Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting gehele boek: Inleiding in de Persoonlijkheids psychologie van Dick Barelds en Pieternel Dijkstra

Beoordeling
4.2
(5)
Verkocht
51
Pagina's
32
Geüpload op
31-08-2020
Geschreven in
2020/2021

Goede samenvatting met alle belangrijke dingen er in. Ook drie artikelen welke vaak gebruikt worden in lessen en welke je moet leren staan hier kort in met de belangrijkste begrippen. Een samenvatting welke niet te lang is maar vooral met de juiste belangrijke dingen die je dient te leren. Met deze samenvatting heb ik een 8,5 gehaald op mijn examen!

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting: Inleiding in de persoonlijkheidspsychologie
H1
1.1

Persoonlijkheid = Heeft betrekking op de psychologische verschillen
tussen mensen in de manier waarop ze:

- Denken
- Voelen
- Gedragen

Deze verschillen zijn:
- vrij stabiel
- deels erfelijk/genetisch
- openbaren zich in verschillende situaties



Twee andere termen die worden gebruikt om persoonlijkheid te beschrijven:

1. Karakter = heeft betrekking op het kenmerkende of typerende van een persoon.
Beschrijft vaak het stereotype van een mens (goedzak, gierigaard of nerd)
2. Temperament = basale persoonlijkheidseigenschappen die al in de kinderjaren aanwezig zijn
en te observeren zijn. En hun algemene energie niveau.

Humores door Galenus: vier belangrijke vloeistoffen in lichaam
1. Bloed - Sanguinisch - Vrolijk, vriendelijk, grappig
2. Slijm - Flegmatisch - Traag, loom en lui
3. Gal - Cholerisch - Onstuimig, grootmoedig, onverschrokken

4. Zwarte gal - Melancholisch - Somber, zwijgzaam, vasthoudend



Temperamentpatronen onder baby’s

1. Het moeilijke kind:
-onregelmatig eet- en slaappatroon
-trekt zich terug bij nieuwe prikkels, veel tijd nodig om zich aan nieuwe situatie aan te passen
-huilt relatief vaak en kan heftig reageren, bijv driftbuien als het gefrustreerd is
-ong.10 % van de kinderen heeft dit temperament.
- vertonen als ze iets ouder zijn vaak meer gedragsproblemen dan andere kinderen. Dit ligt
echter aan de omstandigheden waarin ze opgroeien. Meer kans op gedragsproblemen
wanneer ze opgroeien in relatieve armoede en met een moeder die veel stress ervaart.

2. Het gemakkelijke kind:
-regelmatig levensritme
-Past zich makkelijk aan
-Geïnteresseerd in nieuwe prikkels

, -meestal mild of opgewekt gestemd.
-ong. 40% van de kinderen heeft dit temperament

3. Langzame starter:
- Menggedrag van moeilijke en makkelijke kind
- Past zich niet snel aan en reageert op prikkels enigszins negatief
- Levensritme is regelmatiger dan bij het moeilijke kind
- Ong. 15% van de kinderen heeft dit temperament

de overige 35% procent heeft kenmerken van verschillende temperamenten.

1.2

Twee vormen van stabiliteit:

1. Rangordestabiliteit = Kijkt naar de positie die iemand in een groep inneemt in de loopt
van de tijd. Onderzoek gaat dit na door mensen een bepaalde tijd te
volgen en de verschillende meetmomenten te vergelijken . (bijv
relatief opstandig, na een tijd nog steeds?)

2. Mean level-stabiliteit = nagaan of scores van groepen personen naar mate zij ouder worden
hetzelfde blijven. (een groep van 15j en een groep van 10j vergelijken
of door 1 groep langdurig te volgen en te meten en te vergelijken.)

- Naar mate je ouder wordt neemt de stabiliteit toe.
- 3 jarige goede voorspeller voor persoonlijkheid op 26jarige leeftijd.
- Piek bij mensen tussen de 50-60 jaar oud
- Mensen worden wanneer zij ouder worden: vriendelijker, zorgvuldiger en minder neurotisch.
- Uiten van persoonlijkheidseigenschappen kan veranderen met de tijd.

1.3

Persoonlijkheid is ongeveer voor 50% erfelijk, de andere 50% kan je toeschrijven aan de omgeving.
Je hebt twee soorten:

- Gedeelde omgeving: zelfde gezin, opvoeding etc
- Niet-gedeelde omgeving: uniek voor een individu zoals eigen vrienden,
unieke ervaringen etc.

Opvallend is dat de gedeelde omgeving vrijwel geen invloed heeft op de ontwikkeling van de
persoonlijkheid, tenminste onder normale omstandigheden.

- Tweelingen onderzoek = Overeenkomsten tussen eeneiige tweelingen (bijna 100% dezelfde genen)
en twee-eiige tweelingen (50% dezelfde genen) worden vergeleken.

Hoe bereken je dat? : bepaal in hoeverre eeneiige tweelingen op elkaar lijken in een bepaalde
eigenschap en hiervan de correlatie berekenen (mate van samenhang). En hetzelfde bij twee-eiige
tweelingen, het verschil tussen de twee correlaties wordt dan gebruikt om te erfelijkheid van die
eigenschap te schatten. Volgens formule erfelijkheid = 2 (Ree – Rte)

Belangrijk dat er rekening gehouden wordt met de omgeving, deze moet hetzelfde zijn (aanname
van gelijke omgeving).

- Zelfconcept = Beeld wat je van jezelf hebt

,- Zelfwaardering = hoe tevreden je over jezelf bent

- Sociale identiteit = Manier waarop je jezelf presenteert naar andere toe (observeerbaar voor
anderen)

- vanaf 2-3 jaar beginnen kinderen zichzelf als een jongentje of meisje te zien en een globaal beeld
van hun leeftijd te krijgen.
- tussen 3 en 12 jaar beginnen kinderen zich te definiëren in termen wat zij al wel en niet kunnen.



Twee soorten identiteitscrisissen:

1. Identiteitstekort = Wanneer iemand nog geen duidelijke (nieuwe) identiteit heeft gevormd.
* Vaak wanneer iemand zijn oude meningen overboord gooit en openstaat voor nieuwe.
* Kan zich bijv. uiten in slecht belangrijke beslissingen kunnen maken
* Tijdens een identiteitstekort zijn mensen extra vatbaar voor beïnvloedingen van andere
personen (die bijv. radicale ideeën hebben)

2. Identiteitsconflict = Wanneer er enkele aspecten van identiteit moeilijk of niet te
combineren zijn.
(bijv. als mensen het idee hebben dat zij moeten kiezen tussen een carrière en kinderen)

1.4

Persoonlijkheidspsychologie = bestudeert manieren waarop personen psychologisch van elkaar
verschillen en wat voor gevolgen dit heeft voor hoe personen
zich voelen, denken en gedragen.

 Kennis en inzichten uit persoonlijkheidspsychologie helpt bijv. bij:
- Beschrijven hoe iemand in elkaar zit, waardoor je kan weten wat zijn sterke
en zwakke punten zijn of welke functie/opleiding bij iemand past.
- Jezelf en andere mensen beter begrijpen, dus hen beter bijstaan
- Inzicht krijgen waarom iemand zich op een bepaalde manier gedraagt, in
een behandeling kan er dan rekening gehouden worden met de
persoonlijkheid van deze persoon.

 Persoonlijkheidspsychologie neemt een belangrijke plek in bij:
- Sociale psychologie (partnerrelaties)
- Klinische psychologie (psychische klachten hebben/houden)
- Arbeidsorganisatie- en personeelspsychologie (AOP) (geschikt voor bepaalde functie)



Artikel over onderzoek naar erfelijkheid met hulp van tweelingen



Gedragsgenetica: Doel van gedragsgenetica onderzoek is een verklaring vinden voor de
individuele verschillen tussen personen in een bepaalde groep mensen.

*Het verwerken van jeugdtrauma’s kan belangrijk zijn maar zegt niet dat je persoonlijkheid hierdoor
veranderd.

, *De meest voorkomende opzet van een tweelingenonderzoek is het vergelijken van een eeneiige
tweeling die samen opgroeit met een twee-eiige tweeling welke samen opgroeit.

* gemiddeld genomen kan een persoonlijkheidseigenschap voor:
- 45% verklaard worden door erfelijkheid
- 5% door gemeenschappelijke omgeving van broers/zusters in hetzelfde gezin
- 50% door niet-gedeelde (persoonlijke omgeving) (waarvan 20% meetfouten betreft)

*genotype: de verzameling eigenschappen van het individu die is geërfd van de ouders.

* gen-omgevingscorrelatie : wanneer de verschillen in de genotypen van mensen leiden tot
verschillen in hun omgeving. Door hun genetische kenmerken ervaren kinderen verschillende
omgevingen.

Drie soorten gen-omgevingscorrelaties

1. Passieve gen-omgevingscorrelaties:
De opvoedingsstijl van een ouder wordt beïnvloed door zijn/haar persoonlijkheid.
2. Reactieve (ofwel evocatieve) gen-omgevingscorrelaties:
de manier waarop ouders (en andere mensen) omgaan met een bepaald
kind, heeft deels te maken met de genetische eigenschappen van een kind.
(Tegen een lief kind zijn ouders aardiger dan tegen een dwars kind)
3. Actieve gen-omgevingscorrelaties:
naarmate kinderen ouder worden zijn zij beter in staat om
hun omgeving te selecteren en aan te passen aan hun interesses.


H2
2.1

Psychoanalyse (Sigmunt Freud) Freud ervan uit gaat dat mensen worden 'geleefd' door onbewuste
driften en geen vrije keus hebben.

Verklaring in drievoud:
1. Dynamiek: verdringing
2. Economie: driften en libido
3. Structuur: Id en Ego

1. Dynamiek
Verdringing = Het proces dat ervaringen ‘woordloos’ wegstopt, zonder ze te ‘wissen’

*deze verdrongen informatie is niet meer toegankelijk voor het bewustzijn maar blijft
aandringen op onze aandacht.
*bij verdringing is er sprake van een conflict tussen minstens twee motivaties. (bijv.
drinken en walging.)
*daarnaast moet de wens zichzelf de mond te snoeren moet groter zijn dan het conflict bij
naam te noemen.

Complex: tegenstrijdig wensennetwerk
Gefixeerd object: iets wat de tegenstijdigheid van intenties symboliseert (glas water)
Regressie: terugkeren naar een gefixeerd object
Metawensen = wensen die op andere wensen gericht zijn

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
31 augustus 2020
Aantal pagina's
32
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$8.98
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 51 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 5 reviews worden weergegeven
2 jaar geleden

3 jaar geleden

4 jaar geleden

4 jaar geleden

4 jaar geleden

4.2

5 beoordelingen

5
1
4
4
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
elh10 NCOI
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
53
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
52
Documenten
0
Laatst verkocht
1 jaar geleden

4.2

5 beoordelingen

5
1
4
4
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen