Samenvatting Klinische psychologie
H15
Obsessief/compulsieve stoornis / dwangstoornis
Obsessies = dwangedachten
Compulsies = dwanghandelingen
beide
Impulsen of voorstellingen worden ervaren als intrusief en ongewenst en zorgen voor angst of lijden ->
persoon probeert deze gedachten te neutraliseren met andere gedachte of handeling
Realiteitsbesef kan gespecificeert worden
Kenmerken
Aanwezigheid van obsessies, compulsies of beide die tijdrovend zijn of ernstige lijdensdruk
veroorzaken en de persoon beperken in het functioneren
Coverte dwanghandelingen= neutraliserende gedachten
Veelvoorkomende dwangedachten
Vuil
Besmetting
Geweld
Iemand iets aan willen doen
Prevalentie 2,5% en incidentie 1,6%
Gemiddelde leeftijd begin = 19 jaar
Actieve vermijding= dwanghandelingen zoals schoonmaken
Passieve vermijding= persoon vermijdt alles wat spanning kan veroorzaken
Interpretatiestijl patiënt ->
overschatting eigenverantwoordelijkheid = inflated responsibility
Overschatten belang van de dwanggedachten dit leidt tot
Thought-action fusion -> magisch denken '' aks ik dit denk ga ik het ook doen''
,Kans op dwangstoornis
Tweemaal zo groot als eerstegraads familielid ook heeft
Internaliserende symptomen
Negatieve emotionliteit ( angst, verlegenheid of geremdheid)
Gedragsinhibitie in de kindertijd
Geslacht:
Bij mannen en vrouwen evenvaak
Stoornis begint vaak eerder bij mannen
Bij manner vaker comorbide ticstoornis
Vrouwen vaker smetvrees en wasdrang
Mannen meer symmetrische handelingen en verboden obsessies
Comorbiditeit
Ticstoornis 30%
Depressies vaak voor -> ondergeschikt aan dwang
Diagnose
Yale Brown obsessive compulsive scale Y-BOCS = Gestructureerd interview
Padua inventory = zelfbeoordelingsvragenlijst
Behandeling
Gedragstherapie met exposure in vivo met responspreventie -> heeft voorkeur want lange
termijneffecten en goed onderzocht
Cognitieve therapie
Inference-based approach -> herkennen van de angstige verbeelding, meer richting op zintuigelijke
werkelijkheid
Verzamelstoornis = moeite om spullen weg te doen ook al heeft het in werkelijkheid geen waarde
Realiteitsbesef kan gespecificeerd worden
Kenmerken van de verzamelstoornis
Aanhoudende moeite om afstand te doen van bezittingen die
Voortkomt uit behoefte te bewaren en uit lijdensdruk bij wegdoen
, Leidt tot veel bezittingen die in de weg staan en woonruimtes nauwelijks bewoonbaar maken
Prevalentie
2-6 % van VS
Vaker bij oudere volwassenen dan jongvolwassenen
Begint vaak tussen 11-15
Cognitief gedragstherapeutisch model (verzameldwang)
Problemen infoverwerking -> underinclusive cognitive style = mensne zien ieder voorwerp als
losstaand i.p.v. behorend tot een categorie. Vertrouwen geheugen niet en willen schriftelijke info.
Overtuiging over en gehechtheid aan bezittingen ->
Emotionele reacties -> emotionele waarde hechten aan bezittingen
Volgens steketee is verzameldrang en compulsief verwerven vermijdingsgedrag tegen angst en verdriet
Aandachtsspan verzameldwangers korter
Slechter in planningstaken
Risicofactoren
Besluiteloosheid
Psychtraumatische levensgebeurtenissen
Familiaire belasting 50% genetische factoren uit tweelingonderzoek
Geslacht
Evenvaak voor bij mannen en vrouwen
Mannen meer verzamelen
Vrouwen overmatig verwerven en koopdrang
Comorbiditeit
Schizofrenie
Organische mentale stoornis
Eetstoornis
Hersenbeschadiging
Dementie
, Sociale fobie
Depressie
Bipolaire stoornis
Diagnostiek
Semigestructureerd interview= hoarding rating scale interview
Zelfinvulvragenlijst= saving inventory revised
Clutter image rating
Behandeling
CGT
Nederlandse versie gedragstherapeutisch model:
1. Psycho-educatie en behandelplan
2. Verminderen van het in huis halen van spullen
3. Cognitieve therapie
4. Ordenen en organiseren
5. Wegdoen van spullen
6. Terugvalpreventieplan -> stoplicht
Morfodysfore stoornis = overtuiging van een of meer vermeende misvormingen of onvolkomendheden in het
uiterlijk die door andere niet waarneembaar zijn of als onbeduidende worden beschouwd
Als ongerustheid is over uiterlijk -> dan repititieve handelingen zoals controleren in de spiegel
Signficant lijden of beperking van sociale/beroepsmatig functioneren
Preoccupatie kan niet worden verklaard door eetstoornis
Muscilodysfore stoornis= gepreoccupeerd met idee dat het lichaam te klein is of te weinig gespierd
Realiteitsbesef: goed, gering, ontbrekend
Prevalentie
1,7 tot 2,4 % bevolking
3% bij plastisch chirurg heeft bdd
2/3 begitnt voor 18 jaar oud
Evenveel bij mannen en vrouwen
Mannen vaker genitale preoccupatie
H15
Obsessief/compulsieve stoornis / dwangstoornis
Obsessies = dwangedachten
Compulsies = dwanghandelingen
beide
Impulsen of voorstellingen worden ervaren als intrusief en ongewenst en zorgen voor angst of lijden ->
persoon probeert deze gedachten te neutraliseren met andere gedachte of handeling
Realiteitsbesef kan gespecificeert worden
Kenmerken
Aanwezigheid van obsessies, compulsies of beide die tijdrovend zijn of ernstige lijdensdruk
veroorzaken en de persoon beperken in het functioneren
Coverte dwanghandelingen= neutraliserende gedachten
Veelvoorkomende dwangedachten
Vuil
Besmetting
Geweld
Iemand iets aan willen doen
Prevalentie 2,5% en incidentie 1,6%
Gemiddelde leeftijd begin = 19 jaar
Actieve vermijding= dwanghandelingen zoals schoonmaken
Passieve vermijding= persoon vermijdt alles wat spanning kan veroorzaken
Interpretatiestijl patiënt ->
overschatting eigenverantwoordelijkheid = inflated responsibility
Overschatten belang van de dwanggedachten dit leidt tot
Thought-action fusion -> magisch denken '' aks ik dit denk ga ik het ook doen''
,Kans op dwangstoornis
Tweemaal zo groot als eerstegraads familielid ook heeft
Internaliserende symptomen
Negatieve emotionliteit ( angst, verlegenheid of geremdheid)
Gedragsinhibitie in de kindertijd
Geslacht:
Bij mannen en vrouwen evenvaak
Stoornis begint vaak eerder bij mannen
Bij manner vaker comorbide ticstoornis
Vrouwen vaker smetvrees en wasdrang
Mannen meer symmetrische handelingen en verboden obsessies
Comorbiditeit
Ticstoornis 30%
Depressies vaak voor -> ondergeschikt aan dwang
Diagnose
Yale Brown obsessive compulsive scale Y-BOCS = Gestructureerd interview
Padua inventory = zelfbeoordelingsvragenlijst
Behandeling
Gedragstherapie met exposure in vivo met responspreventie -> heeft voorkeur want lange
termijneffecten en goed onderzocht
Cognitieve therapie
Inference-based approach -> herkennen van de angstige verbeelding, meer richting op zintuigelijke
werkelijkheid
Verzamelstoornis = moeite om spullen weg te doen ook al heeft het in werkelijkheid geen waarde
Realiteitsbesef kan gespecificeerd worden
Kenmerken van de verzamelstoornis
Aanhoudende moeite om afstand te doen van bezittingen die
Voortkomt uit behoefte te bewaren en uit lijdensdruk bij wegdoen
, Leidt tot veel bezittingen die in de weg staan en woonruimtes nauwelijks bewoonbaar maken
Prevalentie
2-6 % van VS
Vaker bij oudere volwassenen dan jongvolwassenen
Begint vaak tussen 11-15
Cognitief gedragstherapeutisch model (verzameldwang)
Problemen infoverwerking -> underinclusive cognitive style = mensne zien ieder voorwerp als
losstaand i.p.v. behorend tot een categorie. Vertrouwen geheugen niet en willen schriftelijke info.
Overtuiging over en gehechtheid aan bezittingen ->
Emotionele reacties -> emotionele waarde hechten aan bezittingen
Volgens steketee is verzameldrang en compulsief verwerven vermijdingsgedrag tegen angst en verdriet
Aandachtsspan verzameldwangers korter
Slechter in planningstaken
Risicofactoren
Besluiteloosheid
Psychtraumatische levensgebeurtenissen
Familiaire belasting 50% genetische factoren uit tweelingonderzoek
Geslacht
Evenvaak voor bij mannen en vrouwen
Mannen meer verzamelen
Vrouwen overmatig verwerven en koopdrang
Comorbiditeit
Schizofrenie
Organische mentale stoornis
Eetstoornis
Hersenbeschadiging
Dementie
, Sociale fobie
Depressie
Bipolaire stoornis
Diagnostiek
Semigestructureerd interview= hoarding rating scale interview
Zelfinvulvragenlijst= saving inventory revised
Clutter image rating
Behandeling
CGT
Nederlandse versie gedragstherapeutisch model:
1. Psycho-educatie en behandelplan
2. Verminderen van het in huis halen van spullen
3. Cognitieve therapie
4. Ordenen en organiseren
5. Wegdoen van spullen
6. Terugvalpreventieplan -> stoplicht
Morfodysfore stoornis = overtuiging van een of meer vermeende misvormingen of onvolkomendheden in het
uiterlijk die door andere niet waarneembaar zijn of als onbeduidende worden beschouwd
Als ongerustheid is over uiterlijk -> dan repititieve handelingen zoals controleren in de spiegel
Signficant lijden of beperking van sociale/beroepsmatig functioneren
Preoccupatie kan niet worden verklaard door eetstoornis
Muscilodysfore stoornis= gepreoccupeerd met idee dat het lichaam te klein is of te weinig gespierd
Realiteitsbesef: goed, gering, ontbrekend
Prevalentie
1,7 tot 2,4 % bevolking
3% bij plastisch chirurg heeft bdd
2/3 begitnt voor 18 jaar oud
Evenveel bij mannen en vrouwen
Mannen vaker genitale preoccupatie