Methodisch werken: een vaste werkwijze aanhouden bij je begeleiding en ondersteuning.
Methode: een vaste en doordachte manier van handelen om een bepaald doel te bereiken.
Methodiek: Een samenhangende set methoden.
Methodologie: De theorie en principes achter de methode of de methodiek.
Procesmatig handelen: Hierbij sluit iedere stap aan op de volgende stap.
Cyclisch werken:
1. Informatie verzamelen over de beginsituatie.
2. Vaststellen van wensen, behoeften en problemen, ondersteuningsvraag
beschrijven.
3. Doelen formuleren.
4. Plannen maken en uitvoeren
5. Evalueren en zo nodig doelen bijstellen.
2. Beginsituatie vaststellen
Integrale vraaganalyse: Er wordt samen gezocht naar de ondersteuningsvraag door eerst
alle benodigde gegevens duidelijk te krijgen.
Balansmodel: De geïnventariseerde draagkracht en draaglast van een cliënt.
Participerend observeren: Actief bezig zijn in een groep terwijl je meteen ook observeert,
ook wel intern observeren genoemd.
Niet-participerend observeren: Een manier van observeren waarbij je wel aanwezig bent
in de groep, maar niet deelneemt aan de activiteit, ook wel extern observeren genoemd.
Vrije observatie: Observatie waarbij je wel met een doel werkt, maar je observatievragen
niet concreet zijn.
Gestructureerde observatie: observatie waarbij je met een exact doel werkt, je hebt een
duidelijke observatievraag.
Interval observatie: Je observeert op wisselende tijden.
Contextuele observatie: Observatie waarbij niet de cliënt het middelpunt is, maar juist zijn
of haar omgeving.
Protocollaire observatie: je maakt gebruik van een observatieprotocol en/of
observatieschema.
Selffulfilling prophecy: het hebben van een vooroordeel, dat uitkomt omdat je daar in
gelooft.
3. Plannen maken en uitvoeren
Ondersteuningsplan: Een plan waarin je de doelen en begeleidingsafspraken beschrijft die
jij en de organisatie waarvoor je werkt samen met de cliënt maken.
Activiteitenplan: Een document waarin alle activiteiten staan die nodig zijn om tot het
afgesproken resultaat te komen.
Activeringsplan: Een plan voor cliënten die structureel passief zijn, met als doel om meer
activiteit te realiseren.
Trajectplan: Een plan dat bestaat uit een reeks samenhangende delen of activiteiten,
gericht op een groter doel.
Woonplan: Een plan waarin de doelen en bijbehorende acties op het gebied van wonen van
een cliënt zijn vastgelegd.
4. Evalueren
4 Stappen bij het evalueren: