(samenvatting)
Hoofdstuk 1
Evolutionaire psychologie is een relatief jonge discipline die de principes van
Darwiniaanse evolutie toepast op het menselijk brein. Het uitgangspunt is dat de
geest, net als andere organen, is gevormd door natuurlijke selectie om adaptieve
(dikke vacht) functies te vervullen die onze voorouders hielpen te overleven en
zich voort te planten. (natuurlijke selectie betekent dat organismen die zich beter
aanpassen aan hun omgeving meer kans hebben op overleving en voortplanting)
De oorsprong van evolutionaire psychologie
De menselijke geest wordt beschouwd als een orgaan dat geëvolueerd is door
natuurlijke selectie, net als bijvoorbeeld het hard of de hand. Deze benadering
stelt dat psychologische eigenschappen zijn gevormd door evolutionaire druk in
de omgeving van onze voorouders.
Voorbeeld; De pauwenstaart is een evolutionair raadsel. Hoewel groot en
opvallend (en dus gevaarlijk voor overleving), heeft het waarschijnlijk seksuele
selectievoordelen. Hetzelfde geldt voor het mannetje van de Australische
redback-weduwspin, dat zich laat opeten na de paring – een ultieme opoffering
die repdroductief voordeel kan geven.
Proximaat vs Ultimaat
- Proximaat (nabij); vragen over hoe iets werkt. Bijvoorbeeld; Hoe ontwikkelt
bepaald gedrag zich? Wat zijn de onderliggende neurale mechanismen?
-Ultimaat (ver); Vragen over waarom iets bestaat in evolutionaire zin.
Bijvoorbeeld; Wat is het voordeel van dit gedrag voor overleving en
voortplanting?
Voorbeeld; Waarom heeft een pauw zo’n grote staart?
Proximaat gezien door de werking van genen en hormonen
Ultimaat gezien om vrouwtjes aan te rekken
Darwinistische visie op gedrag
Volgens Darwin en latere denkers draait gedrag niet primair om het welzijn van
het individu, maar eerder om het succes van de genen. Het individu is een
tijdelijk voertuig van genen. Richard Dawkins noemde dit het zelfzuchtige gen –
wij zijn overlevers van genen die succesvol gedrag in gang zetten, niet
andersom.
Begrip; zelfzuchtige genentheorie; Theorie van Richard Dawkins waarin genen
centraal staan als de eenheden van natuurlijke selectie. Organismen zijn slechts
middelen om genen door te geven.
Evolutief denken vóór Darwin
- Scala Naturae (Great Chain of Being); Een hiërarchische indeling van
levende wezens met God, engelen en mensen bovenaan en planten en
, levenloze objecten onderaan. Deze visie hield verandering tegen, omdat
het een statische, door God gegeven orde betrof.
Begrip; Scala Naturea; De idee van een vaste hiërarchische ladder van het
bestaan, waarbij soorten op een vaste plek stonden en verandering (evolutie) als
onnatuurlijk werd gezien.
Darwin en natuurlijke selectie
Darwins theorie van natuurlijke selectie draait om;
- Erfelijke variatie; individuen verschillen in eigenschappen, en die
verschillen kunnen worden doorgegeven aan nakomelingen
- Differentiële voortplanting; sommige individuen krijgen meer
nakomelingen dan anderen, doordat hun eigenschappen beter passen bij
de omgeving
Begrip; Natuurlijke selectie; proces waarbij eigenschappen die het overleven en
voortplanten bevorderen, vaker worden doorgegeven.
Mutaties en voortplanting
- Mutaties zijn kopieerfouten in DNA en kunnen voordelen opleveren
(zelfden, neutraal zijn of nadelig zijn
- In seksueel voortplantende soorten ontstaan variaties door het combineren
van genetisch materiaal van twee ouders. Hierdoor ontstaan nieuwe
combinaties van genen, wat evolutionaire verandering stimuleert.
Mendel en genetica
Gregor Mendel ontdekte het principe van particulaire overerving; eigenschappen
worden bepaald door discrete eenheden (nu bekend als genen), niet door een
vloeiende menging zoals men eerder dacht. Mendel ontdekte ook dominante en
recessieve eigenschappen, en dat sommige kenmerken generaties kunnen
overslaan.
Van evolutie naar psychologie
Darwin dacht dat natuurlijke selectie niet alleen fysieke kenmerken, maar ook
gedrag en mentale processen kon verklaren. Hij beschouwde de geest als iets dat
voortkwam uit het brein, en dus onderhevig is aan evolutie (materialisme).
Begrip materialisme; de visie dat mentale processen voortkomen uit fysieke
processen in de hersenen.
Darwin schreeft ook over emoties en hun evolutionaire oorsprong in The
Expression of Emotions in Man and Animals (1872) en over babygedrag in A
Biographical Sketch of an Infant.
Vroege pogingen tot evolutionaire psychologie; Francis Galton en
eugenetica
Francis Galton, Darwins neef stelde dat intelligentie en karakter erfelijk zijn. Hij
introduceerde het begrip eugenetica; het idee dat de menselijke soort verbeterd
kon worden door selectieve voortplanting.
,Begrip eugenetica; beweging gericht op het verbeteren van de menselijke
genetische voortplanting via selectieve voortplanting. Onderverdeeld in;
- Positieve eugenetica; bevorderen van voortplanting van goede genen
- Negatieve eugenetica; voorkomen dat mensen met slechte genen zich
voortplanten
Hoewel Galton dacht het beste voor te hebben met de mensheid, leidde dit idee
in extreme vormen tot gedwongen sterilisatie en racistische programma’s vooral
in nazi-Duitsland.
Kritiek op eugenetica en moderne genetica
De eugenetica-beweging heeft blijvende schade veroorzaakt aan het imago van
evolutionaire psychologie. Toch zijn genetische manipulaties vandaag de dag nog
steeds onderwerp van discussie (bijvoorbeeld gentherapie). De vraag blijft; waar
lig t de grens tussen medisch ingrijpen en ethisch betwistbare genetische
selectie?
Instinct en William James
William James stelde dat mensen misschien zelfs meer instincten hebben dan
dieren, omdat hun gedrag complexer is.
Zijn ideeën over geheugen, aandacht en bewustzijn zijn bekend, maar zijn visie
op instinct is minder bekend geworden.
Instincten werden later minder populatie in de psychologie omdat;
- Het begrip wetenschappelijk te vaag werd gevonden
- Veel instinctief gedrag beïnvloedbaar bleek door ervaring, wat het moeilijk
maakte om af te bakenen wat instinct precies was.
Instinct; aangeboren gedragspatroon dat typisch is voor een soort en niet hoeft
te worden geleerd.
Toch lege James een belangrijke basis voor de moderne evolutionaire
psychologie, die wel weer erkent dat sommige gedragingen ingebakken zijn.
Cultuur als verklarende kracht in gedrag
De zogenaamde Standard Social Science Model (SSSM) gaat uit van cultureel
relativisme, met deze aannames;
- Mensen worden geboren als een onbeschreven blad (blank slate); alle
kennis waarden en persoonlijkheid zijn aangeleerd
- Menselijk gedrag is volledig kneedbaar, zonder biologische beperkingen
- Cultuur is een zelfstandige kracht en beïnvloedt mensen, niet andersom
- Gedrag wordt bepaald door socialisatie, leren en indoctrinatie
Cultuur relativisme; de opvatting dat gedrag en kennis volledig worden bepaald
door de cultuur waarin iemand opgroeit zonder biologische invloed.
Socialisatie; het proces waarbij iemand de normen waarden en gedragingen van
een groep aanleert.
Indoctrinatie; een extreme vorm van socialisatie waarbij geen ruimte is voor
afwijkende meningen.
, Deze ideeën kwamen voort uit kritiek op biologische verklaringen die in het
verleden misbruikt werden voor racisme en eugenetica.
Kritiek op misbruik van Darwin en cultureel relativisme
Sommige vroege wetenschappers misbruikten Darwinistische ideeën om rassen
te classificeren als minder geëvolueerd.
Ze gebruikten intelligentietest die waren ontworpen voor westerse culturen op
mensen uit andere culturen, wat tot misleidende conclusies leidde.
- Great Chain of Being/Scala Naturae; een hiërarchisch model waarin
soorten gerangschikt zijn van laag (zoals insecten) naar hoog (zoals
mensen, engelen en God)>
Antropoloog Franz Boass stelde dat verschillen tussen mensen cultureel zijn, niet
biologische en wordt beschouwd als grondlegger van het cultureel relativisme.
Vijf disciplines die evolutionair denken toepassen
Ethologie;
- Bestudeert dierlijk gedrag in de natuurlijke omgeving via observatie
- Combineert beschrijving in analyse
Ethologie; studie van gedrag van dieren en mensen in hun natuurlijke omgeving,
vaak gericht op aangeboren gedrag
Gedragsecologie (Behavioural Ecology)
- Gebruikt kosten-batenanalyse om diergedrag te verklaren
- Legt nadruk op flexibiliteit van gedrag binnen genetische beperkingen
Kosten-batenanalyse; een model om te bekijken of bepaald gedrag de moeite
waard is in termen van overleving en voortplanting
Sociobiologie
- Richt zich op het ontstaan van sociaal gedrag zoals samenwerking,
agressie en voortplanting vanuit natuurlijke selectie
- Kreeg veel kritiek toen het wed toegepast op mensen
Sociobiologie; de studie van sociale gedragingen in termen van hun evolutionaire
voordelen.
Evolutionaire psychologie
- Richt zich op mentale processen (zoals, geheugen, keuzes, emoties)
- Gaat ervan uit dat veel gedrag voortkomt uit mismatch tussen onze
huidige omgeving en die waarin onze hersenen zijn geëvolueerd.
Mismatch; verschil tussen de omgeving waarin we nu leven en de omgeving
waarin onze eigenschappen zijn ontstaan.
Gen-cultuur co-evolutie / Dual Inheritance Theory
- Bestudeert de interactie tussen genetische en culturele evolutie