Hoorcollege 4 Biomedische Kennis
Kinderverpleegkunde: 4.3, 8.3 en 8.6
Schutte: 11.5, 11.6, 11.10, 17.2, 17.3, 17.5 en 17.8
Acute diarree – vaak sprake van een virale ontsteking van het maag-darmslijmvlies – gaat
vanzelf over maar soms opname i.v.m. uitdroging
! Vochtverlies door braken + diarree kan zo oplopen dat het evenwicht niet meer
gehandhaafd kan worden door het kind
Symptomen dehydratie
- <3%: GEEN klinische verschijnselen (behalve dorst)
- 3-8%: droge slijmvliezen, diepliggende ogen, huilen zonder tranen, verminderde
turgor en sufheid of prikkelbaarheid
- >8%: vertraagd capillaire refill, tachycardie en shock
Behandeling: voldoende vocht geven, verlies vocht compenseren elektrolyten en zuur-
basenevenwicht
Bekende verwekkers: noro- en rotavirus
Salmonella en Shigella-infecties acute gastro-enteritis + rectaal bloedverlies
Chronische diarree = >2-3 wkn frequent (>3x p/dag) dunne ontlasting (1x p/w voor 2 mnd)
Anamnese: aspect ontlasting, bloed en/of slijm bijzit, zure lucht en winderigheid
Verschijnselen
- Buikpijn
- Verminderde eetlust
- Afbuigende groei
Peuterdiarree – voeding!
Kenmerkend: GEEN groeiafbuiging en ’s nachts GEEN diarree
Kan beginnen na een gastro-enteritis en aanhouden zolang de voeding nog vet- en vezelarm
blijft verbetering met de 4 V’s
Chronische darminfectie – vaak parasiet als verwekker: Giardia lamblia – feco-orale route
- Forse buikklachten
- Opgezette buik
- Volumineuze, stinkende diarree
Chronische diarree bij coeliakie: door een verstoorde opname van voedingsstoffen
(malabsorptie) door vlokatrofie van de dunne darm.
= immunologische aandoening door een permanente overgevoeligheid voor GLUTEN
Blootstelling van de dunne darmslijmvlies van coeliakiepatiënten aan gluten leidt tot een
ontstekingsreactie in de dunne darm – epitheelcellen raken beschadigd en worden
afgestoten – vlokken korter en breder of verdwijnen = vlokatrofie
Kleiner oppervlak in de darm beschikbaar voor de opname van voedingsstoffen!
Komt frequent voor (1/1000 kinderen) = erfelijke aanleg + Down en Turner
Presentatie: jong kind dat na de start met graanproducten in de groei gaat AFBUIGEN,
chronische diarree en een bolle buik heeft (60% van de gevallen)
OF: moeheid, ijzergebreksanemie of achterblijvende groei
Verhoogde kans op DM en een auto-immuun ontsteking van de schildklier
Diagnose: biopt dunne darm + controle biopt na staken van gluteninname
Behandeling: mijden van gluten goede begeleiding is heel belangrijk!
Bij een probleem in de verwerking blijven er koolhydraten in de darm achter die vergist
worden in de dikke darm en daar aanleiding geven tot het ontstaan van zure ontlasting en
veel lucht buikpijn, opgezette buik en winderigheid
Om koolhydraten op te kunnen nemen moeten er eerst monosachariden van gemaakt
worden door verschillende enzymen in de darmwand. Bij een DEFECT in de
Kinderverpleegkunde: 4.3, 8.3 en 8.6
Schutte: 11.5, 11.6, 11.10, 17.2, 17.3, 17.5 en 17.8
Acute diarree – vaak sprake van een virale ontsteking van het maag-darmslijmvlies – gaat
vanzelf over maar soms opname i.v.m. uitdroging
! Vochtverlies door braken + diarree kan zo oplopen dat het evenwicht niet meer
gehandhaafd kan worden door het kind
Symptomen dehydratie
- <3%: GEEN klinische verschijnselen (behalve dorst)
- 3-8%: droge slijmvliezen, diepliggende ogen, huilen zonder tranen, verminderde
turgor en sufheid of prikkelbaarheid
- >8%: vertraagd capillaire refill, tachycardie en shock
Behandeling: voldoende vocht geven, verlies vocht compenseren elektrolyten en zuur-
basenevenwicht
Bekende verwekkers: noro- en rotavirus
Salmonella en Shigella-infecties acute gastro-enteritis + rectaal bloedverlies
Chronische diarree = >2-3 wkn frequent (>3x p/dag) dunne ontlasting (1x p/w voor 2 mnd)
Anamnese: aspect ontlasting, bloed en/of slijm bijzit, zure lucht en winderigheid
Verschijnselen
- Buikpijn
- Verminderde eetlust
- Afbuigende groei
Peuterdiarree – voeding!
Kenmerkend: GEEN groeiafbuiging en ’s nachts GEEN diarree
Kan beginnen na een gastro-enteritis en aanhouden zolang de voeding nog vet- en vezelarm
blijft verbetering met de 4 V’s
Chronische darminfectie – vaak parasiet als verwekker: Giardia lamblia – feco-orale route
- Forse buikklachten
- Opgezette buik
- Volumineuze, stinkende diarree
Chronische diarree bij coeliakie: door een verstoorde opname van voedingsstoffen
(malabsorptie) door vlokatrofie van de dunne darm.
= immunologische aandoening door een permanente overgevoeligheid voor GLUTEN
Blootstelling van de dunne darmslijmvlies van coeliakiepatiënten aan gluten leidt tot een
ontstekingsreactie in de dunne darm – epitheelcellen raken beschadigd en worden
afgestoten – vlokken korter en breder of verdwijnen = vlokatrofie
Kleiner oppervlak in de darm beschikbaar voor de opname van voedingsstoffen!
Komt frequent voor (1/1000 kinderen) = erfelijke aanleg + Down en Turner
Presentatie: jong kind dat na de start met graanproducten in de groei gaat AFBUIGEN,
chronische diarree en een bolle buik heeft (60% van de gevallen)
OF: moeheid, ijzergebreksanemie of achterblijvende groei
Verhoogde kans op DM en een auto-immuun ontsteking van de schildklier
Diagnose: biopt dunne darm + controle biopt na staken van gluteninname
Behandeling: mijden van gluten goede begeleiding is heel belangrijk!
Bij een probleem in de verwerking blijven er koolhydraten in de darm achter die vergist
worden in de dikke darm en daar aanleiding geven tot het ontstaan van zure ontlasting en
veel lucht buikpijn, opgezette buik en winderigheid
Om koolhydraten op te kunnen nemen moeten er eerst monosachariden van gemaakt
worden door verschillende enzymen in de darmwand. Bij een DEFECT in de