Belastingstelsels en Regels; 2025/2026.
Belastingrecht
Week 1
De overheid doet meerdere diverse maatschappelijke behoeften waarin de particuliere markt
niet voorziet
Defensie en wegenonderhoud
Om dit te financieren is de belastingdienst nodig
Iedereen moet dit ook volgen
Art 104 Gw →overheid wel aan recht regels houden
1. Directe belastingen →wetgever verwacht dat deze direct op de belastingplichtige
drukt loon, inkomsten en vennootschapsbelasting
2. Indirecte belastingen →belastingen die worden afgedragen door belastingplichtige
maar worden overgedragen naar derden →de consument BTW/accijn
Wat is belasting?
1. Een verplichte betaling aan de overheid
2. De overheid levert geen individueel aanwijsbare tegenprestatie
3. Belasting is geen straf
4. Belasting is berust op voor ieder geldende wetgeving
Geschiedenis Nederlands belastingstelsel
17/18 eeuw →lokale belastingen voor goederen
Rond 1800 →landelijk heffingen op het inkomen
1940 →belasting systeem werkt niet door
1. Geen vennootschapsbelastingen: ondernemers geen belasting op hun winst
2. Veel mensen in moeilijkheden, alleen grootverdieners betalen
na 1945 →verhogen inkomstenbelasting door de verzorgingsstaat
2019 →BTW meer omhoog en de inkomstenbelasting naar beneden
Soorten belastingen
1. Inkomstenbelasting: allen nederlanders die genieten van nederlandse vermogen
moeten inkomen belasting betalen
Verdeeld over 3 boxen: als je niet hierbinnen valt hoef je ook geen belasting te
betalen
Uitzonderingen
Gift en schenkingen hebben eigen belasting
Vermogenswinst wordt niet belast, denk aan je huis voor meer verkopen
Niet de daadwerkelijke gerealiseerde inkomsten uit sparen en beleggen wordt belast
2. Loonbelasting →elke maand houdt de werkgever loonnbelasting in
3. Vennootschapsbelasting →rechtspersonen zijn onderworpen aan heffing van een
afzonderlijke winstbelasting
4. Dividendbelasting →belasting van 15% op de opbrengst van de aandelen binnen
Nederland
,Materieel belastingrecht →gaat over de inhoudelijke vragen, wanneer je meot betalen, wie
en waarover en hoeveel
Formeel →hoe ontstaat belastingschuld, welke autoriteit en op welke wijze bezwaar
Materiële belastingschuld →hoeveel je op bouwt
Formeel belastingschuld →Wanneer het via een aanslag bekend wordt
2 belangrijke gevolgen van belasting
1. Belastingdruk = mensen verliezen koopkracht
2. Sturing = Mensen gaan hun plannen wijzigen doordat ze belasting moeten betalen
en hierdoor worden keuzes anders
Instrumentele functie van belasting - belasting wordt gebruikt voor het sturen van mensen
Wetgever neemt aan dat de belasting wordt gedragen door degene die belastingplichtig is
In werkelijkheid maakt alleen de markt uit wie de belasting draagt
Marktpartij reageert het minst op een prijsverandering van het grootste deel van de belasting
draagt
Denk aan de rokers
Wetgever wilt een eerlijke verdeling maken: rijkere mensen moeten meer belasting betalen
dan de rest
Belastingontwijking = minder belasting betalen dan je moet volgens de fiscus
Ontduiken = door frauderen en niet opgeven van bepaalde inkomen
Belastingvlucht
1. Emigratie naar landen met mildere belastingregels
2. Kapitaalstromen, winsten en vermogens opbrengsten onderbrengen in
belastingparadijzen
Doeleinden van belastingen
1. Fiscale belastingen →geld verzamelen voor eerlijk verdelen
2. Niet-fiscale belastingen →milieu verbeteren, innovatie en werkgelegenheid
Adam Smith
4 eisen voor belastingstelsel
1. Draagkrachtbeginsel; Je moet de belastingdruk niet te zwaar maken en iemand moet
nog de minimale bedrag hebben voor levensbehoeften
Profijt →je moet zelf ook bijdrage doordat je kan profiteren van de voorzieningen
2. Rechtszekerheid
3. Uitvoerbaarheid
4. Neutraliteit →belasting moet niet de vrije markt economie beïnvloeden
Verdeling Beginselen = Draag Beginsel en profijtbeginsel
- Draagkrachtbeginsel →hoe meer draagkracht, hoe meer belasting je gaat betalen
- Profijtbeginsel →hoe meer profijt je ergens uithaalt, hoe meer belasting
- Buitenkansbeginsel →Hoe meer meevallers, hoe meer belasting
, Komt van
Thomas Hobbes →Samenleving kan niet bestaan als er geen duidelijk sterke staat is en de
staat heeft die kracht als het belasting kan afdwingen
John Locke →Samenleving kon bestaan zonder belasting als het maar samenwerking loont.
Mensen dragen bij voor hun eigen bestwil
Instrumentalisering = belasting wordt niet gebruikt om opbrengsten te generen maar om
economische keuzes van burgers en bedrijven te beïnvloeden
→Bewust de neutraliteit ontwijken volgens Adam Smith
Inkomstenbelasting van de box 1
art 1.1 en art 2.1 →belasting op natuurlijke personen en mensen van vlees en bloed is
directe belasting
2.7 →je hoeft pas belasting te betalen als je inkomen niet meer in dan de heffingskorting
Eerst →Synthetische inkomstenbelasting - alle opbrengsten uit diverse bronnen werden bij
elkaar opgeteld
Sinds 2001 →Analytische inkomstenbelastingen →je hebt 3 boxen
Box 1 →werk en woning
Box 2 →aanmerkelijk belang
Box 3 →sparen en belangen
Elke box heeft zijn eigen tarief en wordt er rekening gehouden met de persoonlijke
aftrekposten art 6.1 lid 2
Wanneer is er sprake van inkomen
1. deelname aan economisch verkeer
2. er wordt beoogd als subjectief inkomen bestanddeel
3. Het voordeel valt objectief te verwachten
Box 1 →art 3.1
Heffingskorting
Belastingplichtige hebben recht op heffingskortingen die in mindering komen op de
verschuldigde inkomensheffing
art 8.2
Verzilveringsprobleem = Als je geen inkomen hebt, en dus ook geen inkomensheffing hoeft
te voldoen krijg je ook geen heffingskorting art 8.8
Retributie – je kan een bepaalde functie krijgen als je een bepaalt bedrag betaald als
tegenprestatie
Bestemmingsheffing →een belasting die specifiek is voor bepaalde groep voor een
bepaalde uitgaven van overheid wat er te maken mee heeft