Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Uitgewerkte Colleges Psychosomatic Models

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
77
Geüpload op
30-08-2020
Geschreven in
2019/2020

Uitgewerkte Colleges van Psychosomatic Models van de master Medische Psychologie

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Colleges Psychosomatic Models
Part 1: Stress Models & Physiological Stress Reactivity
College 1: Stress & Gezondheid
Een stressor is een prikkel, meestal van buitenaf dat een stressreactie op kan leveren. Dit noemen we
stress. Dit gaat vaak gepaard met het gevoel dat er meer van je wordt gevraagd dan je aankan. Als dit het
geval is, dan is stress maladaptief. Adaptieve stress zorgt ervoor dat je beter kan presteren, het zorgt net
voor dat extra zetje. Stress is redelijk subjectief. Iedereen ervaart stress op een andere manier en de een
zal sneller stress ervaren dan een ander. Een aantal stressoren kunnen wel objectief zijn zoals een
bedreigende situatie.
McEwen’s theorie focuste zich op chronische stress wat redelijk nieuw was. Daarnaast introduceerde hij
het concept van allostase: je lichaam verandert bepaalde set points om om te gaan met stressoren. Dit
doet het op basis van vroegere ervaringen. Van tevoren werd er altijd gedacht in termen van homeostase;
je lichaam bevindt zich in balans met gelijke waarden. Je temperatuur is bijvoorbeeld constant rond de 37
graden. Allostatic load houdt in dat er slijtage optreedt aan de allostatische systemen vanwege vele en
langdurige aanpassingen in de allostatische systemen. Een stressor kan ervoor zorgen dat je lichaam op
basis van eerdere examens van tevoren je hartslag en bloeddruk verhoogt om adaptief om te kunnen gaan
met dit examen. Dit kan een rol spelen bij de ontwikkeling van HVZ.
Bij dit vak wordt alleen gefocust op de biologische mechanismen tussen psychologische variabelen en
uitkomsten zoals ziekte of prognose. Belangrijke termen:
Dualisme Reductionisme Detached observer Complexity theory
Lichaam en geest Je reduceert een persoon tot zijn Volgt een beetje vanuit het Gaat al veel meer naar de
zijn gescheiden ziekte of aangedane biologische reductionisme psychosomatiek
processen
Een persoon is zijn ziekte Je moet puur objectief kijken De patiënt zelf en zijn
hoe je het probleem op kan omgeving worden
lossen meegenomen
Er wordt verder dus niet gekeken Menselijke dimensie van Hoe interacteren deze met
naar het menselijk lijden. Is patiënt en de interactie met biologische processen?
onpersoonlijk hulpverlener wordt genegeerd,
weinig empathie


Je begint bij de ziekte. Wat is er nu aan de hand? Daarna ga je kijken waar
psychologische factoren een rol zouden kunnen spelen. Je begint bij de
symptomen bv. hoge bloeddruk en gaat dan steeds meer kijken naar de
onderliggende mechanismen en het medische. Kan hieraan een
psychologische risicofactor aan gelinkt worden die bv. het immuunsysteem
kan beïnvloeden? Hierdoor ontstaat er bv. slagaderverkalking. Een andere
manier is om te kijken naar de banen die van het brein naar de rest van het
lichaam lopen. Hoe kunnen veranderde mentale toestanden (bv. het krijgen
van een depressie) deze banen beïnvloeden? Hoe speelt ziekte of de
biologische processen betrokken bij ziekte hierbij een rol? Je gaat dus
bovenstaande andersom doorlopen. Hoe beïnvloedt bv. depressie de
biologische paden naar een ziekte toe? Als je het zo bekijkt, maakt het niet
uit of je vanuit de ziekte beredeneert of vanuit de psychologie. Bij beiden
kom je op hetzelfde pad uit.
Psychosomatische geneeskunde: Basis Concepten
Gezondheid is een staat van equilibrium die dynamisch is. Je bent je constant aan het aanpassen aan
invloeden van buitenaf bv. virussen in je omgeving. Psychosomatiek neemt hierbij niet alleen de
fysiologische toestanden mee, maar ook psychologische factoren en de socio-culturele context. Dit geldt
ook voor de dynamische gezondheid. Dit adapatieproces wordt beschreven in de theorie van de allostatic
load. Als je je niet kan aanpassen aan de invloeden van buitenaf, dan kun je ziektes ontwikkelen.




1

, Binnen de psychosomatiek wordt de aard van de ziekte ook anders beschouwd dan binnen het
biomedische model. De psychosomatische geneeskunde stelt dat ziekte niet puur fysiek is. Dit geldt ook
voor blessures zoals het breken van je been. Het heeft namelijk impact op je mentale toestand; je kunt bv.
minder goed meekomen in je omgeving. Je mentale toestand kan bv. invloed hebben op de ervaring van
pijn en het genezingsproces. Stress en niet goed in je vel zitten zorgen ervoor dat het immuunsysteem
minder efficiënt werkt. Hierdoor duurt het langer voordat wonden genezen. Ook binnen de etiologie van
ziekten en pathogenese worden psychologische en socio-culturele factoren meegenomen, omdat deze de
gezondheid kunnen beïnvloeden. Je genetische samenstelling bepaalt dan welke ziekte je krijgt. De een
krijgt bv. HVZ, een ander kanker. Door je genetische samenstelling ben je dus gevoeliger voor het
ontwikkelen van een bepaalde ziekte dan voor een andere ziekte. Psychosomatische geneeskunde is
een gezondheidswetenschap dat gebaseerd is op de veronderstelling dat een organisme een
psychosomatische eenheid is. Biologische en psychologische processen zijn aan elkaar gerelateerd en
kunnen niet los van elkaar gezien worden. Psyche en sociaal zijn dus net zo belangrijk als de biologische
processen. Voorkeur ligt bij de complexity theorie in plaats van dualisme, reductionisme of het biomedische
model.
Factoren die medische uitkomsten beïnvloeden

Psychisch Sociaal
Depressie Sociale steun
Angst Eenzaamheid
Type D persoonlijkheid SES
Optimisme vs. pessimisme
Chronische stress
Hostiliteit en boosheid
Onderdrukken van emoties
Trauma (m.n. PTSD)


Coping en hechting zijn meer bijkomende factoren die de processen kunnen beïnvloeden. Stress
beïnvloedt vaak de kans op kanker indirect. Hoe je met die stress omgaat, bv. roken, verhoogt het risico op
kanker. Daarnaast wordt het immuunsysteem beïnvloedt waardoor kanker beter zich kan ontwikkelen. Dit is
echter ook geen directe causale relatie. Stress leidt niet tot kanker op een directe manier. We moeten
echter wel meer weten over de invloed van chronische stress op je lichaam en de link met de biologische
karakteristieken van ziektes. Met betrekking tot het gedrag, weten we al meer. Bv. je gaat meer roken,
drinken of eten als je last hebt van stress. Stress is ook een algemene term. Depressie, angst en bepaalde
persoonlijkheidstrekken zorgen ook voor bepaalde stressreacties in je lichaam. Hiermee wordt dan bedoeld
reageren of niet reageren op mogelijke dreigingen.
Wat is stress?
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen acute en chronische stress. Je stressreactie is niet iets
slechts, want het is onderdeel van jezelf aanpassen aan de omgeving (gezondheid). Stress wordt gezien
als een conditie waarbij een invloed (eis) van buitenaf de natuurlijke capaciteit om hier om mee te kunnen
gaan overschrijdt. Echter, als de stressreactie chronisch wordt, dan gaat je lichaam anders reageren. Het is
namelijk niet goed voor je lichaam om maar te blijven aanpassen. Hoe kun je dit meten?

Acute stress Chronische stress
Subjectieve stress levels (bv. Vragenlijst) Vragenlijsten over werk, financiële en relatieproblemen
Objectieve fysiologische en emotionele reactiviteit bij Per jaar kijken naar stijgingen in fysiologische arousal
stress testen (bv. bloeddruk)


Belangrijke termen

• Stressresponse = de fysiologische reactie op stress.
o Deze verandert als deze chronisch wordt.
o Stressreacties kunnen verschillen
✓ Je kunt reageren met fight of flight


2

, -
Eerste is meer proactief/probleemgericht, laatste is meer afwachtend en vermijdend
-
Passen dus een andere coping toe, dit is terug te zien in de fysiologie
-
Bij beide wordt het ANS en hormoonstelsel geactiveerd

Vigilance/vigiliantie; doe je vaak als je niet weet wat je kan verwachten.
-
Dit is actieve inhibitie.
-
Hierbij zie je sympathische arousal en spierspanning (inhibitie van spieractiviteit).
-
Je staat dus letterlijk stijf van de spanning

Response stereotypy: within an individual, the response to stress is similar across responses
(balanced response between systems).
- Dit houdt in dat je als individu een bepaalde neiging hebt om op een bepaalde manier om te gaan
met de stressor.
- Je wilt bv. je hartslag omhoog hebben, anderen reageren meer met bloeddruk.
- Dit is hetzelfde in verschillende stresssituaties. Fysiologische stressreactie is dus gelijk.
o Deze reactie is bedoeld om homeostase = balans te kunnen behouden zodat je goed kan functioneren
o Homeostase heeft verschillende componenten
✓ Centraal (hersenen)
✓ Autonoom (sympathisch en parasympatisch zenuwstelsel)
✓ Gedragsmatig (bv. gezichtsuitdrukkingen)
✓ Fysiologisch (hoge bloeddruk)
✓ Cognitief (bv. concentratieproblemen, niet kunnen komen op namen)
o Echter zijn de meeste processen allostatisch: setpoints veranderen tijdens een stressreactie om er
optimaal mee om te kunnen gaan.
• Stressor: een stimulus die een bedreiging vormt voor de homeostase.
o Kun jij omgaan met een bepaalde stressor?
o Heeft te maken met de perceptie en appraisal
o Is deze stimulus een dreiging voor mij (kan snel het geval zijn)
o Heb ik de juiste mogelijkheden om met de stressor om te gaan
o Is de stressor voorspelbaar (onvoorspelbaar = meer stress)
o Is de stressor controleerbaar (minder controle = meer stress)
• Chronische stress: stressoren die meer van je vragen dan dat je kunt handelen.
Acute stressreactie Chronische stressreactie
Stresshormonen (bv. cortisol) worden afgegeven Stresssystemen zijn chronisch geactiveerd
Meer energie naar de vitale organen en weefsels Immuunsysteem gaat anders werken (TH2 shift)
Immuunsysteem wordt geactiveerd Link tussen cortisol en immuunsysteem verandert
Bij actieve coping: hartslag gaat omhoog Stereotype van verhoogde vasculaire respons
Bij vigilante coping; Vasculaire hemodynamische respons Cardiovasculaire gevolgen


Stresstheorieën

• Stress Appraisal model (Lazarus): hoe definieer je stress:
o
Is het een bedreiging?
o
Kan ik er mee omgaan?
• Walter Cannon: wat gebeurt er als mensen onder spanning staan?
o Hij beschreef een range aan reacties zoals verwijde pupillen, verhoogde hartslag etc.
o Dit is het SNS dat wordt geactiveerd.
• Hans Selye: hij beschreef het proces van stressreacties.
o Hij nam hierbij ook de chronische stress mee.
- Vond deze ook belangrijker dan de acute stress.
o Adaptieve stressreactie is in eerste instantie normaal om om te kunnen gaan
met de stressor
o Stabiele reactie: je gaat om met de stress.
o Chronische stress; stress krijgt steeds meer de overhand. Je krijgt dan uitputting.
• McEwen breidt het model van Hans Selye uit door uit te leggen wat er gebeurt tijdens de
uitputtingsfase.


3

, o Hierbij maakt hij gebruik van de nieuwe termen allostase en allostatische load.
o Hij ging er vanuit dat gezondheid een staat is van responsie
en optimale fluctuatie om je aan te passen aan de eisen
van de omgeving.
o Bv. temperatuur en je zuurgraad moeten heel precies
worden afgesteld rondom een bepaald gemiddelde
(homeostatische systemen)
- Anders kun je niet meer functioneren.
- Je mag maar heel weinig afwijken van een setpoint (bv. 37 graden).
- Zodra je temperatuur afwijkt, gaat je lichaam er van alles aan doen om dit
terug te brengen met een set point.
o Allostase: je kunt je lichaam aanpassen om om te kunnen gaan met de
omgeving.
- Je merkt bv. niet of je bloeddruk 110 (bv. in rust) of 135 (tijdens het sporten)
is.
- Op de korte termijn maakt het niet uit hoe hoog de bloeddruk, hartslag en
hoe het immuunsysteem zijn afgesteld
- Deze maken gebruik van eerdere ervaringen.
▪ Dit gebruik je als input om te bepalen wat je nodig hebt om adaptief om te
kunnen gaan met een stressor bv. het maken van een examen.
▪ Van tevoren gaat je hartslag bv. al een beetje omhoog.
▪ Als er constant dingen zijn die deze predictie beïnvloeden, dan kun je
richting (pre)klinische waarden. Dit kan op 4 manieren (plaatje).
Acute stressreactie Geen habituatie Prolonged response Inadequate stressreactie
Bij elke nieuwe stressor Bij herhalende Kan gebeuren bij het Stresssystemen kunnen
reageer je met een acute stressoren onderdrukken van emoties inadequaat reageren op stress als
stressreactie het langdurig onder druk staat
Steeds ervaar je Stressreactie houdt langer Dit heeft ook invloed op andere
maximale spanning aan systemen
Normaal wordt dit Zowel fysiologisch als Deze moeten dan harder gaan
steeds minder mentaal werken zodat het lichaam normaal
functioneert
Komt het minste voor


Stress mediatoren zoals cortisol worden geactiveerd.

Primaire effecten Secundaire effecten Tertiaire effecten
Lichamelijke reacties tijdens Langdurige cellulaire activiteit beïnvloedt Fase van allostatische load. Er is namelijk
acute stressreacties andere systemen langdurig te veel aangepast in de
allostatische systemen
Heeft invloed op de Bv. langdurig verhoogd cortisol zorgt In deze fase krijg je ziektes en mogelijk
fysiologische integriteit van voor insulineresistentie en GR- mortaliteit
allostatische mechanismen resistentie (receptoren immuunsysteem)
Verhoging van cellulaire Is de prodormale fase: ontwikkeling van Kun je meten met een allostatische index.
activiteit ziektes zoals slagaderverkalking, maar Je meet verschillende primaire en
nog geen diagnose secundaire uitkomsten zoals biomarkers
Je kunt ook kijken naar de incidentie en
progressie van ziektes




4

,Psychosomatische hypothese
Systeem in balans = allostase. Systeem niet meer in balans =
allostatische load. Dit allemaal bij elkaar noem je het
psychosomatische verklaringsmodel. Dit is ook de kern van de
hypothese. Deze hypothese gaat er vanuit dat psychologische
constructen kunnen leiden tot somatische ziekten. Dit kan ook
gelden voor andere prikkels die binnenkomen. Aan het model kun
je nog leeftijd, gender en cultuur toevoegen.
Dit model is geüpdatet naar een psychosomatisch model van ziekte.
1. Brein level gaat het over de perceptie en appraisal van stressoren
a. Beïnvloedt door leefomstandigheden, omgeving, persoonlijkheid, feedbackmechanismen van het
lichaam
b. Vindt er een onbewuste of bewuste respons plaats
c. Processing van de stressor:
d. Context is wat er van buiten op je afkomt, beïnvloedt perceptie & appraisal
2. Centrale output op
a. Gedragsniveau
b. Autonoom niveau
c. Endocrien (hormoon niveau)
3. Measurement level
a. Biologische markers
b. Leefstijlkeuzes
- Kun je het meeste op inzetten
c. Sociale interacties
d. ANS, PNS & SNS activiteit
e. SAM- & HPA-as
f. Immuunsysteem & inflammatie
4. Allostase en allostatic load
a. Systeem in of uit balans
5. Somatische ziekten bv.
a. HVZ
b. Diabetes
c. Neurologische aandoeningen
d. Ademhalingsaandoeningen
e. Nierziekten
f. Dermatologische aandoeningen
g. Ontstekingsaandoeningen zoals reuma, allergie
h. Kanker

College 2: Hormonen, Stressreactie & Ziekte
Glucocorticoïden zijn vetachtige hormonen, want ze worden gemaakt van cholesterol. Ze zijn om deze
reden hydrophobic and lipophilic. Ze lossen dus goed op in vet, maar slecht in water & bloed. Komen
makkelijk de cel binnen. Kunnen daar ook bepalen welke genen wel of niet afgelezen zullen worden.
Glucorticoïden zijn steroïden met een suikermolecuul. De GR-receptoren zijn bedoeld voor
glucocorticoïden zoals cortisol. Hoe meer je van deze receptoren hebt, hoe beter en adaptieve je met
stress om kan gaan. De nucleair receptoren variant hiervan heeft een langer effect en werkt trager. Deze
wordt geactiveerd bij hoge levels van cortisol. De membraan GR receptor werkt sneller en is van invloed bij
de acute stressreactie. De MR receptoren in de nucleus zijn van invloed op het dagprofiel van cortisol.
Hierover is nog weinig bekend. Wel lijkt het te werken volgens het G-protein coupled receptor principe (PF
college 1) en de acute stressreactie. Cortisone is een synthetische voorloper van glucocorticoïden.
Glucocorticoïden hebben een remmend effect op het immuunsysteem. Mensen met reuma hebben echter
verminderd cortisone waardoor er minder glucocorticoïden aangemaakt kunnen worden. Dit zorgt ervoor
dat er makkelijker ontstekingsreacties kunnen ontstaan.


5

, Noradrenaline is hydrophylic & lipophylic. Ze hebben daarom een transmembraanreceptor nodig om de cel
binnen te komen, maar worden wel makkelijk in het bloed vervoerd. De CRH-neuronen zetten het LC/NE
systeem aan om NE te produceren. De LC/NE heeft echter ook invloed op de CHR-neuronen via een
feedback loop. Een andere term voor AVP is vasopressine. Dit zorgt ervoor dat bloedvaten zich zullen
samentrekken. De nieren worden aangezet om water vast te houden. Je zult dus minder urine uitscheiden.
Name the inhibitory and excitatory pathways with effects on the stress system

Inhiberend effect Exciterend effect
Hypothalamus – CRH neurone – hormone – CRH en LC/NE Stressreactie – centrale amygdala – stress reactie
systemen (positieve feedbackloop)
y-aminobutyric acid – CRH & LC/NE systemin Serotonine – CRH en LC/NE systemen
Benzodiazepine – CRH & LC/NE systemen
Negatieve feedbackloop van HPA-as


Het ANS is het zenuwstelsel dat de onbewuste lichamelijke reacties regelt zoals hartslag en bloeddruk.
Deze heeft twee takken. Het SNS bereidt je lichaam voor op actie bij acute stress of gevaar. Het PNS zorgt
ervoor dat je lichaam weer tot rust komt en zich kan herstellen van deze stressreactie. Het is de bedoeling
dat beiden in balans zijn. Gonadotropin-releasing hormoon heeft een stimulerend effect op de
geslachtshormonen. Normaal gesproken komt het PNS stelsel in actie als de acute stress geweken is.
Hierdoor kan het lichaam zich herstellen; spijsvertering en wondgenezing worden weer opgepakt, de
hartslag/ademhalingsfrequentie en bloeddruk dalen. Bij chronische stress is het cortisolniveau blijvend
verhoogd, glucosespiegel stijgt. Het immuunsysteem werkt minder actief.
In tijden van gevaar en acute stress is het niet zo belangrijk om vruchtbaar te zijn en de energie moet naar
de spieren en het hart toe om de acute stress door te kunnen staan. Daarom wordt dit hormoon geremd.
Glycogeen afgifte houdt in dat er minder glucose beschikbaar is in het lichaam. Echter is glucose energie
voor het lichaam en dat heb je nodig bij acute stress. Je wilt dus zo min mogelijk afgifte van glycogeen
hebben. Gevolgen van de stressreactie.

Gedragsmatig Neuroendocrine
Verhoogde waakzaamheid en alertheid Afgifte noradrenaline en adrenaline
Verwijde pupillen, haren recht overeind Afgifte cortisol
Verhoogde hartslag en bloeddruk Verminderde afgifte van geslachtshormonen
Verminderde afgifte van groei- en ontwikkelingshormonen
Ademhalingsfrequentie gaat omhoog


Moederratten kunnen op 2 manieren met hun jong omgaan: verzorgend en liefdevol of juist niet. De
babyratten die veel gelikt en gegroomd werden, hadden meer GR-receptoren dan de babyratten die meer
verwaarloosd werden. De verzorgde babyratten waren ook beter in staat om om te gaan met stress dan de
verwaarloosde ratten.
Outline college 2

• Hormonen en gedrag
• Algemene informatie hormonen
o Klassen
o Signalling Pathway
o Receptoren
• SAM
• HPA
• Interactie SAM & HPA
• Genomic actions
• Epigenetica




6

,Stof:
Hormonen kunnen gedrag beïnvloeden, maar gedrag en omgeving kunnen ook hormonen beïnvloeden. Dit
hebben ze kunnen onderzoeken dmv van dieronderzoeken en mensen met een hormonale aandoening
zoals diabetes. Hierdoor zagen ze dat als een hormonaal systeem was ontregeld, de stemming ook anders
was. Zo bleek dat de bijnieren belangrijk zijn in de bescherming tegen bacteriële infecties. De
verantwoordelijke stoffen bleken adrenaline en cortisol te zijn. Hormonale aandoeningen kunnen inhouden
dat je te veel of te weinig van dat hormoon aanmaakt/hebt. Je verwacht dat als je een bepaald hormoon
verwijdert, het gedrag en systemen veranderen. Hetzelfde geldt als je een antagonist voor dat hormoon
geeft. Als je vervolgens het hormoon weer terugplaatst, moeten het oude gedrag en werking van de
systemen weer terugkomen. Je kunt ook bepaalde genen in- of uitschakelen om te voorkomen dat een
bepaald hormoon zijn werking kan doen.
Cushing’s syndrome
Deze mensen hebben een overvloed aan cortisol (hypercortisolemia) wat
gepaard gaat met veel verschillende symptomen. Kan worden veroorzaakt
door een tumor in de hypofyse. Hierdoor krijg je een overvloed aan ACTH. Dit
hormoon zet de bijnieren aan om cortisol te gaan maken. Dit kan ook komen
door medicijnen die het immuunsysteem remmen zoals Prednison. Dit noem
je iatrogene schade.
Invloed cortisol
Wij mensen zijn er goed in om situaties als dreigend in te schatten, zeker als je wordt beoordeeld. Je ziet
dat het cortisolniveau ontzettend stijgt als je wordt beoordeeld en tijdens stressreacties (het moment zelf,
maar daarvoor zie je ook al een stijging). Op controle dagen zie je een veel
minder grote stijging. Na de beoordeling/stressreactie daalt cortisol ook
weer naar een rustniveau. Je kunt ook zien dat sommige mensen heel erg
reageren met cortisol en hartslag (cortisol responders) en anderen
nauwelijks op de stresstaak (non-responders). Mensen zijn dus heel
variabel in de mate dat ze reageren met cortisol.
Hormonen
Een hormoon is onderdeel van de klasse signalerende moleculen
die wordt geproduceerd in klieren in meercellige organismen. De
hormonen worden getransporteerd door de bloedsomloop.
Hierdoor kunnen hormonen organen die verder weg liggen
beïnvloeden. Fysiologie en gedrag worden gereguleerd door
middel van hormonen. Je kunt hormonen grofweg classificeren in
3 groepen:
1. Mono-aminen:
o Komen van een enkele aminozuren
o Voorbeeld is de groep catecholaminen
✓ Dopamine
✓ Noradrenaline
✓ Adrenaline
Catecholaminen worden afgeleid van tyrosine. Dit is een groep binnen de mono-
aminen. Daarom lijken ze ook heel erg op elkaar. Als je een aminozuur wilt omzetten in
bv. adrenaline, dan heb je enzymen nodig. Afhankelijk van welke stoffen er worden
aangemaakt, vind je bepaalde enzymen wel of niet in de cel. Een cel die dopamine
aanmaakt, heeft het enzym dat dopamine omzet in adrenaline niet nodig, maar wel het
enzym dat een aminozuur omzet in dopamine. Adrenaline staat helemaal aan het einde
van de keten dus die heeft alle enzymen nodig om adrenaline aan te kunnen maken.
2. Peptiden en proteïnen:
o Bestaan uit meerdere aminozuren die samen een klein eiwit vormen.
o Zijn vaak oplosbaar in water en bloed.
o Kunnen daarom goed worden vervoerd in bloed, maar komen minder makkelijk een cel binnen.

7

, - Hebben dus een transmembraaneiwit nodig
o Code hiervoor staat in het DNA.
- Dit wordt vervolgens vertaald naar peptiden en proteïnen.
o Voorbeelden:
✓ LH
✓ GH
✓ Insuline
✓ Oxytocine
✓ Vasopressine (ADH)
Proteïnen: Het aantal aminozuren varieert, maar is altijd een klein eiwit. Je begint met een groot eiwit =
preprohormoon dat later in stukken wordt geknipt tot kleinere eiwitten = prehormonen. Dit wordt
vervolgens omgezet in actieve hormonen en restpeptiden. Deze hormonen worden vaak opgeslagen in
blaasjes (vesicles). Zodra het hormoon wordt geactiveerd, worden ze vrijgelaten vanuit de blaasjes, zo
kunnen meerdere hormonen tegelijkertijd actief worden. Voorbeelden

• ADH
• Groeihormoon
• FSH
• TSH = thyroïde stimulerend hormoon
Hormonen kunnen ook neurotransmitters zijn zoals dopamine. Deze worden afgegeven via zenuwcellen en
hebben effect in de directe omgeving. Hormonen worden aan het bloed afgegeven en hebben op een
andere plaats effect.
3. Lipiden en steroïden:
o Cholesterol is voorloper van deze hormonen.
- Groot gedeelte hiervan haal je uit je eten
- Lichaam gebruikt dit als basismateriaal om hormonen aan te maken
o Ze zijn goed oplosbaar in vet en komen daarom makkelijk in de cel.
o Om worden vervoerd in het bloed hebben ze een carrier eiwit nodig.
o Verschillende groepen zoals glucocorticoïden (bv. cortisol)
o Voorbeelden:
✓ Cortisol
✓ DHEA
✓ Oestrogeen
✓ Testosteron
Signalering
Paracrine signaal: lokaal effect in het gebied. Autocrien is op de cel zelf effect of bij de naastgelegen cel.
Voorbeeld is het immuunsysteem of nitric oxide. Dit is een gas die zorgt voor vaatverwijding. Handig bij
arteriosclerose.
Hormoonklieren:

• Hypothalamus
• Hypofyse
• Schildklier
• Thymus
• Bijnieren
• Alvleesklier
• Baarmoeder
• Eierstokken
• Testis
Hypofyse
De posterior hypofyse maakt oxytocine en vasopressine/ADH/AVP aan. Dit is betrokken bij het
vasthouden van water en vaatconstrictie. Zenuwcellen vanuit de hypothalamus hebben uitlopers in de

8

,posterior hypofyse zitten. Worden direct afgegeven aan de bloedbaan. Hormonen worden dus in principe in
de hypothalamus aangemaakt.




De anterior hypofyse werkt met een extra tussenstap.
Hypothalamus geeft een prehormoon (releasing hormones) af
aan de bloedbaan naar de anterior hypofyse. Cellen hierin
reageren op dat stofje en gaan een ander hormoon aanmaken
dat wordt afgegeven aan de grote bloedbaan. Maken ook
meerdere hormonen aan. Anterior hypofyse zet dit om in de
hormonen. Vervolgens wordt dit afgegeven en wordt een 3e
generatie hormonen aangemaakt zoals cortisol. Wat is het nu
het voordeel van al die kleine stapjes bij de anterior hypofyse?
Je hebt hierdoor controle over het systeem op verschillende niveaus zodat er niet te veel wordt gemaakt.
Je hebt om deze reden ook niet zoveel nodig van het prehormoon nodig om voldoende hormonen in de
derde generatie te kunnen maken (zie PF college 1). Organen van de 3e generatie hebben ook invloed op
de aanmaak van de hormonen van de 1e en 2e generatie en dus hun eigen aanmaak= een negatieve
feedbackloop.
Dopamine heeft een remmend effect op de afgifte van prolactine. Als iemand dan melk afgeeft, dan heb je
een verminderde afgifte van dopamine nodig (vanwege het remmend effect). Door de lage dopamine
afgifte, geef je meer melk af = hyperprolactinemie. Hyperprolactinemie remt de secretie van GnRH van de
hypothalamus. Er wordt dus minder GnRH gemaakt. GnRH stimuleert de productie van geslachtshormonen
dus door de remming van GnRH worden er minder geslachtshormonen geproduceerd.
Bijnieren
Liggen boven op de nieren en bestaat uit de
medulla = binnenste laag en de cortex =
buitenkant. De cortex maakt cortisol aan. De
medulla maakt adrenaline en noradrenaline.
Medulla reageert op het SNS & zenuwcellen.
De cortex reageert op ACTH dat in de
hypofyse wordt aangemaakt. Dit is dus een langzamer systeem. Beide hebben ook te maken met stress.




9

, Hydrophilic/lipophobic
Hydrophilic = houdt van water, lost er makkelijk in op.
Hydrophobic = houdt niet van water, dus lost ook niet
makkelijk op in water. Als je hydrophilic bent, dan ben je
lipophobic. Lipophilic gaat samen met hydrophobic. Stoffen
die lipophilic zijn, zoals steroïden, lossen slecht op in het
bloed en hebben dus een carrier eiwit nodig om vervoerd te worden in het bloed. Dit is meestal globuline.
Ze worden wel makkelijk opgenomen in de cellen via de intracellulaire receptoren. Het omgekeerde geldt
voor hydrophilic hormonen: makkelijk vervoerd in de bloedbaan, maar komen moeilijker in de cel. Ze
hebben hiervoor een transmembraanreceptor nodig. Hebben op meerdere manieren effecten (aflezen van
genen, enzymen aanzetten etc.)
Autonoom Nervous System (ANS)
Hiermee worden de onbewuste lichaamsfuncties geregeld zoals ademhaling en
hartslag. De hypothalamus is de key brain center voor wat er nu moet gaan
gebeuren. Het ANS is opgedeeld in het SNS & PNS. Belangrijk is dat deze twee
in balans zijn. Sympathisch = snel en actief, parasympatisch = rust, ontspanning
en vertering.
SAM-as = Sympatho-Adreno-Medullary
Een zenuwvezel van het SNS geeft acetylcholine af. Dit wordt ontvangen door
de medulla van de bijnieren. De medulla gaat vervolgens adrenaline en
noradrenaline aanmaken. Het is een snel systeem dat werkt met membraan-
receptoren. Lichaam wordt klaar gemaakt voor actie. Acetylcholine werkt op de
bètareceptoren. Noradrenaline heeft een betere affiniteit met alpha receptoren.
Noradrenaline
Is dominant in de hersenen als neurotransmitter en heeft verschillende effecten:

Hersenen Lichaam
Verhoging van arousal Verhogen HR & BP
Verhoging alertheid en vigilantie Versnelde ademhaling
Formuleren en ophalen van herinneringen Meer bloed naar de spieren: vasodilatatie
Focussen van de aandacht op wat nu belangrijk is Minder bloed naar spijsvertering etc.: vasoconstrictie
Verhoging van onrustigheid Afgifte glucose
Verhoging van anxiety Kippenvel
Spijsvertering, urineproductie etc. op pauze


Je hart wordt aangestuurd door het ANS. Binnen het hart zelf heb je nog een intrinsiek systeem die het
hartritme bepaalt (sinusknoop). De zenuwen van het zenuwstelsel hebben ook invloed op dit systeem. Die
heb je echter niet meer bij een harttransplantatie. De hormonen adrenaline en noradrenaline hebben
hetzelfde effect als het zenuwstelsel, maar dan trager. Iemand kan dus na de transplantatie nog steeds
sporten. Noradrenaline en adrenaline kunnen effect hebben op zowel alpha
als bètareceptoren. Het hangt dus af van de receptor en de locatie welk
effect er plaatsvindt. Met de alpha receptoren zie je bv. dat in de bloedvaten
de spierconstrictie terwijl het ergens anders juist zorgt voor
spierontspanning. Bij actie zullen de bloedvaten in het hart gaan verwijden
zodat er meer bloed doorheen kan. De bloedvaten in je
spijsverteringsstelsel en huid zullen gaan samentrekken, want daar heb je
minder bloed nodig. In het hart zie je voornamelijk bètareceptoren.
HPA-as = Hypothalamus-Pituitary (hypofyse)-Adrenal Axis
Dit systeem werkt met een negatieve feedbackloop. Cortisol komt in je
lichaam, dit zorgt voor dat de hypothalamus en hypofyse minder hormonen
gaan aanmaken – minder cortisol.
Functies van cortisol


10

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
30 augustus 2020
Aantal pagina's
77
Geschreven in
2019/2020
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Onbekend
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$5.98
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
mandyhelmstrijd Tilburg University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
45
Lid sinds
10 jaar
Aantal volgers
34
Documenten
14
Laatst verkocht
5 maanden geleden
College aantekeningen master Medische Psychologie

4.1

9 beoordelingen

5
4
4
4
3
0
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen