Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Behavioural finance Nederlandse samenvatting (cijfer: 9,4)

Beoordeling
4.0
(1)
Verkocht
7
Pagina's
37
Geüpload op
31-08-2020
Geschreven in
2019/2020

Dit is een Nederlandse samenvatting (boek & hoorcolleges) van het vak Behavioural finance (minor). Voor dit vak heb ik een 9,4 behaald.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Behavioural finance
Hoorcollege 1
De keuzemaker volgens:
- Rationele economische modellen (Neoklassiek) → logisch, maakt keuzes gebaseerd op het
berekenen van verwacht nut en maakt egoïstische keuzes gebaseerd op maximalisatie,
waarbij hij onbeperkt en kosteloos informatie kan verzamelen.
- Gedragseconomie → emotioneel, intuïtief en onderworpen aan bias en fouten.

Waarom wordt de traditionele benadering (rationaliteit) nog steeds in de economie
gebruikt?
* Verlangen naar wiskundigheid → wiskunde maakt modellen elegant en het formaliseert
voorspellingen die niet alleen gebaseerd zijn op intuïtie.
* Ontstaan van computers
* “As if” argument → gedachte: een professionele snookerspeler speelt “alsof hij de
ingewikkelde wiskundige formules weet waardoor hij precies weet waar de bal
naartoe gaat”. Dit wordt enkel afgeleid uit het feit dat de snookerspeler professioneel
is, en anders nooit zo ver had kunnen komen.
Kritiek → ‘menselijke’ spelers spelen niet perfect. Als de snookerspelers alles perfect
kunnen berekenen, zou het spel niet bestaan (eerste speler speelt het spel uit).
* Efficient market hypothesis (EMH) → “de markt lost zelf zijn irrationaliteiten op”.

Het verschil tussen econs (rationeel persoon) en mensen is dat mensen heuristieken
(vuistregels) gebruiken bij het maken van beslissingen. Dit komt doordat mensen beschikken
over beperkte informatie, tijd en geheugen.

Drie vormen van heuristieken waarbij bias ontstaat:
- Representativeness → je schat de kans van een gebeurtenis aan de hand van de
vergelijking met een bestaand ‘prototype’ dat al in je hoofd bestaat. Het prototype is, wat
we denken, dat het meest representatieve of typische voorbeeld van een bepaalde
gebeurtenis is. Voorbeeld: welke volgorde is het meest waarschijnlijk bij het gooien van een
munt? Volgorde 1: H-T-H-T-H-T ↔Volgorde 2: H-H-H-T-T-T. Resultaat: de meeste mensen
kiezen volgorde 1.
- Availability → mensen bepalen de kans dat een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt aan de
hand van het gemak waarmee ze zich gebeurtenissen of voorbeelden ervan kunnen
herinneren. Gebeurtenissen waarvan we veel voorbeelden van kunnen bedenken, schatten
we dus als veel voorkomend in.
- Anchoring → een schatting op basis van de eerst beschikbare informatie, de referentie of
het anker. Hoewel deze referentie niet noodzakelijk relevant is voor de schatting, beïnvloedt
deze de schatting wel. Voorbeeld: men kreeg 5 seconden de tijd te berekenen:
1. 1 x 2 x 3 x 4 x 5 x 6 x 7 x 8
2. 8 x 7 x 6 x 5 x 4 x 3 x 2 x 1
Bij 1) gaf men een veel lager getal als antwoord dan bij 2). Dit komt omdat men kijkt naar de
eerste cijfers, en daarop hun antwoord baseren.




1

,In de jaren ’80 waren Shiller en Thaler de eerste personen die de orthodoxe benaderingen
van finance bekritiseerden. Zo was Shiller het niet eens met de EMH, waarbij hij zei dat de
markt vooral gedreven wordt door psychologische factoren.

Hoorcollege 2
Afnemend marginaal nut = voor elke extra eenheid krijg je minder nut (concave functie).
n n T
Expected utility = ∑ pi u( x i ) ↔ ∑ ∑ δ t pit u( x it ) (tijdsdimensie: als de payoffs op
i=1 i=1 t =1
verschillende tijden ontvangt. Hierdoor kunnen je preferenties veranderen).

Algemene veronderstelling = risicopreferenties worden beïnvloed door de relatieve grootte
van de gok ten opzichte van de ‘welvaart’ van een persoon.

De expected utility theorie beschrijft hoe je keuzes zou moeten maken (normatieve
theorie).

Principes van economische rationaliteit:
1. Explicit consistency principles
Gedrag kan niet verschillen van de preferenties die iemand heeft.
2. Implicit consistency principles
Dingen die er niet toe doen, hebben geen invloed op de keuze.
3. Dominance principles
Als de ene optie (objectief gezien) beter is dan de ander, moet men de betere optie
kiezen.

Consistency → gedrag moet consistent zijn met de preferenties/overtuigingen van iemand.
Dominance → heeft meer te maken met de content van de preferenties (waarden/ethisch)

Anomaly → een robuuste, systematisch en empirische bevinding die een economische
assumptie of theorie tegenspreekt.
→ Robuust: de bevinding is door verschillende onderzoekers d.m.v. verschillende
voorbeelden gerepliceerd.
→ Systematisch: de bevinding is niet random maar onthult gedrag dat afwijkt van rationeel
gedrag in een bepaalde richting.
→ Empirisch: de anomaly is ‘ontstaan’ door het verzamelen van data (eigen waarnemingen).
Anomalies die een algemeen gedragspatroon (ambiguïteitaversie/verliesaversie) of een
kenmerk van de omgeving dat gedrag beïnvloedt (framing) onthullen, zijn belangrijk.

Principes van expected utility (= rationaliteit):
* Transitiviteit
* Stochastische dominantie
* Onafhankelijkheid
* Probabilistic sophistication
* Description invariance
* Context independence
* Consequentialism
* Risico-aversie

2

,Transitiviteit
Transitiviteit → als A ≥ B en B ≥ C, dan geldt ook A ≥ C.
Anomaly: intransitieve onverschilligheid (het verschil tussen 3 vs. 4 milligram is
verwaarloosbaar, terwijl dat bij 2 vs. 1000 milligram niet zo is).

Stochastische dominantie
Stochastische dominantie → loterij A domineert loterij B stochastisch als:
i) voor elke uitkomst x, loterij A een minstens zo hoge kans geeft voor ten
minste x als loterij B geeft EN
ii) voor sommige x, loterij A een hogere kans geeft voor ten minste x

Voorbeelden
Loterij A: 10% kans op $1000, 90% kans op $0
Loterij B: 1% kans op $500, 99% kans op $0
Antwoord = loterij A domineert loterij B stochastisch, omdat loterij A ten minste 500 dollar
geeft met een hogere kans.

Loterij A: 10% kans op $1000, 90% kans op $0
Loterij B: 15% kans op $500, 85% kans op $0
Antwoord = er is geen sprake van stochastische dominantie, omdat loterij A wel meer geld
geeft, maar onder een lagere kans dan bij loterij B.

Optie A 90% wit 6% rood 1% groen 1% blauw 2% geel
$0 win $45 win $30 verlies $15 verlies $15
Optie B 90% wit 6% rood 1% groen 1% blauw 2% geel
$0 win $45 win $45 verlies $10 verlies $15
Antwoord: B domineert A stochastisch (je mag alleen winnen met winnen vergelijk etc.).

Anomaly: ratio bias & narrow framing
Ratio bias → mensen kijken niet naar de verhoudingen.
Voorbeeld: Pot 1: 10 ballen, waarvan 1 rood (10%)
Pot 2: 100 ballen, waarvan 8 rood (8%)
De meeste mensen kiezen voor pot 2, maar pot 1 domineert pot 2 stochastisch.

Narrow framing → Keuze I
A) A Sure gain of $240
B) 25% chance to gain $1000,
75% chance to gain nothing
Keuze II
C. A sure loss of $750
D. 75% chance to lose $1000
25% chance to lose nothing
De meeste mensen kiezen A & D, maar keuzes B & C domineren A & D stochastisch.
→ A & D: 25% chance to win $240
75% chance to lose $760
B & C: 25% chance to win $250

3

, 75% chance to lose $750
Onafhankelijkheid
Onafhankelijkheid → gegeven A, B en C met een constante α (= irrelevant), moet je geen
rekening houden met de irrelevante informatie.

Anomaly: Allais paradox & common ratio effect
Allais paradox
Keuze 1: A: $1 miljoen zeker
B: 89% kans op $1 miljoen, 10% kans op $5 miljoen, 1% kans op $0
Keuze 2: A’: 11% kans op $1 miljoen, 89% kans op $0
B’: 10% kans op $5 miljoen, 90% kans op $0
Resultaat: bij keuze 1 wordt er door de meeste mensen gekozen voor A, bij keuze 2 wordt er
het meest gekozen voor B’. Dit zijn echter geen rationele keuzes.
Keuze 1 Keuze 2
Gok A Gok B Gok A’ Gok B’
Winnen Kans Winnen Kans Winnen Kans Winnen Kans
$1 milj. 89% $1 milj. 89% $0 89% $0 89%
$1 milj. 11% $0 1% $1 milj. 11% $0 1%
$5 milj. 10% $5 milj. 10%
Uit deze tabel blijkt dat A en A’ of B en B’ gekozen moet worden.

Common ratio effect
Keuze 1: A: Receive $3000 with certainty
B: Receive $4000 with probability 0.80,
Receive $0 with probability 0.20

Keuze 2: A’: Receive $3000 with probability 0.25
Receive $0 with probability 0.75
B’: Receive $4000 with probability 0.20
Receive $0 with probability 0.80
Resultaat: men kiest voor A en B’. Echter, verschilt keuze 1 met keuze 2 alleen maar doordat
keuze 2 met 75% gedaald is! Beide keuzes zijn dus relatief gezien gelijk aan elkaar.

Probabilistic sophistication
Probabilistic sophistication → elk individu kijkt op een andere manier naar risico, ieder
mens is uniek in dat opzicht.

Anomaly: Ellsberg paradox
Opzet: er is een pot met 90 knikkers. Er zijn drie kleuren knikkers; rood, geel en zwart. Je
weet dat er 30 rood zijn, maar je weet niet hoeveel van de overblijvende 60 knikkers zwart
of geel zijn.
Keuzes: I) je krijgt $100 als de knikker rood is
II) je krijgt $100 als de knikker zwart is
Dan komt er nog een keuze, namelijk:
III) je krijgt $100 als de knikker rood of geel is
IV) je krijgt $100 als de knikker zwart of geel is
Resultaat: de meeste mensen kiezen I en IV. Dit is in strijd met het sure-thing principe.

4

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
31 augustus 2020
Aantal pagina's
37
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$6.54
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
2 jaar geleden

4.0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
sanneerasmus Erasmus Universiteit Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
202
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
87
Documenten
20
Laatst verkocht
1 maand geleden
Economie en Bedrijfseconomie & Accounting, Auditing and Control samenvattingen en uitwerkingen.

Hi! Ik ben Sanne en heb de Bachelor Economie en Bedrijfseconomie gehaald met een 8,1 gemiddeld. Daarnaast ben ik Cum Laude geslaagd voor de Master Accounting, Auditing and Control (8,6 gemiddeld). Hierbij de samenvattingen waar ik de afgelopen jaren veel aan gehad heb, succes!

3.5

24 beoordelingen

5
5
4
9
3
6
2
1
1
3

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen