criminologen (2025) aan de Universiteit Leiden, op basis
van:
- Het boek Economie van misdaad en straf (2e druk
2017)
- Alle voorgeschreven artikelen
- Hoorcolleges incl. PowerPoints door Dr. B.L.
Terpstra
,Inhoud
Week 1: ontwikkeling criminaliteit in het licht van de RKT..................................................1
Ontwikkeling criminaliteit in NL.......................................................................................2
Rationele keuze theorie................................................................................................... 2
Week 2: empirisch onderzoek naar ontwikkeling van criminaliteit......................................7
Lineaire regressie............................................................................................................ 8
Week 3: naar een efficiente aanpak van criminaliteitsbestrijding.....................................11
Basisredenering Becker................................................................................................. 11
Theorie optimale aanpak............................................................................................... 13
Rekenvoorbeeldjes..................................................................................................... 14
Speltheorie.................................................................................................................... 16
Prognosemodel justitiële ketens....................................................................................18
Week 4: methodiek van de maatschappelijke kosten=batenanalyse...............................20
Onderzoek in NL............................................................................................................ 20
Internationaal onderzoek............................................................................................... 21
MKBA............................................................................................................................. 22
Rekenvoorbeeldjes..................................................................................................... 28
Artikel............................................................................................................................ 30
Week 5.............................................................................................................................. 31
Repressie....................................................................................................................... 32
Vrijheidsstraf.............................................................................................................. 32
Pakkans...................................................................................................................... 34
Preventie....................................................................................................................... 34
Resocialisatie................................................................................................................. 35
WSIPP............................................................................................................................ 36
Conclusies..................................................................................................................... 37
Hoofdstuk 13................................................................................................................. 37
Artikelen........................................................................................................................ 38
Werkgroep..................................................................................................................... 41
Tentamen:
- Duur: 3 uur
- Aantal opgaven 5 (a en b) -> totaal 50 punten, iedere vraag gelijke waarde en a is
iets makkelijker dan b
Tentamenonderwerpen:
Week 1: Normverval Week 4: KEA en MBKA doen
Week 2: Output interpreteren Algemeen; onderzoeken
Week 3: Strafrisico waaruit blijkt dat
gevangenisstraf
WEEK 1: ONTWIKKELING CRIMINALITEIT IN HET LICHT VAN DE RKT
1
, B.C.J. van Velthoven, Economie van Misdaad en Straf, Den Haag: Boom Lemma 2e
druk, 2017: hfdst. 1, 2, 4 en 5
ONTWIKKELING CRIMINALITEIT IN NL
Werkt straffen? In het boek ‘Economie van misdaad en straf’ is de basis gelegd door Gary
Becker (1930-2014). Het heeft een sterk instrumentele benadering met twee kernvragen:
- Zoeken naar goede/optimale aanpak handhavingsbeleid trefwoorden: effectiviteit
en efficiëntie
- Zoeken van verklaring voor crimineel gedrag trefwoord: rationele-keuzetheorie
In 2022 waren er veel geregistreerde misdrijven, maar nog meer feitelijk gepleegde
delicten met slachtoffers (en zonder). Sinds 1950 is de lijn van geregistreerde misdrijven
per 1000 inwoners lange tijd gestegen.
In 2023:
- 0,57% kans op detentie, gem. 122 dagen
- 0,48% op taakstraf, gem. 58 uur
- 0,73% op geldstraf, gem. 1130 euro
Strafrisico (S)=pakkans x strafmaat
= 0,57% x 122 dagen + 0,47% x 58 uur + 0,73% x 1.130 = 0,69 dag detentie (17 uur)
+ 0,27 uur taakstraf (16 minuten) + ÿ 8,33
geldstraf
Het strafrisico in dagen detentie is sinds 1950
lange tijd gedaald. Het strafrisico is dus lager
en er zijn wel steeds meer delicten gepleegd.
RATIONELE KEUZE THEORIE
Rationele keuze theorie= mensen streven naar een zo hoog mogelijk niveau van
welbevinden (nut), binnen de grenzen van het mogelijke. Dit is volgens Becker ook
bruikbaar om crimineel gedrag te verklaren.
- Mensen zijn egoïstisch en wegen marginale kosten en baten af, op zoek naar het
meeste nut/utility (tussen geld en geluk in).
- Burgers streven naar maximalisatie
- Keuze voor crimineel gedrag is gebaseerd op een individuele afweging van
verwachte kosten en baten (baten > kosten -> handeling -> meer nut)
o Persoonlijk gewin (G=opbrengsten (O)-kosten (K)) en strafrisico (pakkans x
strafmaat)
o Preferenties spelen hierbij een rol: bijv. tijds- en risicovoorkeuren. Het is
dus niet zo dat iedereen dezelfde nutsfunctie heeft.
Risicovoorkeuren: meer risico mijdend of niet
Tijdsvoorkeuren: myopie=kortzichtig of langetermijndenken ->
sommige kosten liggen pas in toekomst
- Veranderingen in omstandigheden zorgen voor veranderingen in kosten en baten
en leiden evt. tot veranderingen in gedrag.
- Op iedereen toe te passen, maar voor iedereen andere uitkomst -> kijken naar
gemiddelde
2
,Theoretiseren=abstraheren, dus de onvermijdelijke vraag is: wat willen we verklaren,
ieder mens op zich met alle variatie, of de grootste gemene deler van de gemiddelde
mens?
Het beeld van de rationele keuze theorie is niet heel realistisch:
Homo economicus als karikatuur Realistischer variant
mens denkt alleen aan zichzelf mens heeft een zekere eigen wil
Denk alleen aan geld heeft allerlei interesses, van materiële en
immateriële aard
Heeft alle relevante informatie kijkt om zich heen, krijgt signalen, gaat
soms gericht op zoek naar informatie
Kan perfecte afweging maken verkeert in een sociaal netwerk
Aantal stellingen (opdracht):
Op grond van de rationele-keuzetheorie valt te verwachten dat criminelen
kenmerken hebben die afwijken van die van de niet-criminele bevolking.
criminelen kunnen andere economische voorkeuren hebben:
o tijd : gericht op heden of toekomst
o risico: avers of minnend
Maar: criminelen verschillen niet van niet-criminelen in de wijze waarop ze kosten
en baten analyseren.
De rationele-keuzetheorie veronderstelt niet dat een (potentiële) crimineel
volledig geïnformeerd is over de wet en de wetshandhaving, maar alleen beschikt
over relevante informatie. De verwachting, dus het gepercipieerde strafrisico,
staat centraal. Het is een subjectief strafrisico. Het gaat om de eigen
verwachtingen die iemand heeft, geen topadvocaat zijn.
Het is altijd en op iedereen van toepassing, hoewel ondernemingen waarschijnlijk
eerder dan individuen vermogensdelicten zouden plegen (zoals fraude, rrationeel)
dan passion delicten (zoals zedendelicten, minder rationeel).
Ook resocialisatie kan van belang zijn, niet alleen afschrikking. Het kan ervoor
zorgen dat de baankansen toenemen, waardoor de opportunity costs hoger zijn +
normherstel (persoonlijke drempel) door het bijbrengen van normen en waarden
kan zeer zeker zinvol zijn
Rechtsbescherming zorgt ervoor dat de pakkans gegarandeerd wordt. Zonder:
o pakkans wordt toeval
o niets gedaan, wel positieve pakkans
o afschrikking verliest effect
De rationele-keuzetheorie voorspelt niet dat (ex-)criminelen na het uitzitten van
een gevangenisstraf minder vaak een delict plegen dan daarvoor: het is
afhankelijk van:
o mate waarin informatie over pakkans en straf is geactualiseerd
o mate waarin normen en waarden zijn bijgesteld (K)
o verlies aan kansen op arbeidsmarkt (K)
o kwaliteit van reclassering of contact met delinquenten (K) -> kosten
omlaag/baten omhoog
De inhoud van de rationele-keuzetheorie zoals gehanteerd door economen en
criminologen is dezelfde, maar wellicht hechten criminologen een ander waarde
aan deze theorie dan economen.
Het basisidee voor de verklaring van crimineel gedrag is als volgt: als zich gelegenheid
tot regelovertreding voordoet, weegt potentiële dader plussen en minnen af:
3
,Persoonlijk gewin (G)= opbrengsten van het delict minus de kosten van het plegen
VS
Strafrisico (S)=pakkans (p) x strafmaat (f)
G> S -> regelovertreding.
Dit wijst op het belang van het strafrisico, maar ook op rol van:
- Gelegenheid: er moet allereerst een gelegenheid zijn voor normovertreding
- Baten delict: (im)materiële opbrengsten (fiets of status), minder meetbaar (O)
- Kosten
o Plegen delict (bijv. door tegenmaatregelen van slachtoffers, hang en sluit
slot knippen etc., bewapend /beveiligd), vooral praktische kosten
o Opportunity costs = in bijv. het voorbereiden van de daad gaat tijd zitten
die ook ergens anders aan besteed had kunnen worden zoals legaal
inkomen/werk. Deze zijn vooral hoog als de andere opportunity relatief veel
inkomen zou geven: een ceo zou meer moeten opgeven dan iemand
zonder inkomen. Het gaat hier om absolute aantallen
o Persoonlijke drempel: gevoelens van schuld en spijt (zitten als in de kosten
in het standaardmodel). Mensen kunnen ook door anderen beïnvloed
worden, dan zit het niet meer standaard in de K
o Kosten van risico op ontdekking:
Formele strafrisico=pakkans x strafmaat. Dit wordt opgelegd
door de overheid/justitie en hangt ook samen met de K-waarde.
Economische kosten; negatieve gevolgen van strafblad voor
huidige/toekomstige arbeidsmarktpositie
Sociale kosten: stigma en afwijzing door relevante omgeving
o Hier vinden verschillende wisselwerkingen plaats, bijv. Tweede
Amendement Amerika (=je mag een wapen dragen) kan verklaard worden
door de RKT raamwerk: VS is een groot gebied met kleine pakkans ->
compenseren door andere kosten hoog te maken -> gewapende mensen
zorgen ervoor dat mogelijke criminelen die overweging meenemen als
kosten dat je neergeschoten kunt worden. Zo is er een afwisseling tussen
wat overheid en mensen zelf doen.
Daarmee is er indirect rol voor factoren als:
- Niveau werkloosheid
- Samenstelling bevolking
Naast strafrisico S zijn ook normen en waarden een drempel voor crimineel gedrag:
1. Intern (Bo): spijt / wroeging / schuldgevoel. Bij overtreding norm treedt
spijt/wroeging/schuldgevoel op, varieert per persoon. Stel 70% van de bevolking
zegt op t=0 spijt te hebben.
2. Extern (Ro): sociale controle / schaamte / reputatieverlies negatieve arbeidsmarktrepercussie.
Normovertreding zorgt voor schaamte/ reputatieverlies t.o.v. anderen, varieert per
persoon. Stel dat op t-0 ook weer 70% van de bevolking de norm onderschrijft,
4
, dan wordt de informele sociale controle slechts uitgeoefend door degenen die in
de norm geloven.
Deze drempels werken tegelijk: spijt en kosten hebben
beide invloed op de kosten in het RKT model -> hoger.Kritiek op standaardmodel is soms
dat het te individualistisch en egoïstisch is -> dit laat meer izen hoe dingen ook beïnvloed
kunnen worden door sociale
factoren.
Deze grafiek gaat over kosten
(y-as) en percentage van totale
populatie (x-as) De grafiek geeft
aan wat voor kosten spijt (Bo)
met zich meebrengt. Op de x-as
is gerangschikt hoe hoog zij de
kosten vinden. Iemand bij 0 zou
heel veel spijt hebben/heel veel
kosten en bij 100 helemaal
geen. De norm wordt maar door
een deel van de populatie
onderschreven 70% in de grafiek. 30% heeft geen vorm van spijt.
Het is binair: onderschrijven of niet . Hoogste punt van lijn voordat hij recht omlaag gaat
(cirkel)=hoogste persoon die norm nog onderschrijft eigenlijk. Schaamte lijn loopt wel
helemaal door tot einde grafiek (i.t.t. spijt lijn): er is altijd iemand die de norm
onderschrijft, iemand die je op je plek zet.
G-So lijn: netto opbrengsten – strafrisico. Positief (>0) betekent dat mensen in principe
gegeven de G en S een positieve kans om normoverschrijdend gedrag te vertonen maar
tegengehouden door spijt schaamte
Dit verklaart de normovertreding bij G>S + B + R ofwel: als G − S0 > Bo + Ro . Stel,
mogelijkheid tot normovertreding, met G = 8 en So = 6, zodat G − S0o= 2.
> resultaat: 70% normconform en 30% delinquent gedrag : stabiel evenwicht (snijpunt
rode lijn en zwarte verticaal deel)=iedereen die norm onderschrijft, pleegt geen delict. Er
is niet zoveel gewin dat mensen die de norm onderschrijven alsnog het delict plegen,
alleen degenen die de norm al niet onderschreven plegen het delict.
- Alle personen vertonen geen crimineel gedrag voor wanneer de baten lager zijn
(hele links gedeelte van de grafiek voor de verticale zwarte lijn)
- Het vierkantje na 0,7 is mensen die wel crimineel gedrag vertonen, want baten
hoger (schuin gestreept)
- Er gaat niks veranderen als de lijn de kosten kruist op het discontinuïteitsvlak
(=snijpunt rode lijn met verticale deel zwarte lijn, dat hele stuk is evenwicht)
5