Hoofdstuk I: Inleiding
Parate kennis
- Gewesten en gemeenschappen van België kan aanduiden op blinde kaart.
- de werelddelen kunnen opnoemen en aanduiden op een blinde wereldkaart
- de oceanen kunnen opnoemen en aanduiden op een blinde wereldkaart.
- Alle landen van de Europese Unie en hun hoofdsteden kan opsommen en dat je de EU-lidstaten kan
aanduiden op een blinde kaart
- Naast alle landen van de EU, de volgende Europese landen kan aanduiden op een blinde kaart:
Bosnië-Herzegovina, IJsland, Montenegro, Noorwegen, Oekraïne, Rusland, Servië, Turkije,
Vaticaanstad, Wit-Rusland, Zwitserland.
- de belangrijkste economische gebieden van Europa kunnen opnoemen en op kaart kunnen
aanduiden;
Wat is ruimte?
Leerdoel: Kunnen aantonen dat het begrip ruimte moeilijk te omschrijven is en enkele mogelijke invullingen
kunnen opnoemen.
Ruimte:
- Plaats om zich uit te strekken
- Een door grenzen bepaalde plaats
- Onbegrensde verzameling van plaatsen; het heelal
Het is veranderlijk van aard en staat open voor interpunctie (=verschillende manieren waarop het begrip
gebruikt wordt.
Geografie:
= aardrijkskunde: is de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het aardoppervlak en alles
wat zich op aarde afspeelt.
Topografie:
= onderdeel van de aardrijkskunde dat beschrijft hoe een land, stad of gebied eruitziet d.w.z. welke
plaatsen, meren en rivieren er zijn en waar ze liggen.
De objectieve en subjectieve ruimte
Leerdoel: het verschil kunnen aangeven tussen de objectieve en subjectieve ruimte
Objectieve ruimte:
- Meetbare, fysieke ruimte
- Ruimte die we terugvinden op landkaarten of in wetenschappelijke modellen.
- We kunnen die vastleggen.
Subjectieve ruimte:
- Beleefde ruimte
- Persoonlijke ruimte
- Afgebakend gebied dat men beleeft en waardeert
- Bv: gedicht
Leerdoel: kunnen uitleggen hoe de beleefde/subjectieve ruimte als vertrekbasis bij kinderen zowel een
voordeel als een nadeel kan zijn.
Voordeel:
- Kinderen voelen zich verbonden met hun omgeving
- Deze verbondenheid stimuleert zorg voor natuur en omgeving
- Er is ruimte voor creativiteit, ontdekken en persoonlijke betekenis
,Nadeel:
- Geen duidelijk houvast zoals bij objectieve ruimte
- Daardoor is het moeilijker om aardrijkskunde aan te leren
- Ze begrijpen minder goed hoe de wereld is opgebouwd in afstanden en vormen.
Fysieke en psychologische ruimte
Leerdoel: het verschil tussen fysieke en psychologische ruimte kunnen uitleggen.
Fysieke ruimte:
- Ruimte om ons heen die we kunnen waarnemen, in voortbewegen.
Psychologische ruimte:
- Mentaal gegeven. Ruimte waarvan we een beeld/voorstellen maken in onze gedachten.
Leerdoel: kunnen uitleggen wat een mentale kaart is en kunnen verduidelijken waarom die term
verwarrend kan zijn.
Mentale kaart:
= innerlijke beeld van een ruimte (buurt/schoolomgeving)
- Het is hoe iemand in zijn hoofd weet waar dingen zich bevinden (bv: klas kaart van België)
- Gebruiken? Om ons te oriënteren en onze dagelijkse activiteiten te plannen.
- Belangrijk! Algemene kennis.
Waarom is de term verwarrend?
- Geen echte, nauwkeurige kaart.
- Vaak onvolledig en vervormd.
- Verandert voortduren door nieuwe ervaringen.
Leren denken op verschillende ruimtelijke schaalniveaus
Leerdoel: het belang van ruimte uitleggen.
Ruimte speelt een cruciale rol in hoe kinderen de wereld leren kennen en begrijpen.
Naarmate kinderen ouder worden, breidt hun mentale voorstelling van de ruimte zich uit.
Local – to – global principe:
= kinderen stapsgewijs leren denken op verschillende ruimtelijke schaalniveaus. Dit helpt hen niet alleen
feiten te leren, maar ook ruimtelijke patronen te herekennen, zoals bevolkingsspreiding of klimaatzones.
1e graad: eigen klas, eigen slaapkamer
2e graad: gekende omgeving, eigen gemeente (want gebied dat men verkent en mentaal beeld kan stilaan
bijgesteld worden)
3e graad: België, Europa en de rest van de wereld (dit zijn ruimtes die ze niet kunnen leren kennen door
directe waarneming)
Het begrijpen van ruimtelijke patronen is een cruciaal onderdeel omdat:
- Het kinderen leert nadenken over maatschappelijke problemen (bv: klimaatverandering)
- Ze leren verbanden leggen tussen mens en omgeving.
- Het helpt hen kritisch en wereldgericht te denken
Vragen stellen zoals: waar, waarom daar, waar ook…
leren kinderen de wereld analyseren en begrijpen. Zo groeit hun geografisch besef, wat essentieel is om
verantwoordelijke burgers te worden in een complexe en snel veranderde wereld.
Kaartvaardigheid
, Van wereldbol tot kaart
Oefening zie pagina 17.
Punten en lijnen op de aardbol
Leerdoel: kunnen uitlegen wat een referentiestelsel is en waarom het noodzakelijk is
Referentiestelsel:
= een systeem van denkbeeldige lijnen en punten (zoals de evenaar, meridianen en polen) dat gebruikt
wordt om de exacte ligging van een plaats op de aarde te bepalen.
Waarom noodzakelijk?
= omdat de aarde een ronde draaiende bol is. Zonder een referentiestelsel zouden we geen duidelijke
coördinaten kunnen geven of oriëntatie kunnen bepalen.
Leerdoel: volgende begrippen kunnen verklaren: aardrotatie, noordpool, zuidpool, meridiaan, parallel,
coördinaat, nullijn, lengte(cirkel), breedte(cirkel) en gradennet
Aardrotatie Draaien van de aarbol om een denkbeeldige as.
Noordpool Bovenaan de aardbol. Richtpunten voor noorden.
Zuidpool Onderaan de aarbol. Richtpunten voor zuiden.
Meridiaan Lijnen die van pool tot pool lopen. Ze geven aan hoe oostelijk/westelijk een plaats
ligt. De nulmeridiaan loopt door Greenwich.
Parallel Cirkels evenwijdig met de evenaar. Ze geven aan hoe noordelijk/zuidelijk een plaats
ligt.
Coördinaat Kruispunt van breedte en lengtecirkel
Nullijn De startlijn voor metingen. Voor breedte is dit de evenaar (0°), voor lengte de
nulmeridiaan (0°).
Lengte(cirkel) Lijnen die van pool tot pool lopen. Ze geven aan hoe oostelijk/westelijk een plaats
ligt. De nulmeridiaan loopt door Greenwich.
Breedte(cirkel) Cirkels evenwijdig met de evenaar. Ze geven aan hoe noordelijk/zuidelijk een plaats
ligt.
Gradennet Meridianen, lijnen en parallellen. Dat helpt om elke plaats op aarde precies aan te
duiden.
Noordpool en zuidpool
Polen:
= de doorprikpunten van de aardas liggen, is er telkens een punt dat om zichzelf draait.
(noord – en zuidpool)
Windrichting:
- Noorden: noordpool
- Zuiden: zuidpool
- Oosten: draairichting van de aarde
- Westen: tegen de draairichting in
, Parallellen en meridianen
De lijnen op de wereldkaart ➔ cirkels die men op de aarbol heeft getrokken.
Verdeelt men de noord en zuidpool in 2 gelijke stukken, dan krijgt men een lijn ➔ evenaar
De evenaar verdeelt de aarde in 2 gelijke delen: zuidelijk en noordelijk halfrond
Om nauwkeuriger te werken hebben ze cirkel getrokken evenwijdeg met eveneer ➔Breedtecirkel/parallel
De onderlingen afstand meten ze in graden.
Noord en zuidpool ➔ 90°
Ten noorden van evenaar ➔ noorderbreedte (N.B.)
Ten zuiden van envenaar ➔ zuiderbreedte (Z.B.)
De aardbol is ook verdeeld in oostelijk en westelijk halfrond.
Men lijnen getrokken die lopen van de noord - naar zuidpool ➔ meridiaan of een lengtecirkel
Nulmeridiaan: Greenwich
Ten oosten van de nulmeridiaan ➔ oosterlengte (O.L.)
Ten westen van de nulmeridiaan ➔ westerlente (W.L.)
Elke plaats op de aarbol ligt op het kruispunt van een breedte en lengtecirkel ➔ graden °
⇨ Kruispunt ➔ Coördinaten.
Oefening dia 8
Globes
Globe: een bol met de afbeelding van de aarde (wereldbol) of een hemellichaam.
- Grootte, vorm, afstand tuseen landen zijn correct (wat op kaart NIET mogelijk is)
⇨ Hemelglobe: hele hemelbol met heldere sterren en andere hemelobjecten met vaste posities.
Kaartprojecties