Nadelen:
1. Beperkte toepasbaarheid – Veel interventies zijn ontwikkeld voor enkelvoudige
problemen, terwijl de praktijk vaak complexer is.
2. Traagheid van wetenschappelijk bewijs – Het duurt lang voordat interventies
wetenschappelijk zijn gevalideerd.
3. Risico op eenzijdigheid – Te veel nadruk op research-based kennis kan leiden tot het
negeren van praktijkervaring en cliëntvoorkeuren.
Toelichting met literatuur:
• Van der Zwet (2011) wijst op het belang van praktijkkennis en het risico van een te
technocratische benadering.
• Van Yperen et al. (2017) benadrukken dat veel interventies nog niet voldoende zijn
uitgewerkt om wetenschappelijk te toetsen, en pleiten daarom voor een combinatie van
top-down en bottom-up benaderingen.
3. Wat is volgens Van Yperen et al. (2017) ‘Resultaatgerichte Ontwikkeling van
Interventies’ (RGOi) en wat is volgens hen het belang van een dergelijke
praktijkgestuurde manier van werken? Plaats hierbij ook enkele kanttekeningen.
RGOi is een manier om interventies en preventies te verbeteren, met als doel: betere uitkomsten
voor jeugidgen en opvoeders. RGOi heeft 4 leidende principes waar ze naar kijken:
- Aansluiting: aanpak moet passen bij het ontwikkelingsniveau van de interventie en
onderzoeksbereidheid van de organisatie
- Inbedding: resultaatgericht werken is een vast onderdeel in de interventie
- Benutting: verzamelde gegeven worden actief gebruikt
- Samenwerking: samen zorgen voor een lerende praktijk
Het belang van prkatijkgestuurde manier werken is om de kloof tussen wetenschap en praktijk te
overbruggen, effectiviteit zichbaar en bespreekbaar maken en stimuleren van continue
verbetering.
Kanttekeningen hierbij zijn dat niet elke praktijk bereid is om mee te doen, verzamelen van data
kan als lastig worden ervaren en er is risico op overbelasting van professionals al RGOi niet goed
wordt toegepast.
Lin Verhoeve