Endterm bestuursrecht
Hoorcollege week 6
Het dilemma van bestuurlijke besluitvorming
- Hardheid van de wet > Beslissingsruimte: hierdoor wordt de wet minder
hard gemaakt > Willekeur: dit brengt het gevaar van willekeur met zich
mee. Het bestuursorgaan heeft alle mogelijkheden om in
overeenstemming met de wet te handelen > Algemene beginselen van
behoorlijk bestuur: door de beginselen op te nemen in de wet krijgt het
beginsel meer hardheid >
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur: zelfs als de wet jou ruimte biedt,
moet je handelen binnen de grenzen van een behoorlijk bestuur
- Primair ontwikkeld als rechterlijk tegenwicht tegen beslissingsruimte van
het bestuursorgaan. Dit schoot tekort, omdat er veel gedaan kon worden
binnen de grenzen van de wet. Wel moeten ze zich aan algemeen
aanvaarde principes houden
- Rechtmatigheidsnormen (‘behoorlijk bestuur’), geen fatsoensnormen
- Behoorlijkheidsnormen (toetsingsmaatstaf ombudsman):
rechtmatigheidsnormen én fatsoensnormen
- Hoe ‘hard’ zijn beginselen ten opzichte van rechtsregels?
o Deels gecodificeerd in Awb, deels (nog) niet gecodificeerd
o Deels vertaald in meer specifieke rechtsregels (bv. 4:7/4:8 Awb als
uitwerking van 3:2 Awb)
- Dienstbaarheidsbeginsel: “Het bestuursorgaan stelt zich bij het uitoefenen
van zijn taak dienstbaar op.” (art. 2:4a Awb)
Algemeen: aspecten van besluitvorming:
- Voorbereiding van besluiten
o Zorgvuldig feitenonderzoek (3:2 Awb)
o Horen (4:7 e.v.)
o Behandelen van aanvragen (4:1 - 4:6): wanneer is het de moeite om
een aanvraag in behandeling te nemen?
o Beslistermijn (4:13 e.v.)
- Inhoud van besluiten (een aantal beginselen is gecodificeerd, en een
aantal niet)
o Verbod van misbruik van bevoegdheid: détournement de pouvoir
(3:3)
o Plicht tot belangenafweging (3:4 lid 1)
o Gelijkheidsbeginsel (vgl. Didam-arrest)
o Consistentiebeginsel (beleidsmatig): de overheid moet consistent
handelen
o Evenredigheidsbeginsel (3:4 lid 2)
o Deugdelijke motivering (3:46)
o Vertrouwensbeginsel: wanneer er sprake is van gerechtvaardigd
vertrouwen en indien de belangen zich niet ten principale verzetten
tegen het honoreren van dit vertrouwen
, o Materiële rechtszekerheid: rechtsbescherming nadat het besluit tot
stand is gekomen
- Inrichting van besluiten
o Formele rechtszekerheid: je moet het duidelijk opschrijven
o Vermelding van rechtsmiddelen (3:45): iemand kan hier iets tegen
ondernemen
o Kenbare motivering (3:47)
- Kennisgeving van besluiten
o Bekendmaking en mededeling (3:41 e.v.): communiceren aan
degene voor wie het van belang is
Beginselen:
- Formele beginselen: zeggen iets over de wijze waarop een besluit tot stand
moet worden gebracht
- Materiële beginselen: zeggen iets over de inhoud van een besluit
Zorgvuldigheidsbeginsel
Formeel zorgvuldigheidsbeginsel
- Artikel 3:2 Awb
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de
nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.
Het proces van besluitvorming moet zorgvuldig zijn
De schakelbepaling van artikel 3:1 Awb bepaalt dat:
- In beginsel van toepassing op algemeen verbindende voorschriften
- In beginsel ook van toepassing op andere bestuurshandelingen
Afdeling 3.4 – Uniforme openbare voorbereidingsprocedure
- Concretiseert het begrip ‘zorgvuldige voorbereiding’
Een andere vorm van concretisering is de hoorplicht (hoofdstuk 4 van de awb)
- Geldt alleen als het gaat om het geven van een beschikking
- Bij een afwijzing wil je gehoord worden. De hoorplicht geldt voor die
beslissing waar het er toe doet
Vertrouwensbeginsel
- Als een bestuursorgaan de indrukt wekt dat het een specifieke beslissing
gaat nemen, mag de burger erop vertrouwen dat dit gebeurt en mag het
bestuursorgaan hieraan houden
Dakterras Amsterdam: hoe moet het vertrouwensbeginsel beoordeeld worden?
- De juridische kwalificatie van de uitlating en/of gedraging waarop de
betrokkene zich beroept? Handeling waarmee het vertrouwen is gewekt.
o Betrokkende te goeder trouw?
o Welbewuste standpuntbepaling doorgaans in een schriftelijk stuk
o Deskundigheid van betrokkene
o Toegesneden op concrete situatie
, - Kan die toezegging worden toegerekend aan het bevoegde
bestuursorgaan? Kan die handeling worden toegewezen aan het
bestuursorgaan
o Onderdelen van een orgaan
- Wat is de betekenis van het gewekte vertrouwen bij de uitoefening van de
betreffende bevoegdheid?
o Belangenafweging
Strijd met de wet
Algemeen belang
Belangen van derden
Eventueel verplichting tot vergoeding van schade die er
zonder het vertrouwen niet geweest zou zijn
Evenredigheidsbeginsel
- Artikel 3:4 Awb
1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken
belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard
van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.
2. De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een
besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het
besluit te dienen doelen.
o Lid 1: plicht tot belangenafweging als uitwerking van
specialiteitsbeginsel en verbod van willekeur
o Lid 2: naast evenredigheid ook verbod van willekeur en materiële
zorgvuldigheid
Evenredigheid bij discretionaire bevoegdheid (deelbeginselen van
evenredigheid):
1. Is het besluit geschikt om het doel te bereiken?
2. Is het besluit noodzakelijk om het doel te bereiken? Is een keuze
mogelijk tussen meer geschikte maatregelen, dan moet op basis van
deze toets die maatregel worden gekozen die de belanghebbenden het
minst belast.
3. Is de maatregel evenwichtig (evenredigheid stricto sensu)? Is de op
zichzelf geschikte en noodzakelijke maatregel in de gegeven
omstandigheden niet onredelijk bezwarend voor de belanghebbende?
Motiveringsbeginsel
Niet van toepassing op AVV’s
‘Materiële’ motiveringsbeginsel:
- Artikel 3:46 Awb: ‘Een besluit dient te berusten op een deugdelijke
motivering.’
o NB: interactie met andere beginselen (bv. gelijkheidsbeginsel)
Er wordt gekeken naar de inhoud van het beginsel
Formele motiveringsbeginsel
- Artikel 3:47 Awb: ‘De motivering wordt vermeld bij de bekendmaking van
het besluit.’
Hoorcollege week 6
Het dilemma van bestuurlijke besluitvorming
- Hardheid van de wet > Beslissingsruimte: hierdoor wordt de wet minder
hard gemaakt > Willekeur: dit brengt het gevaar van willekeur met zich
mee. Het bestuursorgaan heeft alle mogelijkheden om in
overeenstemming met de wet te handelen > Algemene beginselen van
behoorlijk bestuur: door de beginselen op te nemen in de wet krijgt het
beginsel meer hardheid >
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur: zelfs als de wet jou ruimte biedt,
moet je handelen binnen de grenzen van een behoorlijk bestuur
- Primair ontwikkeld als rechterlijk tegenwicht tegen beslissingsruimte van
het bestuursorgaan. Dit schoot tekort, omdat er veel gedaan kon worden
binnen de grenzen van de wet. Wel moeten ze zich aan algemeen
aanvaarde principes houden
- Rechtmatigheidsnormen (‘behoorlijk bestuur’), geen fatsoensnormen
- Behoorlijkheidsnormen (toetsingsmaatstaf ombudsman):
rechtmatigheidsnormen én fatsoensnormen
- Hoe ‘hard’ zijn beginselen ten opzichte van rechtsregels?
o Deels gecodificeerd in Awb, deels (nog) niet gecodificeerd
o Deels vertaald in meer specifieke rechtsregels (bv. 4:7/4:8 Awb als
uitwerking van 3:2 Awb)
- Dienstbaarheidsbeginsel: “Het bestuursorgaan stelt zich bij het uitoefenen
van zijn taak dienstbaar op.” (art. 2:4a Awb)
Algemeen: aspecten van besluitvorming:
- Voorbereiding van besluiten
o Zorgvuldig feitenonderzoek (3:2 Awb)
o Horen (4:7 e.v.)
o Behandelen van aanvragen (4:1 - 4:6): wanneer is het de moeite om
een aanvraag in behandeling te nemen?
o Beslistermijn (4:13 e.v.)
- Inhoud van besluiten (een aantal beginselen is gecodificeerd, en een
aantal niet)
o Verbod van misbruik van bevoegdheid: détournement de pouvoir
(3:3)
o Plicht tot belangenafweging (3:4 lid 1)
o Gelijkheidsbeginsel (vgl. Didam-arrest)
o Consistentiebeginsel (beleidsmatig): de overheid moet consistent
handelen
o Evenredigheidsbeginsel (3:4 lid 2)
o Deugdelijke motivering (3:46)
o Vertrouwensbeginsel: wanneer er sprake is van gerechtvaardigd
vertrouwen en indien de belangen zich niet ten principale verzetten
tegen het honoreren van dit vertrouwen
, o Materiële rechtszekerheid: rechtsbescherming nadat het besluit tot
stand is gekomen
- Inrichting van besluiten
o Formele rechtszekerheid: je moet het duidelijk opschrijven
o Vermelding van rechtsmiddelen (3:45): iemand kan hier iets tegen
ondernemen
o Kenbare motivering (3:47)
- Kennisgeving van besluiten
o Bekendmaking en mededeling (3:41 e.v.): communiceren aan
degene voor wie het van belang is
Beginselen:
- Formele beginselen: zeggen iets over de wijze waarop een besluit tot stand
moet worden gebracht
- Materiële beginselen: zeggen iets over de inhoud van een besluit
Zorgvuldigheidsbeginsel
Formeel zorgvuldigheidsbeginsel
- Artikel 3:2 Awb
Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de
nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.
Het proces van besluitvorming moet zorgvuldig zijn
De schakelbepaling van artikel 3:1 Awb bepaalt dat:
- In beginsel van toepassing op algemeen verbindende voorschriften
- In beginsel ook van toepassing op andere bestuurshandelingen
Afdeling 3.4 – Uniforme openbare voorbereidingsprocedure
- Concretiseert het begrip ‘zorgvuldige voorbereiding’
Een andere vorm van concretisering is de hoorplicht (hoofdstuk 4 van de awb)
- Geldt alleen als het gaat om het geven van een beschikking
- Bij een afwijzing wil je gehoord worden. De hoorplicht geldt voor die
beslissing waar het er toe doet
Vertrouwensbeginsel
- Als een bestuursorgaan de indrukt wekt dat het een specifieke beslissing
gaat nemen, mag de burger erop vertrouwen dat dit gebeurt en mag het
bestuursorgaan hieraan houden
Dakterras Amsterdam: hoe moet het vertrouwensbeginsel beoordeeld worden?
- De juridische kwalificatie van de uitlating en/of gedraging waarop de
betrokkene zich beroept? Handeling waarmee het vertrouwen is gewekt.
o Betrokkende te goeder trouw?
o Welbewuste standpuntbepaling doorgaans in een schriftelijk stuk
o Deskundigheid van betrokkene
o Toegesneden op concrete situatie
, - Kan die toezegging worden toegerekend aan het bevoegde
bestuursorgaan? Kan die handeling worden toegewezen aan het
bestuursorgaan
o Onderdelen van een orgaan
- Wat is de betekenis van het gewekte vertrouwen bij de uitoefening van de
betreffende bevoegdheid?
o Belangenafweging
Strijd met de wet
Algemeen belang
Belangen van derden
Eventueel verplichting tot vergoeding van schade die er
zonder het vertrouwen niet geweest zou zijn
Evenredigheidsbeginsel
- Artikel 3:4 Awb
1. Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken
belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard
van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.
2. De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een
besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het
besluit te dienen doelen.
o Lid 1: plicht tot belangenafweging als uitwerking van
specialiteitsbeginsel en verbod van willekeur
o Lid 2: naast evenredigheid ook verbod van willekeur en materiële
zorgvuldigheid
Evenredigheid bij discretionaire bevoegdheid (deelbeginselen van
evenredigheid):
1. Is het besluit geschikt om het doel te bereiken?
2. Is het besluit noodzakelijk om het doel te bereiken? Is een keuze
mogelijk tussen meer geschikte maatregelen, dan moet op basis van
deze toets die maatregel worden gekozen die de belanghebbenden het
minst belast.
3. Is de maatregel evenwichtig (evenredigheid stricto sensu)? Is de op
zichzelf geschikte en noodzakelijke maatregel in de gegeven
omstandigheden niet onredelijk bezwarend voor de belanghebbende?
Motiveringsbeginsel
Niet van toepassing op AVV’s
‘Materiële’ motiveringsbeginsel:
- Artikel 3:46 Awb: ‘Een besluit dient te berusten op een deugdelijke
motivering.’
o NB: interactie met andere beginselen (bv. gelijkheidsbeginsel)
Er wordt gekeken naar de inhoud van het beginsel
Formele motiveringsbeginsel
- Artikel 3:47 Awb: ‘De motivering wordt vermeld bij de bekendmaking van
het besluit.’