Thema 3: Ontwikkelingspsychologie: prenatale ontwikkeling
Je hebt zicht op de ontwikkelingsstadia voor de geboorte en op de invloeden
daarop vanuit de omgeving.
De prenatale ontwikkelingsstadia omvatten drie fasen: de germinale,
embryonale en foetale stadia [1, 2].
Germinaal stadium: Dit is de eerste en kortste fase, die duurt van de
bevruchting tot twee weken [1, 2]. Tijdens deze fase vindt de conceptie
plaats, waarbij de zygote zich begint te delen en in complexiteit toeneemt
[1]. De bevruchte eicel (zygote) nestelt zich in de baarmoederwand [2].
Embryonaal stadium: Deze fase duurt van twee tot acht weken na de
bevruchting [1, 2]. In deze periode beginnen de organen zich te ontwikkelen
en de belangrijkste lichaamsstructuren worden gevormd [1]. Het embryo
ontwikkelt drie lagen: het ectoderm (huid, zintuigen, hersenen en
ruggenmerg), mesoderm (spieren, bloed, bloedsomloop) en endoderm
(spijsverteringsstelsel, lever, ademhalingsstelsel) [1]. Aan het einde van deze
fase is het embryo ongeveer 2,5 centimeter lang [1].
Foetaal stadium: Deze fase duurt van acht weken na de bevruchting tot de
geboorte [1, 2]. Tijdens deze periode groeien de organen en systemen
verder, en worden ze functioneler [3]. De foetus groeit aanzienlijk in gewicht
en lengte [3]. De hersenen ontwikkelen zich snel [3]. Aan het einde van het
foetale stadium is de foetus volgroeid en klaar voor de geboorte [3].
Omgevingsfactoren spelen een belangrijke rol in de prenatale ontwikkeling [2, 4].
Deze factoren kunnen de ontwikkeling van de foetus positief of negatief
beïnvloeden [2].
Gezondheid en leefstijl van de moeder: De gezondheid, voeding en
leefstijl van de moeder hebben een grote invloed op de ontwikkeling van de
foetus [5, 6]. Factoren zoals ondervoeding, alcohol- en drugsgebruik, roken,
stress en blootstelling aan giftige stoffen kunnen schadelijke gevolgen
hebben voor de foetus [2, 6-9].
Teratogenen: Dit zijn omgevingsfactoren die tijdens de zwangerschap leiden
tot een ontwikkelingsafwijking of geboorteafwijking [2, 7]. Voorbeelden van
teratogenen zijn bepaalde medicijnen, chemische stoffen en infecties [7, 8].
De gevoeligheid voor teratogenen hangt af van het ontwikkelingsstadium
waarin de foetus zich bevindt [10].
Stress: Stress tijdens de zwangerschap kan ook negatieve gevolgen hebben
voor de ontwikkeling van de foetus [2]. Stress kan leiden tot een verhoogd
risico op vroeggeboorte en een laag geboortegewicht [11].
Leeftijd van de moeder: Zowel een zeer jonge als oudere leeftijd van de
moeder kan het risico op problemen tijdens de zwangerschap en bij de
geboorte verhogen [6]. Bij oudere moeders is er een verhoogd risico op een
kind met het Downsyndroom [6].
Genetische factoren: Genetische factoren spelen een rol in de prenatale
ontwikkeling [2, 12]. Sommige genetische afwijkingen kunnen leiden tot
ontwikkelingsproblemen [2, 4, 13].
Infecties: Infecties tijdens de zwangerschap kunnen een negatieve impact