Inhoudsopgave
ABCDE.....................................................................................................................................................2
Interventies.........................................................................................................................................2
Onderzoek...........................................................................................................................................4
Ziektebeelden.....................................................................................................................................7
Belangrijke reacties in het lichaam.....................................................................................................9
1
, Inleiding ABCDE
Deze overzichtelijke samenvatting behandelt de ABCDE-methodiek zoals toegepast binnen het vak
Critical Care van de HBO-Verpleegkundeopleiding. De methode wordt stap voor stap uitgewerkt,
inclusief:
🌬 Airway (A) – Beoordeling van de luchtweg, obstructies en verpleegkundige interventies
💨 Breathing (B) – Ademhaling, zuurstofsaturatie, respiratoire problemen en observaties
❤️ Circulation (C) – Bloeddruk, pols, capillaire refill, shockbeelden en bijpassende zorg
🧠 Disability (D) – Neurologische toestand, bewustzijn, EMV-score en acute veranderingen
🌡 Exposure (E) – Lichamelijke inspectie, temperatuur, huidafwijkingen en verdere
complicaties
In de samenvatting zijn ook de belangrijkste ziektebeelden gekoppeld aan elke stap (zoals
longembolie, pneumothorax, sepsis en hypovolemische shock), inclusief:
Klinisch beeld
Lichamelijk onderzoek
Acute verpleegkundige interventies
Belangrijkste fysiologische reacties in het lichaam
ABCDE
Interventies
Bij rode triage gelijk disciplines inschakelen (cardioloog, neuroloog, longarts etc.)
Kijken naar medicatie: moet er wat stop gezet worden?
Bij ouderen boven 65 = geriatrie inlichten
A:
- Lampje in de mond kijken naar afwijkingen (slijmvliezen, corpus alienum, bloed, braaksel,
zwelling (anafylaxie), trauma aangezicht of luchtpijp, tong naar achteren).
- Bij geen reactie op aanspreken, gelijk EMV score Minder dan <8 = intubatie indicatie (bv.
bij gorgelende ademhaling, kans dat tong naar achter zakt.)
- Immobilisatie van cervicale wervelkolom:
o Head tilt/chin lift: hand op voorhoofd, vingers onder de onderkaak, retroflexie,
onderkaak optillen om kin naar voren te brengen, duim op onderlip. Geen
hyperextensie. Niet tijdens CWK-immobilisatie.
o Jaw-thrust: toepasbaar tijdens CWK-immobilisatie. De hoeken van onderkaak met
wijsvingers van beide handen naar voren drukken, onderkaak wordt naar voren
verplaatst. Toepasbaar bij kapbeademing.
- Intubatie:
o Orofaryngeale luchtweg (Guedel/Mayo-tube): bij bewusteloze patiënten
tongobstructie opheffen, met tongspatel. Afstand bepalen van mondhoek en
gehoorgang. D.m.v. chin-lift manoevre.
o Nasofaryngeale luchtweg: bij wakkere patiënten, kans van braken kleiner. In 1 van de
neusgaten wordt ingebracht en tot in de keelholte geschoven. Obstructies
(bloed/braken) = contra-indicatie.
o Larynxmasker (LMA): patiënten met moeilijke luchtwegen, als endotracheale
intubatie/beademing met masker ballon niet lukt. Geen definitieve luchtweg. Als
patiënt arriveert op SEH met LMA, moet arts een definitieve luchtweg maken.
o Extraglottische luchtweg (Larynxtube (LTA)): dezelfde mogelijkheden als LMA. Hierna
ook definitieve luchtweg plaatsen.
o Definitieve luchtweg: endotracheale tube (buis in trachea met opgeblazen cuff)
Orotracheale tube (via mond), meest gebruikte manier.
2