Thema 5: Ontwikkelingspsychologie: fysieke ontwikkeling
Je weet hoe de fysieke, motorische en zintuiglijke ontwikkeling verloopt bij
kinderen.
De fysieke, motorische en zintuiglijke ontwikkeling van kinderen verloopt in
verschillende stadia en volgens bepaalde principes.
Fysieke ontwikkeling:
Groei: Baby's groeien snel in het eerste jaar, waarbij lengte en gewicht
significant toenemen [1, 2]. De gemiddelde pasgeboren baby weegt ongeveer
drieënhalve kilo en is ongeveer vijftig centimeter lang [1].
Cefalocaudale principe: De ontwikkeling begint van boven naar beneden,
eerst het hoofd en dan de rest van het lichaam [3].
Proximodistale principe: De ontwikkeling gaat van het centrum van het
lichaam naar buiten, eerst de romp en dan de ledematen [3].
Principe van hiërarchische integratie: Eenvoudige vaardigheden worden
eerst geleerd en later gecombineerd tot complexe vaardigheden [3].
Principe van onafhankelijkheid van systemen: Verschillende
lichaamssystemen ontwikkelen zich met een eigen groeitempo [3].
Hersenen: De hersenen groeien zeer snel, vooral in de eerste twee levensjaren.
Er worden veel verbindingen tussen neuronen gevormd [4, 5]. Myeline, een stof
die de zenuwsignalen versnelt, speelt een belangrijke rol in de
hersenontwikkeling [4, 5]. Het corpus callosum, een bundel zenuwvezels die de
twee hersenhelften met elkaar verbindt, wordt ook groter [5].
Lateralisatie: De twee hersenhelften specialiseren zich in verschillende functies
[5, 6]. De linker hersenhelft is vooral betrokken bij verbale vaardigheden en de
rechter bij non-verbale taken [5, 6].
Gewicht: De groei in gewicht en lengte vertraagt na het eerste jaar [1, 7].
Puberteit: Tijdens de adolescentie is er een groeispurt in lengte en gewicht, en
er zijn veranderingen in de seksuele ontwikkeling [8].
Motorische ontwikkeling:
Reflexen: Baby's worden geboren met reflexen, zoals de zuigreflex en
grijpreflex [9, 10].
Grove motoriek: De ontwikkeling van grove motoriek (zoals kruipen, lopen)
volgt een patroon van hoofd naar voeten [1, 2].
Fijne motoriek: De fijne motoriek (zoals grijpen, tekenen) verbetert ook [11,
12].
Dynamische systeemtheorie: Motorische ontwikkeling wordt gezien als een
dynamisch proces, waarbij verschillende factoren samenspelen [10].
Culturele verschillen: De motorische ontwikkeling kan beïnvloed worden door
culturele gebruiken [13].
Gender verschillen: Er zijn kleine verschillen tussen jongens en meisjes in de
motorische ontwikkeling [14, 15]. Meisjes zijn meestal beter in activiteiten
waarbij coördinatie nodig is en jongens in activiteiten met meer kracht [14].
Links- of rechtshandigheid: De voorkeur voor het gebruik van een bepaalde
hand manifesteert zich rond het vijfde levensjaar [15].
Zintuiglijke ontwikkeling: