,H3 PHYSICAL CONDITIONS AND THE AVAILABILITY OF RESOURCES
ECOLOGIE
De wetenschappelijke studie van de verspreiding en aantallen van organismen en van de interacties die deze
verspreiding en aantallen bepalen
Conditions [wel veranderbaar, niet ‘consumeerbaar’]
Abiotische milieufactoren die veranderen in de tijd en in de ruimte en waarop verschillende organismen
verschillend reageren.
f Temperatuur
f Relatieve vochtigheid
f pH
f Saliniteit
Resources [veranderbaar en consumeerbaar]
abiotische en biotische milieufactoren die veranderen in de tijd en in de ruimte en waarop verschillende
organismen verschillend reageren.
à competitie voor resources.
Zon licht
f CO2
f Water
f Nutriënten
f Organismen
bodemprofiel (podzol): Moedermateriaal, Klimaat en Afbraak planten
PROBLEMEN HERBIVOREN
w Planten zijn chemisch zeer verschillend van dieren
w C/N ratio van een plant is meestal veel hoger (±10)
w Herbivoren eten vaak veel (complex verteringsstelsel)
w Planten verdedigen zich tegen vraat
Niche: functionele relatie van een organisme met zijn milieu
Gerealiseerde niche: habitat waarin condities en resources gelimiteerd zijn
Habitat: de 'woonplaats' van een soort
, FOTORESPIRATIE
C3 planten:
• Pakken CO₂ rechtstreeks op met het enzym RuBisCO
• RuBisCO kan echter ook zuurstof opnemen, wat leidt tot fotorespiratie
• Ze zijn efficiënt in koele, vochtige omstandigheden.
Fotorespiratie kan optreden
C4 planten:
• Hebben een extra stap om CO₂ vast te leggen
• Ze gebruiken eerst een ander enzym PEP(=phosphoenolpyruvaat) wat niet met O2 bind om een
tussenstof (oxaalazijnzuur) te vormen
• Deze tussenstof wordt vervolgens naar speciale cellen getransporteerd
• In deze cellen wordt de CO₂ vrijgegeven en direct gebruikt in de gewone fotosyntheseroute
• Dit proces beperkt de fotorespiratie, waardoor ze succesvol kunnen zijn in warme, droge omgevingen
• De extra stap kost wel een beetje energie.
Fotorespiratie wordt vermeden O₂ concurreert niet met RuBP
CAM planten:
• Openen hun huidmondjes 's nachts om CO₂ op te nemen
• De CO₂ wordt in een tussenstof opgeslagen (oxaalazijnzuur)
• Overdag zijn de huidmondjes gesloten om waterverlies te minimaliseren
• De opgeslagen CO₂ wordt dan gebruikt in de Calvincyclus
• Dit vermindert fotorespiratie aanzienlijk, waardoor ze zeer efficiënt zijn in extreem droge
omstandigheden
Fotorespiratie wordt vermeden omdat gasuitwisseling plaatsvindt 's nachts (geen O₂-productie)