Belastingstructuur
Hoorcollege 1:
Belasting (juridische definitie) = elke heffing die de wetgever aanmerkt als belasting.
→ Klassieke definitie volgens fiscale theorie = belastingen zijn gedwongen betalingen anders
dan bij wijze van straf, aan de overheid op grond van algemeen geldende regels,
waartegenover geen individuele tegenprestatie staat.
→ Belastingen dienen ter bekostiging van overheidsuitgaven.
Belastingrecht houdt zich bezig met geld binnen halen.
Week…
1. Inleiding belastingrecht;
2. Inkomen uit werk - box 1;
3. Inkomen uit sparen en beleggen - box 3 + eigen woning - box 1;
4. Omzetbelasting (BTW);
5. Formeel belastingrecht.
→ Retributie = dienst van de overheid en de overheid rekent die kosten aan jou door, mag
geen winst op gemaakt worden.
→ Bestemmingsheffingen = zit bepaald labeltje aan, grotere groep profiteert.
(plezierbelasting, iedereen betaalt hiervoor die er profijt van kan hebben)
→ Algemene belastingen = grote pot, politiek kan daar mee doen wat hij wil, vrij
besteedbaar.
→ Deze verdeling heeft geen doel, wel tentamenvragen.
Fiscaal legaliteitsbeginsel = belastingen van het Rijk worden geheven uit kracht van een
wet, andere heffingen van het Rijk worden bij de wet geregeld. art. 120 GW
,→ Waarom worden belastingen geheven uit kracht van WIFZ? Omdat ze een
gerechtvaardigde inbreuk maken op eigendomsrecht, je moet weten waar je aan toe bent,
democratische revolutie.
→ Wat zijn de essentialia van een belasting:
- Subject: van wie de belasting wordt geheven;
- Object: waarover wordt de belasting geheven;
- Tarief: hoeveel moet je betalen;
- Heffingsmethode (week 6): wie moet m betalen (jijzelf of iemand anders).
→ Subject:
- Degene van wie de belasting wordt geheven;
- Ligt vaak voor de hand (natuurlijke persoon art. 1.1 Wet IB 2001);
- Of het subject ook de belasting verschuldigd, hangt af van het heffingsmethode;
- Of de belasting op het subject drukt, hangt af van prijsvorming (economie).
→ Stel tarief gaat omhoog van 49,5% naar 80%, wat doe je dan? Je wil dan meer loon.
→ Object:
- Grootheid waarover belasting wordt geheven (inkomstenbelasting = belastbaar
inkomen art. 3.2 Wet IB);
- Object heeft betrekking op 1 van de 3 economische grondslagen van het belastingmix:
a. Arbeid; loon/inkomsten grootste
b. Kapitaal;
c. Consumptie.
→ Tarief (visitekaartje van belasting):
- Tarief bepaalt in combinatie met object in beginsel de verschuldigde betaling;
- Maar nog wel correcties (tax credits);
- !!!: Wettelijk tarief =/ belastingdruk (effecten van tax credits).
Waarom wordt de lat staatsrechtelijk zo hoog gelegd?:
- Inbreuk op eigendomsrecht;
- Rechtszekerheid (fiscale zekerheid);
- Democratische legitimatie.
Essentialia belasting:
- Subject; degene aan wie de belasting wordt geheven.
- Object; grootheid waarover belasting wordt geheven.
→ Object heeft betrekking op 1 van de 3 economische grondslagen van de
belastingmix:
a. Arbeid;
b. Kapitaal;
c. Consumptie.
- Tarief; bepaalt in combinatie met object in beginsel de verschuldigde belasting.
→ Maar soms nog correcties (tax credits).
, → !!!: wettelijk tarief =/ belastingdruk.
→ Object x tarief = verschuldigde betaling.
- Heffingsmethode (week 6).
Materieel vs. formeel:
- Afbakening is niet heel scherp;
- Materieel belastingrecht = alle regels over de omvang van de belastingschuld
(subject, object, tarief); hoeveel moet je betalen.
- Formeel belastingrecht = rechten en verplichtingen belastingplichtige/fiscus en alle
regels over de wijze waarop de belastingschuld wordt vastgesteld en ingevorderd
(fiscaal bestuursrecht en heffingsmethode). hoe zorgen we ervoor dat je dit bepaalt,
wat zijn je rechten/verplichtingen.
Directe vs. indirecte:
1. Indirecte belastingen:
- Invoerrechten;
- Omzetbelastingen;
- Belastingen op personenauto’s en motorrijtuigen;
- Accijnzen;
- Overdrachtsbelasting;
- Assurantiebelasting;
- Motorrijtuigenbelasting;
- Belastingen op een milieugrondslag;
- Verbruiksbelasting van alcoholvrije dragen e.d.;
- Belasting op zware motorrijtuigen;
- Verhuurdersheffing;
- Bankbelasting.
2. Directe belastingen: raken je draagkracht rechtstreeks
- Loon- en inkomstenbelasting;
- Dividendbelasting;
- Kansspelbelasting;
- Vennootschapsbelasting;
- Schenk- en erfbelasting.
Functies van belastingheffing:
1. Budgettaire functie:
→ Verdeling budgettaire last o.a. op basis van fiscale verdeling beginselen
(rechtvaardigings beginselen).
- Belastingen zijn nodig om overheidsuitgaven te financieren, waaronder
collectieve goederen (politie, defensie, infrastructuur);
- Collectieve goederen; non-exclusief en non-rivaal
- Vanwege marktfalen produceert de overheid collectieve goederen die worden
gefinancierd door belastingen.
2. Herverdelingsfunctie:
-
-
- 1 element van sociale ongelijkheid is distributieve ongelijkheid (SCP 2023);
, - Via belastingheffing kan inkomen- en vermogen worden herverdeeld (sociale
rechtvaardigheid);
- In Nederland herverdelen belastingen sec per saldo niet…
→ Maar de overheidsuitgaven herverdelen wel (uitkeringen, toeslagen,
onderwijs en zorg).
3. Instrumentele functie:
- Nevendoeleinden van belastingheffing;
- Belastingen stimuleren zaken die de maatschappij belangrijk vindt.
(bevorderen arbeidsparticipatie, eigenwoningbezit, ondernemerschap);
- Belastingen ontmoedigen zaken die de maatschappij onwenselijk vindt.
(ontmoedigen roken, co2, plastic etc.).
→ Kritiek neemt toe.
Er zijn 3 redenen waarom wij belasting heffen:
1. De overheid heeft geld nodig (de budgettaire functie);
- Memorie van toelichting;
- Belasting heffen we om overheidsuitgaven te kunnen betalen;
- Belastingen zijn heel goed, maar veel politieke strijd;
- Overheidsuitgaven zijn voor collectieve goederen (niemand kan worden
uitgesloten, non-exclusief, non-rivaal (profijt 1 doet geen afbreuk aan ander).
3 beginselen:
1. Draagkrachtbeginsel (oerbeginsel) = sterkste schouders moeten de zwaarste
lasten dragen.
→ Kan een progressief tarief belastingheffing zijn naar draagkracht? Je hebt 2
soorten progressiviteit:
a. Ja: economische nutstheorie = als je meer hebt, neemt het nut ervan
af, bijvoorbeeld sahara en glas water, sociale rechtvaardigheid.
b. Nee: herverdeling.
2. Profijtbeginsel= hoe meer profijt iemand heeft van publieke voorzieningen,
hoe meer je betaalt (omgekeerd van vervuiling principe).
vennootschapsbelasting op gebaseerd
3. Buitenkansbeginsel = als je een buitenkansje hebt, wordt dit makkelijk belast
(kansspelbelasting in casino, erfbelasting van verre oom etc.).
2. Herverdelingsfunctie;
- Belastingen herverdelen per saldo niet, in NL > hoe meer je hebt, procentueel
betaal je minder en minder;
- Oplossing sociale rechtvaardigheid > overheidsuitgaven herverdelen wel
(uitkeringen, toeslagen, onderwijs en zorg).
3. Instrumentele functie:
- Lijkt de belangrijkste te worden;
- Kritiek neemt toe > als jij een gift doet aan een goed doel, mag je dit
aftrekken, wat is het doel? meer geven aan goede doelen, toch blijft t in stand.