Irene Kramer
12283967
Samenvatting arbeidsrecht
Week 1: Bescherming en verschillende vormen v an arbeid
Korte inleiding: het arbeidsrecht heeft een beschermend en veelal dwingendrechtelijk
karakter, waarbij de werknemer wordt gezien als de te beschermen partij. Studenten
krijgen een korte introductie in de maatschappelijke positie van het arbeidsrecht en de
achterliggende gedachten die ten grondslag liggen aan die beschermende inhoud.
Verder worden studenten meegenomen in de verschillende vormen waarin arbeid kan
worden verricht, de kwalificatie van die vormen en de belangrijkste verschillen
daartussen, waaronder de gevolgen van een bepaalde kwalificatie (denk aan het
verlichte uitzendregime).
Literatuur
Van der Grinten c.s.: Arbeidsovereenkomstenrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2023: par.
1.1-1.3 en 1.8
De arbeidsovereenkomst is als bijzondere overeenkomst geregeld in titel 10 van Boek
7 van het BW. Op deze overeenkomst zijn in beginsel ook de wettelijke bepalingen
omtrent rechtshandelingen (Boek 3 BW) en omtrent verbintenissen en overeenkomsten
(Boek 6 BW) van toepassing.
De arbeidsovereenkomst komt tot stand door wilsovereenstemming, derhalve door
aanbod en aanvaarding (art. 6:217 BW). Een aanbod tot het aangaan van een
arbeidsovereenkomst kan worden herroepen, tenzij het een termijn voor de aanvaarding
inhoudt of de onherroepelijkheid op een andere wijze uit het aanbod volgt (art. 6:219
BW). Herroeping is slechts mogelijk zolang het aanbod niet door de wederpartij is
aanvaard. De partij die de onderhandelingen voor het moment van
wilsovereenstemming afbreekt, kan schadeplichtig zijn wanneer bij de wederpartij het
gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat een overeenkomst tot stand zou komen.
Een arbeidsovereenkomst of de afspraken kunnen nietig zijn (3:40 BW). Zij kan ook
vernietigd worden wegens bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden (3:44
BW) en dwaling (6:228 BW). Een beroep op nietigheid zal veelal niet worden gedaan in
een procedure tussen partijen bij die overeenkomst, maar in een geding met de
belastingdienst of de uitvoeringsinstanties van de sociale verzekeringswetten.
Elementen arbeidsovereenkomst (7:610 BW):
a. de werknemer verbindt zich arbeid te verrichten;
b. de werkgever verbindt zich loon te betalen (loon = de door de werkgever
verschuldigde contraprestatie voor de arbeid, die in iets anders dan in pensioen bestaat
, Irene Kramer
12283967
+ in geld vastgesteld);
c. de werknemer verricht de arbeid in dienst van de werkgever.1
De vrijheid om werk te weigeren sluit een arbeidsovereenkomst niet uit, maar kan
daarop wijzen. Belangrijk zijn de frequentie van werken en of het werk bij aanvang moet
worden afgemaakt. Uitgangspunt is verder dat de werknemer de bedongen arbeid zelf
dient te verrichten (art. 7:659 lid 1 BW). Hoewel een werknemer in principe zelf het werk
moet doen, sluit vervanging een arbeidsovereenkomst niet uit. Of daarvan sprake is,
hangt af van de praktijk: als structureel en zonder bezwaar wordt vervangen, is meestal
géén sprake van een arbeidsovereenkomst.
Slechts natuurlijke personen kunnen werknemers in de zin van art. 7:610 BW zijn.
De wet geeft een limitatieve opsomming van geoorloofde loonvormen (art. 7:617 BW),
maar daaruit mag niet worden afgeleid dat geen sprake zou zijn van een
arbeidsovereenkomst indien partijen een tegenprestatie in andere vorm zijn
overgekomen.
In dienst: het enkele feit dat de werktijden contractueel zijn vastgelegd, is ontoereikend
voor het aannemen van een gezagsverhouding. Daarvoor is ten minste vereist enigerlei
zeggenschap over de wijze waarop binnen die werktijden de werkzaamheden dienen te
worden verricht.
Indien het loonelement of de aanwijzingsbevoegdheid van art. 7:610 lid 1 BW ontbreekt,
zal de overeenkomst worden aangemerkt als een overeenkomst van opdracht.
Wanneer krachtens overeenkomst met een ander tegen loon persoonlijk arbeid wordt
verricht onder een zekere mate van zeggenschap van die ander, is echter niet per se
sprake van een arbeidsovereenkomst.
In 1997 was er een arrest van de HR waaruit werd afgeleid dat bij de beantwoording van
de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst, belangrijke betekenis moet worden
gehecht aan de bedoeling van partijen bij het aangaan van de ovk. In X/Gemeente
Amsterdam gaf de HR aan: NIET van belang is of partijen ook de bedoeling hadden de
ovk onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen. Zij kunnen
zich niet aan het wettelijke regime onttrekken enkel door hun ovk een overeenkomst van
opdracht of aanneming van werk te noemen. De bedoeling van partijen is slechts van
belang bij de vaststelling van de inhoud van de overeenkomst (de ‘uitlegfase’). Zij
speelt geen rol in de daaropvolgende fase (de ‘kwalificatiefase’), waarin
beoordeeld moet worden of sprake is van een arbeidsovereenkomst, een ovk van
opdracht of een andere in de wet geregelde bijzondere ovk.
1
T.a.v. de overeenkomst met een au pair is in de rechtspraak aangenomen dat als hij/zij
(oppas)werkzaamheden verricht tegen kost en inwoning, het aangemerkt moet worden als een
arbeidsovereenkomst.
12283967
Samenvatting arbeidsrecht
Week 1: Bescherming en verschillende vormen v an arbeid
Korte inleiding: het arbeidsrecht heeft een beschermend en veelal dwingendrechtelijk
karakter, waarbij de werknemer wordt gezien als de te beschermen partij. Studenten
krijgen een korte introductie in de maatschappelijke positie van het arbeidsrecht en de
achterliggende gedachten die ten grondslag liggen aan die beschermende inhoud.
Verder worden studenten meegenomen in de verschillende vormen waarin arbeid kan
worden verricht, de kwalificatie van die vormen en de belangrijkste verschillen
daartussen, waaronder de gevolgen van een bepaalde kwalificatie (denk aan het
verlichte uitzendregime).
Literatuur
Van der Grinten c.s.: Arbeidsovereenkomstenrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2023: par.
1.1-1.3 en 1.8
De arbeidsovereenkomst is als bijzondere overeenkomst geregeld in titel 10 van Boek
7 van het BW. Op deze overeenkomst zijn in beginsel ook de wettelijke bepalingen
omtrent rechtshandelingen (Boek 3 BW) en omtrent verbintenissen en overeenkomsten
(Boek 6 BW) van toepassing.
De arbeidsovereenkomst komt tot stand door wilsovereenstemming, derhalve door
aanbod en aanvaarding (art. 6:217 BW). Een aanbod tot het aangaan van een
arbeidsovereenkomst kan worden herroepen, tenzij het een termijn voor de aanvaarding
inhoudt of de onherroepelijkheid op een andere wijze uit het aanbod volgt (art. 6:219
BW). Herroeping is slechts mogelijk zolang het aanbod niet door de wederpartij is
aanvaard. De partij die de onderhandelingen voor het moment van
wilsovereenstemming afbreekt, kan schadeplichtig zijn wanneer bij de wederpartij het
gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat een overeenkomst tot stand zou komen.
Een arbeidsovereenkomst of de afspraken kunnen nietig zijn (3:40 BW). Zij kan ook
vernietigd worden wegens bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden (3:44
BW) en dwaling (6:228 BW). Een beroep op nietigheid zal veelal niet worden gedaan in
een procedure tussen partijen bij die overeenkomst, maar in een geding met de
belastingdienst of de uitvoeringsinstanties van de sociale verzekeringswetten.
Elementen arbeidsovereenkomst (7:610 BW):
a. de werknemer verbindt zich arbeid te verrichten;
b. de werkgever verbindt zich loon te betalen (loon = de door de werkgever
verschuldigde contraprestatie voor de arbeid, die in iets anders dan in pensioen bestaat
, Irene Kramer
12283967
+ in geld vastgesteld);
c. de werknemer verricht de arbeid in dienst van de werkgever.1
De vrijheid om werk te weigeren sluit een arbeidsovereenkomst niet uit, maar kan
daarop wijzen. Belangrijk zijn de frequentie van werken en of het werk bij aanvang moet
worden afgemaakt. Uitgangspunt is verder dat de werknemer de bedongen arbeid zelf
dient te verrichten (art. 7:659 lid 1 BW). Hoewel een werknemer in principe zelf het werk
moet doen, sluit vervanging een arbeidsovereenkomst niet uit. Of daarvan sprake is,
hangt af van de praktijk: als structureel en zonder bezwaar wordt vervangen, is meestal
géén sprake van een arbeidsovereenkomst.
Slechts natuurlijke personen kunnen werknemers in de zin van art. 7:610 BW zijn.
De wet geeft een limitatieve opsomming van geoorloofde loonvormen (art. 7:617 BW),
maar daaruit mag niet worden afgeleid dat geen sprake zou zijn van een
arbeidsovereenkomst indien partijen een tegenprestatie in andere vorm zijn
overgekomen.
In dienst: het enkele feit dat de werktijden contractueel zijn vastgelegd, is ontoereikend
voor het aannemen van een gezagsverhouding. Daarvoor is ten minste vereist enigerlei
zeggenschap over de wijze waarop binnen die werktijden de werkzaamheden dienen te
worden verricht.
Indien het loonelement of de aanwijzingsbevoegdheid van art. 7:610 lid 1 BW ontbreekt,
zal de overeenkomst worden aangemerkt als een overeenkomst van opdracht.
Wanneer krachtens overeenkomst met een ander tegen loon persoonlijk arbeid wordt
verricht onder een zekere mate van zeggenschap van die ander, is echter niet per se
sprake van een arbeidsovereenkomst.
In 1997 was er een arrest van de HR waaruit werd afgeleid dat bij de beantwoording van
de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst, belangrijke betekenis moet worden
gehecht aan de bedoeling van partijen bij het aangaan van de ovk. In X/Gemeente
Amsterdam gaf de HR aan: NIET van belang is of partijen ook de bedoeling hadden de
ovk onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen. Zij kunnen
zich niet aan het wettelijke regime onttrekken enkel door hun ovk een overeenkomst van
opdracht of aanneming van werk te noemen. De bedoeling van partijen is slechts van
belang bij de vaststelling van de inhoud van de overeenkomst (de ‘uitlegfase’). Zij
speelt geen rol in de daaropvolgende fase (de ‘kwalificatiefase’), waarin
beoordeeld moet worden of sprake is van een arbeidsovereenkomst, een ovk van
opdracht of een andere in de wet geregelde bijzondere ovk.
1
T.a.v. de overeenkomst met een au pair is in de rechtspraak aangenomen dat als hij/zij
(oppas)werkzaamheden verricht tegen kost en inwoning, het aangemerkt moet worden als een
arbeidsovereenkomst.