Hoorcollege 1 Inleiding Sociologie
10 september 2024
Alle sociale problemen kan je bestuderen vanuit 3 thema’s: cultuur, sociale relaties en
ongelijkheid.
Eigenlijk nooit geïnteresseerd in individuen. Bemoeien zich met alles tenzij het volledig
willekeurig verdeeld is over de samenleving (soms wel hoezo dan zo verdeeld maar bijna
nooit).
Drie onderwerpen in deze cursus:
- Immigratie en integratie
- Modernisering
- Religie
Van individueel naar sociologisch perspectief → kijken naar de maatschappij en sociale
structuren. Sociale problemen kunnen wel degelijk gevolgen hebben voor het individu. Wat
er wordt besproken zijn patronen.
Geen deterministische wetenschap, maar probabilistisch: spreken nooit in zekerheden maar
in kansen.
Inzicht in verschillende perspectieven + vermogen om de structuren daarin te zien = social
imagination.
Sociologie heeft geen duidelijk afgebakende grenzen of limieten. Het is een brede discipline,
opgebouwd uit verschillende onderzoeksvelden, die een sociologische verbeeldingskracht/
benadering delen. Dit leidt ertoe dat sociologen elkaars werk begrijpen.
De hamvraag: "Bestaat de sociale werkelijkheid?” (basis principes)
- Positivisme: ziet eigenlijk geen verschil tussen bijv. de wet van de zwaartekracht en
sociologische wetten die beschrijven hoe de samenleving in elkaar zit.
- Constructivisme
- Poststructuralisme
Positivisme
Ziet eigenlijk geen verschil tussen bijv. de wet van de zwaartekracht en sociologische wetten
die beschrijven hoe de samenleving in elkaar zit. Zien sociologie als een wetenschap met
abstracte wetten.
Sociale oorzaken → menselijk handelen → sociale feiten.
Patronen zijn niet toevallig. Er zitten redenen achter. Dat zijn de sociale oorzaken waar
sociologen naar op zoek gaan.
Het identificeren van wetten en wetmatigheden door middel van een empirische benadering.
, Logisch positivisme (Vienna Circle) → verificatie: "Alleen uitspraken die empirisch kunnen
worden geverifieerd zijn betekenisvol.” "Alles afwijzen dat niet direct gebaseerd is op
empirische observatie.” Ook abstracte uitspraken zijn niet empirisch te toetsen (bijv. dit is
belangrijker dan dat), je kan het wel verder uitwerken (waar, wat) en dan kan je het wel
empirisch toetsen. Zoekt naar patronen en besluit vanuit daar of het waar is of niet.
Kritisch rationalisme (Karl Popper) → falsificatie: Je kan nooit bewijzen dat alle bijv. ‘zwanen’
wit zijn, want je kan nooit alles bestuderen. Je kan wel als je 1 zwarte zwaan ziet, bewijzen
dat niet alle zwanen wit zijn. Wetenschappelijke claims kunnen en moeten rationeel worden
bekritiseerd en moeten worden onderworpen aan empirische tests op falsificatie. Als je een
claim niet kan weerleggen, nemen we ze tijdelijk aan. Totdat je het kan falsificeren.
Dus: we kunnen kennis niet verifiëren en weten het daarom nooit zeker, waardoor het op zijn
best waarschijnlijk is. Uiteraard, hoe vaker een wet wordt bevestigd, hoe hoger de mate van
waarschijnlijkheid. Maar het is alleen tijdelijk waar, totdat het wordt gefalsificeerd.
Stel, je ziet een (negatief) verband, maar je weet nooit zeker of het een het ander
veroorzaakt, want je kan het niet “uittesten”. Wanneer het steeds vaker gezien wordt, dan
zou er een verband kunnen zijn, maar het is altijd een kans en geen zekerheid, al helemaal
voor dat het gefalsificeerd kan worden.
Constructivisme
Reactie op het positivisme (positivisme → vals bewustzijn) en het idee van de self-fulfilling
prophecy. Constructie van de werkelijkheid bepaalt ons handelen en dat bepaalt weer onze
sociale werkelijkheid. Constructie sociale werkelijkheid: veranderlijke natuur, agency,
interpretatie van de werkelijkheid, sociale relaties en sociale normen. "If men define
situations as real, they are real in their consequences”. (Vals) begrip van situatie →
daaropvolgend gedrag → situatie wordt waarheid. De menselijke reactie op een situatie is
subjectief.
Poststructuralisme
Beweert dat er geen structuren zijn die dieperliggend zijn dan het menselijk bestaan. Er
bestaat geen structuur. Geen verborgen orde, waarden en overtuigingen zijn belangrijker
dan de werkelijkheid, er zijn 8 miljard perspectieven en de wereld is vormloos,
gefragmenteerd en intertekstueel. De wereld bestaat alleen uit taal, verder geen
werkelijkheid. We kunnen dus alleen toetsen met/binnen de taal.
“Reality itself comes to be treated as if it were a text, not tied to pre-existing reality.” Dit
betekent dat: “There is no basic truth outside language and that there is no reality separate
from the way we write and talk about the world.” En dat impliceert dat: “There are no
universal human values, no overarching systems of thought like science or religion to give us
any basic understanding.”
De wereld van iemand wordt gevormd door de taal om die persoon heen. Er is geen andere
waarheid naast de manier waarop we schrijven en praten over de wereld. Je kan taal niet
empirisch testen. Er zijn, in tegenstelling tot sociologie, geen structuren in de samenleving.
10 september 2024
Alle sociale problemen kan je bestuderen vanuit 3 thema’s: cultuur, sociale relaties en
ongelijkheid.
Eigenlijk nooit geïnteresseerd in individuen. Bemoeien zich met alles tenzij het volledig
willekeurig verdeeld is over de samenleving (soms wel hoezo dan zo verdeeld maar bijna
nooit).
Drie onderwerpen in deze cursus:
- Immigratie en integratie
- Modernisering
- Religie
Van individueel naar sociologisch perspectief → kijken naar de maatschappij en sociale
structuren. Sociale problemen kunnen wel degelijk gevolgen hebben voor het individu. Wat
er wordt besproken zijn patronen.
Geen deterministische wetenschap, maar probabilistisch: spreken nooit in zekerheden maar
in kansen.
Inzicht in verschillende perspectieven + vermogen om de structuren daarin te zien = social
imagination.
Sociologie heeft geen duidelijk afgebakende grenzen of limieten. Het is een brede discipline,
opgebouwd uit verschillende onderzoeksvelden, die een sociologische verbeeldingskracht/
benadering delen. Dit leidt ertoe dat sociologen elkaars werk begrijpen.
De hamvraag: "Bestaat de sociale werkelijkheid?” (basis principes)
- Positivisme: ziet eigenlijk geen verschil tussen bijv. de wet van de zwaartekracht en
sociologische wetten die beschrijven hoe de samenleving in elkaar zit.
- Constructivisme
- Poststructuralisme
Positivisme
Ziet eigenlijk geen verschil tussen bijv. de wet van de zwaartekracht en sociologische wetten
die beschrijven hoe de samenleving in elkaar zit. Zien sociologie als een wetenschap met
abstracte wetten.
Sociale oorzaken → menselijk handelen → sociale feiten.
Patronen zijn niet toevallig. Er zitten redenen achter. Dat zijn de sociale oorzaken waar
sociologen naar op zoek gaan.
Het identificeren van wetten en wetmatigheden door middel van een empirische benadering.
, Logisch positivisme (Vienna Circle) → verificatie: "Alleen uitspraken die empirisch kunnen
worden geverifieerd zijn betekenisvol.” "Alles afwijzen dat niet direct gebaseerd is op
empirische observatie.” Ook abstracte uitspraken zijn niet empirisch te toetsen (bijv. dit is
belangrijker dan dat), je kan het wel verder uitwerken (waar, wat) en dan kan je het wel
empirisch toetsen. Zoekt naar patronen en besluit vanuit daar of het waar is of niet.
Kritisch rationalisme (Karl Popper) → falsificatie: Je kan nooit bewijzen dat alle bijv. ‘zwanen’
wit zijn, want je kan nooit alles bestuderen. Je kan wel als je 1 zwarte zwaan ziet, bewijzen
dat niet alle zwanen wit zijn. Wetenschappelijke claims kunnen en moeten rationeel worden
bekritiseerd en moeten worden onderworpen aan empirische tests op falsificatie. Als je een
claim niet kan weerleggen, nemen we ze tijdelijk aan. Totdat je het kan falsificeren.
Dus: we kunnen kennis niet verifiëren en weten het daarom nooit zeker, waardoor het op zijn
best waarschijnlijk is. Uiteraard, hoe vaker een wet wordt bevestigd, hoe hoger de mate van
waarschijnlijkheid. Maar het is alleen tijdelijk waar, totdat het wordt gefalsificeerd.
Stel, je ziet een (negatief) verband, maar je weet nooit zeker of het een het ander
veroorzaakt, want je kan het niet “uittesten”. Wanneer het steeds vaker gezien wordt, dan
zou er een verband kunnen zijn, maar het is altijd een kans en geen zekerheid, al helemaal
voor dat het gefalsificeerd kan worden.
Constructivisme
Reactie op het positivisme (positivisme → vals bewustzijn) en het idee van de self-fulfilling
prophecy. Constructie van de werkelijkheid bepaalt ons handelen en dat bepaalt weer onze
sociale werkelijkheid. Constructie sociale werkelijkheid: veranderlijke natuur, agency,
interpretatie van de werkelijkheid, sociale relaties en sociale normen. "If men define
situations as real, they are real in their consequences”. (Vals) begrip van situatie →
daaropvolgend gedrag → situatie wordt waarheid. De menselijke reactie op een situatie is
subjectief.
Poststructuralisme
Beweert dat er geen structuren zijn die dieperliggend zijn dan het menselijk bestaan. Er
bestaat geen structuur. Geen verborgen orde, waarden en overtuigingen zijn belangrijker
dan de werkelijkheid, er zijn 8 miljard perspectieven en de wereld is vormloos,
gefragmenteerd en intertekstueel. De wereld bestaat alleen uit taal, verder geen
werkelijkheid. We kunnen dus alleen toetsen met/binnen de taal.
“Reality itself comes to be treated as if it were a text, not tied to pre-existing reality.” Dit
betekent dat: “There is no basic truth outside language and that there is no reality separate
from the way we write and talk about the world.” En dat impliceert dat: “There are no
universal human values, no overarching systems of thought like science or religion to give us
any basic understanding.”
De wereld van iemand wordt gevormd door de taal om die persoon heen. Er is geen andere
waarheid naast de manier waarop we schrijven en praten over de wereld. Je kan taal niet
empirisch testen. Er zijn, in tegenstelling tot sociologie, geen structuren in de samenleving.