anatomie
Practicum 1 zelfstudievragen
1.
Beschrijf welke delen van het cardiovasculaire systeem een
erytrocyt (rode bloedcel) passeert als deze de kortste weg
aflegt vanaf de vena jugularis interna sinistra (linker deel van
de hals) naar de ventrale zijde van het linker bovenbeen
(a.femoralis sinistra) door de onderstaande termen met
nummers in de juiste volgorde te zetten.
1. a. femoralis sinistra
2. a. iliaca communis sinistra
3. a. iliaca externa sinistra
4. aa. pulmonales
5. aorta ascendens
6. aorta descendens
7. arcus aortae
8. atrium dextrum
9. atrium sinistrum
10. longen (capilairbed)
11. truncus pulmonalis
12. v, jugularis interna sinistra
13. v. brachiocephalica sinistra
14. v. cava superior
15. ventriculus dexter
16. ventriculus sinister
17. vv. pulmonales
,2.
Hieronder volgt een duidelijke beantwoording van de vragen over
het portale veneuze systeem, met identificatie van alle betrokken
organen en bloedvaten.
1. Van welke organen wordt het veneuze bloed afgevoerd via het
portale veneuze systeem?
Het portale veneuze systeem voert bloed af van de volgende
organen in het maagdarmkanaal en bijbehorende organen:
• Maag (gaster)
• Dunne darm (jejunum en ileum)
• Dikke darm (colon en rectum)
• Pancreas
• Milt (splen)
• Galblaas en galwegen
Deze organen dragen bij aan de spijsvertering of zijn betrokken bij
de verwerking van stoffen die via de darm worden opgenomen.
2. Naar welk orgaan draineert het bloed in het portale veneuze
systeem voordat het naar het hart vervoerd wordt?
Het bloed uit deze organen draineert eerst naar de:
• Lever (hepar)
De lever functioneert als een filterstation waar nutriënten, toxines
en andere stoffen uit het bloed worden verwerkt voordat het
bloed terugkeert naar de systemische circulatie.
3. Via welk bloedvat bereikt het bloed het orgaan bedoeld in
vraag 2?
Het bloed bereikt de lever via de:
• Vena portae hepatis (poortader)
De vena portae hepatis ontvangt bloed van meerdere grote venen,
waaronder:
• Vena mesenterica superior
, • Vena mesenterica inferior
• Vena splenica (lienalis)
• Vena gastrica sinistra en dextra
• Vena cystica (soms)
4. Naar welk bloedvat draineert het bloed vanuit het orgaan
bedoeld in vraag 2 om in het hart terecht te komen?
Vanuit de lever stroomt het bloed via de:
• Venae hepaticae (levervenen)
Deze monden uit in de:
• Vena cava inferior
De vena cava inferior voert het bloed vervolgens naar het:
• Rechter atrium van het hart (atrium dextrum)
Samenvattend overzicht – geïdentificeerde organen en bloedvaten:
Organen:
• Maag
• Dunne darm
• Dikke darm
• Pancreas
• Milt
• Galblaas en galwegen
• Lever
• Hart (rechter atrium)
Bloedvaten:
• Vena portae hepatis
• Vena mesenterica superior
• Vena mesenterica inferior
• Vena splenica
• Vena gastrica sinistra/dextra
• Venae hepaticae
, • Vena cava inferior
3.
Het intra-embryonaal coeloom is een embryonale lichaamsholte die
ontstaat tijdens de vroege ontwikkeling van het embryo. Deze
holte speelt een centrale rol bij de vorming van de drie
definitieve lichaamsholten in de volwassene.
Het intra-embryonaal coeloom differentieert zich in drie
hoofdcompartimenten:
1. Pericardiale holte
2. Pleuropericardiale kanalen / holtes
3. Peritoneale holte
1. Pericardiale holte
• Ligging: Aanvankelijk vooraan in het embryo, craniaal
van het hartaanleggebied.
• Bijdrage:
→ Wordt de pericardholte waarin het hart zich ontwikkelt.
→ Later volledig omsloten door het pericardium.
2. Pleuropericardiale holtes (ook wel pleuropericardiale
kanalen genoemd)
• Ligging: Aan beide zijden van het hart, tussen
pericardium en lichaamswand.
• Bijdrage:
→ Worden de pleuraholten waarin de longen zich ontwikkelen.
→ Gescheiden van de pericardiale holte door pleuropericardiale
membranen.
3. Peritoneale holte
• Ligging: Aanvankelijk in caudale deel van het embryo,
verbonden met het extra-embryonaal coeloom.