Leerdoelen:
• Legt uit welke rol de respiratie speelt bij het in stand houden van de
homeostase.
• Legt uit hoe de luchtstroom gedurende de gehele ademcyclus tot stand
komt en waardoor deze wordt beïnvloed. De begrippen flow, druk, volume,
weerstand, compliance, metabolisme, frequentie, teugvolume en
ademarbeid worden hierin meegenomen.
• Legt uit hoe de gaswisseling in de gezonde longen tot stand komt. De
invloed van de verschillende longvolumes, diffusie, ventilatie, oxygenatie,
ventilatie/perfusie verhouding, shunting en dode ruimte worden hierin
meegenomen.
• Beschrijft de oxygenatie van het hemoglobine aan de hand van de
theorie over de zuurstofdissociatiecurve.
• Onderscheidt bij auscultatie vesiculair ademgeruis, rhonchi, crepitaties
en wheeze van elkaar.
• Benoemt wat de werkingsprincipes zijn van de verschillende vormen van
zuurstoftherapie waarbij de ademhaling ondersteund kan worden.
(zuurstofbril, venturimasker, non-rebreathing masker en Optiflow®)
• Beschrijft bij respiratoire insufficiëntie:
o wat er precies verstoord raakt
o wat de schadelijke effecten zijn voor cellen en weefsels
o wat het gevolg is op de (vitale)functies van het lichaam
o wat de relatie is tussen oorzaak, gevolg en symptomen
o welke veranderingen in basisparameters te verwachten zijn
o welke interacties en wisselwerking tussen vitale functies er kunnen
plaatsvinden
o welke interventies noodzakelijk zijn
o hoe het effect van interventie(s) te evalueren is
• Beschrijft de betekenis en de inhoud van de volgende begrippen met
betrekking tot een bloedgasanalyse:
o zuren en basen
o het begrip pH
o het zuur-base evenwicht
o het buffersysteem, zowel respiratoir als metabool
o de belangrijkste zuur-base verstoringen
o compensaties van de verstoringen
o normaalwaarden van bloedgassen
o ongecompenseerde en gecompenseerde zuur-base stoornissen
o gecombineerde afwijkingen
, Homeostase
Lucht gaat via de neusholte => Farynx (keelholte) => Larynx
(strottenhoofd) =>Trachea (luchtpijn) => Bronchiën.
Dode ruimte de bovenste luchtwegen (neus- & keelholte, strottenhoofd
en trachea). Hier vindt geen diffusie plaats.
Doormiddel van de ademhaling vindt er ventilatie en oxygenatie plaats.
CO2 wordt afgegeven aan de lucht en O2 wordt opgenomen in het bloed.
Dit zuurstof zal via de circulatie naar de rest van het lichaam vervoerd
worden waar dit gebruikt zal worden.
DO2 = Hb + CO + SaO2
DO2: Delivery of oxygen (de hoeveelheid zuurstof dat naar de weefsels
vervoerd wordt)
Hb: Hemoglobine
CO: Cardiac output (hartminuutvolume)
SaO2: Saturatie (hoeveelheid hemoglobine waar O2 aan gebonden zit)
Al deze factoren zijn van invloed op het vervoer van zuurstof naar de
weefsels en organen. Daalt de saturatie, dan zal het hart compenseren
met een verhoogde CO en uiteindelijk meer Hb. Dan zal ook de CO
verhogen en het ademarbeid toenemen. De factoren compenseren voor
elkaar.
Flow = Druk : weerstand
o Wordt uitgedrukt in liter per minuut
o Weerstand wordt bepaald door de diameter van de luchtwegen
o De druk is het verschil tussen de druk in de longen en de
buitenlucht
Intrapulmonale druk Druk in alveoli
Intrapleurale ruimte -4 mmHg (vergeleken met de intrapulmonale
druk). Hierdoor blijven de longvliezen op elkaar.
Surfactant Dit is een vochtlaagje van eiwit binnen in de alveoli, dit
verlaagd de oppervlaktespanning. Het voorkomt dat de kleine alveoli
collaberen en zo is er minder kracht nodig om de alveoli op te rekken
tijdens de inspiratie.