Hoofdstuk 11. Beweging
U omschrijft de bouw en onderscheidt hierbij specifiek de wervels in de wervelkolom en
de beenderen van de schedel op een tekening of foto en legt de functie van het
beenderenstelsel in eigen woorden uit.
U omschrijft in eigen woorden de functies van het spierstelsel: beweging, fixatie,
bescherming en creëren van warmte.
Het bewegingsstelsel bestaat uit het beenderstelsel en het spierstelsel. Het
beenderstelsel heeft als doel de ondersteuning van het lichaamsgewicht. Het spierstelsel
is onontbeerlijk voor het functioneren van de mens. Zonder het spierstelsel is het niet
mogelijk te bewegen, zoals zitten, staan, lopen en pakken. Het spierstelsel bestaat naast
de spieren uit bindweefsel, zenuwen en bloedvaten.
Bij botten wordt altijd een compacta (hard, compact deel) en een spongiosa
(sponsachtig deel) onderscheiden. Zowel compact been als sponsachtig been is
opgebouwd uit osteonen (botcilinders).
Alle botten samen vormen het skelet dat de volgende functies heeft:
het geeft vorm en steun aan het lichaam;
het biedt bescherming aan organen zoals hersenen, ruggenmerg en longen;
het is een aanhechtingsplaats voor spieren;
het biedt samen met het spierstelsel bewegingsmogelijkheden;
het biedt plaats aan de vorming van bloedcellen in het rode beenmerg;
Bij het cranium (schedel) zijn er twee gedeelten te onderscheiden: het neurocranium
(hersenschedel) en het viscerocranium (aangezichtsschedel).
Het neurocranium omsluit de ruimte waarin zich de hersenen bevinden en bestaat uit
het schedeldak (calvaria) en de schedelbasis (basis cranii). Het neurocranium is
opgebouwd uit de volgende beenderen:
os frontale (voorhoofdsbeen) met aan weerszijden boven de neus een sinus
frontalis (voorhoofdsholte), die in verbinding staat met de neusholte;
os parietale (wandbeen), aan beide kanten;
os occipitale (achterhoofdsbeen) met de condyli (achterhoofdsknobbels) en het
foramen magnum (achterhoofdsgat).
os temporale (slaapbeen), aan beide kanten; het os temporale is opgebouwd uit de
volgende onderdelen: de schelp (pars squamosa), het mastoïd, het rotsbeen (pars
petrosa ossis temporalis), jukbooguitsteeksel.
etmoïd (os ethmoidale, zeefbeen); een horizontale zeefbeenplaat (lamina cribrosa),
concha nasalis (neusschelp), septum nasi (neustussenschot).