METHODIEK
Periode 3
Les 1 - Voorbereiding
Literatuur: online document en Spierts, M., Sprinkhuizen, A.; Scholte, M., Hoijtink, M., & Doorn,
van L. (red) (2017) De brede basis van het sociaal werk, grondslagen, methoden en
praktijken. Bussum: Coutinho
Hoofdstuk 7 paragraaf 1
- Inleiding: werken met mensen die (langdurig) in armoede leven
Hoofdstuk 7 paragraaf 2 bladzijdes 157 t/m 160
- Wat is armoede?
Samenvatting
Verschillende vormen en oorzaken van geldproblemen.
Armoede en schulden.
Problematische schulden: Wanneer mensen niet in staat zijn om de schulden binnen 36
maanden terug te betalen.
Verklaringen voor armoede:
1. Conjunctureel
2. Structureel
3. Demografisch
4. Institutioneel
5. Individueel
Conjuncturele verklaring
In de conjuncturele verklaring wordt armoede benaderd vanuit een economisch oogpunt.
Fluctueert de economie in positieve of negatieve zin, dan zal dat invloed hebben op de
armoedecijfers. Dit is dan bijvoorbeeld te zien aan de werkloosheidcijfers en de
welvaartsontwikkeling.
Structurele verklaring
De structurele verklaring gaat over de maatschappelijke veranderingen op de lange termijn. Denk
bijvoorbeeld aan sociale ongelijkheid die diep in de samenleving geworteld zit en zo haar sporen
nalaat, bijvoorbeeld als het gaat om de welvaartspositie van burgers. Het gaat hierbij ook om
sociale trends zoals discriminatie en polarisatie op de arbeidsmarkt, en om economische trends
zoals technologische ontwikkelingen of globalisering die zorgen voor automatisering of
loonongelijkheid.
Demografische verklaring
In de demografische verklaring is de aandacht specifiek gericht op de bevolkingssamenstelling en
de effecten daarvan. Gebieden waar bijvoorbeeld veel mensen wonen met een laag inkomen, veel
mensen met een migratieachtergrond en/of veel eenoudergezinnen, kunnen meer kwetsbaar zijn
voor armoede.
Culturele verklaring
In de culturele verklaring wordt de oorzaak van armoede meer gezocht in waarden en normen die
onder bepaalde groepen heersen. Zo stelt de klassieke culture of poverty-theorie dat onder meer
genderrollen, werkattitudes en gezinsorganisatie intergenerationeel worden overgedragen.
Hetzelfde geldt voor heersende ideeën over bijvoorbeeld uitkeringsafhankelijkheid.
Structurele problemen zoals school drop-outs, tienerzwangerschappen en alleenstaand
ouderschap worden min of meer van ouder op kind overgedragen, en zorgen dat armoede in
stand blijft.
, Deze onderlinge (onbewuste) beïnvloeding heeft onder meer een gering sociaal netwerk en
geringe kapitaaloverdracht tot gevolg. Dit wordt in deze theorie aangeduid als ‘lagere culturele
verklaringen’. Dit zou dan, volgens de culture of poverty, een directe weerspiegeling zijn van
gebrek aan sociale binding of netwerken en isolement van de grootstedelijke arbeidersklasse die
(voorheen) in de industrie werkt(e). Dit hangt dan weer nauw samen met de demografische
verklaring van armoede.
Institutionele verklaring (instant houdend)
De institutionele verklaring heeft als uitgangspunt dat wetten en regels van instituties, zoals de
overheid, armoede in de hand werken. Volgens de institutionele verklaring hebben beleidsmakers
tamelijk weinig invloed op de werking van deze wet- en regelgeving. De ontwikkeling hiervan zou
gestuurd worden door besluiten die ooit (vanuit hogere hand, zoals het management bijvoorbeeld)
genomen zijn en dusdanig verankerd liggen in het systeem dat deze een ‘eigen leven’ leiden.
Individuele verklaring
In de individuele verklaring ligt het accent op het individu en diens beperkte persoonlijke
hulpbronnen. Dit zou verschillende consequenties hebben, zoals minder verstandig
(consumptie)gedrag, die bijdragen aan armoedeproblemen. Verder zouden deze problemen
samenhangen met slechte(re) gezondheid, minder zelfvertrouwen, een klein sociaal netwerk en
een gering cultureel kapitaal. Volgens deze individualistische benadering zijn mensen die in
armoede leven niet of nauwelijks in staat probleemoplossend te denken en daarnaar te handelen.
Zij hebben namelijk zoveel stress dat hun prefrontale cortex niet meer goed werkt. Er is
simpelweg minder mentale ruimte voor acties en oplossingen. Dit gaat over de theorie van de
schaarste, waaruit het verminderd probleemoplossend vermogen van mensen die in armoede
leven wordt verklaard.
Machtsverschillen
Armoede is daarnaast te verklaren op basis van machtsverschillen. Deze theorie stelt dat
armoede samenhangt met de macht die dominante groepen uitoefenen over andere groepen,
zoals de mogelijkheid om mensen uit de lage(re) klassen te gebruiken om zelf geld te verdienen.
De dominante groep zou dan in bezit zijn van productiemiddelen en daar (totale) controle over
hebben. Dit leidt tot een monopolypositie voor de dominante groep. Deze theorie is sterk
gebaseerd op de klassieke ‘machtsbronnentheorie’. Beleid kan een oplossing bieden voor deze
structurele ongelijkheid, waarbij de macht herverdeeld zou moeten worden over verschillende
klassen.
Periode 3
Les 1 - Voorbereiding
Literatuur: online document en Spierts, M., Sprinkhuizen, A.; Scholte, M., Hoijtink, M., & Doorn,
van L. (red) (2017) De brede basis van het sociaal werk, grondslagen, methoden en
praktijken. Bussum: Coutinho
Hoofdstuk 7 paragraaf 1
- Inleiding: werken met mensen die (langdurig) in armoede leven
Hoofdstuk 7 paragraaf 2 bladzijdes 157 t/m 160
- Wat is armoede?
Samenvatting
Verschillende vormen en oorzaken van geldproblemen.
Armoede en schulden.
Problematische schulden: Wanneer mensen niet in staat zijn om de schulden binnen 36
maanden terug te betalen.
Verklaringen voor armoede:
1. Conjunctureel
2. Structureel
3. Demografisch
4. Institutioneel
5. Individueel
Conjuncturele verklaring
In de conjuncturele verklaring wordt armoede benaderd vanuit een economisch oogpunt.
Fluctueert de economie in positieve of negatieve zin, dan zal dat invloed hebben op de
armoedecijfers. Dit is dan bijvoorbeeld te zien aan de werkloosheidcijfers en de
welvaartsontwikkeling.
Structurele verklaring
De structurele verklaring gaat over de maatschappelijke veranderingen op de lange termijn. Denk
bijvoorbeeld aan sociale ongelijkheid die diep in de samenleving geworteld zit en zo haar sporen
nalaat, bijvoorbeeld als het gaat om de welvaartspositie van burgers. Het gaat hierbij ook om
sociale trends zoals discriminatie en polarisatie op de arbeidsmarkt, en om economische trends
zoals technologische ontwikkelingen of globalisering die zorgen voor automatisering of
loonongelijkheid.
Demografische verklaring
In de demografische verklaring is de aandacht specifiek gericht op de bevolkingssamenstelling en
de effecten daarvan. Gebieden waar bijvoorbeeld veel mensen wonen met een laag inkomen, veel
mensen met een migratieachtergrond en/of veel eenoudergezinnen, kunnen meer kwetsbaar zijn
voor armoede.
Culturele verklaring
In de culturele verklaring wordt de oorzaak van armoede meer gezocht in waarden en normen die
onder bepaalde groepen heersen. Zo stelt de klassieke culture of poverty-theorie dat onder meer
genderrollen, werkattitudes en gezinsorganisatie intergenerationeel worden overgedragen.
Hetzelfde geldt voor heersende ideeën over bijvoorbeeld uitkeringsafhankelijkheid.
Structurele problemen zoals school drop-outs, tienerzwangerschappen en alleenstaand
ouderschap worden min of meer van ouder op kind overgedragen, en zorgen dat armoede in
stand blijft.
, Deze onderlinge (onbewuste) beïnvloeding heeft onder meer een gering sociaal netwerk en
geringe kapitaaloverdracht tot gevolg. Dit wordt in deze theorie aangeduid als ‘lagere culturele
verklaringen’. Dit zou dan, volgens de culture of poverty, een directe weerspiegeling zijn van
gebrek aan sociale binding of netwerken en isolement van de grootstedelijke arbeidersklasse die
(voorheen) in de industrie werkt(e). Dit hangt dan weer nauw samen met de demografische
verklaring van armoede.
Institutionele verklaring (instant houdend)
De institutionele verklaring heeft als uitgangspunt dat wetten en regels van instituties, zoals de
overheid, armoede in de hand werken. Volgens de institutionele verklaring hebben beleidsmakers
tamelijk weinig invloed op de werking van deze wet- en regelgeving. De ontwikkeling hiervan zou
gestuurd worden door besluiten die ooit (vanuit hogere hand, zoals het management bijvoorbeeld)
genomen zijn en dusdanig verankerd liggen in het systeem dat deze een ‘eigen leven’ leiden.
Individuele verklaring
In de individuele verklaring ligt het accent op het individu en diens beperkte persoonlijke
hulpbronnen. Dit zou verschillende consequenties hebben, zoals minder verstandig
(consumptie)gedrag, die bijdragen aan armoedeproblemen. Verder zouden deze problemen
samenhangen met slechte(re) gezondheid, minder zelfvertrouwen, een klein sociaal netwerk en
een gering cultureel kapitaal. Volgens deze individualistische benadering zijn mensen die in
armoede leven niet of nauwelijks in staat probleemoplossend te denken en daarnaar te handelen.
Zij hebben namelijk zoveel stress dat hun prefrontale cortex niet meer goed werkt. Er is
simpelweg minder mentale ruimte voor acties en oplossingen. Dit gaat over de theorie van de
schaarste, waaruit het verminderd probleemoplossend vermogen van mensen die in armoede
leven wordt verklaard.
Machtsverschillen
Armoede is daarnaast te verklaren op basis van machtsverschillen. Deze theorie stelt dat
armoede samenhangt met de macht die dominante groepen uitoefenen over andere groepen,
zoals de mogelijkheid om mensen uit de lage(re) klassen te gebruiken om zelf geld te verdienen.
De dominante groep zou dan in bezit zijn van productiemiddelen en daar (totale) controle over
hebben. Dit leidt tot een monopolypositie voor de dominante groep. Deze theorie is sterk
gebaseerd op de klassieke ‘machtsbronnentheorie’. Beleid kan een oplossing bieden voor deze
structurele ongelijkheid, waarbij de macht herverdeeld zou moeten worden over verschillende
klassen.