Mariene wetenschappen hoorcollege 3
H2O
- Chemische samenstelling
- Fysische tegenstellingen
- Verschil zoetwater en zoutwater
Lavoisier is de grondlegger van de scheikunde
Hij heeft een boek geschreven, hierin worden er al 30 elementen beschreven. Eigenlijk mede dankzij
zijn vrouw, zij schreef alles in wetenschappelijke vorm op.
Water bestaat uit twee H-atomen die hun elektronen delen met een O-atoom. Water wordt bij
elkaar gehouden door covalente bindingen. Water is een dipool, dus polair.
Adhesie: het plakken aan andere substanties(: wetting)
Cohesie: plakken aan elkaar: oppervlakte spanning
Water bevriezen: water gaat in een andere structuur zitten sneeuwvlokstructuur (ipv door elkaar).
Water zet uit als het bevriest en wordt lichter dan water drijven.
Je kan minder watermoleculen kwijt (9%) kwijt in ijs dan in water. In ijs hebben watermoleculen een
bepaalde hoek die ze moeten aannemen, dit is het 0-punt waar ijs wordt gevormd.
De vloeibare fase van water heeft een heel breed bereik (100 graden Celsius)
Warmte is energie die geproduceerd is door random vibraties van atomen of moleculen.
Temperatuur is de reactie van een object op input of removal van warmte.
Warmte capaciteit: een meting in unit called calories of the heat required to raise the temperatur of
1g of a substance by 1 degrees.
Water heeft een hoge hitte capaciteit, dit betekent dat het warmte resists wanneer het wordt
toegevoegd of verwijderd.
Zand heeft bijvoorbeeld een lage hitte capaciteit over het zandstrand lopen is pijnlijk want zand
neemt hitte snel op.
Van Fahrenheit naar Celsius: -32:1,8
Van Kelvin naar Celsius: +273
Zout toevoegen aan water minder ruimte voor water. Zout zorgt voor verstoring (minder vorming)
van waterstofbruggen.
Gevolg: het vriespunt gaat omlaag (daarom zout op straat bij vorst).
Latente hitte van verdamping: de hoeveelheid energie die nodig is om de bindingen te verbreken.
Water heeft een hoge (de hoogste) latente hitte van verdamping van alle bekende vloeistoffen.
Nadat water 100* heeft bereikt moet je 540 calorieën per gram toevoegen om verdampingen (en dus
verbreken van verbindingen) te doen laten optreden.
H2O
- Chemische samenstelling
- Fysische tegenstellingen
- Verschil zoetwater en zoutwater
Lavoisier is de grondlegger van de scheikunde
Hij heeft een boek geschreven, hierin worden er al 30 elementen beschreven. Eigenlijk mede dankzij
zijn vrouw, zij schreef alles in wetenschappelijke vorm op.
Water bestaat uit twee H-atomen die hun elektronen delen met een O-atoom. Water wordt bij
elkaar gehouden door covalente bindingen. Water is een dipool, dus polair.
Adhesie: het plakken aan andere substanties(: wetting)
Cohesie: plakken aan elkaar: oppervlakte spanning
Water bevriezen: water gaat in een andere structuur zitten sneeuwvlokstructuur (ipv door elkaar).
Water zet uit als het bevriest en wordt lichter dan water drijven.
Je kan minder watermoleculen kwijt (9%) kwijt in ijs dan in water. In ijs hebben watermoleculen een
bepaalde hoek die ze moeten aannemen, dit is het 0-punt waar ijs wordt gevormd.
De vloeibare fase van water heeft een heel breed bereik (100 graden Celsius)
Warmte is energie die geproduceerd is door random vibraties van atomen of moleculen.
Temperatuur is de reactie van een object op input of removal van warmte.
Warmte capaciteit: een meting in unit called calories of the heat required to raise the temperatur of
1g of a substance by 1 degrees.
Water heeft een hoge hitte capaciteit, dit betekent dat het warmte resists wanneer het wordt
toegevoegd of verwijderd.
Zand heeft bijvoorbeeld een lage hitte capaciteit over het zandstrand lopen is pijnlijk want zand
neemt hitte snel op.
Van Fahrenheit naar Celsius: -32:1,8
Van Kelvin naar Celsius: +273
Zout toevoegen aan water minder ruimte voor water. Zout zorgt voor verstoring (minder vorming)
van waterstofbruggen.
Gevolg: het vriespunt gaat omlaag (daarom zout op straat bij vorst).
Latente hitte van verdamping: de hoeveelheid energie die nodig is om de bindingen te verbreken.
Water heeft een hoge (de hoogste) latente hitte van verdamping van alle bekende vloeistoffen.
Nadat water 100* heeft bereikt moet je 540 calorieën per gram toevoegen om verdampingen (en dus
verbreken van verbindingen) te doen laten optreden.